Relationeel

Kwelhoop

Hoop doet leven, zo luidt het gezegde. Maar ik weet dat niet meer zo zeker. Ik koester te vaak valse hoop. Hoop die me kwelt. Die hoop doet sterven. De ironie is dat mijn valse hoop begint in mijn hart. Diep in mijn hart. Wie me daar raakt maakt me óf zielsgelukkig, óf doodongelukkig. Iemand te verliezen van wie je zielsveel houdt is des te erger als je gekweld wordt door valse hoop. Die laait toch iedere keer maar weer op. Die hoop gijzelt me en verscheurt me. En ik doe het mezelf aan zolang ik je niet los laat. Dat besef is gek genoeg glashelder. Waarom kom ik niet van je los? Waarom is dat zo verschrikkelijk moeilijk? Ik zou soms willen dat ik je kon zeggen dat ik je mis, maar we kunnen elkaar al heel lang niet meer bereiken. Ik heb me voor je afgesloten omdat ik geen andere manier weet om mezelf te beschermen. In mijn hart draag ik jou mee zoals ik denk dat ik je ken. Ik geloof niet dat ik me in je vergissen kan. Het plaatje dat ik in mijn hart draag is me oneindig lief. Misschien heb ik jou wel opgesloten in mij. Misschien is jouw vrijheid wel mijn vrijheid. Verwarrende gedachten die maar rondspoken in mijn kop. Kwelgeesten.

Naast je

Iemand die je beweegt,
je zonder voorwaarden
lief heeft.
Iemand die je vast houdt,
je zonder aarzeling
troost geeft.
Iemand die je draagt,
je onbevangen
steun geeft.
Iemand die je laat zijn,
je vol vertrouwen
ruimte geeft.
Iemand die je begrijpt,
je zonder woorden
diep raakt.
Iemand die naast je staat,
je vol tederheid
kracht geeft.
Iemand niet tegenover je,
niet boven je,
maar naast je.

Zuivere waarheid

In de afgelopen periode heb ik geleerd dat ik een eigen waarheid heb. Een hele waarheid, helemaal van mezelf. En mijn eigen waarheid mág er ook zijn. Dat is een geruststellende gedachte. Jij hebt er ook eentje. Iedereen heeft een eigen waarheid. Jouw waarheid is grotendeels ook mijn waarheid. Maar hier en daar zien we dingen net een beetje anders. En soms lijkt het verschil onoverbrugbaar groot. Frustrerend groot. Maar ik heb ook geleerd dat het in het leven niet draait om “je gelijk”. Leven met anderen gaat niet over het opleggen van jouw waarheid. Inspireren mag natuurlijk wel. Ik raak regelmatig geïnspireerd door iemand die ik ontmoet. Dan zie ik ineens dat mijn waarheid een beetje moet worden bijgesteld.

Ik weet nu ook dat liefde nooit mag draaien om gelijk hebben. Wel om het respect voor elkaars waarheid. En om de zuiverheid van je eigen waarheid. Ben ik eerlijk naar mezelf? Kijk ik diep genoeg naar binnen om mijn echte waarheid te zien? Zie ik mezelf wel echt zoals ik ben? Dat zijn de vragen die de laatste tijd veel door mijn hoofd gaan. In de jaren heb ik heel veel laagjes om mijn pure ik heen gelegd. Ter bescherming. Ik heb me met die laagjes vereenzelvigd, en ben ermee vervlochten geraakt. Maar ook dat is normaal, weet ik nu. Probeer door al die lagen maar eens je eigen zuiverheid te zien. De twijfel slaat dan gemakkelijk toe. Misschien maak ik het wel te groot. Misschien moet ik niet kijken, maar voelen.

Over liefde gesproken: die van mij is dus totaal vast gelopen. Op wantrouwen. Ik ben er de deur om uitgezet. En nu denk ik na over de manier waarop ik het vertrouwen denk te gaan herstellen. Niet met mooie woorden in ieder geval. Ik heb al stevig gewerkt aan het herstel van het vertrouwen in mezelf. En sinds vandaag vraag ik me dus af hoe zuiver mijn waarheid is. Ik bedenk me ook dat ieders waarheid is doortrokken met onzuiverheden. Die maken ons ook tot de mensen die we zijn. Daarom vinden we de klanken van akoestische instrumenten misschien ook wel puurder dan de klanken van elektronische instrumenten. Vanwege de onzuiverheden en onvolkomenheden in de ziel van die instrumenten.

