bumperkleven

Onverdraagzaamheid – les 1: ontketen je innerlijke storm

Vanuit een soort omgekeerde filosofie wil ik onverdraagzaamheid meester worden. Dat bedoel ik heel letterlijk. Ik wil een vuurtoren zijn die ook het donker aan de voet beheerst. Dus schrijf ik een boekwerkje vanuit het perspectief van die toren, maar met een fikse portie cynisme dat benadrukt hoe donker het is aan de voet van die vuurtoren. Een antipatroon.

Eerst maar eens de definitie: Wat is onverdraagzaamheid? 

Onverdraagzaamheid is het vermogen afwijkende ideeën en gewoonten van anderen te ontkennen en af te wijzen.

Hitler was een ware grootmeester in onverdraagzaamheid. De duisternis aan zijn voeten slokte hem uiteindelijk toch op, maar zijn licht van intolerantie heeft diepe sporen achter gelaten. Onverdraagzaamheid is dan ook een key competence van dictatoren. 

Dit is maar voor weinigen weggelegd, en beoog ik ook niet met deze lessen. Maar de essentie is hetzelfde. Ik ga je leren hoe je effectief de ideeën en gewoonten van anderen kunt ontkennen en afwijzen.

Les 1: Ontketen je innerlijke storm

 

Voor maximale onverdraagzaamheid is het van belang om een bepaalde mate van opgefoktheid te creëren bij jezelf. Als je te kalm bent van binnen sta je te veel open voor andermans ideeën. Zorg dus dat je jezelf goed opfokt voor je de confrontatie aan gaat met je medemens in de samenleving. Het gaat hier niet om de anderen, maar vooral om jezelf. Het gaat om jouw zelf- en wereldbeeld. De beelden van anderen doen er niet toe.

Hieronder volgt een goeie oefening die je meteen in de praktijk kunt brengen. Gewoon thuis, aan het eind van een lange, drukke werkdag. Met deze oefening kun je je innerlijke dictator even lekker naar buiten laten komen in een veilige omgeving, namelijk thuis, bij je gezin.

Ben je er klaar voor? Hier komt het:

Randvoorwaardelijk voor deze oefening is dat je na een lange werkdag aansluit in een lange file. Desnoods rij je ervoor om. Zoek een flinke file op. Er zijn heel handige apps die je op je smartphone kunt installeren, die je precies kunnen zeggen waar die files zijn. Onderweg naar die file moet je jezelf alvast een beetje opfokken door je flink te ergeren aan het rijgedrag van anderen. Kleef stevig bumper en vloek en tier vanachter je stuurwiel. Zo kom je goed geagiteerd in de file. 

Uiteindelijk kom je murw en met rood omrande ogen uit die file en scheur je veel te hard door de bebouwde kom naar je huis. Neem even een moment in de stilte van je bolide om je innerlijke storm te voelen. Je bent een getergde orkaan. Voel het.

Dan stap je met gebogen rug uit. Smijt je portier maar dicht en loop naar de voordeur. Binnen hoor je de belachelijk vrolijke geluiden van je kinderen. Open nu de deur en treed binnen in je huis. Straal sterk uit dat je een ontzagwekkende pestbui hebt. Wees die onverdraagzaamheid. Jij duld geen tegenstand. Als je dit goed doet, valt er onmiddellijk een geladen stilte in huis. Geniet van die stilte. Dat is het effect van jouw licht. 

De duisternis aan je voeten bestaat uit angst, onzekerheid en verachting van je naasten. Maar die heb je dan ook wel verdiend.

Dit was les 1. Wellicht komen er meer. Wellicht was dit al voldoende om het echte licht te zien. 

Advertenties

Nachtmerrie van een bumperklever

Waldo heeft een afspraak bij een belangrijke klant en hij is laat, maar als hij even gas geeft kan hij nog op tijd zijn. De weg voor hem is leeg dus hij trapt het gaspedaal van zijn zilvergrijze Mercedes helemaal in. De auto schiet gretig naar voren. De weg is van hem. Iedereen zal wijken.

Verderop doemt de eerste sukkelaar al op. Even een kort tikje groot licht en de sukkel schiet schichtig als een hert opzij. Hij is heer en meester van de weg. Dat heerlijke gevoel van superioriteit geeft hem een geweldige kick. Hij aait voorzichtig langs de zijkant van zijn hoofd. Strak in de gel. Hij checkt het even snel in de binnenspiegel. “Goeie kop”, zegt hij hardop.

Hij passeert een colonne vrachtwagens. Als slakken kruipen ze over het asfalt. Een halve kilometer verderop voegt een lullig klein autootje in op de snelweg, tussen twee van die dikke slakken. Waldo geeft nog meer gas. Tot zijn grote ergernis besluit dat kleine kutautootje ineens in te gaan halen. Het gore lef. Waldo trapt nijdig op zijn rem en gaat vlak achter het aftandse karretje rijden. Het is een roestige, oude VW Golf, met gaten in de achterklep.

Waldo stuurt een beetje naar links en kruipt er nog dichter op. Nijdig flitst hij een paar keer met zijn groot licht. De bestuurder van het golfje draait bedaard zijn raampje open, steekt een grote harige hand naar buiten en geeft hem een middelvinger. Waldo wordt woest. Rechts is er ruimte, dus hij duikt naar de rechter baan. Maar dan schiet die ouwe roestbak naar voren. Dit wordt dus persoonlijk. Waldo trapt zijn Mercedes op zijn staart, maar de Golf is belachelijk snel.

Traag gepeupel belemmert hem verderop op de rechter baan. Zonder richting aan te geven duikt Waldo weer naar de linker baan. Het Golfje rijdt nog steeds voor hem maar mindert snelheid. Even later kleeft Waldo weer aan zijn roestige, scheve bumper. Weer wordt het raampje bedaard open gedraaid. Tot zijn ontsteltenis ziet hij dan hoe de bestuurder nota bene door het raampje naar buiten klimt! Het is een bizar lange gozer met woeste, zwarte haren en borstelige wenkbrauwen.

Tot Waldo’s verbijstering klimt de mafkees op het dak van de Golf en gaat staan. Het is onmogelijk, maar de man weet zich staande te houden. Wie bestuurt nu die Golf!? Ineens beseft Waldo dat hij maar beter zijn afstand vergroot en haalt zijn voet van het gaspedaal. Hij ziet de toerenteller teruglopen, maar de afstand tot de Golf wordt geen millimeter kleiner. Hij remt flink bij, maar behalve dat de mafkees op het dak van de Golf wild met zijn armen moet zwaaien om zijn balans te bewaren, wordt de afstand tot de Golf niks kleiner. Het lijkt wel alsof hij letterlijk aan de Golf zit vastgeplakt.

Otto de Magiër kijkt naar de bestuurder van de dikke Mercedes die hij heeft gevangen. De stumper schijt nu vast zeven kleuren stront. Moet ‘ie ook maar niet zo plakken. De gril van de Mercedes is versmolten met de achterkant van zijn Golf. Tsss, hoe is het mogelijk. Otto grijnst tevreden. Wijdbeens staat hij op het randje van het dak van zijn ouwe Golfje. Zijn lange zwarte jas wappert om hem heen. Otto steekt zijn rechterhand in zijn jas, alsof hij een pistool gaat trekken. Hij lacht boosaardig. Dan springt hij op de motorkap van de Mercedes en trekt een fel brandende snijbrander uit zijn binnenzak….