cynisme

Leegte

Met de televisie aan voelt het minder leeg in mijn huis. Ik gebruik de televisie, en ook de radio om de leegte die ik voel op te vullen. Maar de leegte laat zich er maar tijdelijk door vullen. Als ik de televisie uit zet, lijkt de leegte haast wel te zijn vergroot. Komt misschien wel door het gebrek aan inhoud van hetgeen erop de televisie te zien was. Natuurlijk bedien ik de televisie zelf. Ik kies er vrijwillig voor om de inhoudsloze programma’s en series aan te zien. Onderuitgezakt op de bank.

Na een uurtje of twee, drie, leg ik de televisie het zwijgen op met de afstandsbediening. Hallo leegte. Natuurlijk groet het niet terug. Het is een passieve leegte. Het doet niets. Het klaagt niet en is zelfs niet eens dreigend. Het is er alleen maar. Mijn stoïcijnse leegte. Het zegt niets, maar maakt wel heel duidelijk zijn aanwezigheid kenbaar. Het oordeelt ook niet. Misschien moet ik over mijn leegte dan ook maar niet oordelen. Het is een deel van me dat erkenning verdient. Misschien moet ik het ook niet als leegte zien, maar als ruimte. De ruimte in de bovenste helft van mijn glas.

Advertenties

De ware romanticus

Hij is eigenlijk bepaald geen ridder op een wit paard. Dat zou hij zelf in principe nooit over zichzelf beweren. Wie zou zoiets überhaupt over zichzelf zeggen? Dat vroeg hij zich vaak af. Welke man zou zichzelf nou openlijk een romanticus noemen? Hij in ieder geval niet. Ook al barstte hij van de romantiek. Wat eigenlijk misschien ook wel zo is. Het is er bij hem alleen nog nooit uitgekomen.

Een ware romanticus uit het vast allemaal bij de ware liefde. Voor de ware zou hij beslist mierzoete serenades schrijven en zelfs onder haar balkon zingen. Met bijbehorende rode roos tussen zijn tanden. Voor de ware zou hij allicht draken doden. Met zijn blote handen. Voor de ware zou hij de grond waarop ze liep willen kussen. In principe dan. Niet letterlijk natuurlijk. Een man is in principe alleen figuurlijk romantisch, zo veronderstelt hij. Hij is een wanhopige cynicus. Een ware romanticus als het ware.    

De hobbyfilosoof

Als vanzelf ontspruiten aan zijn warrige brein kernachtige, quasi wijze uitspraken. Nogal lukraak ook. Laatst zei hij bijvoorbeeld heel overtuigend: “het klimaat is in de mensen, en niet andersom”. En toen was hij stil. Voorafgaand aan die uitspraak oreerde hij er lekker op los over “de situatie” in de wereld. We zouden allemaal verslaafd zijn aan meer, meer, meer. Iets waarover hij natuurlijk ook de wijsheid niet in pacht heeft, zoals hij voor de zekerheid maar even zei. Het is voor een mens ook teveel omvattend om allemaal te begrijpen.

Maar het klimaat is volgens hem dus in de mensen in plaats van het omgekeerde. Toen hem werd gevraagd of hij met klimaat soms “welzijn en vrede” bedoelde, en dat als we allemaal zorgen voor ons innerlijke klimaat, we het klimaat om ons heen beter zullen verdragen, haalde hij slechts zijn schouders op en zei: “Dat zou kunnen, maar ik ben ook maar een onbeduidende hobbyfilosoof”. Hij is één en al bescheidenheid natuurlijk. Zwelgend in zijn innerlijke welzijn en vrede.