 

Pauze

Het voelt allemaal nog zo onwerkelijk. Ik ben vertrokken. Nou ja, opgekrast. Hopelijk tijdelijk, maar ik hou er rekening mee dat het langer gaat duren dan me lief is voordat alles weer goed is. Misschien komt niet alles weer helemaal goed. In mijn hoofd wervelen sterke emoties. Wedijveren met elkaar. Verdriet, boosheid, maar ook vreugde. Verdriet omdat ik alles mis wat ik lief heb. Boosheid omdat ik  me verstoten voel. Omdat ik me miskend voel. Al weer. Ik ben boos op de miskenning zelf. Ik zie het als de oorzaak van mijn problemen. En ik was heel hard bezig om mijn eigen kinderen ook te miskennen. Stommeling.

De vreugde is een verrassing. Tussen het tumult van de zware emoties met daartussen periodes van gelatenheid komen ook kleine momentjes van vreugde en geluk. Lichtpuntjes. Ik had niet verwacht dat die er toch zouden zijn, en zo snel al. Sinds mijn vertrek is de band met mijn dochter enorm verbeterd. De kleine momentjes die ik nu met haar samen heb voel ik me blij en dankbaar. Ik besef me dan hoe geweldig ze is. Ik besef me dan ook hoezeer ik haar tekort heb gedaan. Mijn dochter en ik kunnen er nu heel open over praten. Ze is ineens zo groot en verstandig. Bijna geen kind meer. Ik heb ineens een diepe bewondering voor haar. Nu mijn ogen open staan zie ik het. Ik was blind. Nee, ik besteedde geen aandacht aan dingen die écht belangrijk zijn.

Eigenlijk denk ik dat de band tussen mij en mijn dochter altijd al heel hecht was. Qua karakter lijken we heel veel op elkaar. Thuis botsten we voortdurend. Ze is net zo’n gepassioneerd heethoofd als ik. Nu ik weg ben heeft iedereen veel meer ruimte om zichzelf te zijn. Met mijn enorme ego nam ik bijna alle ruimte in beslag. Met mijn dwangmatige, controlerende en te veel beschermende manier van opvoeden verstikte ik de ontwikkeling van de kinderen. Ze kregen nauwelijks ruimte om fouten te maken. En tegelijkertijd maakte ik voortdurend fouten waarvan ik niet leerde.

Nu ben ik dus weg. Ik woon tijdelijk in het vakantiehuisje van mijn schoonouders. Ik mag het 3 weekjes gebruiken, dus ik moet op zoek naar iets anders. Vanmiddag heb ik een ander vakantiehuisje bekeken. Een klein en oud huisje in zo’n park vol stacaravans. Misschien is het wel wat. De huur is veel te hoog, maar ik moet toch wat. Als ik maar niet om de zoveel weken naar iets anders op zoek moet.

Afgelopen maandag ben ik vertrokken. Zes dagen geleden. Maar nu al voelt het heel raar om door mijn “oude” buurt te rijden. Het doet pijn, want mijn oude routes waren mijn “normaal”. Alles dat normaal was doet nu pijn. Alles dat normaal was moet ik nu missen. Gelukkig was ik de helft van deze week in het buitenland voor mijn werk. Een beursbezoekje in München. Een zeer welkome afleiding. Gisteravond kwam ik, dankzij vertraging van zowel vliegtuig als trein pas na middernacht “thuis” in het kleine vakantiehuisje van mijn schoonouders. Als een dief in de nacht. Het was er steenkoud. Er wachtte niemand op me. Dan voel je het.

Maar deze ochtend ging ik met mijn dochter naar de open dag van de brandweer. Samen stegen we op in de lift van de hoogwerker. We genoten daar van het uitzicht en maakten een blije selfie die ik naar de gezins-whatsappgroep appte. Alsof er niks aan de hand is. Klopt natuurlijk niet. Je gaat niet zomaar voor de lol een tijdje uit elkaar. Je besluit niet zomaar om een tijdje apart van je gezin te gaan wonen. Ik heb problemen, en ik zie ze dan maar eens onder ogen.

