Relationeel

Punt

En dan staat er ineens een punt achter. Het geval kwam er nogal plompverloren terecht, maar staat er desalniettemin. Achter een lange relatie die prachtig begon, maar hopeloos vast liep. Dat kon ik lange tijd niet geloven, laat staan accepteren. Nu zie ik het anders. De punt was onvermijdelijk.

De vlam was al jaren uit de relatie. Het is langzaam verstikt. De vlam werd niet meer gevoed en dus verwaarloosd. Ik verwijt mezelf dat ik dit negeerde en deed alsof er niets aan de hand was. Of ik echt iets had kunnen doen betwijfel ik.

Ze zeggen wel eens dat je vaak onbewust een partner kiest die de rol van een van je ouders kan overnemen. Omdat je nog iets uit te zoeken hebt met de invloed van die ouder. Mijn vader had een hele sterke invloed op me. Hij had een verstikkende manier van opvoeden. Alles moest gaan zoals hij dat wilde, punt uit. Ik had veel ontzag voor hem en heb nog steeds een sterke hang naar zijn bevestiging. Die kreeg ik zelden. Hij wees me vooral op mijn tekortkomingen. Hoe hard ik ook mijn best deed.

Misschien kwam ik daarom uit bij een partner met een sterke persoonlijkheid die ontzag bij me inboezemde. Misschien was ik te weerloos. Misschien werd ik daarom al even afhankelijk van haar bevestiging. Misschien had ik twintig jaar nodig om daar vanaf te komen. Misschien had ik een zware mentale crisis nodig om mezelf weer terug te vinden. Misschien moet ik die punt niet zien als een eindpunt maar juist als een keerpunt.

Advertenties

Langsheen

Mijn vrouw en ik hebben een langsheen-relatie. Eigenlijk al jaren. Sinds oktober staat de relatie op pauze. Ik ben vertrokken en verschuil me in een hut in het bos. Tegenwoordig is “langsheen” niet meer gebruikelijk in onze taal. Zonde, want het drukt precies uit hoe een ongezonde relatie kan voelen. Mijn vrouw en ik praten, doen en leven langsheen elkaar. Wat ons nog bindt zijn de kinderen. Die ontstonden trouwens niet langsheen. We hebben met veel passie gevreeën. Ik kon mezelf helemaal in haar verliezen. Ergens diep in mij gloeit nog liefde voor mijn vrouw, maar het moet opboksen tegen verstikkende wrokgedachten. Waarom moet ik iemand zijn die ik niet kán zijn? Waarom kan ze me niet accepteren zoals ik ben? Waarom doet ze me dit allemaal aan? Waarom doet ze zo afstandelijk? Waarom doet ze zo kil? Ik rationaliseer die gedachten door ze in het hokje “projecties” te stoppen. Zoals de waard is, vertrouwt hij zijn gasten. Misschien worstelt zij met soortgelijke gedachten. Langsheen van die van mij. Als ik kon toveren

Pauze

Het voelt allemaal nog zo onwerkelijk. Ik ben vertrokken. Nou ja, opgekrast. Hopelijk tijdelijk, maar ik hou er rekening mee dat het langer gaat duren dan me lief is voordat alles weer goed is. Misschien komt niet alles weer helemaal goed. In mijn hoofd wervelen sterke emoties. Wedijveren met elkaar. Verdriet, boosheid, maar ook vreugde. Verdriet omdat ik alles mis wat ik lief heb. Boosheid omdat ik  me verstoten voel. Omdat ik me miskend voel. Al weer. Ik ben boos op de miskenning zelf. Ik zie het als de oorzaak van mijn problemen. En ik was heel hard bezig om mijn eigen kinderen ook te miskennen. Stommeling.