Fietsenhok op zolder

Ooit vertelde iemand me dat het slim kan zijn om de ander het gevoel te geven dat hij/zij slimmer is dan jij. De persoon in kwestie zei dit tegen me nadat ik hem een te perfect plaatje had laten zien. Hij kon er helemaal niets op aanmerken, vond hij, en dat maakte dat hij zich slecht met “mijn” plaatje kon identificeren. Het was nu teveel een “ik geloof het wel”-plaatje voor hem. Zijn advies was daarom om de volgende keer bewust een “fietsenhok op zolder” in de plaat op te nemen. Hij wist best dat ik veel beter mooie, technische overzichten kon maken als hijzelf, maar hij wilde het gevoel hebben dat hij nog iets kon verbeteren. En dat gold niet alleen voor hem, zo zei hij, maar waarschijnlijk ook voor veel andere managers. Managers hoeven inderdaad niet gehinderd te zijn door enige kennis, dat weet iedereen. Het is dus een goed advies. Dat fietsenhok op zolder is misschien wel vergelijkbaar met het weeffoutje dat altijd in Perzische tapijten moet zitten. Perfectie is alleen weggelegd voor goden. Als nederige adviseur moet je dus af en toe braaf de toorn van de opperwezens boven je verdragen. Zij hebben gelijk, ook al ben jij slimmer.

Zelfanalyse

Het overkomt me vaak dat ik ineens door heb dat ik mezelf zit te observeren. Alsof ik mijn eigen patiënt ben. Als een soort onafhankelijke ik, neem ik mijzelf op een vreemde, psychoanalytische manier waar. In mijn hoofd maak ik mentale notities. Zo van:
– drinkt uit gewoonte veel koffie,
– laatste tijd snel emotioneel van slag, compenseert goed vanuit veerkracht,
– denkt aan vroeger, voelt zich weemoedig,
– heeft zelf toch ook rancuneuze gedachten,
– is zich bewust dat hij net te snel oordeelde, en verontschuldigt zich daar voor,
– loopt veerkrachtig, voelt zich nu zelfverzekerd,
– heeft al veel minder het gevoel altijd op zijn hoede te moeten zijn,
– is zich bewust van zijn zelfanalyse en vraagt zich af of dat wel normaal is.


dat wel

Het had eigenlijk de hele vakantie geregend. Het aantal uren dat we de zon zagen konden we op één hand tellen. We weten nu zeker dat de tent waterdicht is, dat wel.

Door de schuifpui te forceren wisten de inbrekers binnen te komen. Ze roofden zowat de halve woonkamer leeg. Het was een ravage. Zelfs het vloerkleed was weg. Waarschijnlijk om de flatscreen TV in mee te nemen, zei de politieagent. Ze sprongen dus voorzichtig met de gestolen spullen om, dat wel.

De bliksem sloeg in de boom in de tuin van de buren en viel daardoor precies op de net opgeleverde nieuwe uitbouw van onze woonkamer. Die boom zou volgende week worden gekapt om meer licht in de tuin te krijgen. Die klus konden we ons dus besparen, dat wel.

Wij Nederlanders kunnen toch altijd weer rekenen op ons ingebouwde cynisme op de momenten dat we wel een lichtpuntje kunnen gebruiken, dat wel.

Parfumhinder

Op het moment dat ik dit schrijf zit ik in iemands parfumwolk. Een zoete, zware after shave, zo te ruiken. Het bezorgt me koppijn. Kloppende slapen. En mijn smaakpapillen worden door mijn bedwelmde hersenen niet meer begrepen. Mijn koffie smaakt niet naar koffie, maar ik drink het toch maar op.

Ik voel het parfum om me heen hangen. Het is een ware invasie. Een geurinvasie die diep in mijn wezen door dringt. De zoete, bedwelmde wolk die nu om me heen hangt, maakt dat ik me slecht kan concentreren. Zenuwgas is er niks bij. En ik zit helemaal aan de andere kant van de kantoorvleugel. Alles in me roept om alle ramen open te zetten, maar een sociale remming houdt me tegen. Eigenlijk zou ik de drager van het parfum erop moeten aanspreken dat de zwaarte van zijn parfum voor mij zeer hinderlijk is, maar mijn geïrriteerde hoofd kan even geen tact opbrengen.