Even een pauze in de relatie, zei laatst iemand tegen me. Zodat iedereen eventjes tot rust kan komen. Dat gebeurt wel vaker, zo wordt gezegd. Pauze. Ik vraag me alleen af of we de voorstelling nog wel gaan afkijken. Het plot deugt niet, de spelers komen niet tot hun recht, en de rollen moeten beter worden verdeeld. Eigenlijk moet het script de prullenbak in. Na de pauze gaan we verder zonder script. En tijdens de pauze maak ik me los van de rol van de charismatische, egocentrische slechterik. Dus geen J.R. meer. Eens kijken of ik ook een Bobby kan zijn.

Muggen uit de porseleinkast

Bloeddorstig zoemend zweeft zij
Aan kop en schoteltjes voorbij
Vederlicht, zes pootjes ragfijn
Onschadelijk voor ’t porselein
Geen probleem, hooguit irritant
Tot ze plots verandert in een olifant
Alweer ligt in luttele momenten
Het hele servies in gruzelementen
Maar vanaf nu ben je op je hoede
Bij de eerste tekenen van woede
Jaag jij voortaan alvast
Alle muggen uit de porseleinkast

Gelijk krijgen

Het woordje “gelijk” kennen we in onze taal als een bijvoeglijk naamwoord (hetzelfde), een bijwoord (op hetzelfde moment) en als zelfstandig naamwoord (juistheid). Dit is dan dus een prima Nederlandse zin: “Over een gelijk gelijk gelijk gelijk krijgen”.

Als zelfstandig naamwoord is “gelijk” vaak iets dat je de ander niet gemakkelijk geeft. Zeker niet als die ander wel degelijk gelijk moet hebben. Eigenlijk maakt het niet uit of je die ander dan gelijk geeft of niet, want zij (of hij) had het immers de hele tijd al (ook als dat pas later duidelijk wordt). Dus iemand gelijk geven is taalkundig eigenlijk onlogisch. Gelijk krijgen dan dus ook. Tenzij je natuurlijk het bijwoord “gelijk” bedoelt, dan is het wel weer logisch. Ik krijg gelijk nieskriebels als ik peper op snuif. Ik geef hem gelijk lik op stuk.

Gelijk krijgen geeft soms een katergevoel. Soms zou je het liever niet krijgen. Maar tegelijk kan je ook heel verongelijkt zijn als je het niet blijkt te hebben. Het is niet eerlijk dat ik geen gelijk krijg! Op zulke momenten strijk ik dan maar weer over mijn hart. Tuurlijk mag jij ook gelijk hebben stumper. Kom maar, dan krijg jij van mij fijn een beetje gelijk. Moet je niet denken dat de ontvanger van een dergelijk gelijk dan gelijk tevreden is. Oooo nee.

Ontbozen

We hebben het wel eens over onthaasten. Je kan ook niet alsmaar door jagen. Dan loop je jezelf alleen maar voorbij en staat je langzame zelf naar het gejaagde achterhoofd van je haastige zelf te kijken.

Maar ik heb het nu maar eens even over ontbozen. Je kunt niet alsmaar boos zijn. Ik lijk de laatste tijd wel voortdurend boos te zijn. Mijn tenen zijn veel te lang en mijn lontje is te kort. Mijn leven is ook veel te kort voor al die onzinnige boosheid. Even wat voorbeelden van onzinnige boosheid: ik word boos als de kinderen teveel hagelslag op brood doen (“ja maar papa, ik kán het gewoon niet zo goed en dan schiet er steeds teveel uit”), als ze steeds hetzelfde deuntje neuriën (ja maar papa, ik krijg het liedje niet uit mijn hoofd), als ze te hard stampen op de trap (ja maar papa, ik struikel steeds), als ze de bordjes scheef in de vaatwasser zetten (ja maar papa, de bordjes vallen steeds vanzelf scheef), als ze de koelkastdeur twee tellen te lang open laten staan (“ja maar papa, ik kreeg het melkpak niet in de deur”), als ze deuren te hard achter zich dicht kwakken (“ja maar papa, de deurklink gaat zo moeilijk”). 

Kortom: ik moet ontbozen. Dat zei ik vanavond nog tegen mijn dochtertje. Op haar ben ik wel het allermeest onzinnig boos. En weet je wat ze zei? Het was te schattig, echt. Ze zei: “Papa, ik begrijp het wel hoor, vier kinderen opvoeden is ook wel heel zwaar denk ik”. Op zulke momenten barst ik van de spijt en wil ik nooit meer boos worden.

