Tijd #6wmb

Tijd is dodelijk!
Stop met tijd!

Dit is mijn macabere inzending voor de schrijfopdracht “6 woorden met beeld” thema “tijd”. Geïnspireerd door “Thief of Time” door Terry Pratchett, waarin staat: “Time is like a drug. Take too much of it, and you die”

Advertenties

Bodemloosheid

Dat de hele bodem onder je doos met boodschappen vandaan scheurt omdat je er teveel zware boodschappen in deed, waardoor midden op de parkeerplaats al je boodschappen op de grond vallen. Een pak melk lekt leeg op straat. Natuurlijk valt de doos met eieren precies zo dat alle eieren stuk zijn. Appels stuiteren overal heen. Maximaal effect. Uit gene probeer je snel zoveel mogelijk bijeen te rapen en springt vlug in de auto. Aangeboden hulp wijs je luchtig af met: “bedankt, maar het gaat wel hoor”. Herkenbaar?

Dat de hele bodem onder jezelf vandaan scheurt omdat je je hele leven teveel emoties had weggestopt, waardoor midden in je leven al je ellende eruit komt. Je zelfbeeld valt in duizenden stukjes die overal heen stuiteren. Maximaal effect. Uit gene probeer je jezelf bijeen te rapen zodat je weer snel normaal kunt verder leven. Kijk, dat je in de situatie van dat de bodem onder je doos met boodschappen vandaan valt niet om hulp vraagt is nog tot daar aan toe, maar als de bodem onder jezelf vandaan valt, slaak dan de luidste noodkreet die je kunt voortbrengen en ga niet lopen roepen in de woestijn. Beloofd?

 

Curling parent

In een een tijdschrift over hoogbegaafdheid kwam ik het tegen: curling parents. Toen ik het las, herkende ik mezelf er meteen in. Eigenlijk al voordat ik las wat de schrijver van het artikel er precies mee bedoelde. Ik wist meteen dat deze metafoor heel treffend de manier van opvoeden die ik mezelf heb aangemeten, verbeeld. Nu verzamel ik natuurlijk metaforen, dus deze voeg ik toe aan mijn assortiment zodat ik hiermee later heel wijs uit de hoek kan komen.

Dus ik herken mezelf in de curling parent. Ik zag het ook meteen helder voor me. Je rent met je kind mee en laat het heel voorzichtig los zodat het kind met gepaste snelheid, voorzichtig beweegt in de richting die je voor het kind hebt bedacht. Een veilige richting. Daarna glij je voor je kind uit om met je bezempje alle hobbels en oneffenheden van de baan te poetsen. Het kind zelf hoeft alleen maar stil te zitten en te glijden. Aanvankelijk kraait het van plezier, maar al snel wil het dit allemaal zelf doen. In een richting die minder saai is, en natuurlijk veel harder. En weg met dat betuttelende bezempje!

Persoonlijk vind ik loslaten ontzettend moeilijk. Ik probeer te voorkomen dat ze fouten maken. Door ze steeds te vertellen hoe ze iets moeten doen. Zoals ik denk dat goed is. En ik kijk steeds met ze mee of ze wel precies doen wat ik ze heb geleerd. En bij de geringste afwijking (eigenwijsheid) kom ik meteen met het bezempje in actie. Het is een verstikkende manier van opvoeden. En het gaat uit van wantrouwen. Eigenlijk zeg ik met dit gedrag dat ik geen vertrouwen in het kind heb dat het kan leren door te kijken hoe anderen de dingen doen, dat het zelf verbeteringen en oplossingen kan bedenken, en dat het kan leren van fouten.

Mijn bezempje ligt al in de kliko. Momenteel heb ik bovendien ook even geen toegang meer tot de curling-baan. Vanaf een afstandje zie ik ze helemaal zelf glijden. Zorgeloos en onbesuisd. Zonder mij hebben ze duidelijk veel meer lol. En het gaat fantastisch. Ze halen de gekste grollen uit. En er gaat niets mis! Er gebeuren geen ongelukken. Allemaal zonder mijn bemoeienis. Ik kan zelfs een hoop van ze leren. Wat zijn ze vindingrijk, moedig, grappig en verstandig! En ik herken iemand in hun onbesuisdheid. Mezelf, toen ik 34 jaar jonger was. Vroeger deed ik veel gekker. Of nee, misschien moet ik dat “normaler” noemen.

