Persoonlijk

Goeie Ex

Mijn dag begint betekenisvol. Ik word (min of meer) wakker met het inzicht dat ik ook een goede ex moet zijn. Eigenlijk was ik al wakker, maar het was nog maar 8:27 uur, terwijl ik me had voorgenomen om uit te slapen. Mijn gordijnen zijn niet lichtdicht, dus de slaapkamer was ook al veel te licht. Daarom besloot ik om eindelijk eens naar een podcast te luisteren die onlangs op TV in M werd besproken: Roel’s Sofasessies.

Roel van Velzen blijkt min of meer tegelijk met mij te zijn gescheiden vorig jaar. Ik had voorheen niets gemeenschappelijks met Roel. Ik wist dat hij bestond en dat hij aardig kan zingen. Maar nu blijken we allebei door een vergelijkbare hel te zijn gegaan. Net als ikzelf merkte Roel dat het helpt om over je scheiding te praten met anderen die vergelijkbare ervaringen hebben. Roel doet dat in zijn kennissenkring van BN-ers. Ik scrolde vanochtend door de gesprekken die hij al heeft opgenomen en pikte het gesprek met Claudia de Breij eruit: “Als je scheiding maar goed zit“.

Mijn scepsis over de podcast verdween al na enkele minuten. Het gesprek met Claudia kwam niet geregisseerd op me over. Het was echt een open gesprek. Ik ga hier niet het hele gesprek beschrijven. Luister vooral zelf. Wel moet ik even het inzicht kwijt dat het gesprek me gaf. Claudia vertelde dat haar ex in staat is gebleken om zich te verzoenen met de scheiding en later zelfs bij het tweede huwelijk van Claudia was. Gekscherend was de gezamenlijke conclusie van Roel en Claudia dus dat je een goeie ex moet kiezen. Dat betekent dus dat je een nieuwe liefde alvast beoordeelt op de potentie op het zijn van een goeie ex. Dat kan natuurlijk helemaal niet en ga je in je verliefdheid totaal aan voorbij.

Mijn inzicht kwam tijdens mijn luie zondagochtendontbijt. Gekookt eitje, beschuiten met jam, vers ontdooide boterham met hagelslag, grote kop dampende rooibosthee. En de radio aan tegen de stilte. Het gesprek van Roel en Claudia draaide nog door in mijn hoofd. Er was een nare vraag in mijn hoofd blijven hangen: Hoe goed is mijn ex? Die vraag voelde naar omdat ik me af begon te vragen of mijn ex diezelfde vraag ook zou stellen over mij. En toen viel mijn kwartje: om te kunnen beoordelen of ik mijn ex goed vind moet ik eerst kijken naar mezelf.

Een goede ex worden kost sowieso tijd. Dat ben je niet op dag 1 na de scheiding. En met scheiding bedoel ik niet de dag waarop de rechter je scheiding afhamert. Ik bedoel de dag waarop je samen met je ex het besluit neemt om te scheiden. De manier waarop die besluitvorming verloopt is ook heel bepalend voor hoe snel en hoe goed je in je nieuwe rol als ex-partner komt. Ik heb het allemaal ervaren als een orkaan die op mijn kustlijn beukte. Dus ik startte als een wrokkige, bokkige ex vol zelfmedelijden.

Intussen ben ik verder. Intussen kan ik mildheid opbrengen naar mijn ex. Bovendien begin ik langzaam los van haar te komen. Ik ben haar niets meer verschuldigd. Het lukt me steeds beter om haar te zien als de moeder van mijn kinderen. Als iemand met wie ik een goede verstandhouding zou moeten hebben, omwille van ons gedeelde ouderschap. Ik had me na de scheiding vooral gericht op het zijn van een goede vader, maar ik moet dus ook een goede ex zijn. Een mooi inzicht voor de zondagmorgen.

Flitsdaten

Een aantal maanden terug, nog net voor de coronagekte uitbrak, begaf ik me op een avond in een klein café, ergens in het Noorden van het land. Ik was onvoorbereid. Dat had ik bewust gedaan zodat ik alleen nog maar mezelf kon zijn. De tijd van indruk maken ligt heel ver achter me, maar misschien had ik daar destijds, achteraf gezien, meer werk van moeten maken.

Ik was niet de eerste die binnen kwam. Er zaten her en der al enkele gasten. Bij de ingang zat een jonge dame achter een laptop. Bij haar meldde ik me aan. Ze legde me de opzet van de avond uit en gaf me mijn tafelnummer en matchkaart. Ik bestelde een koffie en ging alvast aan mijn nog lege tafeltje zitten. Langzaamaan druppelde het voller, en op gegeven moment zaten aan ieder van de genummerde tafeltjes één heer en één dame. Dat was het moment waarop de organisatiedame van haar stoel achter de laptop op stond en ons welkom heette bij deze flitsdate-avond.

