Persoonlijk

Op zich

Er is op zich wel meer ruimte in mijn leven nu. Op zich is dat fijn. Ik doe waar ik zin in heb, en ik doe niet of ik stel uit waar ik op zich geen zin in heb. Misschien is er in dat opzicht op zich eigenlijk niets veranderd. Ik kan de positieve kanten van mijn situatie op zich natuurlijk best inzien. Ik heb veel meer tijd voor mezelf, en ik kan mijn leven op zich zo inrichten zoals ik dat wil. En op zich gaat me dat ook best goed af. Ik zorg op zich goed voor mezelf in de zin dat ik gezond en gevarieerd eet. Ik sta regelmatig in de keuken om voor mezelf te koken. Daar beleef ik op zich best plezier aan. Op zich kan ik ook best aardig koken al zeg ik het zelf.

Ik heb vaste grond onder mijn voeten nodig, een wat vaster thuishonk. Nu zit ik in een chaletje dat op zich prachtig ligt. Ik loop zo het bos in. Op zich heerlijk, maar ik voel me in zo’n hutje niet echt thuis. Dagelijks speur ik dus Funda af op zoek naar een betaalbaar huurwoninkje dat op zich niet al te ver ligt van waar mijn kinderen wonen. Er staat voor de komende week weer een bezichtiging in de agenda. Op zich ben ik niet al te kieskeurig. Een 2-kamer-appartement is op zich groot genoeg voor mij. Groter zal ik me op zich ook niet kunnen veroorloven. Dat appartementje zal ik dan moeten stofferen en inrichten. Daar kan ik me op zich best op verheugen. Ik hou me op zich natuurlijk ook aanbevolen voor meubels, potten, pannen en dergelijke waar je op zich wel vanaf zou willen.

Weet je, ik heb op zich best vertrouwen in de toekomst. Die toekomst is er wel. Ik weet alleen niet wat die me zal brengen. Op zich zou ik me natuurlijk niet te passief moeten opstellen. Mijn toekomst wordt immers voor een groot deel bepaald door mijn eigen keuzes. Dus ik moet niet afwachten wat het me brengt, maar vooruit kijken en de kansen en mogelijkheden benutten die ik zie. Op zich ben ik me daar prima van bewust. Dus ik moet niet zeggen dat ik niet weet wat de toekomst me brengt, maar dat ik me er onzeker over voel of ik de juiste keuzes maak. Dus ik kijk moedig vooruit.

Niet eens zo heel erg ver in de verte zie ik een tweesprong. Een splitsing van wegen. De ene loopt parallel aan een vertrouwde weg, de andere loopt daar juist bij vandaan. Op zich zou het ook kunnen dat die splitsing al achter me ligt, en dat ik weer ben blijven hangen in het verleden, vastgeklampt aan valse hoop. Dat is precies de lijdzaamheid waar ik vanaf moet. Je voelt ‘m aankomen: op zich begrijp ik dat heel goed, maar ik zwem in een zee vol maren. Woelige maren waar ik in dreig te verzuipen. De maren trekken me naar beneden, de diepte in. Een door mijzelf opgeworpen illusie natuurlijk. Dat snap ik op zich ook wel.

Advertenties

Niet oordelen

De laatste tijd probeer ik niet meer te oordelen. Of in ieder geval minder snel. Oordelen is eigenlijk mijn eerste reflex. Ik ben wantrouwig, en voel me snel aangevallen. Dat heeft te maken met mijn gebroken cirkel. Die cirkel is de achilleshiel van mijn ziel. Daar wil ik niet geknepen worden. Vooral met emotionele boodschappen van anderen heb ik moeite. Ik kan slecht luisteren naar iemand die op verwijtende toon tegen me praat. Kritiek is moeilijk, want ik vat het snel persoonlijk op. Zelfs als het helemaal geen kritiek is, maar alleen maar zo klinkt. Ik ben erg gevoelig voor de nuancering en woordkeuze. Ik neem dingen vaak ook veel te letterlijk. Het is om gek van te worden.

Het gekke is dat ik beter met kritiek van een wild vreemde om kan gaan, dan met kritiek van iemand die ik goed ken. Maar hoe meer ik van iemand hou hoe moeilijker ik kritiek van die persoon kan verwerken. Dat klinkt tegenstrijdig, maar het is zo. Vanwege mijn gebroken cirkel komen die mensen namelijk direct bij me binnen. Ze hebben direct toegang tot mijn kwetsbare ziel, dus ik voel me daar dan ook snel op (bij mannen zit de ziel trouwens voor een groot deel in hun geslachtsdeel…) getrapt.

