corona

Reikhalzen

Bij reikhalzen denk ik aan verlangen naar iets dat nog buiten je bereik hangt. Je ziet het, maar je kunt er nog net niet bij. Ik vind het woord “reikhalzen” ontzettend goed passen bij de periode die we momenteel met z’n allen doormaken. Eigenlijk lijken we allemaal vooral reikhalzend uit te zien naar ons oude, vertrouwde normaal. Dat oude normaal dat we zo voor lief namen, hangt nu verlokkelijk boven ons te bungelen.

We moeten ons trouwens ook maar afvragen of er wel sprake kan zijn van één universeel normaal. Ik geloof dat niet. Dat “nieuwe normaal” is ook gewoon maar een eenvoudig te onthouden labeltje dat is geplakt op een set richtlijnen die we nu zouden moeten volgen. Als je het omdraait doe je dus niet normaal als je die richtlijnen niet volgt. En om dat kracht bij te zetten worden we door herhaaldelijke blootstelling aan besmettingscijfers met de neus op de feitelijke gevolgen van abnormaal gedrag gedrukt.

Het “oude normaal” is daarmee verworden tot een labeltje dat is geplakt op een losbandig leven waarin we maar wat als beesten dicht op elkaar leefden en er op los knuffelden terwijl we vrijwel nooit onze handen wasten en daar, als je je netjes gedroeg, constant in hoestten en niesden. Man, wat zie reikhalzend uit naar dat heerlijke oude zwijnenleven.

Roller Coaster? Nee.

Om mijn beleving van 2020 even samen te vatten in een paar steekwoorden:
– Scheiding (formeel)
Nieuw normaal
Anderhalvemeterdaten
– Verhuizen
– Exit Trump, toch?? Toch???
– NL op slot
Abraham komt langs
– O ja, Brexit…
– Bohemian Rhapsody niet op 1
“Roller Coaster” dekt voor mij de lading van dit jaar dus echt niet. Bijlange niet. Ja, misschien met een stuk of honderd duizelende loopings. Klaar met 2020! Ik ben gaar. Nou ja, mals. Want na dit waanzinnige jaar kan ik alles hebben. Kom maar op!

Samenleving

Platgeslagen wordt alles eenvoudiger. Als ik iets wil begrijpen, dan sla ik het goed plat. Platgeslagen is een samenleving precies wat het woord zegt. Leven dat je samen doet. Leven is iets waar we allemaal recht op hebben. In onze samenleving is dat recht voor iedereen even groot. Ik vind dat heel wezenlijk. Daarom begrijp ik niet waarom anderen op dit moment tóch hun eigen recht op leven boven dat van anderen denken te mogen stellen.

Op nogal argeloze wijze wordt maar even besloten dat ze “niet meer meedoen” met die “belachelijke maatregelen” van die malle overheid van ons. Nogal argeloos wordt door die mensen voorbij gegaan aan het recht op leven van andere mensen. Het is ze letterlijk een rotzorg of die mensen in de intensive care belanden. En het is ze een rotzorg dat daarmee ons zorgstelsel, dat er voor ons allemaal is, enorm onder druk komt te staan. Dat is hoe ik dit zie. Ik vind het echt onbegrijpelijk, hoe plat ik dit ook sla. En wordt er nou echt zoveel van ons gevraagd?

Ja, ik vind de sociale isolatie ook niet fijn. Ook ik mis het oude normaal. Ook ik verlang naar innige omhelzingen met mijn lieve medemensen. Maar in vergelijking met de lijdensweg van hen die vreselijk ziek worden na besmetting met het Coronavirus, en letterlijk voor hun leven moeten vechten, vind ik het een zeer draaglijke last. Als ik op die manier meevecht voor het leven van anderen, is het me dat meer dan waard. Niet meedoen is eigenlijk niet eens een optie. Dan zou je moeten emigreren denk ik. Naar een samenleving waarin samen leven niet zo hoog in het vaandel staat. Ik zeg het nog maar een keer: samenleving. Met de nadruk op samenleving.

1.5 m versus banaan in je oor

In de auto voer ik soms de mooiste gesprekken met mijn kinderen. Van de week hadden we het weer eens over de anti-corona-maatregelen. We wonen in het Noorden van het land, en in onze directe omgeving kennen wij niemand die corona heeft of heeft gehad. Het is net alsof het allemaal niet echt is, vonden de kinderen. Daarop volgt dan natuurlijk de hamvraag: zijn de maatregelen dan wel nodig?

