cynisme

Wrevelwoorden

Wroeten is een woord dat qua klank geweldig goed past bij de betekenis ervan. Bij wroeten stel ik me een woest gegraaf met je beide handen voor. Of lekker met je spitse neus, luid snuivend, als je geen handen hebt. Wie wroet is naarstig op zoek naar iets. Wroeten heeft iets groezeligs. Woorden die met “wr” beginnen gaan wel vaker over ongenoeglijke zaken, bedacht ik me. Wrak, wrat, wroeging, wrikken, wrok, wreken. Allemaal wrevelwoorden. Wroeten is eigenlijk vooral een wrevelwoord als iemand anders met z’n neus in jouw zaken zit te wroeten.

Toen ik laatst de kinderen weer terug naar hun moeder transporteerde (enigszins wrevelig, zoals wel vaker bij die autoritjes), gooide ik dit idee eens in de groep. Ik vond uiteraard weerklank. Dus ik voelde me aangemoedigd om een stapje verder te gaan. Bij woorden die met “vr” beginnen is het eigenlijk ook zo, oreerde ik. Zoals vrek, vrees, vreten, vriezen en, en, en…eh, wat eigenlijk nog meer? Waarop mijn zoon me droogjes aanvult: vrouwen? Toegegeven, daar moest ik smakelijk om lachen, maar het kwam hem natuurlijk wel op een kleine, corrigerende berisping te staan.

De Opticynist

Het leven is mooi. Laat ik dat alvast voorop stellen. Altijd de optimist natuurlijk. Waarschijnlijk is het kenmerkend voor de fase waarin ik mij momenteel bevind, dat sterker waarderen van het leven. Het is een soort bezwering eigenlijk. In deze tweede helft van mijn bestaan zal ik verdomme meer van het leven genieten, zowaar ik Mark heet. Niets zal mij daarvan natuurlijk ook kunnen weerhouden. Het leven zal mooi gevonden worden als is het het laatste wat ik doe! Mij krijg je er sowieso niet onder. Mijn natuur is te weerbarstig. Dus geef ik aan alles met mijn grootste overtuiging de positiefste draaien. Zo van: die permanente, wazige vlekken in mijn blikveld maken de zonsondergang voor mij natuurlijk een uniek, psychedelisch spectakel! Opticynisme. Een zegen.

Bandenspanning

Mijn ego is eigenlijk veel te groot voor mijn auto. Ik geef dat meteen maar even toe. Mijn huidige autootje is een rationele keuze. Japanse degelijkheid. Niet kapot te krijgen. Verbruikt zowat niks. Ik rij er al 10 jaar zonder problemen mee van hot naar her. De kilometerteller toont een dikke 309000 km. Ik weet zeker dat ik er nog minstens twee keer de wereld mee rond zou kunnen rijden. Maar ook onze wegen moeten scheiden.

Dus ik heb mijn trouwe stikstofbronnetje ingeruild voor een wat jonger stuk blik van Scandinavische makelij. Een tweedehandsje die al goed is ingereden. In deze wagen zal mijn ego ook lang niet passen, maar alle bagage van mijn kinderen wel. Dat is sinds de scheiding van hun moeder en ik natuurlijk een zwaarwegende factor geweest in het besluit om mijn auto te verruilen voor een grotere.

En nu wacht ik al ruim een week met toenemende gespannenheid op het verlossende telefoontje van de garage: “Hij is klaar hoor meneer!”. Ik had aangedrongen op een grote beurt, en ik wist dat de monteur (kleine garage) op vakantie was, dus ik stelde me er al op in dat ik moest wachten. Hij zou waarschijnlijk vandaag klaar zijn, dus ik heb de hele dag naar mijn telefoon zitten turen: “Toe dan! Ga!”. Maar mijn telefoon ging niet. Uiteindelijk belde ik de garage zelf maar. Ze waren al bijna klaar, maar het wachten was nog op een apparaat dat moest worden geleend om de ABS (of zo) uit te lezen.

Dus ik word nog even in spanning gelaten. Ik verdraag het nog maar net. Over technologiefrustratie gesproken! Je zou haast gaan denken dat ik me op de nieuwe auto verheug. En dan heb je gelijk. Hoewel ik ook een beetje weemoed voel bij het “in de steek laten” van de auto die dat nog nooit bij mij heeft gedaan. Ik praat het in mijn hoofd goed door te denken dat ik mijn trouwe vierwieler rust gun. Alsof ik een emotionele band zou kunnen hebben met een stuk technologie. Sentimenteel gedoe, maar het is wel zo. Ik ben gespannen vanwege een breuk van een band (het wordt me vast nooit vergeven) en het aangaan van een nieuwe band (wat nou als het niet klikt?). Bandenspanning. Haha.

