ergernissen

Reetfilter

Vanaf nu hoor ik geen reet meer. Ik kan namelijk letterlijk geen reet meer horen. Ik wíl ook geen reet meer horen. Ik verdraag geen ene reet meer.

Daarom heb ik een reetfilter laten implanteren. Een aanrader wat mij betreft. Nu kan reet me geen reet meer schelen. Het doet me eenvoudig geen ene reet meer.

Achter mijn beide oren zit nu dus een miniscuul reetfiltertje die het lijntje tussen oor en brein aftapt. Zit er een reet op de lijn, dan wordt het getagd met “ruis” en doorgestuurd naar het brein. Dat brein vat het vervolgens op als irrelevant waardoor reet me geen reet meer doet. Retegoed toch?

.

Advertenties

Ottoshopping

Brugwachter Janus heeft zomerdienst, en begint zijn werkdag rustig met een kop koffie en een krantje. Het is nog hartstikke vroeg. Maar hij zit nog maar net of hij krijgt een whatsappje van zijn collega verderop: “Werk aan de winkel Janus! Er komen 9 schuiten jouw kant op. Over 10 minuten zijn ze bij jouw eerste brug”. Hij stapt dus snel op de elektrische scooter en zoeft naar de bewuste brug.

Maar bij de brug aangekomen ziet hij iets totaal bizars. Hij wrijft eens in zijn ogen, en concludeert dat hij blijkbaar slaapt en een vreemde droom moet hebben. Wat hij hier ziet kan eenvoudig niet! In plaats van over het kanaal ligt de brug over de weg. En over deze brug tuft zojuist een leuk recreatiejachtje met bloemetjesgordijntjes voor de raampjes. De grijze roerganger is zelf al even verbaasd als Jonas.

Janus ziet in de verte nog meer schuitjes komen, maar dan klinkt plots een schor getoeter. Het is afkomstig van een aftands, roestig Golfje. De bestuurder draait zijn raampje open, en er verschijnt een woeste grijnzende kop met wenkbrauwen die lijken op grote harige rupsen. De rupsen springen op en neer, en ontmoeten elkaar voor een potje sumoworstelen in het midden boven een riante neus. De rare gast gebaart ongeduldig naar de brug en toetert nog eens.

Verdwaasd stapt Janus van zijn scooter en pakt zijn sleutelbos. Hij loopt naar het bedieningspaneel en haalt automatisch de benodigde sleutel erbij. Deze steekt hij in het contact, waarmee het ophaalsysteem wordt geactiveerd. “Ding-ding-ding-ding-ding-ding-ding…”, klinkt het. Janus ziet tot zijn verbazing dat de slagbomen neer gaan, over het kanaal heen. De schuiten moeten op de rem, als ze die zouden hebben tenminste. Met veel kunst en vaarwerk weten ze tot stilstand te komen voor de slagboom die hen de vaarweg verspert. Er ontstaat zowaar een kleine file op het water.

Dan drukt Jonas op de knop waarmee de brug normaal gesproken opgehaald zou moeten worden, en wis en waarachtig, de brug scharniert gestaag, zoals altijd, omhoog. Natuurlijk blijft het water gewoon aan het brugdek kleven. Onmogelijk, dus Janus weet zeker dat hij droomt. Uit Janus’ broekzak klinkt weer een bliepje, waarop hij zijn telefoon tevoorschijn haalt. Nog een whatsappje van zijn collega verderop: “Wat een drukte op het kanaal. Heb net weer 7 schuiten doorgelaten en er komen er al weer een stuk of 8 aan”. Janus maakt snel een foto van de openstaande brug en de lange rij wachtende schuiten achter de slagboom en stuurt deze naar zijn collega met de tekst: “Hou die 8 nog maar even tegen, want hier gebeuren hele vreemde dingen”.