Hoe moet je dan wel omgaan met (vermeend) kritiek? Nou, gewoon, niet oordelen. Het werkt in ieder geval heel goed om te voorkomen dat ik dicht sla. Ik hoor of lees de dingen die een potentieel gevaar voor mijn ziel vormen wel, maar ik probeer alleen te observeren. Hee, een prikkelend woord. Hee, een prikkelende opmerking. Niet oordelen. Geen aannames doen over wat de andere persoon ermee bedoelt. Gewoon doorgaan met luisteren. Of de e-mail gewoon doorlezen, desnoods nog twee keer nalezen. Ik kies er nu voor om niet in te gaan op de prikkelende opmerkingen. Ik kan er namelijk niets mee. Waar ik wel wat mee kan, dat pak ik op en reageer ik op.

Dat klinkt allemaal eenvoudig, maar dat is het niet. De scherpe, prikkelende woorden en opmerkingen van de ander komen voort uit de gemoedstoestand van de ander. Die emoties mogen er in principe zijn en zou ik serieus moeten nemen. De ander is geïrriteerd, boos, of misschien wel gewoon ongeduldig, of is moe of voelt zich niet lekker. Misschien zou ik die gemoedstoestanden uit de context moeten kunnen afleiden, of zou ik het met mijn telepathische vermogens direct moeten aflezen uit het hoofd van de ander, maar daar ben ik niet altijd even goed in. Wat ik wél kan is ophouden met het plakken van labeltjes aan de prikkelende opmerkingen. Want als ik er een labeltje aan heb gehangen, kan ik al niet meer luisteren, want een gelabelde opmerking staat te branden in mijn hoofd, en móet ik op reageren. Dus ik moet niet denken: wat een stomme, rottige, flauwe, vreemde, kinderachtige of vinnige opmerking, maar alleen observeren en doorgaan met luisteren (of lezen). Niet oordelen maar ontvangen.

Mooie theorie Mark, maar het is wel je achilleshiel. Dat klopt. Maar het lukt me toch, en daar ben ik best trots op. Weliswaar in mijn huidige kalme gemoedstoestand, maar toch. Niet oordelen is een mantra geworden. Ik denk het heel bewust bij het lezen van mailtjes en whatsapps van bepaalde personen. Ik doe zelfs een heuse micro-meditatie (5 tellen) voor ik het mailtje open. Even een paar keer diep ademhalen en denken: niet oordelen, niet oordelen, niet oordelen. En het werkt. Nu moet ik het nog integreren in mijn manier van omgaan met mensen, zodat het automatisch gaat. Het is een kwestie van oefenen denk ik. Dus als je me wil helpen, voorzie me dan maar van je meest ongezouten kritiek, dan zal ik beloven om niet te oordelen.

Stappen

Om vooruit te komen moet je stappen zetten. Het ene been voor het andere. Nu ik mezelf weer een beetje bij elkaar heb geraapt, probeer ik weer vooruit te kijken. Ik probeer weer een leven op te bouwen. Een leven waarin er plaats is voor mijn gezin, mijn hobby’s en mijn werk. Het lijkt erop dat ik voorlopig toch echt op eigen benen moet blijven staan. Dus ik zet stapjes richting het vergroten van mijn zelfstandigheid. Daarbij hoort ook de stap richting een eigen appartement, een nieuwe thuisbasis. Die stap voelt nog niet helemaal goed, maar ik denk dat ik er wel goed aan doe. Het voelt als het vergroten van de afstand tussen mijzelf en mijn vrouw. Maar het bivakkeren in hutjes op de hei (chaletjes, vakantiehuisjes, enz.), zoals ik nu doe, is niet goed voor mijn eigenwaarde en geeft me gewoon niet voldoende vastheid. Ik heb mijn eigen plek nodig, zo simpel is het.

Dat gaat natuurlijk best in de papieren lopen, en ik ben bepaald geen held in dat opzicht. ‘k Heb een broertje dood aan financiën en administratie, maar ik ben er toch ingedoken. Het is me gelukt om een heus maandelijks budget te maken. Ik weet nu vrij precies wat er in en uit gaat qua geld, en wat ik nodig zal hebben dit jaar. Eerlijk gezegd voelt dat erg goed. Op zichzelf is het een belangrijke stap richting zelfstandigheid. Mijn vrouw smeekt me al jaren om me meer te verdiepen in de gezamenlijke financiën, administratie en planning. Daar heb ik haar altijd teleur gesteld en het lekker aan haar overgelaten. Ze kan het ook veel beter dan ik. Lekker makkelijk voor mij. Ik zette daar eigenlijk maar weinig tegenover. Ja, ik deed de was en ik maaide het gras. En met heeeel veel tegenzin, deed ik ook de jaarlijkse belastingaangifte. De rest van alle verantwoordelijkheden liggen op de zachte schouders van mijn vrouw.