Er zou een wettelijke grens voor geurhinder moeten zijn. Net als bij geluid. Geur kun je uitdrukken in geureenheden. In Europa gebruiken we de OUE (Odor Unit Europe). Eén OUE/m3 is – als ik het goed begrijp – de hoeveelheid geurstoffen in een wolkje van één kubieke meter die in een gecontroleerde omgeving dezelfde psychologische reactie veroorzaakt bij mensen als bij de blootstelling aan dezelfde concentratie van een standaard referentiegeur. Dat is allemaal dus al bedacht. Mooi.

Dus parfumhinder is al meetbaar. Nu wil ik een gadget. Een slim apparaatje dat mij beschermt tegen geurinvasies. Een minuscuul apparaatje dat ik onzichtbaar in mijn neus kan dragen. Voor geluid heb je tegenwoordig geavanceerde “noice cancelling” met antigeluid. Dat wil ik ook voor geur: antigeur. Mijn gadget meet de hoeveelheden OUE/m3 en heeft dus ook geavanceerde “odour cancelling”. Met een appje op mijn telefoon kan ik het dingetje instellen zodat ik nog wel van de geur van mijn koffie kan genieten. Willie Wortel, aan de slag!

Maar alles goed en wel. Zo’n apparaatje bestaat nog niet. Mijn geprikkelde hoofd wil eigenlijk dat overmatig parfumgebruik als overlast wordt erkend. Rokers zijn al te schande gemaakt vanwege hun effect op de volksgezondheid, nu de chemische luchtverontreinigers nog met hun asociale parfums. Kantoorgebouwen en openbare gebouwen zouden mensen die de wettelijke geurlimiet overschrijden bij de ingang moeten tegenhouden, en via een speciale tunnel waarin ze worden bespoten met een parfum-neutraliserend gas, naar binnen leiden. Cynisme in overdrive natuurlijk. Van nature ben ik cynisch, maar het is vertienvoudigd door die zware after shave. Ik ga maar eens een frisse neus halen.

Toveren

Als hij kon toveren
kwam alles voor elkaar
Als hij kon toveren
was hij never nooit meer de sigaar
Als hij kon toveren, kon toveren, kon toveren
dan was alles dat gezegd wordt altijd waar

Hij had een eigen man cave,
waar zijn eigen drumstel stond
En hij kon eeuwig blijven leven,
leefde met zijn kinderen mee
En auto’s reden niet meer op fossiele brandstoffen,
maar op klimaatneutraal gekweekte, fair trade appelmoes
En hij zou niet hoeven afleren,
wat bij hem eigenlijk was vastgeroest

Als hij kon toveren
kwam alles voor elkaar
Als hij kon toveren
dan was het altijd mooi weer (zodat hij het niet meer hoefde te spelen)
Als hij kon toveren
dan was geen mens milieuvervuilend (en was al ons voedsel plantaardig)
Als hij kon toveren, kon toveren, kon toveren
dan waren alle mensen gelijkwaardig

Zijn vrouw zou ineens begrijpen
Waarom hij zo kinderachtig deed
En iedereen zou heel hard juichen
bij alles wat hij deed
en ’s winters was het heel lang licht
en werd dus niemand depressief
en iedereen wordt altijd gelukkig
en niemand werd geboren met aanleg voor dominant gedrag

Als hij kon toveren
dan was hij altijd positief en onbevooroordeeld (en zou alles beter worden)
Als hij kon toveren
deed hij altijd heel verstandig (en had zijn financiën op orde)
Als hij kon toveren, kon toveren, kon toveren
dan was iedereen dik tevreden over zichzelf

Maar aan een toverspreuk van die absurditeit
was hij veel teveel geld kwijt (wat hij beseft omdat hij daar nu wel mee om kan gaan)
En naar zo’n ongelooflijk toverboek
was hij ze hele leven al tevergeefs op zoek
En voor die hele cursus toverij
heeft hij natuurlijk helemaal geen tijd
Hij stelt het vast weer eindeloos uit
Als hij al tot het inschrijven besluit
Ja zelfs de opa van zijn vader
stelde alles uit tot later