Intussen start Otto de Magiër de motor van zijn lelijke Golfje, zet hem met een hoop gekraak in de eerste versnelling en rijdt grinnikend onder de geopende brug door. Aan de andere kant van het kanaal, stopt hij even om te kijken hoe de brug weer netjes dicht gaat, en even later de plezierschuitjes één voor één over de brug varen. Otto is uiteraard erg met zichzelf ingenomen. “Een strak staaltje Ottoshopping weer, al zeg ik het zelf!”, zegt ‘ie, en rijdt dan verder. Als hij de bocht om is, knipt ‘ie met zijn vingers, en alles is weer zoals het altijd was. Alleen die foto op Whatsapp niet, maar wat ze toch allemaal niet kunnen met Photoshop…

Otto en de lompe stier

Op een smal landweggetje rijdt met een rustig gangetje, een roestig Golfje, bouwjaar 1978. Ooit was het waarschijnlijk wit, maar dat is bijna niet meer te zien. Hier en daar zitten gaten in de carrosserie, en de achterbumper hangt scheef. De auto ziet eruit alsof het rijp is voor de sloop. De motor pruttelt en blaast af en toe hoestend een wolk zwarte rook uit de uitlaat. De motor is eigenlijk op sterven na dood. Dat het ding nog rijdt is een waar mirakel.

Achter het stuur zit een 2 meter lange magiër genaamd Otto. En de haastige bestuurder van een veel nieuwere Golf achter  Otto maakt de grote vergissing om te proberen om Otto op te jagen. Dit doet hij door dicht achterop Otto’s bumper te rijden en heen en weer te slingeren. Otto trapt resoluut op de rem. De bestuurder van de andere auto moet uitwijken en belandt daardoor met zijn auto half in de sloot.

Vloekend en tierend klimt de man – type lompe stier – uit zijn auto en beent op Otto af, die nog bezig is om zijn gordel los te maken. Woest rukt de boze man de deur van Otto open, met als gevolg dat de hele deur afbreekt. De man kijkt er even verbaasd naar, maar smijt de deur dan maar op de grond. Intussen vouwt Otto zich bedaard achter zijn stuur vandaan en staat even later tegenover het boze mannetje dat ruim 2 koppen kleiner is dan Otto. Het stiertje kijkt woedend naar hem op.

Otto duwt het rund eenvoudig opzij en kijkt met één oog door zijn duim en wijsvinger die hij vlakbij bij zijn oog heeft naar de andere auto. En terwijl hij door zijn duim en wijsvinger blijft turen, pakt Otto de auto simpelweg met zijn duim en wijsvinger vast, tilt het met gemak uit de sloot en zet het behoedzaam achter zijn eigen auto weer op de weg. Hij gaat tussen de twee auto’s in staan en knipt tegelijk met de vingers van zijn beide handen. Zowel de motorkap van zijn eigen auto, als die van de andere auto springen braaf open.

“Hee, wat ga je doen!?”,  vraagt het stiertje waarvan de boosheid intussen is omgeslagen in verbazing. “Ssssst!”, sist Otto en sluit zijn ogen. Hij mompelt iets dat klinkt als “zabbazabbajaja,zabbazabbajaja zabbazabbazap” en klapt plotseling zijn grote handen hard op elkaar. De motoren van beide auto’s starten en klinken alsof er iemand steeds  de gaspedalen van de auto’s intrapt en weer loslaat.  De motor van Otto’s eigen auto pruttelt en rochelt terwijl er vette wolken zwarte rook uit de uitlaat komen. De andere, veel jongere motor klinkt veel gezonder.

Otto staat, nog steeds met de ogen gesloten, tussen de twee auto’s in, met zijn linker handpalm naar zijn eigen auto gericht, en zijn rechter handpalm naar de andere. En dan, in één snelle beweging, zwaait hij zijn linkerhand boven zijn hoofd naar rechts, en zijn linker hand voor zijn buik naar rechts. Vanonder beide motorkappen komt op het zelfde moment een felle flits. Beide motoren draaien nog steeds, maar nu komt het gepruttel en gerochel uit de moderne Golf, evenals de zwarte rook.

Otto wrijft in zijn grote handen en wil weer in zijn auto stappen, maar bedenkt zich. Hij loopt terug naar de andere auto en rukt het bestuurdersportier eraf. Deze neemt hij mee naar zijn eigen ouwe Golfje en bekijkt of het op zijn auto past. Het is ruim 10 centimeter te breed, en past eigenlijk niet.  Otto geeft de deur dan maar aan het lompe stiertje, die het verbouwereerd aanneemt. “Wa-wa-wa,  hoe-hoe-hoe?”, stamelt deze. Maar Otto geeft geen antwoord.

