ergernissen

HET deksel! OK?

Er zal wel weer geen houden aan zijn, maar ik probeer het toch maar. Iedereen (behalve ik, zo lijkt het vanuit mijn perspectief) zegt “DE deksel”. Dat is dus hartstikke fout, want deksel is net zo onzijdig als vulsel, stolsel, versiersel, plaksel, strooisel, voedsel, smeersel en frutsel.

Door de bocht genomen is alles wat eindigt op “sel” onzijdig. Het is eigenlijk wel een grappige taalconstructie. We plakken “sel” achter een vervoeging van een werkwoord om er een zelfstandig naamwoord van te maken. Het gaat vaak om het duiden van het middel om te gebruiken bij de handeling. Om dingen aan elkaar te plakken heb je een middeltje nodig dat plakt: plaksel dus. Een smeersel is een middel om te smeren. Voedsel is een middel dat voedt. Speeksel is een middel dat speekt (wist je vast niet). En een (af)deksel is dus een middel om iets mee af te dekken.

Resultaten van de handelingen eindigen ook dikwijls op “sel”. Het frutsel is het resultaat van gefrut. Het spinsel is het resultaat van gespin. Van zagen komt zaagsel en van mislukking bij het bakken krijg je misbaksels. Versiersel is zelfs zowel middel als resultaat.

En is echt alles wat op “sel” eindigt onzijdig? Nee, oksel is een uitzondering, maar ik heb ook nog nooit gehoord van het werkwoord “okken”. Het zou wat zijn zeg: ik ok, jij okt, wij okken. Alhoewel, ik zie eigenlijk wel een handige betekenis. Ik ok dikwijls ter snelle bevestiging van een snelle vraag via SMS of whatsapp. Dan is HET oksel dus het resultaat van okken: een bevestiging dus.

Maar is het dan nu voor eens en voor altijd duidelijk? Het is HET deksel! Graag even je oksel ter bevestiging.

Advertenties

Hapsnap

Soms moet je wel eens even weer aan je beide oren naar de aarde terug getrokken worden. Een collega deed dit laatst eens eventjes voor me. Zonder zich daar echt van bewust te zijn denk ik. Moest ik ook maar niet naar zijn mening vragen natuurlijk.

“Ik vind het wel een beetje hapsnap over komen eigenlijk”, zei hij. Hij vond het een beetje willekeurig dus, en een beetje zonder lijn ook. Ik stond meteen weer met mijn beide poten op de aardkloot.

Als je ook zo hoog in de atmosfeer zit met je kop, adem je ook hele ijle lucht in. Dat is ook niet bevordelijk voor de helderheid van je gedachten. Je verliest blijkbaar ook het vermogen om een lijn te volgen. Benevelde (lees: “bezopen”) mensen kunnen geen rechte lijn volgen, maar tenminste nog wel een een slingerende lijn. Maar als je hersenen te lang te arme zuurstof krijgen, dan kun je helemaal geen lijn meer volgen. Volkomen logisch eigenlijk. 

En toen ik dus weer op de grond stond, kregen mijn hersenen weer rijke zuurstof toegediend. Alle gevoel voor lijnen, vooral rechte, kwam meteen weer terug. De reactie die ik op dat moment had willen geven op het commentaar van mijn collega was dan ook nogal onwillekeurig en nogal rechtlijnig: 

“Hapsnap? Man, weet je wel wat dat überhaupt betekent? Dat jij er geen lijn in ziet betekent niet dat die er niet is, maar alleen dat jij hem niet zien kan!”

Maar wat ik wel zei was dit: “Dat vind ik een goed signaal, waarom vind je dat precies?”.

Goed hè? Alleen de allerkoelbloedigsten kunnen dat.