Hoe was ik hier nou toch verzeild geraakt? Die gedachte ging op dat moment door me heen. Bij louter toeval viel deze avond exact op de dag dat de scheiding van mij en mijn ex, formeel door de rechter was afgehamerd. We waren al bijna 3 jaar uit elkaar. Dat vormde dus één van de aanleidingen. Maar mijn verzeiling bij deze flitsdate-avond is grotendeels de “schuld” van een vriend die een tafeltje verderop zat. Hij had me overgehaald.

De opzet van de avond was eenvoudig. Je krijgt 6 minuten om met elkaar te praten. Als de bel gaat, schuiven de heren door naar de volgende tafel. Halverwege was er tijd voor een versnapering en een drankje.

En zo sprak ik op één avond met een dozijn vrouwen. Sommigen waren leuk, sommigen niet. Ik schreef de namen van de dames keurig op mijn mijn matchkaart, en maakte heel sporadisch een aantekening. Ik kan niet luisteren en schrijven tegelijk, dus vandaar. De gesprekken verliepen eigenlijk best gezellig. De 6 minuten waren soms veel te kort en soms ook lang genoeg. Opvallend genoeg werden eerst heel concrete vragen aan me gesteld: ben je gescheiden, heb je kinderen, wat voor werk doe je? Vragen over wat ik in mijn vrije tijd doe, werden vaak pas in tweede instantie gesteld. Ik deed dat zelf precies andersom. Bij een goed gevoel zette ik op mijn matchkaart een kruisje bij “match”. In totaal vier keer.

Het flitsdaten voelde voor mij laagdrempelig, en je zit meteen oog in oog met de dames. En in 6 minuten kun je best een goed beeld vormen van elkaar. Aan het eind van de avond moesten de matchkaarten worden ingeleverd. De vriend en ik dronken elders nog even een biertje en wisselden de ervaringen uit. We hadden allebei een erg leuke avond gehad en voelden ons erg goed over ons zelf. Het was voor ons allebei een eerste stap in een nieuw begin. Heel mooi om dit samen te kunnen delen.

Nadien heb ik een aantal gezellige dates gehad, maar het daten werd natuurlijk nogal bemoeilijkt door de coronacrisis. Sowieso had ik geen flauw benul meer hoe je überhaupt moet daten. Internet biedt dan wel soelaas. Daar vind je veel tips, waarvan de balangrijkste misschien wel  zijn dat je gewoon jezelf moet zijn, en interesse moet tonen in de ander. Als dat laatste niet vanzelf gaat, is het waarschijnlijk geen goeie match.

Wanneer ben je eigenlijk weer klaar voor nieuwe liefde? Dat is een vraag die ik van mezelf niet teveel mag stellen. Ik wil het ook niet te groot maken. Ik zet ministapjes, en wil niets overhaasten. Langzaam stel ik mezelf open. Het contact met andere vrouwen is vooral leuk. Vrouwen die al een half leven achter zich hebben, waarin ze zijn gevormd en krassen hebben opgelopen, net als ik. Dat levert mooie, open en persoonlijke gesprekken op. De wederzijdse nieuwsgierigheid en begrip voelt erg positief en ik merk dat ik er weer door opbloei. Niks mis mee. Toch goed dat ik me tot het flitsdaten heb laten over halen. Misschien wel het beste besluit van dit jaar.

Toeverlaat

Vandaag klampte hij me ineens aan. Een oude vriend. Want dat is hij eigenlijk. Hij is zwaar op de hand, maar dat hoort bij hem. Ons contact is altijd intens. Als geen ander is hij in staat om me te herinneren aan mijn kwetsbaarheid. Hij is mijn duistere kant. Hij is mijn angst en mijn haat. Hij is puur en oprecht. Nooit zal hij tegen mij liegen. Daartoe is hij eenvoudig niet in staat. Daarom vertrouw ik hem blindelings. In mijn meest angstige en eenzame momenten is juist hij me tot steun. Mijn toeverlaat voor mijn diepste gedachten. Hij waakt over me. Houdt me in evenwicht. Samen doorstonden we orkanen. Hij zorgde dat we in het hart ervan bleven. In de serene kalmte van de kern. Tot de storm voorbij was.