Mijn zoon zei gisteren nog tegen me: soms moet je gewoon even gek doen, papa. Hij heeft gelijk. Gek doen is oergezond. Om te voelen dat je leeft, moet je regelmatig even gek doen. Gek doen is heel normaal. Mijn opvoedstijl, de curling-stijl, is daarentegen dus niet normaal, omdat het gezonde gekke gedrag van het kind er sterk door wordt geremd. Ik zou me door mijn kinderen overigens ook niet laten curlen als ik straks oud en seniel ben. Vlieg op met je bezempje! Mijn laatste levensjaren wil knotsgek rond kunnen huppelen zonder betutteling.

Geestelijke gezondheid

Als er iemand niest, dan roepen we allemaal snel: “gezondheid!” om een verdere verslechtering van de fysieke gezondheid van de niezende persoon af te wenden. Eigenlijk onder het motto: baat het niet dan schaadt het niet. Zij die niezen worden gewoon standaard beterschap gewenst. Een stukje morele steun voor hen die duidelijk tekenen van verminderde gezondheid tonen. Immers, een nies is een duidelijke boodschap van je immuunsysteem. Het protesteert luid en duidelijk dat je gezondheid op het spel staat.

Een nies is natuurlijk geen echte boodschap, maar dient er gewoon toe je luchtwegen te ontdoen van prikkelende stofjes. Het is één van de krachtigste reflexen van je lichaam. Een goeie nies lucht op. Een halfbakken nies, je weet wel, zo’n netnietnies, heb je natuurlijk niks aan. Als je niest, doe het dan goed.

Nu vraag ik me af: kun je ook geestelijk niezen? Hebben we een geestelijk immuunsysteem? Kan dat immuunsysteem luid en duidelijk kenbaar maken dat je geestelijke gezondheid op het spel staat. Hebben we ook een mentale reflex om onze denkwegen te ontdoen van prikkelende gedachten?  En als we zo’n mentale nies van een ander waarnemen, zouden we dan ook automatisch “geestelijke gezondheid!” roepen? Het schaadt vast niet als we dat zouden doen. De geestelijk niezende is gebaat bij onze morele steun.

Misschien is er ook een geestelijke variant van de netnietnies. Je voelt de kriebel ontstaan in je denkwegen. Een lekkere, krachtige mentale nies zou heerlijk zijn, maar het lukt niet. Een mentale netnietnies lucht ook net niet op. Of eigenlijk helemaal niet. De prikkelende gedachten blijven prikkelen. Je bent ze niet kwijt. En niemand wenst je geestelijk gezondheid toe. Je voelt je dus én slecht, én niet gesteund. Maar gelukkig is er  inderdaad een manier om mentaal te niezen: lachen! Gooi die slappe lach er maar uit, want het lucht op! Hoe harder je schatert, hoe beter. Daarom deze oproep: Steun je schaterende medemens, en roep “geestelijke gezondheid!”.

Er is natuurlijk nog een tweede manier van mentaal niezen: huilen. Ook wel bekend onder de synoniemen grienen en janken. Ik denk dat huilen nóg effectiever is dan lachen. Lachen en huilen gaan soms naadloos in elkaar over, omdat de grens tussen beide maar heel dun is. Lachen is gezond, maar huilen ook. Ik vind lachen wel veel makkelijker dan huilen. Een lachbui ontstaat veel makkelijker dan een huilbui. De lachreflex is sterker dan de huilreflex. Steun je grienende medemens maar zachtjes, met een aai of een knuffel. Laat iemand die huilt maar even goed uithuilen, want een halfbakken huil helpt niet. Moedig huilen maar zachtjes aan. Niets is namelijk zo schadelijk als iemand die zegt dat je niet mag huilen. Ingehouden huilbuien zijn slecht voor je geestelijke gezondheid.