Op dat moment moest ik plotseling denken aan dat oude mopje over olifanten met rode sokjes. Waarom dragen olifanten altijd rode sokjes? Antwoord: dan vallen ze niet op tussen de aardbeien. “He? Wat een onzin!”, is dan de reactie, “ik heb nog nooit een olifant tussen de aardbeien gezien”. Dat komt omdat die rode sokjes dus heel goed werken!

Mijn kinderen begrepen het meteen, want ze kwamen natuurlijk met een nog beter voorbeeld: als je een banaan in je oor stopt, krijg je geen last van krokodillen. En als er dan toch een krokodil op duikt, dan is het tijd voor een nieuwe banaan.

Meerzaam

Het is leeg in mij. Ik mis iedereen die ik nooit eerder miste. Eenzaamheid past niet bij me. Het staat me eenvoudig niet. Diep van binnen houdt niemand toch echt van eenzaamheid? Mensen houden van mensen. Ja, soms heeft een mens ruimte nodig. Soms heeft een mens even meer dan genoeg aan zichzelf als enig gezelschap.

Het alleen zijn kan je eigenlijk des te meer waarderen na teveel leven om je heen. Veel leven maakt honger naar stilte, maar het omgekeerde geldt ook. Zeker als dat leven op afstand blijven moet. Het leven lonkt en plaagt. Leven zonder mensen is een (te) stil leven.

Wat een bizarre situatie dat we sociale afstand moeten bewaren, omwille van onze nationale gezondheid. Maar mentaal takelt ons land af. Misschien stonden we er met z’n allen verstandelijk sowieso al niet bijster goed voor trouwens. Makke lammeren zijn we. We lijken wel betoverd. Bang voor vervloeking.

Nou, ik mag vervloekt worden als ik nog lang op sociale afstand moet leven van mijn lieve medemens. Ik kan niet wachten tot ik me weer zo meerzaam voel dat ik weer kan verlangen naar een momentje alleen.

Anderhalf

Het woord van dit jaar wordt anderhalvemetermaatschappij óf anderhalvemetereconomie. Hoewel ik principieel tegen gokspelen ben, zou ik mijn geld zetten op de tweede. Als woord vind ik “anderhalf” trouwens heel mooi. Het is een robuust woord dat al eeuwen in onze taal (en andere germaanse talen) wordt gebruikt. Het duidt op de tweede tel en daarvan alleen de eerste helft, snap je? Dus we tellen eenvoudig de meters tussen elkaar, maar bij de tweede houden we halverwege op. Op die manier krijgen we corona onder onze maatschappelijke duim. Easy.

Ik zie die anderhalvemetermaatschappij nog niet helemaal voor me eigenlijk, maar wil mijn best er voor doen. Ik probeerde me mijn dagelijkse werk op kantoor in het nieuwe normaal voor te stellen, en er verschijnen meteen diverse beren op mijn weg (ha ha, ik hoef niet eens op berenjacht).

In de koffiehoek duikt een kleine beer op: de koffiemachines staan te dicht op elkaar, maar dat kan natuurlijk worden opgelost.

En op gegeven moment moeten we allemaal een keer naar de wc. Weer een beer. In de toiletruimte wordt de anderhalve meter natuurlijk problematisch. De urinoirs zitten bijvoorbeeld al te dicht op elkaar.

En bij de liften staat een beer met één opgestoken vinger. Het aantal mensen dat nu tegelijk in een lift mag. Het wordt druk in het trappenhuis dan, dus daar staat nog een beer met gefronste wenkbrauwen naar de trapleuningen te kijken. De trapleuningen moeten tijdelijk maar worden verwijderd dan. Of toch maar pompjes met desinfectiemiddel bij de deuren van het trappenhuis.

In de kantine duiken meerdere beren op. Ze gniffelen genoeglijk. Ik denk dat ze voorpret hebben over de stoelendans die wij zullen moeten doen. Het aantal stoelen is natuurlijk beperkt tot de hoeveelheid mensen die maximaal in de kantine passen met inbegrip van die dekselse anderhalve meter. Maar de pret begint al bij de rij voor de gedesinfecteerde dienbladen. De hoeveelheid dienbladen is natuurlijk gelijk aan het aantal resterende stoelen. Er staat zich ook een beer te verkneukelen bij de kassa’s. Contactloos betalen deden we al lang, maar wij tikken zelf onze soep, kroket en saladebuffetje af op het aanraakschermpje. De vingerafdrukken van de vorige collega zie je nog duidelijk zitten (vooral bij “kroket”), dus vandaar de beer hier.

