Persoonlijk

Bokkige ram

Het begon allemaal zo lang geleden dat ik niet meer precies weet wanneer het begon. Ik hield van alle vrouwen, maar op gegeven moment kreeg ik de bok aan ze en ben ik ze over één kam gaan scheren. Ik was een lange tijd getrouwd met eentje, en die werd, zeg maar, een beetje mijn referentiekader, mijn modelvrouw. En jazeker, ik heb haar zelf ook op dat voetstuk gezet. Nu heb ik er dus veel moeite mee om te geloven dat vrouwen anders kunnen zijn dan mijn modelvrouw.

Vrouwen, ik dicht ze allemaal duistere krachten toe. Ze zullen me waarschijnlijk allemaal willen veranderen in een mak lam. Met veel wol en weinig geschreeuw. Nu begeef ik me hiermee natuurlijk op vreselijk glad ijs. Het makke lam blijkt ineens een ordinaire seksist te zijn. Met het uiten van dit soort meningen roep ik dat natuurlijk over me af. Dat oordeel is natuurlijk mijn deel als ik me afzet tegen de vrouwennatuur. Dit zwart-wit oordelen dicht ik ook toe aan het vrouwelijke. In mijn referentiekader is de vrouw namelijk een absolutist.

Hopelijk kan mijn bokkigheid me worden vergeven. Natuurlijk begrijp ik ook wel dat vrouwen niet allemaal hetzelfde zijn. Mijn vrouwbeeld is geblakerd en grimmig. Het is rancune. En vergis je niet, die rancune is ook naar binnen gericht. Mijn zelfbeeld is verbleekt en bitter. Het lam heeft zich los geworsteld. Het lam is een ooischuw ram, maar een ram desalniettemin. En een ram moet af en toe gewoon even de bok kunnen uithangen. Ik hou nog steeds van alle vrouwen. Mijn hart is veel te groot.

Flitsdaten

Een aantal maanden terug, nog net voor de coronagekte uitbrak, begaf ik me op een avond in een klein café, ergens in het Noorden van het land. Ik was onvoorbereid. Dat had ik bewust gedaan zodat ik alleen nog maar mezelf kon zijn. De tijd van indruk maken ligt heel ver achter me, maar misschien had ik daar destijds, achteraf gezien, meer werk van moeten maken.

Ik was niet de eerste die binnen kwam. Er zaten her en der al enkele gasten. Bij de ingang zat een jonge dame achter een laptop. Bij haar meldde ik me aan. Ze legde me de opzet van de avond uit en gaf me mijn tafelnummer en matchkaart. Ik bestelde een koffie en ging alvast aan mijn nog lege tafeltje zitten. Langzaamaan druppelde het voller, en op gegeven moment zaten aan ieder van de genummerde tafeltjes één heer en één dame. Dat was het moment waarop de organisatiedame van haar stoel achter de laptop op stond en ons welkom heette bij deze flitsdate-avond.

Hoe was ik hier nou toch verzeild geraakt? Die gedachte ging op dat moment door me heen. Bij louter toeval viel deze avond exact op de dag dat de scheiding van mij en mijn ex, formeel door de rechter was afgehamerd. We waren al bijna 3 jaar uit elkaar. Dat vormde dus één van de aanleidingen. Maar mijn verzeiling bij deze flitsdate-avond is grotendeels de “schuld” van een vriend die een tafeltje verderop zat. Hij had me overgehaald.

De opzet van de avond was eenvoudig. Je krijgt 6 minuten om met elkaar te praten. Als de bel gaat, schuiven de heren door naar de volgende tafel. Halverwege was er tijd voor een versnapering en een drankje.

En zo sprak ik op één avond met een dozijn vrouwen. Sommigen waren leuk, sommigen niet. Ik schreef de namen van de dames keurig op mijn mijn matchkaart, en maakte heel sporadisch een aantekening. Ik kan niet luisteren en schrijven tegelijk, dus vandaar. De gesprekken verliepen eigenlijk best gezellig. De 6 minuten waren soms veel te kort en soms ook lang genoeg. Opvallend genoeg werden eerst heel concrete vragen aan me gesteld: ben je gescheiden, heb je kinderen, wat voor werk doe je? Vragen over wat ik in mijn vrije tijd doe, werden vaak pas in tweede instantie gesteld. Ik deed dat zelf precies andersom. Bij een goed gevoel zette ik op mijn matchkaart een kruisje bij “match”. In totaal vier keer.

