drukte

Een traag 2015!

2014 is echt voorbij gevlogen. Dagen, weken en maanden waren zomaar ineens alweer voorbij voor ik er erg in had. Gelukkig waren er wel vakanties, maar daar donderde ik hals over kop in. En na de vakanties ging ik meteen weer op volle kracht door. Tijd om tussendoor even lekker weg te dromen nam ik niet (als ik die tijd überhaupt had). Ik wijt dit vooral aan mijn eigen dagwaan. Die creëer ik natuurlijk zelf. Dagen gingen helemaal op in die waan. “Waandagen” noem ik die dan ook maar.

Dagwaan betekent voor mij dat ik de hele tijd aan het hollen ben terwijl ik tegelijkertijd met 12 ballen aan het jongleren ben. Werk en privé lopen hier dwars door elkaar. Privézaken kunnen evenveel waandrukte maken als werkzaken.

Als mensen aan me vroegen hoe het met me gaat, zei ik: “Ja goed, lekker druk”. Natuurlijk is die drukte ook lekker. Lekker druk bezig zijn met leuke, belangrijke dingen geeft gewoon een goed gevoel.

Misschien is drukte zelfs wel verslavend. Misschien heb je op gegeven moment niet meer zelf in de gaten hoeveel hooi je steeds op je vork neemt. Drukte went ook snel. Ze zeggen niet voor niets dat als je iets gedaan wilt hebben, dat je het aan iemand moet vragen die het druk heeft. Het kan er altijd nog wel bij.

Voor 2015 neem ik me dan ook voor om een (iets) kleinere hooivork te gebruiken en regelmatiger waanvrije dagen en tussendoor ook kleine waanvrije momenten in te lassen. Storende apparaten gaan dan even uit. Ik ga eventjes offline. Het kan allemaal eventjes wachten. Eventjes tijd voor niks. Tijd waarin ik weg kan drijven. Zachtjes voortkabbelende tijd waarop ik zachtjes kan deinen met mijn blik op oneindig. Langzaam genieten van het heerlijke moment. Langzaam en spontaan fantastische ingevingen laten ontspruiten in je hoofd.

Ja, langzaam. Ik wens het iedereen toe voor 2015: Een jaar vol bewuste vertraging. Neem er allemaal lekker tijd voor, want het is goed. Dus: Een traag 2015!

S1740018

mijn “wegdroomplaatje” (gemaakt in Zweden tijdens de zomervakantie)

Advertenties

Pa Pier

Gisteren ging ik met mijn twee grote knaapjes zwemmen in zo’n “zwemparadijs”. Midden in de herfstvakantie. Dat is vragen om problemen natuurlijk, maar ik had het mijn zoontjes beloofd. Het begon al met de mededeling bij de balie dat het erg druk was en dat we even moesten wachten tot er wat paradijsbezoekers naar huis gingen. Hoe lang het zou duren wist hij niet. 

Gelukkig droop al snel een aantal wachtenden voor ons af, dus dat schoot op. En even later druppelden er ook een aantal bezoekers naar buiten zodat wij er toch nog vrij vlot in mochten. Ik vroeg aan het kassameisje of ze een vijftig-cent-muntje zodanig kon breken dat ik twee van 20 zou hebben, voor twee kluisjes. “Nou, ik denk niet dat er nog vrije kluisjes zijn meneer, ’t is echt zoooo druk”. 

Even later renden mijn (kn)apen en stapte ik behoedzaam (bangig om uit te glijden) in onze zwemkledij over de natte tegels. Er was nog precies 1 kluisje waar wij al onze jassen, schoenen en kleren in wisten te proppen. En toen, joepie, kon er gespetterd worden. Mijn apen renden het paradijs in. Ik wandelde regelrecht de hel in. 

Eigenlijk wilde ik liever naar de bios, maar mijn jongens wilden heel erg graag naar een tropisch zwemparadijs. Ik heb in het paradijs vooral genoten van het plezier van mijn knulletjes. Maar verder niet. Ik voelde me als een pier in een potje pieren. Het was te vol. Vooral in het tropische gedeelte. En als de golfslag aan ging werd het golfslagbad één grote wriemelende en over elkaar heen tuimelende massa pieren. Ook de hormoonspiegel was me veels te hoog: geflikvlooi tussen jonge goden en godinnen. Pa Pier voelde zich hier gewoon heel oud.

Ik smachtte naar een rustig plekje met een kop koffie en een stuk lektuur. Die was er niet. Er stonden ook wachtrijen pieren te wachten voor de stoomcabine’s en de sauna’s, dus ook dat genoegen liet ik maar zitten. Gelukkig was er wel een gewoon recht-toe-recht-aan baantjes-bad waar een aantal grijsaards rustig hun bedaarde baantjes trokken. Daar was minder gekrakeel. Pa Pier voelde zich hier al veel beter. Hij kwam hier weer ruim onder de gemiddelde leeftijd en kon als hij zijn buikje wat introk zelfs doorgaan voor fitte dertiger. Met een lenige snoekduik dook ik het bad in, zwom een soepele 20 meter onder water, kwam niet eens zoveel buiten adem weer boven en voelde me toch even weer een jonge God.

Niks en alles

Hier gebeurt regelmatig helemaal niks. Laatst ook weer. Soms gebeurt er wel drie keer niks op één dag (een vette knipoog naar Herman Finkers). En dan ineens gebeurt er een heleboel tegelijk in een periode van een dag of 10:

Ons kleine ventje en zijn moeder werden samen 2+38. We vierden het maar op de stukjes niks die er in de plotselinge drukte nog waren.

Onze grote vent mocht afzwemmen voor B. Mijn schoenen willen nooit meer aan mijn voeten blijven zitten. Te veel trots. Het regende kadoos en pannenkoeken.

Mijn echtgenote ging een week naar een congres in Italië. Op zondag om 4 uur ’s ochtends haalde  de luchthaventaxi haar op. Toen ze in het vliegtuig zat wandelde ik met mijn vier kinderen over het Dwingelderveld. We zwaaiden allemaal even naar de wolken. In die week gingen 3 van onze kinderen op schoolreis en werd 1 kind ziek. Ik was even vader op vol vermogen. Nee, dubbel vermogen. Er viel van alles om, maar het gaf niks. De boel bleef de boel.

Die zelfde week was ook mijn laatste week bij mijn vorige werkgever, waarin op de valreep een felle discussie losbrandde over “middelwaar”. Met de smeuïge IT-details zal ik je niet vermoeien, maar het uiteindelijke resultaat van de discussie is dat er niks veranderde. Ja, inderdaad, niks.

Mijn laatste werkdag bij mijn oude werkgever werd op de voet gevolgd door een afdelingsuitje bij mijn nieuwe werkgever. Oude baan ging over in nieuwe baan. Veel nieuwe indrukken, ook nogal letterlijk op het toetsenbord van mijn nieuwe laptop.

Nu mag er wel even een tijdje niks gebeuren. Niks is fijn. Niks is lekker. Ach weet je, eigenlijk vind ik niks maar niks. Ik heb geen rust in mijn gat. Ik vaar beter bij drukte en hektiek. Dan ben ik wakker en scherp. Teveel niks stompt me af. Maar teveel drukte mat me ook weer af en dan wil ik even niks. Heel even maar. Een weekje of wat kamperen in Zweden bijvoorbeeld. Niks dan eindeloze bossen, eindeloze dagen vol niksen met mijn gezin. Heerlijk. En dan weer gauw aan het werk. Te lang niks is niks en te weinig niks ook. Niks is alles en niks tegelijk.

Powered by ScribeFire.