De vreugde is een verrassing. Tussen het tumult van de zware emoties met daartussen periodes van gelatenheid komen ook kleine momentjes van vreugde en geluk. Lichtpuntjes. Ik had niet verwacht dat die er toch zouden zijn, en zo snel al. Sinds mijn vertrek is de band met mijn dochter enorm verbeterd. De kleine momentjes die ik nu met haar samen heb voel ik me blij en dankbaar. Ik besef me dan hoe geweldig ze is. Ik besef me dan ook hoezeer ik haar tekort heb gedaan. Mijn dochter en ik kunnen er nu heel open over praten. Ze is ineens zo groot en verstandig. Bijna geen kind meer. Ik heb ineens een diepe bewondering voor haar. Nu mijn ogen open staan zie ik het. Ik was blind. Nee, ik besteedde geen aandacht aan dingen die écht belangrijk zijn.

Eigenlijk denk ik dat de band tussen mij en mijn dochter altijd al heel hecht was. Qua karakter lijken we heel veel op elkaar. Thuis botsten we voortdurend. Ze is net zo’n gepassioneerd heethoofd als ik. Nu ik weg ben heeft iedereen veel meer ruimte om zichzelf te zijn. Met mijn enorme ego nam ik bijna alle ruimte in beslag. Met mijn dwangmatige, controlerende en te veel beschermende manier van opvoeden verstikte ik de ontwikkeling van de kinderen. Ze kregen nauwelijks ruimte om fouten te maken. En tegelijkertijd maakte ik voortdurend fouten waarvan ik niet leerde.

Nu ben ik dus weg. Ik woon tijdelijk in het vakantiehuisje van mijn schoonouders. Ik mag het 3 weekjes gebruiken, dus ik moet op zoek naar iets anders. Vanmiddag heb ik een ander vakantiehuisje bekeken. Een klein en oud huisje in zo’n park vol stacaravans. Misschien is het wel wat. De huur is veel te hoog, maar ik moet toch wat. Als ik maar niet om de zoveel weken naar iets anders op zoek moet.

Afgelopen maandag ben ik vertrokken. Zes dagen geleden. Maar nu al voelt het heel raar om door mijn “oude” buurt te rijden. Het doet pijn, want mijn oude routes waren mijn “normaal”. Alles dat normaal was doet nu pijn. Alles dat normaal was moet ik nu missen. Gelukkig was ik de helft van deze week in het buitenland voor mijn werk. Een beursbezoekje in München. Een zeer welkome afleiding. Gisteravond kwam ik, dankzij vertraging van zowel vliegtuig als trein pas na middernacht “thuis” in het kleine vakantiehuisje van mijn schoonouders. Als een dief in de nacht. Het was er steenkoud. Er wachtte niemand op me. Dan voel je het.

Maar deze ochtend ging ik met mijn dochter naar de open dag van de brandweer. Samen stegen we op in de lift van de hoogwerker. We genoten daar van het uitzicht en maakten een blije selfie die ik naar de gezins-whatsappgroep appte. Alsof er niks aan de hand is. Klopt natuurlijk niet. Je gaat niet zomaar voor de lol een tijdje uit elkaar. Je besluit niet zomaar om een tijdje apart van je gezin te gaan wonen. Ik heb problemen, en ik zie ze dan maar eens onder ogen.

Even een pauze in de relatie, zei laatst iemand tegen me. Zodat iedereen eventjes tot rust kan komen. Dat gebeurt wel vaker, zo wordt gezegd. Pauze. Ik vraag me alleen af of we de voorstelling nog wel gaan afkijken. Het plot deugt niet, de spelers komen niet tot hun recht, en de rollen moeten beter worden verdeeld. Eigenlijk moet het script de prullenbak in. Na de pauze gaan we verder zonder script. En tijdens de pauze maak ik me los van de rol van de charismatische, egocentrische slechterik. Dus geen J.R. meer. Eens kijken of ik ook een Bobby kan zijn.

Muggen uit de porseleinkast

Bloeddorstig zoemend zweeft zij
Aan kop en schoteltjes voorbij
Vederlicht, zes pootjes ragfijn
Onschadelijk voor ’t porselein
Geen probleem, hooguit irritant
Tot ze plots verandert in een olifant
Alweer ligt in luttele momenten
Het hele servies in gruzelementen
Maar vanaf nu ben je op je hoede
Bij de eerste tekenen van woede
Jaag jij voortaan alvast
Alle muggen uit de porseleinkast

Gelijk krijgen

Het woordje “gelijk” kennen we in onze taal als een bijvoeglijk naamwoord (hetzelfde), een bijwoord (op hetzelfde moment) en als zelfstandig naamwoord (juistheid). Dit is dan dus een prima Nederlandse zin: “Over een gelijk gelijk gelijk gelijk krijgen”.