Slimme deurbel tegen donateurjagers

Ze komen bij voorkeur als je thuis bent natuurlijk. Die tactiek begrijp ik best. En wanneer zijn de bewoners van Nederlandse woningen meestal thuis? Juist, rond zes uur ’s avonds. Als we aan tafel zitten en ons avondmaal nuttigen. Collectanten benutten deze kennis. Dat vind ik heel slim en ik geef eigenlijk altijd. Ook al komt dezelfde collectant iedere maand langs. Daar zul je mij niet over horen klagen, want mijn maaltje koelt er nauwelijks van af.

Waar ik wel over wil klagen zijn die figuren die aan je deur komen met zo’n clipboard in de hand. Die figuren komen vaak met hordes tegelijk je straatje in om in een uur tijd de hele buurt af te struinen naar donateurs. Als je de deur open doet stellen ze zichzelf en de organisatie die ze representeren netjes voor. En daarna steken ze vlot een goed ingestudeerd verhaal aan je af over het goeie doel waar ze voor lopen. Dit verhaal duurt een minuutje ofzo, gedurende waarin ik, ondanks het feit dat mijn eten koud ligt te worden op mijn bord, beleefd en vriendelijk ja knik.

En als ze klaar zijn met dat verhaal houden ze een formuliertje onder mijn neus met de vraag of ik even wil tekenen voor een vaste maandelijkse overboeking van een bedragje voor een periode van een half jaar ofzo. En dat doe ik dus niet. Eerlijk gezegd weet ik niet precies waarom, maar het heeft iets te maken met het feit dat er teveel commitment van me wordt gevraagd door iemand die ik niet ken van een organisatie die ik vaak ook niet ken. Bovendien kost me dit gewoon teveel tijd. Ik teken dus nooit en vraag altijd om een foldertje of website-adres. Dan scheep ik ze af met de belofte dat ik het foldertje of website ga bekijken en dan op een moment dat het mij wel uitkomt besluit of ik geld doneer of niet.

En laatst gebeurde het onvermijdelijke. De zoveelste vlotte donateurenzoeker belde bij ons aan terwijl ik net een hap in mijn mond deed. Woest stond ik op van mijn stoel, stierde naar de voordeur en trok deze met een ruk open. De arme knul stak beleefd zijn hand naar me uit en vroeg hij zich even mocht voorstellen. Ik nam de hand niet aan en briestte: “Nee, want ik heb hier nu even helemaal geen tijd voor!”. De knul keek nogal beteuterd, maar desondanks deed ik de deur resoluut dicht en hervatte snuivend van boosheid mijn nog warme maaltijd.

Het voelde helemaal niet goed natuurlijk. De knul had helemaal niets mogen zeggen van me. Ik ging er maar vanuit dat hij mijn maaltijd kwam verdoen. Waarschijnlijk was dat ook zo, maar toch. Dit zou natuurlijk veel vriendelijker opgelost kunnen worden met een slimme deurbel die naast de belknop ook de cijferknopjes heeft van een telefoon. Degene die rond etenstijd aanbelt krijgt dan de volgende boodschap te horen: “hier volgt een keuzemenu: heeft u een collectebus kies 1, heeft u een machtigingsformuliertje kies 2”. En als je “2” kiest mag je na de piep je verhaaltje inspreken en het adres van je website achterlaten. 

Dikke duim voor Fido!

De NS is een dankbaar hondje om in te bijten. Iedereen doet ‘t. En het is natuurlijk ook niet geheel onterecht. Ik stel me bij de NS verder een Basset Hound voor. Zo’n sloom beest met droevige oogjes. Detective Columbo had ook zo’n beest. Fido heette zijn hond. Veel beter dan Fyra, vind je ook niet?

De NS gedraagt zich momenteel ook als een hond dat ontelbare tandafdrukken heeft over het hele lijf. Met dit berichtje zet ik ook nog maar weer eens mijn tanden in Fido. Maar wel liefdevol, want ik reis, ondanks alles, heel graag met de trein. Ik ben zeer op Fido gesteld. Wie moet ik anders schoppen als ik te laat op mijn werk kom?