Dus ik zet stappen. Heel bewust. Richting mijn toekomst. Ik voel dat ik mijn zelfverzekerdheid weer een beetje terug heb gevonden. Het voelt goed. Ik betrap mezelf nog wel veel te vaak op de gedachte: “Wat zal mijn vrouw hiervan vinden?”, maar dan sla ik mezelf eens om de oren en denk dan: “Wat vind ik ervan?”. Nu weet ik het antwoord nog niet helemaal, maar ik geloof dat ik denk dat ik vind dat ik positief mag zijn over de stappen die ik zet.

 

Langsheen

Mijn vrouw en ik hebben een langsheen-relatie. Eigenlijk al jaren. Sinds oktober staat de relatie op pauze. Ik ben vertrokken en verschuil me in een hut in het bos. Tegenwoordig is “langsheen” niet meer gebruikelijk in onze taal. Zonde, want het drukt precies uit hoe een ongezonde relatie kan voelen. Mijn vrouw en ik praten, doen en leven langsheen elkaar. Wat ons nog bindt zijn de kinderen. Die ontstonden trouwens niet langsheen. We hebben met veel passie gevreeën. Ik kon mezelf helemaal in haar verliezen. Ergens diep in mij gloeit nog liefde voor mijn vrouw, maar het moet opboksen tegen verstikkende wrokgedachten. Waarom moet ik iemand zijn die ik niet kán zijn? Waarom kan ze me niet accepteren zoals ik ben? Waarom doet ze me dit allemaal aan? Waarom doet ze zo afstandelijk? Waarom doet ze zo kil? Ik rationaliseer die gedachten door ze in het hokje “projecties” te stoppen. Zoals de waard is, vertrouwt hij zijn gasten. Misschien worstelt zij met soortgelijke gedachten. Langsheen van die van mij. Als ik kon toveren

Cirkel

Er zit een denkbeeldige cirkel om je heen. Die van mij is kapot. Dat heeft mijn therapeut uitgelegd. Ze tekende een poppetje op het bord. Dat moest mij voorstellen. Er omheen tekende ze een cirkel. Dat is de grens om je heen waardoor je anderen wel of niet toelaat. Bij “normale personen” werken verstand en emotie goed met elkaar samen om te bepalen wie of wat je toelaat.

Je verstand en je emotie hebben een ouder-kind-relatie. Je verstand is de ouder, je emotie het kind. Het kind moet luisteren naar de ouder. Maar de ouder moet het kind verzorgen en beschermen. Als die relatie is verstoord, dan werkt je cirkel niet meer goed. Je bent dan niet meer goed in staat om je grenzen te verdedigen. Om dit te illustreren veegde ze met haar vinger delen van mijn cirkel weg op het bord. Daardoor kunnen bepaalde mensen en de dingen die ze zeggen ongehinderd bij je binnen komen. Je voelt je dan onveilig en aangevallen. Ze tekende allemaal pijlen die van alle kanten door mijn cirkel heen kwamen en direct bij het arme poppetje uitkwamen.

Door trauma’s als gevolg van heftige gebeurtenissen zoals bijvoorbeeld, scheiding van ouders (check!), het verliezen van een dierbare persoon (check!) en stelselmatige miskenning en vernedering (check!), kan de relatie tussen je verstand en je emotie behoorlijk scheef zakken. In mijn geval heeft mijn verstand een vesting gebouwd en mijn emotie daarin opgesloten. Verdrongen, afgewezen. Mijn verstand bepaalt nu helemaal in z’n uppie wie er in mijn hoofd wordt toegelaten: in principe niemand. In principe is alles een aanval op mij.

Mijn relatie is in een grote crisis terecht gekomen en ik kon mijn koffers pakken. Kort daarna kwam ik in een diepe depressie. De hele bodem viel onder me vandaan. Schreeuwend en brullend brak mijn emotie vrij uit de vesting, en ging de strijd aan met mijn verstand. In al zijn furie haalde mijn emotie fel uit. Natuurlijk sloeg mijn verstand bikkelhard terug. Ga terug in je hok, en blijf daar!

De emotie heeft zich weer terug getrokken, maar ik voel het in me branden. Ik voel weer. Mijn emotie is de underdog die tegen alle waarschijnlijkheid in beseft dat het lot van mijn hele wereld van hem afhankelijk is. Hij moet het opnemen tegen het oppermachtige verstand. Dat verstand is verbitterd en verworden tot een kille, sinistere entiteit. Mijn emotie moet het daartegen opnemen en de balans weer herstellen. Misschien moest ik nu ook maar een fantasy-saga à la Lord of the Rings gaan schrijven.