Nu heb ik natuurlijk al een paar weken kunnen oefenen met anderhalvemeterwinkelen. Dat gaat gepaard met komische, paniekerige manoeuvres en gekke schijnbewegingen. Ik liep laatst in de buurtsuper de koekjesgang uit en wilde rechtsaf, maar daar kwam net een mevrouw vandaan. Als opgeschrikt wild maakten we beiden een sprongetje en keken panisch om ons heen op zoek naar uitwijkruimte. De mevrouw van rechts dook pardoes door de rubberen flappen van het magazijn . Linksaf was voor mij vrij, dus ik schoot snel naar links. Vier meter verderop dook weer iemand op, maar ik kon gelukkig meteen doordraaien de conservengang in. Daar liep gelukkig niemand. Gelukkig had ik bij nader inzien toch een extra pot appelmoes nodig. Je ziet het, ik word hier al aardig bedreven in.

Knuffelnood

Anderhalve meter. Geen stap dichterbij. Er geldt een algeheel knuffelverbod. Gelukkig geldt dat niet voor mijn kinderen. Maar wel voor ieder ander die me lief is. Mijn ouders, mijn zusjes, vrienden. Niet dat ik met Jan en alleman te pas en te onpas knuffel, maar nu het niet meer mag is het gemis toch best schrijnend. De knuffelnood is voelbaar. Je zou nu toch verliefd worden zeg. Nieuwe liefde maakt praktisch geen schijn van kans in het “nieuwe normaal”. Maar de ware romanticus geeft de hoop natuurlijk niet op.

Misschienmoeheid

Buiten, in de natuur, speelt onze crisis totaal geen rol. Of misschien toch. De natuur kan veel ongestoorder z’n gang gaan nu de mensen binnen blijven. De natuur is bij mij om de hoek, dus ik breng het dan af en toe maar een bezoekje. Die natuur heeft geen weet van onze coronacrisis, en dat zou ik zelf ook best willen.

Eigenlijk wil ik over covid-19 alleen weten wat er toe doet. Ik wil alle misschiens en waarschijnlijkheden dus liever niet horen. Dat we misschien toch niet imuun kunnen worden, of waarschijnlijk toch wel als je symptomen niet te licht waren, heb ik niets aan. Dat het virus zich zo snel kan muteren dat we misschien wel nooit imuun kunnen worden, wil ik al helemaal niet horen. Ik leid aan misschienmoeheid. Doe maar mij maar zekerheden. Dat wil natuurlijk iedereen.

Nou wil ik natuurlijk ook niet per se horen dat op (bijvoorbeeld) 18 september 2031 rond theetijd covid-31 (het tot killervirus doorgemuteerde covid-19) zal uitbreken en dat deze waarschijnlijk een sterfte-ratio van 20% zal hebben. Laat doemscenario’s ook maar weg uit het nieuws. Doe mij dan maar vooral opbeurende zekerheden dan. Zo van: Het is aangetoond dat onbaatzuchtigheid je imuunsysteem tot 80% effectiever maakt in de bestrijding van net gelijk welk virus. Lang leve de naïviteit natuurlijk, maar ik ben nou eenmaal een onverbeterlijke optimist.

Huishouden

Sinds gisteravond ben ik me ineens gaan afvragen wat een huishouden precies is. Want, uitgezonderd van de leden van één huishouden, mogen we tot 1 juni van dit jaar niet meer samenscholen. Er staat een vette boete op het niet op afstand blijven van elkaar. Maar dat geldt dus niet voor leden van een huishouden.

Maar wat is een huidhouden dan precies? Dus ik raadpleegde het grote wijze internet maar eens en vond (onder andere) deze vier definities:

Definitie 1 (bron): Een huishouden bestaat uit één of meer personen die op hetzelfde adres wonen en een economisch-consumptieve eenheid vormen. Vaak is een huidhouden gebaseerd op bloedverwantschap en huwelijksbinding.

Definitie 2 (bron): Eén of meer personen die samen een woonruimte bewonen en zichzelf niet-bedrijfsmatig voorzien van de dagelijkse behoeften

Definitie 3 (bron): Een aantal personen dat in gezinsverband leeft en als zodanig als een eenheid wordt beschouwd.

Definitie 4 (bron): aanduiding voor in vast verband samenlevende partners, eventueel met (hun) kinderen.

Hieruit kan ik de verontrustende conclusie trekken dat mijn kinderen en ik geen huishouden meer zijn. We wonen namenlijk niet op één en hetzelfde adres, en hun ouders zijn geen partners meer die in vast verband samen leven. Beste overheid, geef mij meer duidelijkheid, want anders ga ik binnenkort failliet aan boetes wegens het illegaal knuffelen van mijn kinderen.