Rustig pakt Otto zijn eigen deur op en houdt het op een paar centimeter afstand van zijn auto, en laat het los. Alsof het door een sterke magneet werd aangetrokken, klikt de deur weer vast. Tevreden opent Otto vervolgens zijn deur en stapt behoedzaam achter zijn stuur. Hij draait zijn raampje open en zegt: “bedankt voor de motor, die van mij was al wat op leeftijd en lekte olie. Hij draait niet heel best meer, maar je komt er waarschijnlijk nog wel mee thuis hoor!” En dan scheurt Otto er met piepende banden vandoor. De arme stier kijkt hem, door het raampje van het portier dat hij in zijn handen heeft, met trillend onderlipje na.

Eeuwige bouwputten

Lawaaiig werk op Utrecht CS

Lawaaiig werk op Utrecht CS

De afgelopen jaren reis ik regelmatig met de trein langs grote stations zoals Zwolle, Arnhem, Amersfoort, Utrecht en Den Bosch. Het valt me op dat er altijd wel ergens op een van deze stations een groot bouwproject gaande is. In mijn beleving is er dus een eeuwig durende bouwbedrijvigheid op mijn reisroutes. Het is nooit af. Arnhem heeft jaren in de stijgers gestaan voor de nieuwe, ruime, ondergrondse voetgangerstunnel, evenals Zwolle. Het uiteindelijke resultaat is prachtig en een verrijking van de reizigersbeleving, maar er gingen jaren van ongemak aan vooraf.

Omdat dit soort project vele jaren duren, worden de tijdelijke, ongemakkelijke hoge trappen over het spoor (zoals bij Zwolle) geleidelijk aan gewoon. Gisterochtend zag ik dat ze in Zwolle waren weggehaald. Ze waren al ruim een maand daarvoor afgebroken, maar ik was even een maandje op vakantie. Dus voor mij was de voetgangersbrug over de perrons ineens verdwenen. Een rare gewaarwording van gemis kwam over me heen. Ik was zo vertrouwd geraakt met de tijdelijke trappen, dat ik ze miste toen ze er ineens niet meer waren.

Later die ochtend moest ik overstappen op Utrecht CS. Overal om me heen liepen vele mannetjes met werkhelmen op. Er werd getimmerd, gezaagd en geboord. Grommende graaf- en schuifmachines met een behelmd mannetje erin deden hun grimmige werk. De foto hier boven nam ik vanaf perron 15. Het bijkomende lawaai van de door metaal snijdende cirkelzaag was dusdanig luid dat de stationsomroepen onverstaanbaar waren. Telefoneren kon je ook vergeten. Luisteren naar muziek bood ook geen soelaas. De herrie sneed door alles heen. Ongemak. Maar een ongemak waar ik vertrouwd mee begin te raken. Het vormt een (klein) deel van mijn leven. Ik reis voor eeuwig door bouwputten. Daar leg ik me maar gewoon bij neer.

Jargon, je moet ervan houden

Het is eigenlijk best een gruwelwoord: jargon. Helemaal als je het met een slappe R uitspreekt. Het klinkt als een kledingstuk dat je liever niet draagt. Moet ik echt mijn jargon aan? Die zit zo stijf en stug. Het concurreert duidelijk met harnas en korset.

Nu reis ik dikwijls met de trein naar kantoor. De 1e-klas coupé zit dan vol met reizende medewerkers van verschillende bedrijven en organisaties. Die kwebbelen in hun telefoons of – erger nog – met elkaar als ze samen reizen. En dan spreken ze openlijk en ongegeneerd in hun rare jargon. Het zit vol woorden die je privé waarschijnlijk nooit zou gebruiken, zoals uniformeren, effectueren en synergie. En vol met DLA’s (Drie-Letterige Afkortingen).

Ik merk eigenlijk dat het me stoort als ik het anderen hoor doen. Het leidt me een beetje af van het werk dat ik probeer te doen op mijn laptop. Maar ja,  ik doe het zelf natuurlijk ook als ik zit te bellen in de trein. Volkomen ongegeneerd ook.