Mijn 2020

Het jaar waarin…
ik een extra geluksdag heb
ik nóg vaker in de roos schiet
ik huppel in mijn wijdse weide
ik nóg vrijer fluiten zal
ik de horizon weer tegemoet fiets
ik weer een tintje dieper vergrijs
ik precies een halve eeuw vol maak
ik me de koning nóg te rijker ga voelen
ik steviger sta dan ooit
ik mijn schatten nóg liever heb
ik met nóg vollere teugen geniet
ik nóg meer verstil en luister
ik weer meer verschil voel
ik zelfs jou niet veroordeel
ik nóg krachtiger vooruit beweeg
ik mijn horizon verder verbreed
ik niets verwacht en alles accepteer
ik mag barsten van onbescheidenheid



Resonantie

Het overkomt me de laatste tijd vaak dat ik me ineens heel erg verbonden voel met muziek waar ik naar luister. Die muziek ken ik meestal al jaren, maar plotseling raakt de tekst me. Plotseling begrijp ik helemaal waar het liedje over gaat, en kan ik me helemaal invoelen in de tekst. Het is denk ik zelfs omgekeerd: de teksten van de liedjes passen ineens heel goed bij hoe ik me voel.

Een paar voorbeelden:

I see the sun rising
And all you see is its fall, fall, fall


(“See the sun”, The Kooks)

Now there’s no point in placing the blame
And you should know I suffer the same
If I lose you
My heart will be broken


(“Frozen”, Madonna)

Your six blade knife can do anything for you
Anything you want it to
One blade for breaking my heart
One blade for tearing me apart
Your six blade knife-do anything for you


(“Six Blade Knife”, Dire Straits)

Ja, allemaal heel zielig voor mij. Ik heb het vast heel zwaar. Valt ook wel weer mee. De teksten hierboven resoneren nu gewoon lekker bij me. Raken precies de juiste snaren. Ze geven me de steun, de troost of het gelijk waar ik blijkbaar behoefte aan heb. Herken je dit? Bij welke teksten gaan jouw snaren trillen?

Last minute vlucht

Op de dag voor oudjaarsdag boekte ik, last minute, een overnachting in een hotelletje ergens in Duitsland. Haus am See, heette het hotel. Op oudjaarsdag, rond een uur of 2 ’s middags, vertrok ik. Ik hoefde niet ver, en dat wou ik ook niet. Na een uurtje kwam ik al aan bij het hotel. Het lag inderdaad direct “am See”.

Ik weet eigenlijk niet zo goed wat me ertoe bewoog om dit te doen. Dat klopt niet helemaal. Een deel van mijn beweegredenen weet ik prima. Ik wou er gewoon even tussen uit. Ik liep al sinds november met het idee om rond de jaarwisseling niet thuis te zijn. Maar dat was eigenlijk ook meteen het voornaamste: niet thuis hoeven te zijn.

En ik wilde alleen zijn. Niemand om me heen. Geen vrolijk en gezellig uiteinde met familie en/of vrienden. Ze wisten al een tijdje dat ik al “plannen had” met oud en nieuw. Dat had ik al laten doorschemeren. Op het allerlaatste moment heb ik nog even getwijfeld, maar thuis blijven was geen optie.

Zo kwam het dat ik op oudjaarsdag, rond het einde van de middag einsam rond kuierde in en in de omgeving van het oude Hanzestadje Haselünne. Het was er erg rustig. Alle winkels waren gesloten, en de meeste restaurants ook. Tegen vijven liep ik het enige restaurantje in dat wel open was, en vroeg om een tafeltje voor één persoon. Leider waren alle tafels gereserveerd, maar ik mocht wel bij een klein tafeltje bij de ingang zitten.

Daar maakte ik dankbaar gebruik van. Ik bestelde een biertje en een pizza. Niks mis mee. De binnendruppelende gasten die hadden gereserveerd groetten mij vriendelijk en wensten me Guten Apetit. Dat kon ook niet anders, want ik zat direct bij de ingang. Al snel zat het hele restaurant vol en keek ik tijdens het eten om me heen. Allemaal mensen die het gezellig hadden met elkaar.

Toen ik de espresso op had, rekende ik af en zwierf wat door de straatjes van het stadje. Ik bedacht dat ik hier zonder mijn opwelling waarschijnlijk nooit naartoe was gegaan. Dat ik hier liep was louter toeval. Het begon een beetje te regenen, dus ik liep terug naar het hotel. In mijn kamer doodde ik de tijd met lezen en televisie kijken.

