boosheid

Lief Temperamentje

Felle, blauw ogen
vol vuur en verontwaardiging
kijken vanonder de mooiste wimpers
woedend naar me op
Mijn lief temperamentje
is weer eens boos op me

Haar zachte gezichtje
staat op ontploffen
Van aangedaan onrecht
pruilt haar kleine mondje
Mijn lief temperamentje
kan me weer niet uitstaan

Ze gromt gevaarlijk
Slaat haar kleine armpjes
dreigend over elkaar
Nog even en ze spat uiteen
Mijn lief temperamentje
schopt me bij kans naar de maan

Ze perst kokende tranen
uit haar ziedende oogjes
als blikken konden doden
vertelde ik het nu niet na
Mijn lief temperamentje
komt stampend op me af

Haar fantastische ego
tegenover die van mij
Weerloos als ik ben
spreid ik vertederd mijn armen
Mijn lief temperamentje
stort zich er snikkend in

Advertenties

Onderschat nooit de macht van ooit

Zeg nooit ‘nooit’, zeggen ze wel eens. Nooit is namelijk nooit zo definitief als het soms lijkt. Met ‘nooit’ zeggen moet je blijkbaar voorzichtig zijn. Laatst legde ik nog aan mijn zoon uit dat de bliksem echt nooit inslaat, en prompt sloeg hij binnen een week drie keer in de omgeving van ons dorp in. Ik bedoel dus maar. Onderschat nooit de macht van nooit.

Ooit mag je daarentegen blijkbaar te pas en te onpas gebruiken. Niemand die zegt dat je nooit ‘ooit’ mag zeggen. Mijn kinderen maken van die vrijheid dankbaar gebruik en zeggen het dan ook zo ongeveer om de 5 zinnen: Wanneer mag ik ooit nog eens weer DS-en? Hoe moet ik die knoop ooit uit mijn veters krijgen? Hoe kon ik dat nou ooit weten? Hoe kan ik nou ooit winnen als jij steeds vals speelt? Hoe lang duurt dit ooit? Wie heeft ooit gezegd dat Chili con carne gezond is? 

Ze gebruiken ‘ooit’ om een stuk verzuchting in te bouwen. Een beetje drama zodat het erger klinkt dan het is. Als je een ‘ooit’ in je vraag zet, wordt ‘ie wanhopiger. En hoe langer je de ooit uitspreekt, hoe dramatischer het wordt: wanneer mogen we ooooooit nog eens wat lekkers? Dan natuurlijk de rest van de dag nooit meer. En heel vaak voegt ‘ooit’ ook extra verbazing en verwondering toe: Jeetje, hoe dééjedat ooit!? Nah, hoe verzín je dat ooit!? 

En deze schreeuwde dochterlief vanmiddag (armpjes over elkaar, vuur schietende oogjes): “JA HÁLLO!! HOE KAN IK NOU ÓÓÓÓÓIT RUSTIG DOEN ALS JULLIE ME STEEDS BOOS MAKEN!? En bij dat ‘ÓÓÓÓÓIT’ stampte ze heel hard met haar voetje op de grond en balde ze haar kleine vuistjes naar me. En hoe moet je dan als vader op zo’n moment óóóóit je gezicht nog in de plooi houden? Dat lukt dus nooit. Mijn boosheid was terstonds vervlogen (waar was ik ook ooit boos over eigenlijk?) en ik was ontwapend. Onderschat dus ook nooit de macht van ooit. 

Antidrift

Dokter, heeft u iets tegen lange tenen? Een pilletje dat ik kan nemen als ik voel dat zich een donderkop boven mijn hoofd ontwikkelt? Een zalfje misschien, dat ik op mijn vel kan smeren waardoor ik er niet zomaar uit kan springen? Of anders een paar flesjes vloeibaar geduld. Zoiets bestaat toch vast wel, dokter?

Ik draag uit voorzorg ook nooit meer sloffen, dokter. Dan kan ik er ook niet uitschieten, ziet u. En ik heb ook altijd een ijszak paraat om mijn hete hoofd snel te kunnen afkoelen. Ik heb zelfs een speciaal hoedje voor in de auto, die ik heb aangesloten op de airco.

Dokter, ik heb iets nodig waardoor ik mijn lontgroei stimuleer. Daar heb ik namelijk een chronisch tekort aan, aan lont. Eigenlijk ben ik een strijker. Zijn er misschien speciale vitaminen die ik daarvoor kan nemen? Misschien in combinatie met een brandwerend kauwgumpje zodat ik minder licht ontvlambaar wordt? Ja, ik noem zo maar even wat dingen, dokter.

Er moet toch iets te doen zijn aan die heetgeblakerdheid, dokter? Mijn dochter is al net als ik. Een heethoofd, een driftkikker. Als ik oplaai, dan laait zij heerlijk mee, en omgekeerd. Dan staan we vreselijk tegen elkaar in te vlammen. Op zulke momenten wil ik snel de rede en de kalmte terug vinden, ziet u. Liefst nog kort daarvoor. Dokter, desnoods geeft u me een placebootje. Als het werkt, dan werkt het. Toch?