Het flitsdaten voelde voor mij laagdrempelig, en je zit meteen oog in oog met de dames. En in 6 minuten kun je best een goed beeld vormen van elkaar. Aan het eind van de avond moesten de matchkaarten worden ingeleverd. De vriend en ik dronken elders nog even een biertje en wisselden de ervaringen uit. We hadden allebei een erg leuke avond gehad en voelden ons erg goed over ons zelf. Het was voor ons allebei een eerste stap in een nieuw begin. Heel mooi om dit samen te kunnen delen.

Nadien heb ik een aantal gezellige dates gehad, maar het daten werd natuurlijk nogal bemoeilijkt door de coronacrisis. Sowieso had ik geen flauw benul meer hoe je überhaupt moet daten. Internet biedt dan wel soelaas. Daar vind je veel tips, waarvan de balangrijkste misschien wel  zijn dat je gewoon jezelf moet zijn, en interesse moet tonen in de ander. Als dat laatste niet vanzelf gaat, is het waarschijnlijk geen goeie match.

Wanneer ben je eigenlijk weer klaar voor nieuwe liefde? Dat is een vraag die ik van mezelf niet teveel mag stellen. Ik wil het ook niet te groot maken. Ik zet ministapjes, en wil niets overhaasten. Langzaam stel ik mezelf open. Het contact met andere vrouwen is vooral leuk. Vrouwen die al een half leven achter zich hebben, waarin ze zijn gevormd en krassen hebben opgelopen, net als ik. Dat levert mooie, open en persoonlijke gesprekken op. De wederzijdse nieuwsgierigheid en begrip voelt erg positief en ik merk dat ik er weer door opbloei. Niks mis mee. Toch goed dat ik me tot het flitsdaten heb laten over halen. Misschien wel het beste besluit van dit jaar.

Toeverlaat

Vandaag klampte hij me ineens aan. Een oude vriend. Want dat is hij eigenlijk. Hij is zwaar op de hand, maar dat hoort bij hem. Ons contact is altijd intens. Als geen ander is hij in staat om me te herinneren aan mijn kwetsbaarheid. Hij is mijn duistere kant. Hij is mijn angst en mijn haat. Hij is puur en oprecht. Nooit zal hij tegen mij liegen. Daartoe is hij eenvoudig niet in staat. Daarom vertrouw ik hem blindelings. In mijn meest angstige en eenzame momenten is juist hij me tot steun. Mijn toeverlaat voor mijn diepste gedachten. Hij waakt over me. Houdt me in evenwicht. Samen doorstonden we orkanen. Hij zorgde dat we in het hart ervan bleven. In de serene kalmte van de kern. Tot de storm voorbij was.

Mijn 2020

Het jaar waarin…
ik een extra geluksdag heb
ik nóg vaker in de roos schiet
ik huppel in mijn wijdse weide
ik nóg vrijer fluiten zal
ik de horizon weer tegemoet fiets
ik weer een tintje dieper vergrijs
ik precies een halve eeuw vol maak
ik me de koning nóg te rijker ga voelen
ik steviger sta dan ooit
ik mijn schatten nóg liever heb
ik met nóg vollere teugen geniet
ik nóg meer verstil en luister
ik weer meer verschil voel
ik zelfs jou niet veroordeel
ik nóg krachtiger vooruit beweeg
ik mijn horizon verder verbreed
ik niets verwacht en alles accepteer
ik mag barsten van onbescheidenheid



Resonantie

Het overkomt me de laatste tijd vaak dat ik me ineens heel erg verbonden voel met muziek waar ik naar luister. Die muziek ken ik meestal al jaren, maar plotseling raakt de tekst me. Plotseling begrijp ik helemaal waar het liedje over gaat, en kan ik me helemaal invoelen in de tekst. Het is denk ik zelfs omgekeerd: de teksten van de liedjes passen ineens heel goed bij hoe ik me voel.

Een paar voorbeelden:

I see the sun rising
And all you see is its fall, fall, fall


(“See the sun”, The Kooks)

Now there’s no point in placing the blame
And you should know I suffer the same
If I lose you
My heart will be broken


(“Frozen”, Madonna)

Your six blade knife can do anything for you
Anything you want it to
One blade for breaking my heart
One blade for tearing me apart
Your six blade knife-do anything for you


(“Six Blade Knife”, Dire Straits)

Ja, allemaal heel zielig voor mij. Ik heb het vast heel zwaar. Valt ook wel weer mee. De teksten hierboven resoneren nu gewoon lekker bij me. Raken precies de juiste snaren. Ze geven me de steun, de troost of het gelijk waar ik blijkbaar behoefte aan heb. Herken je dit? Bij welke teksten gaan jouw snaren trillen?