Toen het tegen twaalven liep, ging ik weer naar buiten en liep als een dief in de nacht naar een bruggetje over de Hase. Daar had ik ’s middags ook gestaan en bedacht dat ik hier mooi naar het vuurwerk kon kijken. En daar had ik gelijk in. Toen de vuurpijlen zo langzaamaan op begonnen te raken liep ik terug naar mijn hotelkamer. Halverwege moest ik plotseling lachen om mezelf. “Du bist mir einer!”, riep ik lachend. Kein Hund die me kon horen, dus…

Na een vlug ontbijtje met slappe koffie, maar verse warme Brötchen reed ik naar Sögel om daar door de tuinen van Schloss Clemenswerth te wandelen. Het kasteel zelf was natuurlijk gesloten, maar dat wist ik. Het lag er verlaten bij. In de tuinen speurde ik naar verborgen schatten (geocaches) en vond ze. Terwijl ik naar de auto terug liep klonk de bel van de kapel. Mijn auto was nu vergezeld door veel grotere Duitse vehikels waaruit bedaarde zwart geklede mensen stapten.

Mijn kleine reisje zette zich voort richting het gat “Drögen”. Ik navigeerde namelijk naar de coördinaten van een andere een schat op mijn schatkaart. Op de plek waar ik uit kwam werd ik op slag verliefd. Ik sta op een voetgangersbrug over de Hase die zich hier dramatisch door het landschap slingert. De zon wist op dat moment door het grijze wolkendek te breken en ik hoorde mezelf wederom hardop lachen. Geluksvogel die ik ben.

En dan rij ik maar weer eens rustig naar mijn kleine appartementje in Nederland terug. Als ik weer thuis ben, voel ik me voldaan. Mijn gevoel past weer tussen mijn muren. Dat was denk ik het hele eiereten. Mijn gevoel had ruimte nodig. Dus moest ik de boel even ontvluchten, zodat mijn gevoel kon luchten. En dat is prima gelukt.

Gelukkig nieuwjaar lieve lezers. Hou van jezelf en pluk het geluk. Je vind het in het nu.


Lekker cliché

Soms kan ik enorm verlangen naar banale alledaagsheid. Geen fratsen, maar lekkere alledaagse dingen. Lekkere clichés. Het kan me niet schelen dat hun betekenis versleten is. Want dat zijn clichés, zinnetjes die zoveel zijn uitgesproken dat hun betekenis in verval is geraakt. Een cliché is een warm broodje dat te vaak over de toonbank is gegaan. Een cliché is niet hip. Een cliché is niet origineel. Nou. En. Soms is een cliché juist precies wat ik nodig heb. Een cliché is als je oude, vertrouwde lievelingstrui. Als je versleten sloffen. Het cliché is er altijd. In clichés kun je je heerlijk omwentelen in tijden van weemoed. Een cliché geeft altijd troost. Altijd.

De laatste tijd mijmer ik vaak. Over de zin van mijn leven. Over mijn rol als echtgenoot. En mijn rol als vader. In mijn rol als echtgenoot ben ik jammerlijk gestrand. Ik raakte op drift in de storm, om maar eens een cliché te gebruiken. En ik drijf nog iedere dag verder bij haar vandaan. Het verlies doet pijn. De wond is lelijk en diep. Vraag me af of de tijd die ooit zal kunnen helen. In dat cliché wentel ik me dagelijks om. Als ik andere stellen die wél een gezonde relatie hebben zie, dan word ik weemoedig en raak ik overmand door het gemis van warmte, troost en geborgenheid. En dan verlang ik dus vurig naar die banale alledaagsheid. Naar mijn oude vertrouwde, versleten, warme, oude trui. Lekker cliché.

Stapelspijt

Als ik de stommiteit inzie, dan volgt de sorry snel. Sorry zeggen kost me geen moeite. Niet omdat ik het niet meen natuurlijk. Al mijn sorry’s zijn gemeend. Ik geef uiteindelijk al mijn stommiteiten toe. Maar wat is een sorry waard als er geen verbetering op volgt? Wat nou als je steeds sorry zegt voor vergelijkbare stommiteiten? Wat nou als je een onverbeterlijke sufferd bent? Mag je dan nog wel sorry zeggen?

Is je spijt nog iets waard als je er niets van leert? Moet je altijd iets leren van spijt? Misschien geldt dat vooral voor stapelspijt. Je weet wel, dat is spijt voor steeds dezelfde stommiteit. Die spijtstapel moet niet te hoog worden, want anders kan je het als stapelspijtbetuiger niet meer overzien. Misschien moet een ontvanger van stapelspijt ook niet niet steeds die hele stapel onthouden. Maar mag je dat van die ontvanger verlangen?