Leegte

Met de televisie aan voelt het minder leeg in mijn huis. Ik gebruik de televisie, en ook de radio om de leegte die ik voel op te vullen. Maar de leegte laat zich er maar tijdelijk door vullen. Als ik de televisie uit zet, lijkt de leegte haast wel te zijn vergroot. Komt misschien wel door het gebrek aan inhoud van hetgeen erop de televisie te zien was. Natuurlijk bedien ik de televisie zelf. Ik kies er vrijwillig voor om de inhoudsloze programma’s en series aan te zien. Onderuitgezakt op de bank.

Na een uurtje of twee, drie, leg ik de televisie het zwijgen op met de afstandsbediening. Hallo leegte. Natuurlijk groet het niet terug. Het is een passieve leegte. Het doet niets. Het klaagt niet en is zelfs niet eens dreigend. Het is er alleen maar. Mijn stoïcijnse leegte. Het zegt niets, maar maakt wel heel duidelijk zijn aanwezigheid kenbaar. Het oordeelt ook niet. Misschien moet ik over mijn leegte dan ook maar niet oordelen. Het is een deel van me dat erkenning verdient. Misschien moet ik het ook niet als leegte zien, maar als ruimte. De ruimte in de bovenste helft van mijn glas.

De ware romanticus

Hij is eigenlijk bepaald geen ridder op een wit paard. Dat zou hij zelf in principe nooit over zichzelf beweren. Wie zou zoiets überhaupt over zichzelf zeggen? Dat vroeg hij zich vaak af. Welke man zou zichzelf nou openlijk een romanticus noemen? Hij in ieder geval niet. Ook al barstte hij van de romantiek. Wat eigenlijk misschien ook wel zo is. Het is er bij hem alleen nog nooit uitgekomen.

Een ware romanticus uit het vast allemaal bij de ware liefde. Voor de ware zou hij beslist mierzoete serenades schrijven en zelfs onder haar balkon zingen. Met bijbehorende rode roos tussen zijn tanden. Voor de ware zou hij allicht draken doden. Met zijn blote handen. Voor de ware zou hij de grond waarop ze liep willen kussen. In principe dan. Niet letterlijk natuurlijk. Een man is in principe alleen figuurlijk romantisch, zo veronderstelt hij. Hij is een wanhopige cynicus. Een ware romanticus als het ware.    

De hobbyfilosoof

Als vanzelf ontspruiten aan zijn warrige brein kernachtige, quasi wijze uitspraken. Nogal lukraak ook. Laatst zei hij bijvoorbeeld heel overtuigend: “het klimaat is in de mensen, en niet andersom”. En toen was hij stil. Voorafgaand aan die uitspraak oreerde hij er lekker op los over “de situatie” in de wereld. We zouden allemaal verslaafd zijn aan meer, meer, meer. Iets waarover hij natuurlijk ook de wijsheid niet in pacht heeft, zoals hij voor de zekerheid maar even zei. Het is voor een mens ook teveel omvattend om allemaal te begrijpen.

Maar het klimaat is volgens hem dus in de mensen in plaats van het omgekeerde. Toen hem werd gevraagd of hij met klimaat soms “welzijn en vrede” bedoelde, en dat als we allemaal zorgen voor ons innerlijke klimaat, we het klimaat om ons heen beter zullen verdragen, haalde hij slechts zijn schouders op en zei: “Dat zou kunnen, maar ik ben ook maar een onbeduidende hobbyfilosoof”. Hij is één en al bescheidenheid natuurlijk. Zwelgend in zijn innerlijke welzijn en vrede.

Fietsenhok op zolder

Ooit vertelde iemand me dat het slim kan zijn om de ander het gevoel te geven dat hij/zij slimmer is dan jij. De persoon in kwestie zei dit tegen me nadat ik hem een te perfect plaatje had laten zien. Hij kon er helemaal niets op aanmerken, vond hij, en dat maakte dat hij zich slecht met “mijn” plaatje kon identificeren. Het was nu teveel een “ik geloof het wel”-plaatje voor hem. Zijn advies was daarom om de volgende keer bewust een “fietsenhok op zolder” in de plaat op te nemen. Hij wist best dat ik veel beter mooie, technische overzichten kon maken als hijzelf, maar hij wilde het gevoel hebben dat hij nog iets kon verbeteren. En dat gold niet alleen voor hem, zo zei hij, maar waarschijnlijk ook voor veel andere managers. Managers hoeven inderdaad niet gehinderd te zijn door enige kennis, dat weet iedereen. Het is dus een goed advies. Dat fietsenhok op zolder is misschien wel vergelijkbaar met het weeffoutje dat altijd in Perzische tapijten moet zitten. Perfectie is alleen weggelegd voor goden. Als nederige adviseur moet je dus af en toe braaf de toorn van de opperwezens boven je verdragen. Zij hebben gelijk, ook al ben jij slimmer.

