Mens

Verankerd in liefde

Er staan mensen om me heen die over me waken. Ze zijn er als ik ze nodig heb. Ik voel me geliefd en gesteund. Allemaal mensen die erg belangrijk voor me zijn. Mensen waar ik voor door het vuur zal gaan. Familie en vrienden, maar dat loopt in elkaar door. Vrienden kunnen gaan voelen als familie.

In de afgelopen periode is mijn liefde voor deze mensen nog verder gegroeid. De band is nog dieper en nog hechter geworden. Die band wordt snel voor lief genomen, maar ik weet nu weer hoeveel het betekent, en hoe belangrijk het is. Ik weet nu weer dat die band iets is om te koesteren. Omdat die band een anker is. Een anker die voorkomt dat ik afdrijf van mezelf.

Het is dus belangrijk om je gesteund te voelen. Verankerd in liefde. Volgens mij is die verankering iets wat mensen mensen maakt. We hebben allemaal mensen om ons heen die over je waken en je onvoorwaardelijk steunen. Mensen die je sterken in de opvattingen die je met ze deelt. En mensen die evengoed jouw eigen mening respecteren, omdat ze van je houden.

De mensen die om mij heen staan hebben me in de afgelopen periode opgevangen, getroost en me geholpen mezelf en mijn kracht weer terug te vinden. Zonder hen was dat niet gelukt. Dankzij hen kan ik de hele wereld weer aan. Dankzij hen ben ik weer mezelf. Dankjewel lieve mensen.



Advertenties

Naast mezelf

Kiezen voor jezelf, wat is dat? En hoe doe je het? Volgens mij heb ik het al gedaan, maar omdat ik niet anders kon. Ik kwam terecht in een diepe crisis. Ik was mezelf totaal verloren. Ik kón niet anders dan kiezen voor mezelf. Het was eigenlijk geen keuze. Het was mijn laatste optie.

Kiezen voor jezelf betekent dat je jezelf voorop zet. Dat lijkt me de theorie. Maar in mijn praktijk word ik voortdurend geconfronteerd met schuld. Voor mijn gevoel laat ik iedereen in de steek. Maar ik kan er toch niet zijn voor anderen als ik er niet kan zijn voor mezelf?

Ik merk dat het me moeite kost om mezelf oprecht te waarderen. Mensen die dichtbij me staan moedigen me aan en zeggen dat ik trots op mezelf mag zijn. Ik ben van heel ver gekomen. Ik probeer daar trots op te zijn. Maar een zware “maar” trekt me steeds naar beneden: “maar ik heb alles kapot gemaakt”.

Dat onmetelijke schuldgevoel trekt mij steeds weer bij mezelf vandaan. Het trekt me weer terug in de richting van de troosteloze, donkere kerker waar ik nog niet zo lang geleden uit ben ontsnapt. Ik had mezelf daar natuurlijk vastgeketend. De kleine ellendeling.

Nu loopt die kleine ellendeling dus los. Als ik even niet oplet neemt het de overhand. Kijkt naar buiten door mijn ogen en laat me steeds huilen. Iemand zei tegen me dat ik dus van die kleine ellendeling moet houden. “Wees lief voor hem. Neem hem overal mee naartoe. Stel je voor hoe hij naast je zit in de auto. Hij mag er zijn”.

En toen viel er een kwartje. Halleluja. Ineens begreep ik dat je niet zonder onvoorwaardelijk liefde voor jezelf, anderen echt onvoorwaardelijk lief kunt hebben. En in dat glasheldere moment besefte ik dat ik niet boven mezelf, ook niet tegenover mezelf, maar naast mezelf moet staan.