Soms moet je een spijtstapel gewoon met zand bedekken. Zand erover, en opnieuw beginnen. Mijn eigen spijtstapel ziet er in mijn geestesoog meer uit als een berg dan een stapel. Een berg die wedijvert met de Mount Everest. Ik sta nietig aan de voet ervan en kijk er tegenop. Om daar zand overheen te doen zou je denk ik de hele Sahara leeg moeten scheppen. Dat vraagt om een onmetelijke inspanning. Onmetelijker nog dan de hoogte van mijn spijtberg.

Afspraak

Vertrouwen komt te voet en gaat te paard. Een waarheid als een koe wat mij betreft. Het vertrouwen in een ander bouw je langzaam op doordat je ziet dat deze je vertrouwen verdient. Door aandacht voor dingen die voor jou belangrijk zijn. Doordat aan jouw verwachtingen wordt voldaan. Doordat afspraken met jou worden nagekomen. Doordat er met jou wordt overlegd als afspraken niet kunnen worden nagekomen. En doordat de ander met een oplossing komt voor het niet kunnen nakomen van een afspraak.

Afspraak, afspraak, afspraak. Een woord dat in mijn hoofd een negatieve lading heeft gekregen. Begrijp me niet verkeerd, ik vind afspraken heel belangrijk. Alleen als je ervoor kiest om volledig geïsoleerd te leven zonder enig contact met anderen kun je misschien zonder afspraken. Mensen die met elkaar samenwerken, maken afspraken met elkaar. Die maak je bewust en expliciet. Als je een afspraak maakt met een ander, dan zeg je de ander iets toe. Daar is helemaal niets mis mee natuurlijk, en het is ook heel begrijpelijk dat het niet nakomen van een afspraak tot teleurstelling leidt. Temeer als er geen acceptabele verklaring voor komt. Bij stelselmatige herhaling slaat de teleurstelling om in frustratie en ergernis, en voor je het weet geeft vertrouwen het paard de sporen.

Tot zover is dit voor mij allemaal volkomen logisch. Bij mijn weten ben ik dan ook een integere persoon die zijn afspraken zo goed mogelijk na probeert te komen. En mocht de situatie zich voordoen dat dat van mijn kant niet gaat lukken, dan probeer ik met een oplossing te komen. Ik heb daarbij wel de sterke neiging om me tot het laatst toe vast te bijten in de afspraak. Op een te laat moment vlieg ik dan wel eens wat uit de bocht. Wat beslist beter kan is dat ik eerder aan de bel trek als het mis dreigt te gaan. Ik denk zelf dat dit komt doordat ik de ander (en vooral mijn “significante ander”) niet (alweer) teleur wil stellen. Dan worstel ik liever nog even verder en ga ik de confrontatie nog even uit de weg. Daarmee drijf ik de dingen wel eens op de spits. Dit is voor beide partijen niet goed. Ik beschadig het vertrouwen van de ander in mij, en daarbij ook het vertrouwen in mezelf.

Dit wetende heb ik toch met verbijstering het paard van vertrouwen bij me vandaan zien galopperen. Het wrange daarbij is dat ik vind dat ik altijd heel erg mijn best heb gedaan. De laatste tijd doe ik extra mijn best door me letterlijk en exact aan gemaakte afspraken te houden. Afspraken waar ik een bewuste toezegging voor heb gedaan. Ik controleer tegenwoordig ook voor de zekerheid of de ander iets als afspraak ziet terwijl dat voor mij nog “in het midden hangt”. Dat heb ik niet altijd door maar ik probeer het patroon dat daartoe leidt in de gaten te houden. Het gebeurt vaak dat ik de beleving heb van een nog niet vastomlijnd idee terwijl de ander dat idee al ziet als een afspraak.

Het patroon is als volgt: Ik word gevraagd naar mijn mening over een idee, en ik zeg dat ik het een goed idee vind. De ander vraagt nog even door of ik eventueel tijd zou hebben om met dat idee mee te helpen, en ik geef aan dat ik daar wel tijd voor heb. Dan heb ik in mijn beleving nog niets toegezegd. Om er een afspraak van te maken heb ik nog de expliciete stap nodig waarbij we echt afspreken welk aandeel ik heb in de totstandkoming van het idee, en dat we echt de tijdslijnen met elkaar afspreken hierover. Dat is toch normaal, of ben ik nou gek? Ik merk namelijk dat langzamerhand mijn vertrouwen in dit principe begint af te brokkelen.