Pauze

Het voelt allemaal nog zo onwerkelijk. Ik ben vertrokken. Nou ja, opgekrast. Hopelijk tijdelijk, maar ik hou er rekening mee dat het langer gaat duren dan me lief is voordat alles weer goed is. Misschien komt niet alles weer helemaal goed. In mijn hoofd wervelen sterke emoties. Wedijveren met elkaar. Verdriet, boosheid, maar ook vreugde. Verdriet omdat ik alles mis wat ik lief heb. Boosheid omdat ik  me verstoten voel. Omdat ik me miskend voel. Al weer. Ik ben boos op de miskenning zelf. Ik zie het als de oorzaak van mijn problemen. En ik was heel hard bezig om mijn eigen kinderen ook te miskennen. Stommeling.

De vreugde is een verrassing. Tussen het tumult van de zware emoties met daartussen periodes van gelatenheid komen ook kleine momentjes van vreugde en geluk. Lichtpuntjes. Ik had niet verwacht dat die er toch zouden zijn, en zo snel al. Sinds mijn vertrek is de band met mijn dochter enorm verbeterd. De kleine momentjes die ik nu met haar samen heb voel ik me blij en dankbaar. Ik besef me dan hoe geweldig ze is. Ik besef me dan ook hoezeer ik haar tekort heb gedaan. Mijn dochter en ik kunnen er nu heel open over praten. Ze is ineens zo groot en verstandig. Bijna geen kind meer. Ik heb ineens een diepe bewondering voor haar. Nu mijn ogen open staan zie ik het. Ik was blind. Nee, ik besteedde geen aandacht aan dingen die écht belangrijk zijn.

Eigenlijk denk ik dat de band tussen mij en mijn dochter altijd al heel hecht was. Qua karakter lijken we heel veel op elkaar. Thuis botsten we voortdurend. Ze is net zo’n gepassioneerd heethoofd als ik. Nu ik weg ben heeft iedereen veel meer ruimte om zichzelf te zijn. Met mijn enorme ego nam ik bijna alle ruimte in beslag. Met mijn dwangmatige, controlerende en te veel beschermende manier van opvoeden verstikte ik de ontwikkeling van de kinderen. Ze kregen nauwelijks ruimte om fouten te maken. En tegelijkertijd maakte ik voortdurend fouten waarvan ik niet leerde.

Nu ben ik dus weg. Ik woon tijdelijk in het vakantiehuisje van mijn schoonouders. Ik mag het 3 weekjes gebruiken, dus ik moet op zoek naar iets anders. Vanmiddag heb ik een ander vakantiehuisje bekeken. Een klein en oud huisje in zo’n park vol stacaravans. Misschien is het wel wat. De huur is veel te hoog, maar ik moet toch wat. Als ik maar niet om de zoveel weken naar iets anders op zoek moet.

Afgelopen maandag ben ik vertrokken. Zes dagen geleden. Maar nu al voelt het heel raar om door mijn “oude” buurt te rijden. Het doet pijn, want mijn oude routes waren mijn “normaal”. Alles dat normaal was doet nu pijn. Alles dat normaal was moet ik nu missen. Gelukkig was ik de helft van deze week in het buitenland voor mijn werk. Een beursbezoekje in München. Een zeer welkome afleiding. Gisteravond kwam ik, dankzij vertraging van zowel vliegtuig als trein pas na middernacht “thuis” in het kleine vakantiehuisje van mijn schoonouders. Als een dief in de nacht. Het was er steenkoud. Er wachtte niemand op me. Dan voel je het.

Maar deze ochtend ging ik met mijn dochter naar de open dag van de brandweer. Samen stegen we op in de lift van de hoogwerker. We genoten daar van het uitzicht en maakten een blije selfie die ik naar de gezins-whatsappgroep appte. Alsof er niks aan de hand is. Klopt natuurlijk niet. Je gaat niet zomaar voor de lol een tijdje uit elkaar. Je besluit niet zomaar om een tijdje apart van je gezin te gaan wonen. Ik heb problemen, en ik zie ze dan maar eens onder ogen.