Het eikelwezen

Een eikel is, naast vrucht van de eik, een niet zo aardig bedoelde bestempeling van een mannelijke persoon. Zelf ben ik ook wel eens uitgemaakt voor eentje. Een ongelooflijke zelfs. Blijkbaar scheen ik me toen ongelooflijk lullig te gedragen. Het eikelwezen is blijkbaar ook alleen weggelegd voor mannen. Vrouwen kunnen zich wel lullig gedragen natuurlijk, maar worden nooit voor eikel uitgemaakt. Tot nog toe heeft de emancipatie hier geen verandering in gebracht. Hoeft van mij ook niet. Wat mij betreft mogen scheldwoorden wel gender-specifiek zijn. Het eikelwezen is dus een mannelijke aangelegenheid. Het eikelwezen is verbonden aan het hebben van een piemel. Het uit de voorhuid gekropen topje daarvan heeft immers een grote gelijkenis met een eikel. Vrouwen hebben geen piemel, dus ook geen eikel (ik vraag me nu ineens wel af of het zuurpruimwezen alleen een vrouwelijke aangelegenheid is). Maar wat doen we qua eikelwezen met transseksuelen? Tot vrouw getransformeerde mannen die hun eikel nog hebben, zou je technisch gesproken nog voor eikel mogen uitmaken. En tot man getransformeerde vrouwen zonder piemel technisch gesproken dus niet. Je baseert je keuze om de zich ongelooflijk lullig gedragende persoon voor eikel uit te schelden eigenlijk puur op het uiterlijk. Weet jij veel of er sprake is van een pruim of een eikel? Je kan het toch moeilijk eerst voor de zekerheid gaan controleren. Misschien eerst een knietje in het kruis geven en dan pas gaan schelden? Wat een gedoe. Toch lastiger dan ik dacht, dat eikelwezen.

Moed voor de lieve vrede

Vrede? Oké, vrede. De moeders van de twee jongens zijn nu tevreden. Ze hadden ons aan het oor mee terug naar buiten getrokken en tegenover elkaar gezet. De twee jongens (één van hen was ik) staan tegenover elkaar en kijken naar hun voeten. Ze hadden gevochten. Twee boezemvrienden die mot hadden. En dan maakte je dat dus goed door vrede te vragen. Ik herinner me dat nog goed. Vrede is niet meer vechten. Vrede is zand erover.

Die herinnering aan hoe ik vroeger ruzies met mijn boezemvriend eindigde kwam vanmiddag ineens bovendrijven. Kon het altijd maar zo eenvoudig zijn. Konden  oorlogen maar op die manier worden beëindigd. Kon ik op die manier maar mijn relatie redden.

Vrede, zuiverheid, liefde, kracht en geluk. Als ik het goed onthouden heb zijn dat de vijf basis-elementen van je ziel. En als ik het niet goed onthouden heb, vind ik het sowieso eigenlijk wel een mooi stelsel van woorden. Iemand die me helpt om mijn evenwicht te bewaren wees me op dit stelsel. Ze vroeg me over welk woord ik een vraag zou kunnen hebben. Ik kwam uit op vrede want daar voel ik me het van binnen het meest rumoerig.

In het vijftal staat vrede voor harmonie, respect en rust. En als je er dieper over nadenkt komen ook woorden als open, natuur, luisteren en evenwicht naar boven drijven. Na een tijdje filosoferen kwam ik erachter dat ik intuïtief best veel goeie dingen over vrede kon noemen. Maar zo gaat dat bij veel dingen bij mij. Ik kan alles heel mooi beredeneren, maar echt begrip komt veel later. Als het bezinkt bij me.

Toen we Vrede samen hadden uitgediept moest ik een vraag bedenken over Vrede. Die innerlijke vrede. Mijn innerlijke rust en evenwicht. Een vraag die me bezig houdt is hoe ik in evenwicht kan blijven wanneer ik de wind van voren krijg. Wanneer ik me aangevallen voel. Wanneer mijn hoofd een slangenkuil dreigt te worden. Met die vraag in mijn hoofd mocht ik een kaart trekken. Bewust nam ik niet de middelste, maar eentje een stuk rechts daarvan.

Brave

Moed. Raak. Om in evenwicht te blijven moet ik de moed niet verliezen. Die moed heb ik nodig om bij mezelf te blijven. Moed om mezelf accepteren, en de ander. Moed om de ander aan te kijken en kalm te blijven, zacht te zijn. Moed voor de lieve vrede.