Kwelhoop

Hoop doet leven, zo luidt het gezegde. Maar ik weet dat niet meer zo zeker. Ik koester te vaak valse hoop. Hoop die me kwelt. Die hoop doet sterven. De ironie is dat mijn valse hoop begint in mijn hart. Diep in mijn hart. Wie me daar raakt maakt me óf zielsgelukkig, óf doodongelukkig. Iemand te verliezen van wie je zielsveel houdt is des te erger als je gekweld wordt door valse hoop. Die laait toch iedere keer maar weer op. Die hoop gijzelt me en verscheurt me. En ik doe het mezelf aan zolang ik je niet los laat. Dat besef is gek genoeg glashelder. Waarom kom ik niet van je los? Waarom is dat zo verschrikkelijk moeilijk? Ik zou soms willen dat ik je kon zeggen dat ik je mis, maar we kunnen elkaar al heel lang niet meer bereiken. Ik heb me voor je afgesloten omdat ik geen andere manier weet om mezelf te beschermen. In mijn hart draag ik jou mee zoals ik denk dat ik je ken. Ik geloof niet dat ik me in je vergissen kan. Het plaatje dat ik in mijn hart draag is me oneindig lief. Misschien heb ik jou wel opgesloten in mij. Misschien is jouw vrijheid wel mijn vrijheid. Verwarrende gedachten die maar rondspoken in mijn kop. Kwelgeesten.

Last minute vlucht

Op de dag voor oudjaarsdag boekte ik, last minute, een overnachting in een hotelletje ergens in Duitsland. Haus am See, heette het hotel. Op oudjaarsdag, rond een uur of 2 ’s middags, vertrok ik. Ik hoefde niet ver, en dat wou ik ook niet. Na een uurtje kwam ik al aan bij het hotel. Het lag inderdaad direct “am See”.

Ik weet eigenlijk niet zo goed wat me ertoe bewoog om dit te doen. Dat klopt niet helemaal. Een deel van mijn beweegredenen weet ik prima. Ik wou er gewoon even tussen uit. Ik liep al sinds november met het idee om rond de jaarwisseling niet thuis te zijn. Maar dat was eigenlijk ook meteen het voornaamste: niet thuis hoeven te zijn.

En ik wilde alleen zijn. Niemand om me heen. Geen vrolijk en gezellig uiteinde met familie en/of vrienden. Ze wisten al een tijdje dat ik al “plannen had” met oud en nieuw. Dat had ik al laten doorschemeren. Op het allerlaatste moment heb ik nog even getwijfeld, maar thuis blijven was geen optie.

Zo kwam het dat ik op oudjaarsdag, rond het einde van de middag einsam rond kuierde in en in de omgeving van het oude Hanzestadje Haselünne. Het was er erg rustig. Alle winkels waren gesloten, en de meeste restaurants ook. Tegen vijven liep ik het enige restaurantje in dat wel open was, en vroeg om een tafeltje voor één persoon. Leider waren alle tafels gereserveerd, maar ik mocht wel bij een klein tafeltje bij de ingang zitten.

Daar maakte ik dankbaar gebruik van. Ik bestelde een biertje en een pizza. Niks mis mee. De binnendruppelende gasten die hadden gereserveerd groetten mij vriendelijk en wensten me Guten Apetit. Dat kon ook niet anders, want ik zat direct bij de ingang. Al snel zat het hele restaurant vol en keek ik tijdens het eten om me heen. Allemaal mensen die het gezellig hadden met elkaar.

Toen ik de espresso op had, rekende ik af en zwierf wat door de straatjes van het stadje. Ik bedacht dat ik hier zonder mijn opwelling waarschijnlijk nooit naartoe was gegaan. Dat ik hier liep was louter toeval. Het begon een beetje te regenen, dus ik liep terug naar het hotel. In mijn kamer doodde ik de tijd met lezen en televisie kijken.

Toen het tegen twaalven liep, ging ik weer naar buiten en liep als een dief in de nacht naar een bruggetje over de Hase. Daar had ik ’s middags ook gestaan en bedacht dat ik hier mooi naar het vuurwerk kon kijken. En daar had ik gelijk in. Toen de vuurpijlen zo langzaamaan op begonnen te raken liep ik terug naar mijn hotelkamer. Halverwege moest ik plotseling lachen om mezelf. “Du bist mir einer!”, riep ik lachend. Kein Hund die me kon horen, dus…

Na een vlug ontbijtje met slappe koffie, maar verse warme Brötchen reed ik naar Sögel om daar door de tuinen van Schloss Clemenswerth te wandelen. Het kasteel zelf was natuurlijk gesloten, maar dat wist ik. Het lag er verlaten bij. In de tuinen speurde ik naar verborgen schatten (geocaches) en vond ze. Terwijl ik naar de auto terug liep klonk de bel van de kapel. Mijn auto was nu vergezeld door veel grotere Duitse vehikels waaruit bedaarde zwart geklede mensen stapten.

