Mens

Toveren

Als hij kon toveren
kwam alles voor elkaar
Als hij kon toveren
was hij never nooit meer de sigaar
Als hij kon toveren, kon toveren, kon toveren
dan was alles dat gezegd wordt altijd waar

Hij had een eigen man cave,
waar zijn eigen drumstel stond
En hij kon eeuwig blijven leven,
leefde met zijn kinderen mee
En auto’s reden niet meer op fossiele brandstoffen,
maar op klimaatneutraal gekweekte, fair trade appelmoes
En hij zou niet hoeven afleren,
wat bij hem eigenlijk was vastgeroest

Als hij kon toveren
kwam alles voor elkaar
Als hij kon toveren
dan was het altijd mooi weer (zodat hij het niet meer hoefde te spelen)
Als hij kon toveren
dan was geen mens milieuvervuilend (en was al ons voedsel plantaardig)
Als hij kon toveren, kon toveren, kon toveren
dan waren alle mensen gelijkwaardig

Zijn vrouw zou ineens begrijpen
Waarom hij zo kinderachtig deed
En iedereen zou heel hard juichen
bij alles wat hij deed
en ’s winters was het heel lang licht
en werd dus niemand depressief
en iedereen wordt altijd gelukkig
en niemand werd geboren met aanleg voor dominant gedrag

Als hij kon toveren
dan was hij altijd positief en onbevooroordeeld (en zou alles beter worden)
Als hij kon toveren
deed hij altijd heel verstandig (en had zijn financiën op orde)
Als hij kon toveren, kon toveren, kon toveren
dan was iedereen dik tevreden over zichzelf

Maar aan een toverspreuk van die absurditeit
was hij veel teveel geld kwijt (wat hij beseft omdat hij daar nu wel mee om kan gaan)
En naar zo’n ongelooflijk toverboek
was hij ze hele leven al tevergeefs op zoek
En voor die hele cursus toverij
heeft hij natuurlijk helemaal geen tijd
Hij stelt het vast weer eindeloos uit
Als hij al tot het inschrijven besluit
Ja zelfs de opa van zijn vader
stelde alles uit tot later

Als hij kon toveren
kwamen hij en zijn gezin weer bij elkaar (en niemand maakte ruzie)
Als hij kon toveren
deed hij nooit meer zo raar  (en was af van zijn obsessies)
Als hij kon toveren, kon toveren, kon toveren
dan werd zijn psychische kronkel een rotte kies zodat hij ermee naar de tandarts kon gaan voor een wortelkanaalbehandeling en kwam alles voor elkaar

Advertenties

Naamdoofheid

Als ik nieuwe mensen de hand schud, ben ik blijkbaar teveel afgeleid om hun namen te onthouden. Ik hoor de naam uitgesproken worden, maar het wordt niet in mijn brein geregistreerd. Het gaat het ene oor in en het andere weer uit. Ik ben namelijk te druk bezig met de verwerking van andere informatie: de stevigheid van de handdruk, de kleur van de ogen, de stand van de wenkbrauwen en mondhoeken, de kleur van tanden, de klankkleur van de stem, haardracht, postuur, et cetera.

Het gezicht plant zich dus wel onuitwisbaar in mijn geheugen, evenals stukjes indruk van het karakter van die persoon. Bij dat gezicht sla ik ook allerlei contextinformatie op. Zoals een locatie, of een gebeurtenis. Als ik de persoon dan jaren later weer eens ontmoet, herken ik het gezicht en komt de context ook meteen weer bovendrijven. Maar hoe heette je ook al weer?

Misschien is deze “naamdoofheid” helemaal niet bijzonder. Probeer op je eerste werkdag in je nieuwe baan maar eens al die namen van tientallen nieuwe collega´s te onthouden. Je bent volgens mij heel bijzonder als je dat wél kan. Het wordt je ook altijd vergeven als je die nieuwe collega later nog eens vraagt om zijn of haar naam.

De naam ga ik meestal pas onthouden na twee of meer ontmoetingen niet al te lang na elkaar. In vergaderingen met nieuwe mensen schrijf ik tijdens het voorstelrondje de namen op. Dat werkt ook prima. In mijn hersenen komt er dan een sterkere “synaptische koppeling” tussen de neuronen voor het gezicht en de neuronen voor de naam. Die koppeling is (bij mij althans)  blijkbaar ook onderhoudsgevoelig, want ik vergeet ook namen. Bijvoorbeeld van oud-collega’s. Het is een heel selectieve vorm van vergeetachtigheid. Is naamgeheugen misschien het eerste geheugen dat wordt overschreven door andere, belangrijkere zaken?