Net sprintte Fido (stoptrein heet tegenwoordig sprinter, waaruit maar blijkt hoe graag de NS een aai over de hondekop wil hebben) mij trouw, met de tong uit de bek, van Meppel naar Zwolle. De conductrice meldde trots en zwaar hangend naar bevestiging, zoals een kind, dat de trein “geheel op tijd te Zwolle arriveerde!”. Hoera! Goed zo Fido! Dikke duim!

Hoe te verdragen

Eerlijkheid gebiedt mij, dus ik zal er niet omheen draaien. Verdraagzaamheid vind ik lastig. Misschien is het een fase, maar dan wel een lange. Al zo lang als ik kinderen heb ongeveer, en mijn oudste is 11.

Ik verbeeld me dat ze mij expres ergeren. Ze keten en gieren door het huis. Ze giebelen en grollen, ze joelen en wervelen om me heen. Ze maken met horendol met hun irritante getetter, getoeter en getater. Het is allemaal heus niet persoonlijk bedoeld, daar ben ik me terdege van bewust. Maar die wetenschap houdt me nauwelijks in toom.

Dus ik vraag het maar gewoon: hoe word je verdraagzamer? Is er een boekje “Verdraagzaamheid for dummies”, of een cursus “Verdraagzaam in 10 stappen”? Ik erger me genoeg aan mijn eigen ergenis om echt te willen veranderen. Willen is kunnen, naar het schijnt. Nou, bij mij blijkbaar niet. Ik ontvlam veel te licht. Mijn geest is overvurig.

Ergens in mijn vuurzee bevindt zich een stille oceaan. Daaruit put ik mijn rust en mijn rede. Uit de diepte ervan put ik inzicht en eerbied. Maar in mijn momenten van onverdraagzaamheid overheerst mijn ego. Daar ben ik me van bewust.

Vaak herken ik dat mijn ego de overhand neemt, en weet het dan te kalmeren. Dat is dan een heel bewuste actie die veel wilskracht kost. Dan geef ik me heel bewust over aan de situatie waaraan ik me erger en ontdek dan eigenlijk altijd dat mijn ergernis was gebaseerd op niets. En dan blijkt zelfs dat ik mijn ergenis heel makkelijk kan omzetten in plezier door mee te doen met het spel van mijn kinderen. Dan joel ik en wervel ik, dan giebel en grol ik, dan tetter, toeter en tater ik lekker mee en voel me heerlijk.

Zo moet dat dus misschien wel: niet zeuren maar kleuren. Zoiets. Maar het is iets waar ik me bewust toe moet zetten. Ik ben dus nog maar bewust (een beetje) bekwaam hierin. Dit moet dus een onbewuste bekwaamheid worden waardoor ik vonken van loze ergernis kan doven, zonder te sissen. Het zal wel een kwestie van volharden zijn waardoor het inslijt. Ik vrees dat ik het eindelijk kan als de kinderen uitvliegen. Misschien moet ik maar een jaartje schoolmeester worden ofzo, om het proces te versnellen. Zou het helpen denk je?

Alle kranen van Dwingeloo drupvrij

In onze douche zit een 8 jaar oude thermostaatkraan van Grohe. De thermostaat bleef steken bij de 38 en een halve graad, waardoor het douchen een wat lauwe aangelegenheid was. Vandaar dat ik hem van de muur heb gehaald, gedemonteerd en een uurtje in een bak met ontkalker heb laten weken. En daarna in omgekeerde volgorde weer terug geplaatst. Klus geklaard en er kwam weer loeiheet water uit de douche. Top. De kraan glimt bovendien weer als een hondedrol in de maneschijn, aangezien alle kalkaanslag eraf is.