Als zelfstandig naamwoord is “gelijk” vaak iets dat je de ander niet gemakkelijk geeft. Zeker niet als die ander wel degelijk gelijk moet hebben. Eigenlijk maakt het niet uit of je die ander dan gelijk geeft of niet, want zij (of hij) had het immers de hele tijd al (ook als dat pas later duidelijk wordt). Dus iemand gelijk geven is taalkundig eigenlijk onlogisch. Gelijk krijgen dan dus ook. Tenzij je natuurlijk het bijwoord “gelijk” bedoelt, dan is het wel weer logisch. Ik krijg gelijk nieskriebels als ik peper op snuif. Ik geef hem gelijk lik op stuk.

Gelijk krijgen geeft soms een katergevoel. Soms zou je het liever niet krijgen. Maar tegelijk kan je ook heel verongelijkt zijn als je het niet blijkt te hebben. Het is niet eerlijk dat ik geen gelijk krijg! Op zulke momenten strijk ik dan maar weer over mijn hart. Tuurlijk mag jij ook gelijk hebben stumper. Kom maar, dan krijg jij van mij fijn een beetje gelijk. Moet je niet denken dat de ontvanger van een dergelijk gelijk dan gelijk tevreden is. Oooo nee.

Ontbozen

We hebben het wel eens over onthaasten. Je kan ook niet alsmaar door jagen. Dan loop je jezelf alleen maar voorbij en staat je langzame zelf naar het gejaagde achterhoofd van je haastige zelf te kijken.

Maar ik heb het nu maar eens even over ontbozen. Je kunt niet alsmaar boos zijn. Ik lijk de laatste tijd wel voortdurend boos te zijn. Mijn tenen zijn veel te lang en mijn lontje is te kort. Mijn leven is ook veel te kort voor al die onzinnige boosheid. Even wat voorbeelden van onzinnige boosheid: ik word boos als de kinderen teveel hagelslag op brood doen (“ja maar papa, ik kán het gewoon niet zo goed en dan schiet er steeds teveel uit”), als ze steeds hetzelfde deuntje neuriën (ja maar papa, ik krijg het liedje niet uit mijn hoofd), als ze te hard stampen op de trap (ja maar papa, ik struikel steeds), als ze de bordjes scheef in de vaatwasser zetten (ja maar papa, de bordjes vallen steeds vanzelf scheef), als ze de koelkastdeur twee tellen te lang open laten staan (“ja maar papa, ik kreeg het melkpak niet in de deur”), als ze deuren te hard achter zich dicht kwakken (“ja maar papa, de deurklink gaat zo moeilijk”). 

Kortom: ik moet ontbozen. Dat zei ik vanavond nog tegen mijn dochtertje. Op haar ben ik wel het allermeest onzinnig boos. En weet je wat ze zei? Het was te schattig, echt. Ze zei: “Papa, ik begrijp het wel hoor, vier kinderen opvoeden is ook wel heel zwaar denk ik”. Op zulke momenten barst ik van de spijt en wil ik nooit meer boos worden.

Er is een verband met haast natuurlijk. Door gejaagdheid daalt je geduld tot onder nul. En een laag geduldpeil zorgt ervoor dat mijn bloed al op kamertemperatuur aan de kook raakt. Dus ik moet vooral ook toch maar onthaasten. Relax papa, relèèèèèx. Alles loslaten. Ik zou er volgens mijn vrouw versteld van staan hoe weinig er allemaal misgaat als ik niet op alles loop te letten. En ik zou er versteld van staan hoeveel energie het oplevert. Snap ik allemaal best wel. Maar ik heb last van chronische kramp in mijn geduld waardoor ik niet kán loslaten. Zie je wel, het ligt niet aan mij…