cynisch

Ontdekking

Ontdekking. Dat is dus eigenlijk letterlijk het tegenovergestelde van “dekking”. Ik denk aan schade die ineens niet meer vergoed wordt door je verzekering.  Ik denk aan het weer opruimen van borden, glazen en bestek op de tafels waar alweer niemand aan kwam zitten. Ik denk aan de abortus van een om wat voor reden dan ook ongewenst lam, veulen, kalf of kind.

En natuurlijk denk ik ook aan de blootlegging van iets dat verborgen lag. Dat kan van alles zijn. Een nieuw diersoort. Een nieuw talent. Een “nieuwe” planeet of een “nieuw” zwart gat (die zijn natuurlijk nooit nieuw). En een lijk kan ook heel goed verborgen liggen natuurlijk. Hopelijk was het geen zelfmoord, want dat is ontdekt door de overlijdensrisicoverzekering.

Advertenties

Op zich

Er is op zich wel meer ruimte in mijn leven nu. Op zich is dat fijn. Ik doe waar ik zin in heb, en ik doe niet of ik stel uit waar ik op zich geen zin in heb. Misschien is er in dat opzicht op zich eigenlijk niets veranderd. Ik kan de positieve kanten van mijn situatie op zich natuurlijk best inzien. Ik heb veel meer tijd voor mezelf, en ik kan mijn leven op zich zo inrichten zoals ik dat wil. En op zich gaat me dat ook best goed af. Ik zorg op zich goed voor mezelf in de zin dat ik gezond en gevarieerd eet. Ik sta regelmatig in de keuken om voor mezelf te koken. Daar beleef ik op zich best plezier aan. Op zich kan ik ook best aardig koken al zeg ik het zelf.

Ik heb vaste grond onder mijn voeten nodig, een wat vaster thuishonk. Nu zit ik in een chaletje dat op zich prachtig ligt. Ik loop zo het bos in. Op zich heerlijk, maar ik voel me in zo’n hutje niet echt thuis. Dagelijks speur ik dus Funda af op zoek naar een betaalbaar huurwoninkje dat op zich niet al te ver ligt van waar mijn kinderen wonen. Er staat voor de komende week weer een bezichtiging in de agenda. Op zich ben ik niet al te kieskeurig. Een 2-kamer-appartement is op zich groot genoeg voor mij. Groter zal ik me op zich ook niet kunnen veroorloven. Dat appartementje zal ik dan moeten stofferen en inrichten. Daar kan ik me op zich best op verheugen. Ik hou me op zich natuurlijk ook aanbevolen voor meubels, potten, pannen en dergelijke waar je op zich wel vanaf zou willen.

Weet je, ik heb op zich best vertrouwen in de toekomst. Die toekomst is er wel. Ik weet alleen niet wat die me zal brengen. Op zich zou ik me natuurlijk niet te passief moeten opstellen. Mijn toekomst wordt immers voor een groot deel bepaald door mijn eigen keuzes. Dus ik moet niet afwachten wat het me brengt, maar vooruit kijken en de kansen en mogelijkheden benutten die ik zie. Op zich ben ik me daar prima van bewust. Dus ik moet niet zeggen dat ik niet weet wat de toekomst me brengt, maar dat ik me er onzeker over voel of ik de juiste keuzes maak. Dus ik kijk moedig vooruit.

Niet eens zo heel erg ver in de verte zie ik een tweesprong. Een splitsing van wegen. De ene loopt parallel aan een vertrouwde weg, de andere loopt daar juist bij vandaan. Op zich zou het ook kunnen dat die splitsing al achter me ligt, en dat ik weer ben blijven hangen in het verleden, vastgeklampt aan valse hoop. Dat is precies de lijdzaamheid waar ik vanaf moet. Je voelt ‘m aankomen: op zich begrijp ik dat heel goed, maar ik zwem in een zee vol maren. Woelige maren waar ik in dreig te verzuipen. De maren trekken me naar beneden, de diepte in. Een door mijzelf opgeworpen illusie natuurlijk. Dat snap ik op zich ook wel.

Onverdraagzaamheid – les 5 : “Waan je boven de wet”

Ergens vorig jaar stelde ik me als doel een boekje te schrijven met de titel: “Onverdraagzaamheid in 10 stappen”. Ik zou namelijk wel wat verdraagzamer kunnen zijn. Wacht, dat is toch het tegenovergestelde van onverdraagzaamheid? Klopt. Maar ik geloof namelijk dat auteurs van boekjes met titels zoals “Assertief in 10 stappen” zelf helemaal niet zo assertief zijn. Onderaan de vuurtoren is het namelijk donker. En de beste stuurmannen staan aan wal. Dat idee.