Beroepshalve praat ik natuurlijk überhaupt Koeterwaals voor de meesten. Als infoloog bezig ik natuurlijk een erg abstract taaltje.  Daarom moet ik mijn uitdrukkingen ook regelmatig vertalen naar “Jip-en-Janneke-taal”. Simpele, duidelijke taal. Zodat mensen die weinig tijd hebben het in één keer snappen, en er dan gemakkelijk een besluit over kunnen nemen. Daarbij grijp ik graag terug op metaforen die iedereen kent.

Eigenlijk hou ik erg veel van Jip-en-Janneke-taal. Het is niet stijf of stug. Het is soepel en zit als gegoten. Eigenlijk getuigt duidelijke, simpele taal van pure taalkundige vakmanschap. Ambachtelijk bijna. Voor een simpel en duidelijk verhaal moet je even rustig gaan zitten. En daar wringt de schoen. Die tijd nemen we te weinig.

Is daarmee het kringetje rond? Is jargon tijdverspilling? Nee, niet onder jargongenoten natuurlijk. Dan is je jargon misschien toch wel weer een fijn kledingstuk waarvan je hebt leren houden. Je stijve harnas  gaat vanzelf lekker zitten, of je voelt de stijfheid niet meer omdat je zo druk met je zwaard staat te zwaaien. Jargon, je moet ervan houden.

Onverdraagzaamheid – les 4 : “Neem jezelf overdreven serieus”

Dit is les vier in de serie “onverdraagzaamheid in 10 stappen“, waarin je op ridicule manier leert hoe je jezelf kunt veranderen in een intolerante hork. Wie wil dat nou niet?

De hork die jij ambieert te zijn is een hoekig en autoritair persoon. Hoekig vanwege zijn (of haar, maar dat laat ik in het midden) ruwe karakter. Autoritair vanwege zijn rotsvaste geloof in zijn superioriteit. Aan die superioriteit ontleent hij zijn status en zijn macht. Het mooie is dat je niet eens echt superieur hoeft te zijn om je autoritair te kunnen opstellen. Je hoeft alleen maar te geloven dat je boven iedereen verheven bent. Je hoeft jezelf eigenlijk alleen maar overdreven serieus te nemen, en dan volgt de onverdraagzaamheid vrijwel vanzelf.

Wat moet je doen?

Stap 1:

Begin met je lichaamshouding. De hork gaat met opgeheven kin door het leven en kijkt de medemens langs zijn neus met arrogante blik aan. Oefen dit voor de spiegel. Waarschijnlijk durf je jezelf aanvankelijk niet eens aan te kijken, maar doe dat toch. Kijk jezelf recht in de ogen en zie jouw innerlijke hork. Ook al stelt het niks voor, geloof in jouw superioriteit. Straal onwrikbare autoriteit uit. Jij bent beter dan anderen. Wee degene die durft te tornen aan jouw gelijk. Als je dit kunt zonder lachstuipen ben je al een heel eind op weg om jezelf te serieus te nemen.

Stap 2:

Waar je ook gaat: straal uit dat jij voor niemand wijkt. Oefen dit bijvoorbeeld in een drukke winkelstraat. Loop tegen de stroom in terwijl je strak voor je uit kijkt (langs de neus!). Jij bent een massief, niet te stuiten, bot projectiel. Doorklief het gepeupel. Als je dit kunt zonder botsingen, mag je jezelf hork noemen.

Stap 3:

Koop (of lease) een BWM of andere macho-wagen, bij voorkeur een zwarte. Meet jezelf vervolgens een agressief rijgedrag aan: Toeter binnen 2 seconden nadat het stoplicht op groen springt naar de slome weggebruiker voor je die nog naar het gaspedaal op zoek is. Kleef drammerig bumper als je voorligger ook maar een kilometer per uur minder dan de maximaal toegestane snelheid rijdt. Haal eventueel roekeloos in, desnoods via de vluchtstrook. Jouw opgefokte, asociale bak verheft je boven de rest van het verkeer. Ja, voel jezelf ook opgefokt, want dat past bij de hoekige hork.

Stap 4:

Nu wordt het serieus. Deze laatste stap is het puntje op de i. Begin hier niet aan zonder eerst stap 1 en 2 te doorlopen. Stap 3 mag je zien als een extra hulpmiddel.

