Taal

Naar omstandigheden

Als iemand me nu vraagt hoe het met me gaat dan zeg ik: “naar omstandigheden goed”. Ik haal er mijn schouders maar een beetje bij op en probeer opgewekt te kijken. De vrager bedoelt het immers goed. En het gaat ook best goed met me. Omdat ik relativeer. De omstandigheden zijn inderdaad naar, maar ik maak er het beste van. Mijn glas is halfvol. Dat zeg ik de laatste tijd ook te pas en te onpas. Vooral om mezelf ervan te overtuigen, denk ik.

Omstandigheden. Een naar woord eigenlijk. En wat zijn het überhaupt voor dingen? Ze zijn in ieder geval vaag. Ja, schimmig, en staan maar een beetje om me heen. En als ik mijn blik er te lang op vestig, lossen ze op. Alsof een omstandigheid niet scherp gezien wil worden. Nogal wiedes eigenlijk, want dan is het niet langer vaag. Dus ik spied mijn omstandigheden grondig af, zodat ze in niets oplossen.

Omstandigheden hebben volgens mij altijd een beetje een ingetogen karakter. Ja, ze kunnen gunstig of zelfs ideaal zijn, maar bijvoorbeeld nooit feestelijk, gek, idioot, woest of hysterisch. Omstandigheden zijn doorgaans vrij mak, bij het laffe af eigenlijk. Hun gezamenlijke gemoedstoestand schiet nooit in het extreme. In het ergste geval zijn ze belabberd. En ze komen ook nooit alleen. Daarvoor zijn ze dus te laf. Een omstandigheid op zichzelf stelt niks voor. Pas als ze met meer zijn hebben ze impact. Daar zit dan ook hun zwakke plek. Verhulling en duisternis zijn ideale omstandigheden voor nare omstandigheden. Dus ik ga ze te lijf met een scherpe blik en een helder licht.

Hoe het nu met me gaat? Op zich goed. Ik weer me kranig tegen de nare omstandigheden, want ik zie ze voor wat ze zijn. Geloof ik.

Advertenties

Ontdekking

Ontdekking. Dat is dus eigenlijk letterlijk het tegenovergestelde van “dekking”. Ik denk aan schade die ineens niet meer vergoed wordt door je verzekering.  Ik denk aan het weer opruimen van borden, glazen en bestek op de tafels waar alweer niemand aan kwam zitten. Ik denk aan de abortus van een om wat voor reden dan ook ongewenst lam, veulen, kalf of kind.

En natuurlijk denk ik ook aan de blootlegging van iets dat verborgen lag. Dat kan van alles zijn. Een nieuw diersoort. Een nieuw talent. Een “nieuwe” planeet of een “nieuw” zwart gat (die zijn natuurlijk nooit nieuw). En een lijk kan ook heel goed verborgen liggen natuurlijk. Hopelijk was het geen zelfmoord, want dat is ontdekt door de overlijdensrisicoverzekering.

Op zich

Er is op zich wel meer ruimte in mijn leven nu. Op zich is dat fijn. Ik doe waar ik zin in heb, en ik doe niet of ik stel uit waar ik op zich geen zin in heb. Misschien is er in dat opzicht op zich eigenlijk niets veranderd. Ik kan de positieve kanten van mijn situatie op zich natuurlijk best inzien. Ik heb veel meer tijd voor mezelf, en ik kan mijn leven op zich zo inrichten zoals ik dat wil. En op zich gaat me dat ook best goed af. Ik zorg op zich goed voor mezelf in de zin dat ik gezond en gevarieerd eet. Ik sta regelmatig in de keuken om voor mezelf te koken. Daar beleef ik op zich best plezier aan. Op zich kan ik ook best aardig koken al zeg ik het zelf.

Ik heb vaste grond onder mijn voeten nodig, een wat vaster thuishonk. Nu zit ik in een chaletje dat op zich prachtig ligt. Ik loop zo het bos in. Op zich heerlijk, maar ik voel me in zo’n hutje niet echt thuis. Dagelijks speur ik dus Funda af op zoek naar een betaalbaar huurwoninkje dat op zich niet al te ver ligt van waar mijn kinderen wonen. Er staat voor de komende week weer een bezichtiging in de agenda. Op zich ben ik niet al te kieskeurig. Een 2-kamer-appartement is op zich groot genoeg voor mij. Groter zal ik me op zich ook niet kunnen veroorloven. Dat appartementje zal ik dan moeten stofferen en inrichten. Daar kan ik me op zich best op verheugen. Ik hou me op zich natuurlijk ook aanbevolen voor meubels, potten, pannen en dergelijke waar je op zich wel vanaf zou willen.