Mijn kleine reisje zette zich voort richting het gat “Drögen”. Ik navigeerde namelijk naar de coördinaten van een andere een schat op mijn schatkaart. Op de plek waar ik uit kwam werd ik op slag verliefd. Ik sta op een voetgangersbrug over de Hase die zich hier dramatisch door het landschap slingert. De zon wist op dat moment door het grijze wolkendek te breken en ik hoorde mezelf wederom hardop lachen. Geluksvogel die ik ben.

En dan rij ik maar weer eens rustig naar mijn kleine appartementje in Nederland terug. Als ik weer thuis ben, voel ik me voldaan. Mijn gevoel past weer tussen mijn muren. Dat was denk ik het hele eiereten. Mijn gevoel had ruimte nodig. Dus moest ik de boel even ontvluchten, zodat mijn gevoel kon luchten. En dat is prima gelukt.

Gelukkig nieuwjaar lieve lezers. Hou van jezelf en pluk het geluk. Je vind het in het nu.


Naast mezelf

Kiezen voor jezelf, wat is dat? En hoe doe je het? Volgens mij heb ik het al gedaan, maar omdat ik niet anders kon. Ik kwam terecht in een diepe crisis. Ik was mezelf totaal verloren. Ik kón niet anders dan kiezen voor mezelf. Het was eigenlijk geen keuze. Het was mijn laatste optie.

Kiezen voor jezelf betekent dat je jezelf voorop zet. Dat lijkt me de theorie. Maar in mijn praktijk word ik voortdurend geconfronteerd met schuld. Voor mijn gevoel laat ik iedereen in de steek. Maar ik kan er toch niet zijn voor anderen als ik er niet kan zijn voor mezelf?

Ik merk dat het me moeite kost om mezelf oprecht te waarderen. Mensen die dichtbij me staan moedigen me aan en zeggen dat ik trots op mezelf mag zijn. Ik ben van heel ver gekomen. Ik probeer daar trots op te zijn. Maar een zware “maar” trekt me steeds naar beneden: “maar ik heb alles kapot gemaakt”.

Dat onmetelijke schuldgevoel trekt mij steeds weer bij mezelf vandaan. Het trekt me weer terug in de richting van de troosteloze, donkere kerker waar ik nog niet zo lang geleden uit ben ontsnapt. Ik had mezelf daar natuurlijk vastgeketend. De kleine ellendeling.

Nu loopt die kleine ellendeling dus los. Als ik even niet oplet neemt het de overhand. Kijkt naar buiten door mijn ogen en laat me steeds huilen. Iemand zei tegen me dat ik dus van die kleine ellendeling moet houden. “Wees lief voor hem. Neem hem overal mee naartoe. Stel je voor hoe hij naast je zit in de auto. Hij mag er zijn”.

En toen viel er een kwartje. Halleluja. Ineens begreep ik dat je niet zonder onvoorwaardelijk liefde voor jezelf, anderen echt onvoorwaardelijk lief kunt hebben. En in dat glasheldere moment besefte ik dat ik niet boven mezelf, ook niet tegenover mezelf, maar naast mezelf moet staan.

Lekker cliché

Soms kan ik enorm verlangen naar banale alledaagsheid. Geen fratsen, maar lekkere alledaagse dingen. Lekkere clichés. Het kan me niet schelen dat hun betekenis versleten is. Want dat zijn clichés, zinnetjes die zoveel zijn uitgesproken dat hun betekenis in verval is geraakt. Een cliché is een warm broodje dat te vaak over de toonbank is gegaan. Een cliché is niet hip. Een cliché is niet origineel. Nou. En. Soms is een cliché juist precies wat ik nodig heb. Een cliché is als je oude, vertrouwde lievelingstrui. Als je versleten sloffen. Het cliché is er altijd. In clichés kun je je heerlijk omwentelen in tijden van weemoed. Een cliché geeft altijd troost. Altijd.

De laatste tijd mijmer ik vaak. Over de zin van mijn leven. Over mijn rol als echtgenoot. En mijn rol als vader. In mijn rol als echtgenoot ben ik jammerlijk gestrand. Ik raakte op drift in de storm, om maar eens een cliché te gebruiken. En ik drijf nog iedere dag verder bij haar vandaan. Het verlies doet pijn. De wond is lelijk en diep. Vraag me af of de tijd die ooit zal kunnen helen. In dat cliché wentel ik me dagelijks om. Als ik andere stellen die wél een gezonde relatie hebben zie, dan word ik weemoedig en raak ik overmand door het gemis van warmte, troost en geborgenheid. En dan verlang ik dus vurig naar die banale alledaagsheid. Naar mijn oude vertrouwde, versleten, warme, oude trui. Lekker cliché.