Zacht

Hou het zacht. Dat is een advies dat ik onlangs van iemand kreeg. Meer een voorschrift dan een advies eigenlijk. Hij zag namelijk verharding bij me. Dat kwam door hardheid die ik voelde van iemand anders. Nou ja, eigenlijk is ze niet “iemand anders”. Alhoewel, ze is niet meer de persoon die ik dacht te kennen.

Maar ik ken mezelf ook niet meer terug, dus ik vind dat ik niet mag oordelen over haar “andersheid”. Misschien was zij al die tijd wel gewoon hetzelfde, maar zie ik haar nu anders. In ieder geval voel ik van haar kant hardheid. En ik merk dat ik me aan het bewapenen ben. Klaar om uit te halen.

Goed, ik moet het dus zacht houden. Zacht zijn naar iemand is ontvangen zonder te oordelen. Zacht zijn is luisteren en voelen. Zacht zijn is verdragen. Zacht zijn is niet alles voelen als een aanval. Zacht zijn is ontwapenen, jezelf kwetsbaar maken. Zacht zijn vraagt moed. Voor mij voelt zachtheid dus als het tegenovergestelde van wie ik ben geworden. Empathie tegenover agressie.

Ik zou die voorgeschreven zachtheid eigenlijk eerst naar binnen moeten richten. Mezelf verdragen zoals ik ben. Zachtheid is misschien wel de nieuwe betekenis die ik zoek in mijn leven, mijn spirituele pad. Ik zeg “misschien” omdat ik onzekerheid voel, en ongeloof. Kan ik mijn leven echt verrijken met zachtheid? Mijn barricades voelen zo vertrouwd. Die heb ik in de loop der jaren opgeworpen om mezelf te beschermen.

Ik mocht niet dom zijn. Ik mocht niet onhandig zijn. Ik mocht niet zwak zijn. Maar ik mocht ook niet te slim zijn. En niet te handig. En niet te sterk. Dat is mijn stelsel van barricades. Ze hebben me gedefinieerd en ik ben er mee versmolten. In alle zachtheid die ik naar mezelf kan opbrengen vind ik dat ik mezelf eigenlijk niet mag identificeren met mijn barricades. Ze zijn namelijk niet echt.

Autist

Ben ik een autist? Die vraag gaat de laatste tijd vaak door mijn hoofd. Persoonlijk denk ik eigenlijk niet dat ik uitgesproken autistisch ben. Misschien lichten bepaalde kenmerken uit het autismespectrum bij mij een ietsiepietsie meer op dan bij anderen.  Als ik de kenmerken van autisme bij volwassenen af ga, herken ik mezelf maar in een paar dingen:

Ja, ik heb de neiging om taal letterlijk te nemen.
Ja, ik ben vrij gevoelig voor geluid.
Ja, ik heb een slecht inlevingsvermogen.
Ja, ik hou stevig vast aan mijn eigen overtuiging.
Ja, ik hoor niet altijd alles (vooral dingen die me niet interesseren) en vergeet dingen die mijn interesse niet hebben
Ja, ik heb een sterke behoefte aan structuur en regelmaat.
Ja, ik kan vrij slecht tegen veranderingen in mijn leefomgeving.
Ja, ik breng graag tijd alleen door.

Bepaalde kenmerken heb ik juist de negatief van. Zoals de communicatie tot de essentie beperken. Ik ben juist een uitgesproken praatjesmaker. Als het gaat om taal kan ik een enorme pietlut zijn, maar over het algemeen heb ik juist heel weinig oog voor detail, eerder het tegenovergestelde. Ik ben van de grote lijnen. Liefst rechte. Je zou kunnen zeggen dat ik daar wél de essentie op zoek.

En bij een sociale vaardigheidstraining heb ik ooit eens te horen gekregen dat ik mensen zo intens aankijk dat ze er nerveus van worden. Sinds ik dat weet hou ik daar rekening mee en kijk regelmatig even weg. Daarom neem ik altijd een notitieblok mee. Dan kan ik daar af en toe even in kijken. Ik maak trouwens nauwelijks aantekeningen, want anders hoor ik nóg minder van het gesprek.

Dus, ben ik autistsch? Ik denk zelf van niet. Jazeker, ik ben rechtlijnig en absolutistisch. Ik geloof trouwens dat ik in wezen helemaal niet absolutistisch ben. Ik kwam niet absolutistisch op de wereld, maar ik ben zo verworden. Het is een laag die ik om mijn miskende zieltje heb gemetseld en nu zo aan gewend ben dat ik daar mee vergroeid ben geraakt. Ik geef het mijn psychotherapeut te doen.