Weet je, ik heb op zich best vertrouwen in de toekomst. Die toekomst is er wel. Ik weet alleen niet wat die me zal brengen. Op zich zou ik me natuurlijk niet te passief moeten opstellen. Mijn toekomst wordt immers voor een groot deel bepaald door mijn eigen keuzes. Dus ik moet niet afwachten wat het me brengt, maar vooruit kijken en de kansen en mogelijkheden benutten die ik zie. Op zich ben ik me daar prima van bewust. Dus ik moet niet zeggen dat ik niet weet wat de toekomst me brengt, maar dat ik me er onzeker over voel of ik de juiste keuzes maak. Dus ik kijk moedig vooruit.

Niet eens zo heel erg ver in de verte zie ik een tweesprong. Een splitsing van wegen. De ene loopt parallel aan een vertrouwde weg, de andere loopt daar juist bij vandaan. Op zich zou het ook kunnen dat die splitsing al achter me ligt, en dat ik weer ben blijven hangen in het verleden, vastgeklampt aan valse hoop. Dat is precies de lijdzaamheid waar ik vanaf moet. Je voelt ‘m aankomen: op zich begrijp ik dat heel goed, maar ik zwem in een zee vol maren. Woelige maren waar ik in dreig te verzuipen. De maren trekken me naar beneden, de diepte in. Een door mijzelf opgeworpen illusie natuurlijk. Dat snap ik op zich ook wel.

Autist

Ben ik een autist? Die vraag gaat de laatste tijd vaak door mijn hoofd. Persoonlijk denk ik eigenlijk niet dat ik uitgesproken autistisch ben. Misschien lichten bepaalde kenmerken uit het autismespectrum bij mij een ietsiepietsie meer op dan bij anderen.  Als ik de kenmerken van autisme bij volwassenen af ga, herken ik mezelf maar in een paar dingen:

Ja, ik heb de neiging om taal letterlijk te nemen.
Ja, ik ben vrij gevoelig voor geluid.
Ja, ik heb een slecht inlevingsvermogen.
Ja, ik hou stevig vast aan mijn eigen overtuiging.
Ja, ik hoor niet altijd alles (vooral dingen die me niet interesseren) en vergeet dingen die mijn interesse niet hebben
Ja, ik heb een sterke behoefte aan structuur en regelmaat.
Ja, ik kan vrij slecht tegen veranderingen in mijn leefomgeving.
Ja, ik breng graag tijd alleen door.

Bepaalde kenmerken heb ik juist de negatief van. Zoals de communicatie tot de essentie beperken. Ik ben juist een uitgesproken praatjesmaker. Als het gaat om taal kan ik een enorme pietlut zijn, maar over het algemeen heb ik juist heel weinig oog voor detail, eerder het tegenovergestelde. Ik ben van de grote lijnen. Liefst rechte. Je zou kunnen zeggen dat ik daar wél de essentie op zoek.

En bij een sociale vaardigheidstraining heb ik ooit eens te horen gekregen dat ik mensen zo intens aankijk dat ze er nerveus van worden. Sinds ik dat weet hou ik daar rekening mee en kijk regelmatig even weg. Daarom neem ik altijd een notitieblok mee. Dan kan ik daar af en toe even in kijken. Ik maak trouwens nauwelijks aantekeningen, want anders hoor ik nóg minder van het gesprek.

Dus, ben ik autistsch? Ik denk zelf van niet. Jazeker, ik ben rechtlijnig en absolutistisch. Ik geloof trouwens dat ik in wezen helemaal niet absolutistisch ben. Ik kwam niet absolutistisch op de wereld, maar ik ben zo verworden. Het is een laag die ik om mijn miskende zieltje heb gemetseld en nu zo aan gewend ben dat ik daar mee vergroeid ben geraakt. Ik geef het mijn psychotherapeut te doen.

Depressie

Laatst legde ik aan iemand uit dat ik in een zware depressie was terecht gekomen. Terwijl ik dat zei kwam het woord “depressie” me ineens vreemd voor. Alsof er iets niet klopt. Alsof het helemaal niet past bij de toestand waarin iemand verkeert die diep in de put zit. Depressie betekent volgens mij letterlijk “drukverlaging”. Verlichting dus eigenlijk, en ontspanning. Maar als ik in de put zit voel ik het omgekeerde. In de put voel ik me zwaarmoedig en gespannen, en het is donker in de put.