Even een pauze in de relatie, zei laatst iemand tegen me. Zodat iedereen eventjes tot rust kan komen. Dat gebeurt wel vaker, zo wordt gezegd. Pauze. Ik vraag me alleen af of we de voorstelling nog wel gaan afkijken. Het plot deugt niet, de spelers komen niet tot hun recht, en de rollen moeten beter worden verdeeld. Eigenlijk moet het script de prullenbak in. Na de pauze gaan we verder zonder script. En tijdens de pauze maak ik me los van de rol van de charismatische, egocentrische slechterik. Dus geen J.R. meer. Eens kijken of ik ook een Bobby kan zijn.

Muggen uit de porseleinkast

Bloeddorstig zoemend zweeft zij
Aan kop en schoteltjes voorbij
Vederlicht, zes pootjes ragfijn
Onschadelijk voor ’t porselein
Geen probleem, hooguit irritant
Tot ze plots verandert in een olifant
Alweer ligt in luttele momenten
Het hele servies in gruzelementen
Maar vanaf nu ben je op je hoede
Bij de eerste tekenen van woede
Jaag jij voortaan alvast
Alle muggen uit de porseleinkast

Autoriteit

Wanneer ben je eigenlijk een autoriteit? Je hoort wel eens zeggen: die persoon is echt een autoriteit op het gebied van zus of zo. En “zus of zo” kan van alles zijn,  van kantklossen tot de werking van onze hersenen. Als we het niet weten, dan wenden we ons tot “de autoriteiten”. Op hun beurt komen die autoriteiten met een zeer overtuigend gebracht advies. Je huisarts is zo’n autoriteit. We vertrouwen ons hele leven aan toe aan de huisarts. Hoe vaak mijn huisarts me al heeft geadviseerd om het nog een weekje aan te zien met een doosje paracetamol… Ach, autoriteiten zijn ook maar mensen die zich kunnen vergissen.

Nu even over autoritair gedrag. Dat staat namelijk los van het feit of je een autoriteit bent op wat voor gebied dan ook. Ik kan dat weten want ik ben een soort autoriteit op autoritair gedrag. Nou ja, eigenlijk niet, want dan zou ik me niet zo gedragen. Mijn vrouw is wel een echte autoriteit op dit gebied, want zij adviseert mij zeer overtuigend dat ik met mijn autoritaire gedrag maar beter kan ophouden als ik het respect van haar zelf en mijn kinderen wil verdienen. Als ik me verdraagzaam en geduldig opstel, krijg ik met minder energie meer voor elkaar. Als ik rustig overleg en uitleg in plaats van te  commanderen als een generaal, stuit ik op veel minder weerstand en blijft het veel gezelliger. Dit adviseert ze me al jaren. Maar ik ben nogal onverbeterlijk.

Het ligt aan mijn opvoeding. Mijn vader was een absolute dictator: hij was de baas en iedereen moest doen wat hij wou, we mochten hem niet tegenspreken, hij had gelijk en daarmee basta. Het kon niet zo zijn dat ik iets beter dacht te kunnen of weten dan hij. Snotneuzen kunnen niks en weten niks. Natuurlijk heb ik dat altijd ontkend. Daarin werd ik gelukkig ook hard aangemoedigd door mijn lieve moeder. Ondanks dat ben ik er wel door beschadigd. Mijn drang om me telkens te bewijzen richting mijn vader werd een obsessie. Mijn ego is er door misvormd geraakt. Het resultaat: dictator 2.0. Het verdriet kreeg nooit een plek, vandaar mijn gebrekkige empathische vermogen.

Nee, een autoriteit op het gebied van autoritair gedrag ben ik beslist niet. Wel op het gebied van het ontkennen ervan. Overigens ben ik vooral een autoriteit op het gebied van woorden. Maar niet op het gebied van daden. Ik onderga al het geruzie thuis gelaten en vanaf een afstand. Ik ben de passiviteit zelf meer dan zat. Ik zet nu grillige stappen, omdat ik voel dat ik iets drastisch moet doen. Het maakt niet uit wat, als het maar drastisch is. Een cursus grunten lijkt me dus wel iets. Of ik sluit me aan bij een heksenkring. Niets zo heilzaam als een duivels ritueeltje toch?