Emotie speelt ook een grote rol in het onthouden van iemands naam. Hoe groter “de klik” die ik met je heb bij de eerste ontmoeting, hoe groter de kans wordt dat ik je naam onthoud. Dus als ik je naam meteen na de eerste ontmoeting onthou, dan vind ik je leuk. Dan had ik aandacht voor zoiets belangrijks als je naam.  Maar je mag mijn naamdoofheid omgekeerd ook opvatten als een belediging, maar dat is dan lekker jouw probleem. Hoe zei je ook weer dat je heette?

 

Monsters

Ze lijkt dan wel schattig en onschuldig, maar dat is maar een facade. Hij kijkt daar natuurlijk dwars doorheen. Hij ziet haar voor wat ze werkelijk is: een monster. Dat is zijn gave. Hij ziet altijd het ware gezicht van monsters die doen alsof ze mensen zijn.

Vol afgrijzen moet hij toezien hoe het monster iedereen voor de gek houdt en telkens weg komt met zijn monsterachtige streken. Het is nooit de schuld van het monster. Altijd dat van een ander. Vaak ook dat van hem. Ze projecteren hun eigen slechtheid altijd op anderen. Natuurlijk gelooft niemand hem. Monsters hebben geen schattig en onschuldig voorkomen, dus hij heeft de schijn altijd tegen.

Hij veracht monsters. Hij haat het hoe ze hem minachtend aankijken met hun zelfingenomen blikken: ha ha, ik weet dat je mij doorziet, maar je kan me lekker niks maken. Lekker puh! Het is onverdraaglijk.

Hoe kan het dat hij als enige hun monsterlijkheid kan zien? Correctie: als enige mens. Onderling zien de monsters elkaar’s ware tronies wel, maar ze lijken elkaar maar moeilijk te verdragen. Alsof monsterlijke karakters van nature botsen. Dat is natuurlijk ook niet zo raar als je zo egocentrisch bent als monsters klaarblijkelijk zijn. Ze bejegenen elkaar al even minachtend als ze doen bij hem. Alsof hij ook een monster is. Tssss.

De leeuw moet naar buiten

Dat je van binnen vecht als een leeuw, maar dat daar aan de oppervlakte niets van te merken is. Ken je dat? Die leeuw moet nodig naar buiten komen, dacht ik laatst. Dus ik zei: Hup leeuw, ga eens buiten jezelf brullen. Natuurlijk bleef hij stoïcijns in zichzelf gekeerd.

Die innerlijke leeuw vecht voor wat hij waard is, maar wat is hij eigenlijk waard? Of vecht hij niet voor zijn eigenwaarde? Misschien vecht hij voor andermans waarden. Soms denk ik dat hij eigenlijk vecht voor de waarheid in plaats van waardigheid. Waarheid maakt immers waardig.

Leeuwen zijn van nature hele waardige dieren. Maar als je ze opsluit, kan niemand hun waarachtig gebrul horen. Niemand kan dan zien hoe machtig die manen schudden. Dan wordt de leeuw steeds minder waardig. Dat geldt ook voor je innerlijke leeuw. Dus de leeuw móet naar buiten!

Maar de leeuw durft niet zo goed naar buiten. Ik denk dat hij bang is dat zijn brul te hard is, en dat zijn manen te woest zullen schudden. Hij weet niet zeker welk effect hij zal hebben op zijn omgeving. Maar misschien is hij eigenlijk bang voor het effect van de omgeving op zichzelf. Maar die leeuw moet niet zo piepen, vind ik. Hup, naar buiten, en brullen maar!

 

Ben

Tot mijn grote verbazing blijkt meditatie op mij een bijzonder sterk effect te hebben. De uitroep van een verbaasd “Huh?” komt van mijn rationele kant. Mijn spirituele kant zegt natuurlijk: “Duh!”. Het mediteren gaat me ook best gemakkelijk af vind ik. Ik begon laatst gewoon maar eens met 5 minuten alleen maar concentreren op mijn ademhaling. Bij iedere inademing word ik langer, en mijn rug rechter. Bij iedere uitademing laat ik spanningen wegglijden.

Voor mijn gevoel vliegen die 5 minuten om. Ook lukt het heel goed om binnendrijvende gedachten gewoon te laten voorbij drijven, als een wolkje aan de hemel. En na een tijdje gebeurt het. Soms meteen, soms pas in de laatste minuut. Ineens ben ik heel bewust. Natuurlijk ben ik voortdurend, maar niet bewust en aandachtig. Als ik ben, dan observeer ik alleen maar. De tijd lijkt wel stil te staan. Ik vind nergens wat van, maar voel gewoon dat ik voel. Ik vind het heerlijk.

Dus nu ben ik bewust minstens tweemaal daags een paar minuten. Omdat mijn hoofd er zo lekker leeg van wordt. Omdat mijn humeur er zo erg van opklaart dat ik het zonnetje in huis wordt. Omdat ik dan beter kan zien wat nou echt belangrijk is. En dat allemaal doordat ik af en toe gewoon alleen maar even ben. Ik kan het iedereen aanraden: laat af en toe eventjes de boel de boel, en ben.