In de meteorologie is een depressie een gebied met lage luchtdruk dat ontstaat in het grensgebied tussen twee verschillende luchtsoorten. Er kan dan een atmosferische stofzuiger ontstaan die de lucht opzuigt. Daar waar de lucht dan wordt weggezogen ontstaat een lagedrukgebied. De luchtdruk is daar verlaagd. In de kern van zo’n depressie is het heel rustig. Het waait bijna niet en de zon breekt zelfs door. Ja ja, verlichting! Maar het is vaak een voorbode voor slechter weer. De beruchte stilte voor de storm. Als zo’n depressie over het land trekt heb je ten Noorden en Zuiden van het depressiegebied sterke verschillen in weer en wind. Als een depressie lang op één plek blijft, dan blijven die sterke weersverschillen ook langer aan.

Ik begin parallellen te zien met het weer. Mijn depressie is ontstaan op het grensvlak van twee waarheden. Een hoog waarheidsgebied botste met een laag waarheidsgebied. Er ontstond een psychologische stofzuiger die mijn opgeblazen ego opzoog. Als ik door het land trek ontstaan er ten Noorden en Zuiden van mij sterke verschillen in humeuren en gemoedstoestanden. Als ik lang op één plek blijf hangen houden die sterke verschillen in gemoedstoestanden ook langer aan. Daarom is het maar goed dat ik ben weggedreven. Momenteel ervaar ik inderdaad rust en verlichting. Logisch, want ik ben zelf de kern van mijn depressie. Gisteren dreven de twee waarheidsgebieden weer te dicht naar elkaar toe en voelde ik de bui komen. Toen we weer uiteen dreven voelde ik de spanning verminderen. Het heeft nog wel wat gemiezerd bij me.

 

Huisgemaakt

Op de menukaarten van restaurants lees ik het vaak. Huisgemaakte mayonaise, huisgemaakte tiramisu, huisgemaakte pasta en nog veel meer. Allemaal huisgemaakt, vaak ook op ambachtelijke wijze. Een gekke taalconstructie, dat huisgemaakt. Z’n broertje zie je ook vaak: van ’t huis. Pasta van ’t huis is nóg ambachtelijker.

Er zijn meer woorden die eindigen op gemaakt. Zoals op, mee of over. Opgemaakt: het onderwerp is hierna  of geheel verdwenen of minder lelijk. Een meemaking is een beleving. Meegemaakt betekent dus hetzelfde als beleefd. Uit meegemaaktheid schenk ik altijd eerst mijn gasten een kopje koffie in, dan pas mezelf. Overgemaakt kan van toepassing zijn op geld of huiswerk. Als je aan de ontvangende kant zit, zit je goed.

Huisgemaakt is toch een rare hoor in dat rijtje. Het wekt de suggestie dat het onderwerp er na afloop als een huis uit zou moeten zien. Het synoniem “van ’t huis” suggereert echter dat het onderwerp ooit een stukje huis was. Ik moet ineens denken aan Hans en Grietje. Heerlijke peperkoek van ’t huis. Ik zie nu ook huizen voor me die zijn gemaakt van pasta, tiramisu en mayonaise.

Het is een gekmakend woord, dat huisgemaakt. In het restaurant vraag ik de ober waarom mijn huisgemaakte bonbons – die overigens bij de huisgebrouwen koffie van huisgegroeide koffiebonen werden geserveerd – er niet eens uitzien als huisjes. Ik stuit dan altijd op onbegrip. Af en toe is een ober nog wel eens zo lollig dat ‘ie zegt dat de maker in een iglo woont.

Huisgemaakt is gewoon een draak. Huisgemaakte pasta, tiramisu, mayonaise, bonbons en Joost mag weten wat nog meer, werden gewoon in eigen keuken gemaakt. In de keuken van ’t huis dus. Huis is hier dan weer synoniem aan restaurant. Gek genoeg hoor je nooit iemand zeggen dat ze laatst in een heel goed huis hebben gegeten. Wél in een hele goeie tent. Je zou daarom eigenlijk verwachten dat er tiramisu van de tent en tentgemaakte pasta op de menukaart van een eettent staat.

Huisgemaakt is natuurlijk een vernederlandsing van home made. Het is een anglicisme die de verwachting van hoe iets smaakt moet voorprogrammeren. Het wordt gebruikt als een soort keurmerk. Huisgemaakte producten zijn automatisch verser, eerlijker en lekkerder. De ziel van de kok zit er immers in. Dat is de gewenste beleving. Maar ik zie het zo vaak op menukaarten staan dat ik er een beetje sceptisch van word. Waarom moet het er expliciet bij staan dat iets huisgemaakt is? Bij tenten met 1 of meer Michelin-sterren verwacht ik dat alles op de menukaart huisgemaakt is. Mijn wijnglas is bovendien natuurlijk huisgeblazen, het bestek huisgesmeden en de kaasplank huisgezaagd.

Dit verhaal is natuurlijk weer volledig huisgemaakt. Er zitten zelfs diverse huisgemaakte taalconstructies in. Eerlijk en vers. Heeft het gesmaakt?