Er is een verband met haast natuurlijk. Door gejaagdheid daalt je geduld tot onder nul. En een laag geduldpeil zorgt ervoor dat mijn bloed al op kamertemperatuur aan de kook raakt. Dus ik moet vooral ook toch maar onthaasten. Relax papa, relèèèèèx. Alles loslaten. Ik zou er volgens mijn vrouw versteld van staan hoe weinig er allemaal misgaat als ik niet op alles loop te letten. En ik zou er versteld van staan hoeveel energie het oplevert. Snap ik allemaal best wel. Maar ik heb last van chronische kramp in mijn geduld waardoor ik niet kán loslaten. Zie je wel, het ligt niet aan mij…

Gewoon alles in de cloud

Wacht, ik moet ff dit docje naar mijn box-account uploaden. Dan staat ‘ie mooi in de cloud. Da’s heel handig, want dan kan ik er overal bij. Moet jij ook doen joh. Kan gewoon met je smartphone. En dan kan je er met je tablet ook bij. Sterker nog, ik sync automatisch alle foto’s die ik met mijn telefoon maak, met de cloud. En die foto’s share ik dan vanaf de cloud met mijn vrouw die haar foto’s daar ook synct. Echt simpel. Ja, en we whatsappen dus ook. Dat is eigenlijk een soort SMS-en in de cloud.

Wij doen eigenlijk alles in de cloud tegenwoordig. De kids krijgen les in de cloud en zetten dus ook spiekbriefjes in de cloud. Wat ik dan dus automatisch zie, want ik volg mijn kids ook in de cloud. Hahaha, ik zie ze vaker in de cloud dan in real life. Laatst ving ik, terwijl ik een stuk stoofvlees in blokjes aan het hakken was, een tweetje van mijn dochter, alias bakvisje27, op met de tekst:

“wie is die man die zondag’s het vlees staat te hacken… :-p #pa #kannietkoken”

Ha ha, daar had ze me mooi tuk. Daar hou ik wel van, dus ik tweette terug: “@bakvisje27 LOL!” Ja, we dollen dus ook in de cloud.

En als ik je een gouden tip mag geven: kibbelen moet je ook in de cloud doen. Het gaat meestal toch eigenlijk helemaal nergens over, dus kun je het gerust in de cloud zetten. Obama mag het van mij allemaal best lezen. En het allerhandigste is nog wel dat ik ons gebakkelij altijd kan terug-googlen om te bewijzen dat ik echt gelijk had (of niet natuurlijk). Geldingsdrang via de cloud. Ideaal.

Nee hoor, deze jongen doet niks meer op papier. De volgende generatie zou eigenlijk al niet eens meer hoeven leren schrijven, je weet wel met pen op papier. Dat heeft toch geen enkel nut meer, want tegenwoordig swype je al je teksten digitaal, zo de cloud in. Da’s dan de normaalste zaak van de wereld. Gewoon alles in de cloud dus. 

Antidrift

Dokter, heeft u iets tegen lange tenen? Een pilletje dat ik kan nemen als ik voel dat zich een donderkop boven mijn hoofd ontwikkelt? Een zalfje misschien, dat ik op mijn vel kan smeren waardoor ik er niet zomaar uit kan springen? Of anders een paar flesjes vloeibaar geduld. Zoiets bestaat toch vast wel, dokter?

Ik draag uit voorzorg ook nooit meer sloffen, dokter. Dan kan ik er ook niet uitschieten, ziet u. En ik heb ook altijd een ijszak paraat om mijn hete hoofd snel te kunnen afkoelen. Ik heb zelfs een speciaal hoedje voor in de auto, die ik heb aangesloten op de airco.

Dokter, ik heb iets nodig waardoor ik mijn lontgroei stimuleer. Daar heb ik namelijk een chronisch tekort aan, aan lont. Eigenlijk ben ik een strijker. Zijn er misschien speciale vitaminen die ik daarvoor kan nemen? Misschien in combinatie met een brandwerend kauwgumpje zodat ik minder licht ontvlambaar wordt? Ja, ik noem zo maar even wat dingen, dokter.

Er moet toch iets te doen zijn aan die heetgeblakerdheid, dokter? Mijn dochter is al net als ik. Een heethoofd, een driftkikker. Als ik oplaai, dan laait zij heerlijk mee, en omgekeerd. Dan staan we vreselijk tegen elkaar in te vlammen. Op zulke momenten wil ik snel de rede en de kalmte terug vinden, ziet u. Liefst nog kort daarvoor. Dokter, desnoods geeft u me een placebootje. Als het werkt, dan werkt het. Toch?