Als hij kon toveren
kwamen hij en zijn gezin weer bij elkaar (en niemand maakte ruzie)
Als hij kon toveren
deed hij nooit meer zo raar  (en was af van zijn obsessies)
Als hij kon toveren, kon toveren, kon toveren
dan werd zijn psychische kronkel een rotte kies zodat hij ermee naar de tandarts kon gaan voor een wortelkanaalbehandeling en kwam alles voor elkaar

Onverdraagzaamheid – les 3 : “Vat alles persoonlijk op”

Dit is les 3 in de serie “onverdraagzaamheid in 10 stappen“, waarin je op cynische wijze leert jezelf te transformeren tot tiran.

Artsen zijn vaak moeilijke patiënten. Hoe meer kennis en ervaring (grotere autoriteit), des te moeilijker. Dit komt voort uit wantrouwen door kennis. De patiënt weet het beter dan de arts. Voor psychologen geldt dat denk ik nog wel het meest. Ik kan dat niet staven, maar ik weet zeker dat de drempel voor het bezoeken van een psycholoog voor psychologen veel hoger is dan voor niet-psychologen.

Een tandarts kan natuurlijk moeilijk zelf zijn eigen wortelkanaalbehandeling uitvoeren, net zo min als dat een chirurg bij zichzelf een bypass-operatie kan doen, maar voor een psycholoog ligt dat natuurlijk anders. De valkuil van de psycholoog is dat hij denkt dat hij/zij zichzelf objectief kan analyseren. Maar niemand kan zichzelf natuurlijk 100% objectief analyseren.

Het is weer dat mooie spreekwoord van de vuurtoren die hier opgaat: onderaan de vuurtoren is het donker. En ik voeg daar nu aan toe: hoe hoger de vuurtoren (hoe meer kennis), des te sterker is dat effect. De psycholoog kán zichzelf helemaal niet beoordelen, want door de grote hoogte van zijn vuurtoren van autoriteit komt het weinig strooilicht dat hij veroorzaakt zeker weten niet bij zijn (of haar) eigen voeten.

Autoriteit creëert afstand. Autoritaire mensen staan op grote afstand van anderen (het gepeupel). En dat is natuurlijk gunstig voor mensen met een dictatoriale inslag. Je duldt sowieso natuurlijk geen tegenspraak. Het is ook onlogisch dat anderen jou tegen willen spreken, want jij hebt altijd gelijk. Jouw normen, waarden en opvattingen zijn absoluut. Andere normen, waarden en opvattingen accepteer je eenvoudig niet. Jij bent onverdraagzaam.

Maar wat doe je met de tegenspraak die je ondanks je autoritaire en afstandelijke houding toch ontvangt?  Juist: heel persoonlijk opvatten. Alles dat ook maar enigszins lijkt op tegenspraak dien je heel persoonlijk op te vatten. Het is namelijk een directe aanval op jouw onmetelijke intellect. Dit moet je dan ook meteen de kop indrukken. Smoor het in de kiem. Hou iedereen in je omgeving zo klein en onwetend mogelijk, zodat de tegenspraak vanuit die omgeving niet kan optreden.

Een verhaaltje:

Een ogenschijnlijk normaal gezin bestaande uit pa, ma, broer en zusje, woonde in een leuke buurt waar iedereen zich veilig waande. Je kon je fiets gewoon buiten laten staan en vergeten op slot te doen, en dan stond het er de volgende ochtend gewoon nog. Maar op een dag was de nieuwe (tweedehands) fiets van zusje tóch gestolen. Ze was er helemaal ondersteboven van. Maar Pa kon haar alleen maar nalatigheid verwijten in plaats van begripvol te zijn.

Grote broer stond erbij en begon te koken van binnen. Er ontkiemde zich een hete uitbarsting van woede. Pa zag het gebeuren en keek hem met harde ogen aan. Toen zei hij smalend: “En jij houdt je mond maar snotneus!”. Weg kiem, alleen de dreun van de dichtslaande deur van zijn slaapkamer getuigde nog van zijn woede.