Zelfanalyse

Het overkomt me vaak dat ik ineens door heb dat ik mezelf zit te observeren. Alsof ik mijn eigen patiënt ben. Als een soort onafhankelijke ik, neem ik mijzelf op een vreemde, psychoanalytische manier waar. In mijn hoofd maak ik mentale notities. Zo van:
– drinkt uit gewoonte veel koffie,
– laatste tijd snel emotioneel van slag, compenseert goed vanuit veerkracht,
– denkt aan vroeger, voelt zich weemoedig,
– heeft zelf toch ook rancuneuze gedachten,
– is zich bewust dat hij net te snel oordeelde, en verontschuldigt zich daar voor,
– loopt veerkrachtig, voelt zich nu zelfverzekerd,
– heeft al veel minder het gevoel altijd op zijn hoede te moeten zijn,
– is zich bewust van zijn zelfanalyse en vraagt zich af of dat wel normaal is.


dat wel

Het had eigenlijk de hele vakantie geregend. Het aantal uren dat we de zon zagen konden we op één hand tellen. We weten nu zeker dat de tent waterdicht is, dat wel.

Door de schuifpui te forceren wisten de inbrekers binnen te komen. Ze roofden zowat de halve woonkamer leeg. Het was een ravage. Zelfs het vloerkleed was weg. Waarschijnlijk om de flatscreen TV in mee te nemen, zei de politieagent. Ze sprongen dus voorzichtig met de gestolen spullen om, dat wel.

De bliksem sloeg in de boom in de tuin van de buren en viel daardoor precies op de net opgeleverde nieuwe uitbouw van onze woonkamer. Die boom zou volgende week worden gekapt om meer licht in de tuin te krijgen. Die klus konden we ons dus besparen, dat wel.

Wij Nederlanders kunnen toch altijd weer rekenen op ons ingebouwde cynisme op de momenten dat we wel een lichtpuntje kunnen gebruiken, dat wel.

Parfumhinder

Op het moment dat ik dit schrijf zit ik in iemands parfumwolk. Een zoete, zware after shave, zo te ruiken. Het bezorgt me koppijn. Kloppende slapen. En mijn smaakpapillen worden door mijn bedwelmde hersenen niet meer begrepen. Mijn koffie smaakt niet naar koffie, maar ik drink het toch maar op.

Ik voel het parfum om me heen hangen. Het is een ware invasie. Een geurinvasie die diep in mijn wezen door dringt. De zoete, bedwelmde wolk die nu om me heen hangt, maakt dat ik me slecht kan concentreren. Zenuwgas is er niks bij. En ik zit helemaal aan de andere kant van de kantoorvleugel. Alles in me roept om alle ramen open te zetten, maar een sociale remming houdt me tegen. Eigenlijk zou ik de drager van het parfum erop moeten aanspreken dat de zwaarte van zijn parfum voor mij zeer hinderlijk is, maar mijn geïrriteerde hoofd kan even geen tact opbrengen.

Er zou een wettelijke grens voor geurhinder moeten zijn. Net als bij geluid. Geur kun je uitdrukken in geureenheden. In Europa gebruiken we de OUE (Odor Unit Europe). Eén OUE/m3 is – als ik het goed begrijp – de hoeveelheid geurstoffen in een wolkje van één kubieke meter die in een gecontroleerde omgeving dezelfde psychologische reactie veroorzaakt bij mensen als bij de blootstelling aan dezelfde concentratie van een standaard referentiegeur. Dat is allemaal dus al bedacht. Mooi.

Dus parfumhinder is al meetbaar. Nu wil ik een gadget. Een slim apparaatje dat mij beschermt tegen geurinvasies. Een minuscuul apparaatje dat ik onzichtbaar in mijn neus kan dragen. Voor geluid heb je tegenwoordig geavanceerde “noice cancelling” met antigeluid. Dat wil ik ook voor geur: antigeur. Mijn gadget meet de hoeveelheden OUE/m3 en heeft dus ook geavanceerde “odour cancelling”. Met een appje op mijn telefoon kan ik het dingetje instellen zodat ik nog wel van de geur van mijn koffie kan genieten. Willie Wortel, aan de slag!

Maar alles goed en wel. Zo’n apparaatje bestaat nog niet. Mijn geprikkelde hoofd wil eigenlijk dat overmatig parfumgebruik als overlast wordt erkend. Rokers zijn al te schande gemaakt vanwege hun effect op de volksgezondheid, nu de chemische luchtverontreinigers nog met hun asociale parfums. Kantoorgebouwen en openbare gebouwen zouden mensen die de wettelijke geurlimiet overschrijden bij de ingang moeten tegenhouden, en via een speciale tunnel waarin ze worden bespoten met een parfum-neutraliserend gas, naar binnen leiden. Cynisme in overdrive natuurlijk. Van nature ben ik cynisch, maar het is vertienvoudigd door die zware after shave. Ik ga maar eens een frisse neus halen.