Kortom: Een boek over “Verdraagzaamheid in 10 stappen” zou normaliter moeten zijn geschreven door een onverdraagzame persoon. Zou normaliter. Dat draai ik dus om, en schrijf daarom een ludiek boekje met de titel: “onverdraagzaamheid in 10 stappen”. Onderaan mijn vuurtoren en aan mijn wal wordt het daardoor hopelijk één en al verdraagzaamheid.

Er verschenen al 4 eerdere lessen (les 1, les 2, les 3, les 4), dus met deze les ben ik al halverwege. Joepie.

In les 5 leer je jezelf boven de wet te wanen. Het beoogde doel is dat jij anderen onredelijke regels oplegt, en dat je je zelf uiteraard niet aan die regels houdt. En je laat je natuurlijk door niemand regels opleggen. Kom nou! De wet is voor het gepeupel, en daar sta jij mijlen ver boven verheven. Jij máákt en handhaaft wetten.

Stap 1:

Bedenk een onredelijk regeltje. Je kunt eerst klein en veilig thuis beginnen door bijvoorbeeld te verordonneren dat eenieder slechts één boterham met hagelslag mag bij het ontbijt. Beperk ook de hoeveelheid hagelslag per boterham tot een zielig maximum met het argument: “dan mors je minder”. Geklaag over het feit dat je zelf wel meerdere boterhammen met bérgen hagelslag eet pareer je met: “maar ík mors niet, en nou stoppen met zeuren!”.

Stap 2:

Strooi zout op iedere slak. Zeik over iedere kleine overtreding van jouw onredelijke regeltjes. Vertrouw er niet op dat je regels altijd worden nageleefd. Controleer alles. Doe dat consequent.

Stap 3:

Maak je bekwaam in het ter plekke bedenken van nieuwe onredelijke regels. Zoals een plotseling verbod op in huis lopen met schoenen aan als je het geluid van het geklos op je houten vloer niet meer wenst te verdragen. Zelf hou je natuurlijk je schoenen gewoon aan.

Een groot bijkomend voordeel van een dergelijke intolerante opstelling is dat je al je energie lekker opmaakt hieraan. Jij hebt geen slaapmutsje nodig om in slaap te kunnen vallen dan, dat kan ik je verzekeren. Aan het eind van je dag ben je kapot.

Een échte smartfoon

Het moet niet gekker worden: een telefoon met een hartslagsensor. Maar in 1992 vond ik een telefoon waarmee je kon e-mailen ook belachelijk, laat staan eentje dat kan fotograferen en je foto’s automatisch op het internet zet. Toch verzend ik nu minstens 5 e-mails per dag met mijn telefoon en plaats ik natuurlijk dagelijks bloto’s van mezelf in de cloud. En de typefouten in mijn e-mailtjes neemt men maar gewoon voor lief, want dat komt door het priegelige toetsenbordje en mijn te grote handen.

Mijn huidige telefoon is een ding dat nog redelijk in de broekzak van mien spiekerboksem (spijkerbroek, voor de niet-Grunningers) past. Daar zocht ik hem min of meer op uit. Maar voor mijn handen is ‘ie eigenlijk te klein. En na bijna 3 jaar wil z’n accu ook niet meer. Hij moet bij veel telefoneren al halverwege de dag weer aan de lader. Dus ik bestelde argeloos een nieuwe (van de zaak), zonder op de specs te letten: als ‘ie maar groot is en geen iphone is.

En dan lees ik dus net dat het ding een hartslagsensor heeft. Wat kan ik daarmee? Is het om te meten dat ik nog leef? Zodat het automatisch 112 belt als ik lig te sterven? Of is het om te meten wat mijn staat van opwinding is? En hoe weet het dan het verschil tussen boos en hitsig? Misschien heb ik dan nu wel een échte smartfoon, die aan mijn hartslag kan detecteren of ik weemoedig ben, zodat het in een geduldige luisterstand gaat en ik al mijn ellende eraan vertrouwen kan. Wauw, dat moet het zijn. Over 5 jaar vind ik dat vast ook net zo normaal als e-mailen met een telefoon.