Trots toon ik het resultaat aan mijn vrouw, en haar reactie was: “mooi, maar hij drupt, kijk daar”. En ze had gelijk. Bij de thermostaatknop vormde zich om de seconde een heel irritant druppeltje die je de hele nacht uit je slaap houdt. Shit. En ik krijg het niet weg ook al gebruik ik mijn allerdikste bahco. Dus ik stierde gisteren naar buiten en vervloekte een oppermacht welke ik niet bij naam zal noemen. En prompt steekt een glorieuze storm op. Windsnelheden van 150 km/uur rukken uit alle macht aan de bomen van Drenthe. De Boomwortels rukken op hun beurt aan de waterleidingen. En het werkt. Uit onze douchekraan valt geen drup meer…evenals uit alle andere kranen in heel Dwingeloo. 

Oeps. Even Apeldoorn bellen…

120 MB internet? Lariekoek!

Autofabrikanten die graag hun (zogenaamd) zuinige auto’s verkopen, hebben het over het aantal kilometers dat je kunt rijden op 1 liter brandstof. En als je graag een snelle auto wilt kopen, dan krijg je de verleidelijke accelleratiecijfers voorgeschoteld: van 0 tot 100 km/uur in 6 seconden. Ook al word je bedrogen, in ieder geval weet je, als beoogde koper van een auto, wat de mooie cijfers betekenen. Of in ieder geval wat de cijfers je beloven, hoe misleidend ze ook zijn. 

Maar nu zag ik net een reklamespotje – o nee, dat heet tegenwoordig TV commercial (in ’t Engels klinkt het minder erg) – van UPC. Die hebben het over hun snelle internet. Wel 120 MB! Wat een onzin! Wat betekent het? Het is niet alleen misleidend, maar ook onvolledig. Ik koop toch ook geen auto met wel 120 KM? 

Het is misleidend vanwege de afkorting ‘MB’. En het is onvolledig vanwege het weglaten van ‘per seconde’. Wat ze bedoelen is dat een downloadsnelheid van 120 Megabits per seconde mogelijk is. Dus onder ideale omstandigheden zou je in 1 seconde in één keer 125829120 bits (120 x 1024 x 1024) kunnen ophalen van het internet. Om op een getal uit te komen waar je als consument iets meer aan hebt, moet je de 120 even delen door 8. Dat is namelijk het aantal bitjes dat past in een byte. Consumenten denken namelijk eerder in bytes dan in bits. Dan belooft UPC je dus eigenlijk 15 Megabytes (wat MB wél betekent) per seconde. O nee, dat het per seconde is, zeggen ze er niet bij, want dat weet toch iedereen. Wist jij het?

En wat weet je dan als je weet dat jouw internetverbinding een downloadsnelheid heeft van 15 MB per seconde? Nee, dan ben je eigenlijk nog niks wijzer. Weet je dan of al je gezinsleden tegelijkertijd, ieder een verschillende HD-kwaliteit film kunnen streamen (dat is downloaden en tegelijkertijd afspelen) naar hun schermpjes? En weet je dan ook hoe ideaal jouw verbinding met dat internet is, en hoe betrouwbaar die verbinding is?. Dat blijkt meestal vies tegen te vallen. Met die belofte van 120MB weet je niks. Alleen dat het lariekoek is. 

Tussen de middag

Een middag bestaat blijkbaar uit twee helften. Je kunt er namelijk iets tussen doen. Een boterham bijvoorbeeld. Ja, eigenlijk bedoelen we met “tussen de middag” een periode tussen de ochtend en de middag. In Nederland begint de ochtend ergens tussen half 6 of  6 uur, en eindigt om 12 uur.  Daarna begint in Nederland (en ook Vlaanderen) de middag, welke doorloopt tot circa 18 uur. In Vlaanderen duurt de ochtend daarentegen maar een half uurtje: van  9 uur tot half 10. Gelukkig hebben ze in Vlaanderen ook nog een voormiddag (van half 10 tot 12 uur).