Durf belachelijke stellingen te nemen en herhaal deze omdat je gelooft dat je anders niet meer serieus genomen mag worden. Bijvoorbeeld dat je vindt dat er minder Marokkanen in Nederland moeten zijn. Eigenlijk gaat het er vooral om dat je jezelf serieus moeten kunnen blijven nemen om je verheven te kunnen blijven voelen boven de rest van de mensen met hun zielige standpuntjes. Haal ook je neus op voor die neuzelende wetenschappers. Wetenschap is ook maar een mening, toch? En veracht bovenal de rechtsstaat, want jou krijgen ze nooit klein. Goed bezig!

Eerdere lessen in onverdraagzaamheid:
Les 1
Les 2
Les 3

Onverdraagzaamheid – les 1: ontketen je innerlijke storm

Vanuit een soort omgekeerde filosofie wil ik onverdraagzaamheid meester worden. Dat bedoel ik heel letterlijk. Ik wil een vuurtoren zijn die ook het donker aan de voet beheerst. Dus schrijf ik een boekwerkje vanuit het perspectief van die toren, maar met een fikse portie cynisme dat benadrukt hoe donker het is aan de voet van die vuurtoren. Een antipatroon.

Eerst maar eens de definitie: Wat is onverdraagzaamheid? 

Onverdraagzaamheid is het vermogen afwijkende ideeën en gewoonten van anderen te ontkennen en af te wijzen.

Hitler was een ware grootmeester in onverdraagzaamheid. De duisternis aan zijn voeten slokte hem uiteindelijk toch op, maar zijn licht van intolerantie heeft diepe sporen achter gelaten. Onverdraagzaamheid is dan ook een key competence van dictatoren. 

Dit is maar voor weinigen weggelegd, en beoog ik ook niet met deze lessen. Maar de essentie is hetzelfde. Ik ga je leren hoe je effectief de ideeën en gewoonten van anderen kunt ontkennen en afwijzen.

Les 1: Ontketen je innerlijke storm

 

Voor maximale onverdraagzaamheid is het van belang om een bepaalde mate van opgefoktheid te creëren bij jezelf. Als je te kalm bent van binnen sta je te veel open voor andermans ideeën. Zorg dus dat je jezelf goed opfokt voor je de confrontatie aan gaat met je medemens in de samenleving. Het gaat hier niet om de anderen, maar vooral om jezelf. Het gaat om jouw zelf- en wereldbeeld. De beelden van anderen doen er niet toe.

Hieronder volgt een goeie oefening die je meteen in de praktijk kunt brengen. Gewoon thuis, aan het eind van een lange, drukke werkdag. Met deze oefening kun je je innerlijke dictator even lekker naar buiten laten komen in een veilige omgeving, namelijk thuis, bij je gezin.

Ben je er klaar voor? Hier komt het:

Randvoorwaardelijk voor deze oefening is dat je na een lange werkdag aansluit in een lange file. Desnoods rij je ervoor om. Zoek een flinke file op. Er zijn heel handige apps die je op je smartphone kunt installeren, die je precies kunnen zeggen waar die files zijn. Onderweg naar die file moet je jezelf alvast een beetje opfokken door je flink te ergeren aan het rijgedrag van anderen. Kleef stevig bumper en vloek en tier vanachter je stuurwiel. Zo kom je goed geagiteerd in de file. 

Uiteindelijk kom je murw en met rood omrande ogen uit die file en scheur je veel te hard door de bebouwde kom naar je huis. Neem even een moment in de stilte van je bolide om je innerlijke storm te voelen. Je bent een getergde orkaan. Voel het.

Dan stap je met gebogen rug uit. Smijt je portier maar dicht en loop naar de voordeur. Binnen hoor je de belachelijk vrolijke geluiden van je kinderen. Open nu de deur en treed binnen in je huis. Straal sterk uit dat je een ontzagwekkende pestbui hebt. Wees die onverdraagzaamheid. Jij duld geen tegenstand. Als je dit goed doet, valt er onmiddellijk een geladen stilte in huis. Geniet van die stilte. Dat is het effect van jouw licht. 

De duisternis aan je voeten bestaat uit angst, onzekerheid en verachting van je naasten. Maar die heb je dan ook wel verdiend.

Dit was les 1. Wellicht komen er meer. Wellicht was dit al voldoende om het echte licht te zien.