Jukken en garelen

Laatst sprak ik met iemand over een juk waaronder ik momenteel gebukt ga. Ik probeer wel fier te staan, maar het juk drukt me constant omlaag. Jukken zijn trouwens houten werktuigen die je over je schouders legt met aan weerszijden een last. Emmers met water bijvoorbeeld. En trekdieren (paarden, ezels, ossen) trekken een kar vooruit met een juk. Garelen worden voor trekdieren gebruikt voor hetzelfde doeleinde. Jukken en garelen bedwingen. Onder een juk ben je een slaaf. In het gareel ben je braaf.

Bullock_yokesDoor CgoodwinEigen werk, CC BY-SA 4.0, Link

In figuurlijke zin moet en mens zich afvragen waar zijn/haar jukken en garelen vandaan komen. Zou het misschien zo kunnen zijn dat de drijver en de slaaf één en dezelfde persoon zijn? Het geeft wel te denken.

Evenwicht

Als je niet aan het omvallen bent, dan ben je dus in evenwicht. Maar evenwichtigheid is een kwaliteit. Hoe makkelijk ben je uit je evenwicht te brengen? Kan je evenwicht een stootje hebben?  En wat dan nog als je toch omvalt? Dan veer je gewoon weer overeind. Dan heb je geleerd dat je steviger moet staan. En ook uit de diepste afgrond loopt weer een weg omhoog. Hoe diep je ook valt, het herstel van je evenwicht begint bij je wederopstanding. Daarna klim je weer naar boven. Je kan het, want je hebt bovenmenselijke veerkracht.

f67316ea83762584a188e5ecf33c4857

Lang niet gek!

Afgelopen donderdag ging ik naar de voorstelling “Vind je het gek!” door Nynka Delcour en Rob Stoop. De voorstelling is gebaseerd op de waargebeurde levensverhalen van zes mensen met een psychische kwetsbaarheid. Het werd uitgevoerd in een buurtcentrum bij mij in de buurt. Toen ik de aankondiging in de lokale krant las, wist ik meteen dat ik daar naartoe moest. Dus ik fietste er donderdag naartoe. Een beetje verscholen keek ik naar de mensen die de zaal in liepen en vroeg me af of zij zich ook door het krantenartikel zo sterk aangesproken voelden. Ik vroeg me af wat hún verhalen waren.

In de voorstelling worden de verhalen van de zes mensen met gezonde humor en mooie, ontroerende liedjes gebracht. Het greep me ontzettend aan. Het pakte me meteen bij het begin, vervoerde me en liet me pas aan het einde weer los. Na afloop had ik enorme brok in mijn keel. Het was allemaal heel echt en heel puur. En het trof me recht in mijn hart en mijn ziel.

Ik kon me op diverse momenten ook zo sterk herkennen in de verhalen en de liedjes. Ik zag iets van mezelf  in de vrouw die door haar vader emotioneel verwaarloosd was. Ik herkende het gevoel van uitzichtloosheid en machteloosheid waarover werd gezongen in het lied “dood loopt de weg waarop ik wandel”. En het brok in mijn keel kwam vooral van het verhaal over de vrouw met de “emotionele bagage”, en hoe dat haar leven beheerst. Allemaal herkenning. Ik ben dus niet de enige met dit soort kwetsbaarheden. Het schijnt zelfs zo te zijn dat de kans dat je iemand tegen het lijf loopt die worstelt met een psychisch probleem meer dan 40% is. Psychische kwetsbaarheid is eigenlijk best normaal.

Na afloop gingen de mensen in de zaal met elkaar in gesprek over de voorstelling. Ik sprak met een aantal aardige, kwetsbare mensen die om me heen zaten. We deelden wat stukjes uit ónze verhalen met elkaar. Heftige, persoonlijke verhalen. Ik voelde me met hen verbonden. Ik sta niet alleen, en zij ook niet. We mogen er zijn, en we zijn lang niet gek! En ik merkte dat dát was wat ik hoopte te vinden bij deze voorstelling.

Als je de kans hebt zou ik beslist naar deze voorstelling gaan. Hieronder kun je de trailer bekijken.