Wij Nederlanders hebben tussen de ochtend en de middag dus officieel geen periode. Immers, de ochtend en de middag sluiten naadloos op elkaar aan. En tóch hebben wij een tussen de middag die geen tussen de middag is. Tussen de middag bestaat eigenlijk niet. Eigenlijk is het een “tussen de ochtend en de middag”. De lengte van die periode is nergens opgeschreven, maar het is in ieder geval lang genoeg om een boterhammetje in weg te kanen, of een appeltje weg te knagen.

Taalkundig gezien is “tussen de middag” natuurlijk sowieso een gedrocht. Net als “tussen de deur” overigens. Het woordje “tussen” heeft altijd tenminste twee meewerkende voorwerpen nodig. En tussen die delen dient ruimte te zitten zodat het onderwerp er tussen kan. De grammatica is er glashelder over. Maar in de volksmond is al die grammatica maar onhandig, dus lopen we de kantjes eraf. ’t Is een rommeltje. Wedden dat ze in Duitsland geen “zwischen dem Mittag” hebben? Ook “between the afternoon” is utter nonsense. I rest my case.

mijntens en jountens

Terwijl ik in de vakantie mijn ogen bij de weg hield, hield ik mijn oren bij mijn kinderen achter mij. Zo hoorde ik deze vakantie regelmatig de woorden “jountens” en “mijntens”. Een voorbeeld van een stukje gesprek:

“Mijntens is lekker al bijna af”

“Ja maar jountens is ook veel makkelijker”

Je moet weten dat ik een lichtelijk pedante vader ben. Zeker als het gaat om taal. Dus ik heb een nauwelijks te onderdrukken neiging tot verbeteren. Dan roep ik dus heel pedant naar achteren: “Neee, het is de mijne, of die van mij, en de jouwe, of die van jou”. Waarop twee kinderen met hun oogjes rollen, en hun moeder me een veeg uit de pan geeft omdat ik mijn aandacht niet bij de weg heb en dat we dan weer een afslag missen. En ik moet ook gewoon niet zo zemelen, vindt hun moeder bovendien.

Mijn mond was effectief gesnoerd (voor dat moment althans), maar mijn hoofd ging er toch eens over nadenken. Ik vind die woordjes “jountens” en “mijntens” eigenlijk toch wel wat hebben. Ik hoor mijn eigen kinderen ze gebruiken, maar ook andere kinderen. En ze zijn ook best wel praktisch. Ik overweeg sterk om ze over te nemen. Bijvoorbeeld heel serieus op het werk onder collega’s:

Collega: “Vandaag was toch de deadline voor de ontwerpen?”

Ik: “Klopt”

Collega: “Maar jountens is nog niet compleet hoor”

Ik: “Weet ik, maar mijntens is ook veel ingewikkelder dan we van te voren hadden ingeschat” 

Collega: “Nou, mijntens was anders ook geen sinecure hoor, poeh!”

Ik: “Is jountens dan ook nog niet helemaal af soms?”

Collega: “Mijntens is in ieder geval wel veel verder uitgewerkt dan jountens”.

In het begin zal het een beetje kinderlijk aanvoelen, maar na verloop van tijd is het ingeburgerd. En op een zekere dag staat het gewoon in de Van Dale en heb ik wat dat betreft niets meer om over te zemelen. 

Twijfelachtig

Schilderachtig: Als het wel een schilderij lijkt
Heuvelachtig: Als de glooiingen wel heuvels lijken
Lenteachtig: Als het wel voorjaar lijkt
Regenachtig: Als het wel lijkt te regenen
Fabelachtig: Als het onvoorstelbaar lijkt
Kernachtig: Als het wel lijkt of je duidelijk bent
Koortsachtig: Als het wel lijkt of je verhit bent 
Leugenachtig: Als de leugen wel twijfelachtig lijkt
Waarachtig: Als de waarheid wel twijfelachtig lijkt
Twijfelachtig: Als het wel lijkt of we twijfelen