belediging

Hapsnap

Soms moet je wel eens even weer aan je beide oren naar de aarde terug getrokken worden. Een collega deed dit laatst eens eventjes voor me. Zonder zich daar echt van bewust te zijn denk ik. Moest ik ook maar niet naar zijn mening vragen natuurlijk.

“Ik vind het wel een beetje hapsnap over komen eigenlijk”, zei hij. Hij vond het een beetje willekeurig dus, en een beetje zonder lijn ook. Ik stond meteen weer met mijn beide poten op de aardkloot.

Als je ook zo hoog in de atmosfeer zit met je kop, adem je ook hele ijle lucht in. Dat is ook niet bevordelijk voor de helderheid van je gedachten. Je verliest blijkbaar ook het vermogen om een lijn te volgen. Benevelde (lees: “bezopen”) mensen kunnen geen rechte lijn volgen, maar tenminste nog wel een een slingerende lijn. Maar als je hersenen te lang te arme zuurstof krijgen, dan kun je helemaal geen lijn meer volgen. Volkomen logisch eigenlijk. 

En toen ik dus weer op de grond stond, kregen mijn hersenen weer rijke zuurstof toegediend. Alle gevoel voor lijnen, vooral rechte, kwam meteen weer terug. De reactie die ik op dat moment had willen geven op het commentaar van mijn collega was dan ook nogal onwillekeurig en nogal rechtlijnig: 

“Hapsnap? Man, weet je wel wat dat überhaupt betekent? Dat jij er geen lijn in ziet betekent niet dat die er niet is, maar alleen dat jij hem niet zien kan!”

Maar wat ik wel zei was dit: “Dat vind ik een goed signaal, waarom vind je dat precies?”.

Goed hè? Alleen de allerkoelbloedigsten kunnen dat.

Advertenties

De beledigde barbier

Omdat mijn kapsel eigenlijk al ruim over datum was, ging ik maar weer eens naar de kapper. In het dorp zitten drie kapsalons, allemaal met uitzicht op de brink. Ik vermoed zelfs lokale kartelvorming, maar ik vind het hartstikke okee. Loyaal als ik ben, ga ik altijd naar dezelfde. Daar wordt ik altijd warm onthaald, met koffie en een praatje.

Ik ben altijd een paar minuutjes te vroeg, zodat ik nog even de krant (Telegraaf, maar ach)  kan lezen bij mijn kop koffie. En zodat ik alvast even kan voor-ouwehoeren met de kapper die nog druk aan het knipperdeknipperen is met een klant. Heerlijk. Ik kom er echt graag, hoewel ik mijn bezoek altijd eindelooos uitstel. Dit kan ik doen vanwege mijn platte haarzakjes. Daardoor krullen mijn haren fanatiek terug omhoog. Dus het duurt even voor ik door krijg dat mijn pony eigenlijk al tot voorbij mijn mond kan worden getrokken. De kapper klaagt er nooit over en snoeit mijn haardos weer professioneel tot blitse properties.

En toch heb ik mijn barbier beledigd. We hadden het over blauwe randen en parkeerschijven. Die dingen moet je tegenwoordig bijna in het heule dorp gebruiken. En als je het niet doet hangt er een malse boete boven je hoofd: 85 euro. “Daar kan je een aantal keren van naar de kapper” , flapte ik er dom uit. Mijn barbier werd – achteraf terecht – kribbig en vond dat ik dan maar de komende weken iedere week moest langskomen. “eh, ja, da’s best”, zei ik zonder het te menen. Er viel een pijnlijke stilte. Alleen zijn schaar knipperdeknipperde nog. Gelukkig kwam de volgende klant toen binnen die hij van koffie moest voorzien. Daarna ouwehoerde die klant ook alvast voor en kon ik weer gezellig meehumhummen.

Nu moet ik steeds als ik in het dorp de auto in een blauwe zone parkeer aan mijn gepiekeerde kapper denken. Even overweeg ik om de schijf niet te gebruiken, zodat ik de eventuele boete (en de bon bewaar ik dan) de volgende keer als ik weer met een idioot verwilderd kapsel in zijn stoel zit kan gebruiken als excuus. Ja, zo’n krent ben ik.