Rancune

Woede moet je niet wegstoppen. Want dan verspeelt je je kans om je woede te uiten als het nog vers is. Opgekropte woede bederft. Het wordt bitter en gaat je van binnenuit  verteren. Je wordt er langzaam door vergiftigd. Alles wordt aangetast. Je rationele denkvermogen. Je relativeringsvermogen. En zeker ook je vermogen om anderen te vertrouwen. Iedereen die het niet met je eens is, is automatisch tegen je. Je ziet kritiek als een aanval op jezelf, zeker van iemand waar je kwaad op bent. Die persoon is de bron van jouw kwaad. De schuld ligt daar, niet bij jou. Zijn onvermogen om dat in te zien is voeding voor de woede die in je woekert. Die steeds machtelozer wordende woede wortelt zich dieper en dieper, en groeit uit tot wrok. Rancune.

Een rancuneus mens voelt zich slachtoffer, voelt zich machteloos. Alle verantwoordelijkheid voor zijn ellende ligt bij de ander. De rancuneuze mens trekt zijn eigen ketenen zelf wat strakker aan, en blijft ten enenmale blind voor zijn zelfgekozen slavernij. Eigenlijk kan alleen het eigen inzicht de onmacht doorbreken. Inzicht in de oorzaak van je onmacht. Inzicht in het proces dat het in stand houdt. Inzicht in je eigen natuur. Inzicht in je vermogen tot verandering. Geef een rancuneuze persoon de ruimte om tot dat inzicht te komen. Heb geduld. Heb vertrouwen. Heb lief.

anne-martha-nussbaum_zl-1024x1024

Toveren

Als hij kon toveren
kwam alles voor elkaar
Als hij kon toveren
was hij never nooit meer de sigaar
Als hij kon toveren, kon toveren, kon toveren
dan was alles dat gezegd wordt altijd waar

Hij had een eigen man cave,
waar zijn eigen drumstel stond
En hij kon eeuwig blijven leven,
leefde met zijn kinderen mee
En auto’s reden niet meer op fossiele brandstoffen,
maar op klimaatneutraal gekweekte, fair trade appelmoes
En hij zou niet hoeven afleren,
wat bij hem eigenlijk was vastgeroest

Als hij kon toveren
kwam alles voor elkaar
Als hij kon toveren
dan was het altijd mooi weer (zodat hij het niet meer hoefde te spelen)
Als hij kon toveren
dan was geen mens milieuvervuilend (en was al ons voedsel plantaardig)
Als hij kon toveren, kon toveren, kon toveren
dan waren alle mensen gelijkwaardig

Zijn vrouw zou ineens begrijpen
Waarom hij zo kinderachtig deed
En iedereen zou heel hard juichen
bij alles wat hij deed
en ’s winters was het heel lang licht
en werd dus niemand depressief
en iedereen wordt altijd gelukkig
en niemand werd geboren met aanleg voor dominant gedrag

Als hij kon toveren
dan was hij altijd positief en onbevooroordeeld (en zou alles beter worden)
Als hij kon toveren
deed hij altijd heel verstandig (en had zijn financiën op orde)
Als hij kon toveren, kon toveren, kon toveren
dan was iedereen dik tevreden over zichzelf

Maar aan een toverspreuk van die absurditeit
was hij veel teveel geld kwijt (wat hij beseft omdat hij daar nu wel mee om kan gaan)
En naar zo’n ongelooflijk toverboek
was hij ze hele leven al tevergeefs op zoek
En voor die hele cursus toverij
heeft hij natuurlijk helemaal geen tijd
Hij stelt het vast weer eindeloos uit
Als hij al tot het inschrijven besluit
Ja zelfs de opa van zijn vader
stelde alles uit tot later

Als hij kon toveren
kwamen hij en zijn gezin weer bij elkaar (en niemand maakte ruzie)
Als hij kon toveren
deed hij nooit meer zo raar  (en was af van zijn obsessies)
Als hij kon toveren, kon toveren, kon toveren
dan werd zijn psychische kronkel een rotte kies zodat hij ermee naar de tandarts kon gaan voor een wortelkanaalbehandeling en kwam alles voor elkaar