gek

Lang niet gek!

Afgelopen donderdag ging ik naar de voorstelling “Vind je het gek!” door Nynka Delcour en Rob Stoop. De voorstelling is gebaseerd op de waargebeurde levensverhalen van zes mensen met een psychische kwetsbaarheid. Het werd uitgevoerd in een buurtcentrum bij mij in de buurt. Toen ik de aankondiging in de lokale krant las, wist ik meteen dat ik daar naartoe moest. Dus ik fietste er donderdag naartoe. Een beetje verscholen keek ik naar de mensen die de zaal in liepen en vroeg me af of zij zich ook door het krantenartikel zo sterk aangesproken voelden. Ik vroeg me af wat hún verhalen waren.

In de voorstelling worden de verhalen van de zes mensen met gezonde humor en mooie, ontroerende liedjes gebracht. Het greep me ontzettend aan. Het pakte me meteen bij het begin, vervoerde me en liet me pas aan het einde weer los. Na afloop had ik enorme brok in mijn keel. Het was allemaal heel echt en heel puur. En het trof me recht in mijn hart en mijn ziel.

Ik kon me op diverse momenten ook zo sterk herkennen in de verhalen en de liedjes. Ik zag iets van mezelf  in de vrouw die door haar vader emotioneel verwaarloosd was. Ik herkende het gevoel van uitzichtloosheid en machteloosheid waarover werd gezongen in het lied “dood loopt de weg waarop ik wandel”. En het brok in mijn keel kwam vooral van het verhaal over de vrouw met de “emotionele bagage”, en hoe dat haar leven beheerst. Allemaal herkenning. Ik ben dus niet de enige met dit soort kwetsbaarheden. Het schijnt zelfs zo te zijn dat de kans dat je iemand tegen het lijf loopt die worstelt met een psychisch probleem meer dan 40% is. Psychische kwetsbaarheid is eigenlijk best normaal.

Na afloop gingen de mensen in de zaal met elkaar in gesprek over de voorstelling. Ik sprak met een aantal aardige, kwetsbare mensen die om me heen zaten. We deelden wat stukjes uit ónze verhalen met elkaar. Heftige, persoonlijke verhalen. Ik voelde me met hen verbonden. Ik sta niet alleen, en zij ook niet. We mogen er zijn, en we zijn lang niet gek! En ik merkte dat dát was wat ik hoopte te vinden bij deze voorstelling.

Als je de kans hebt zou ik beslist naar deze voorstelling gaan. Hieronder kun je de trailer bekijken.

Advertenties

Curling parent

In een een tijdschrift over hoogbegaafdheid kwam ik het tegen: curling parents. Toen ik het las, herkende ik mezelf er meteen in. Eigenlijk al voordat ik las wat de schrijver van het artikel er precies mee bedoelde. Ik wist meteen dat deze metafoor heel treffend de manier van opvoeden die ik mezelf heb aangemeten, verbeeld. Nu verzamel ik natuurlijk metaforen, dus deze voeg ik toe aan mijn assortiment zodat ik hiermee later heel wijs uit de hoek kan komen.

Dus ik herken mezelf in de curling parent. Ik zag het ook meteen helder voor me. Je rent met je kind mee en laat het heel voorzichtig los zodat het kind met gepaste snelheid, voorzichtig beweegt in de richting die je voor het kind hebt bedacht. Een veilige richting. Daarna glij je voor je kind uit om met je bezempje alle hobbels en oneffenheden van de baan te poetsen. Het kind zelf hoeft alleen maar stil te zitten en te glijden. Aanvankelijk kraait het van plezier, maar al snel wil het dit allemaal zelf doen. In een richting die minder saai is, en natuurlijk veel harder. En weg met dat betuttelende bezempje!

Persoonlijk vind ik loslaten ontzettend moeilijk. Ik probeer te voorkomen dat ze fouten maken. Door ze steeds te vertellen hoe ze iets moeten doen. Zoals ik denk dat goed is. En ik kijk steeds met ze mee of ze wel precies doen wat ik ze heb geleerd. En bij de geringste afwijking (eigenwijsheid) kom ik meteen met het bezempje in actie. Het is een verstikkende manier van opvoeden. En het gaat uit van wantrouwen. Eigenlijk zeg ik met dit gedrag dat ik geen vertrouwen in het kind heb dat het kan leren door te kijken hoe anderen de dingen doen, dat het zelf verbeteringen en oplossingen kan bedenken, en dat het kan leren van fouten.

Mijn bezempje ligt al in de kliko. Momenteel heb ik bovendien ook even geen toegang meer tot de curling-baan. Vanaf een afstandje zie ik ze helemaal zelf glijden. Zorgeloos en onbesuisd. Zonder mij hebben ze duidelijk veel meer lol. En het gaat fantastisch. Ze halen de gekste grollen uit. En er gaat niets mis! Er gebeuren geen ongelukken. Allemaal zonder mijn bemoeienis. Ik kan zelfs een hoop van ze leren. Wat zijn ze vindingrijk, moedig, grappig en verstandig! En ik herken iemand in hun onbesuisdheid. Mezelf, toen ik 34 jaar jonger was. Vroeger deed ik veel gekker. Of nee, misschien moet ik dat “normaler” noemen.

Mijn zoon zei gisteren nog tegen me: soms moet je gewoon even gek doen, papa. Hij heeft gelijk. Gek doen is oergezond. Om te voelen dat je leeft, moet je regelmatig even gek doen. Gek doen is heel normaal. Mijn opvoedstijl, de curling-stijl, is daarentegen dus niet normaal, omdat het gezonde gekke gedrag van het kind er sterk door wordt geremd. Ik zou me door mijn kinderen overigens ook niet laten curlen als ik straks oud en seniel ben. Vlieg op met je bezempje! Mijn laatste levensjaren wil knotsgek rond kunnen huppelen zonder betutteling.

Loophekmisbruik

“Loophek defect, s.v.p. omlopen langs andere kant”, dat stond laatst op een keurig, geplastificeerd stuk papier dat met plakband aan een pylon was bevestigd. Het loophek verschaft toegang tot de parkeerplaats direct bij het kantoorgebouw waar ik bijna dagelijks kom – eigenlijk mijn tweede thuis – en bevindt zich op de kortste looproute vanaf de reserve-parkeerplaats een halve kilometer verderop. De pylon stond aan het begin van het wandelgangetje via welke een omwandeling van 5 minuten kan worden vermeden. Maar toen dus niet. De reserveparkeerders mochten fijn een langere wandeling maken.

Tijdens die omwandeling bedacht ik me dat een mens het woordje “defect” normaal gesproken niet bezigt (“bezigt” zelf trouwens ook niet). Ja, alleen in formele meldingen, zoals: “wegens een defecte bovenleiding is er tussen A en B geen treinverkeer mogelijk”. Als ik met een lekke band langs de weg sta en mijn vrouw bel om haar dit te vertellen, zeg ik bijvoorbeeld niet: “wegens een defecte autoband is er voor  mij tussen kantoorlocatie en thuis geen autoverkeer mogelijk”.

Waarom mag er niet gewoon “het loophek is stuk, u moet helaas even omlopen”, op dat bordje staan? Als er in plaats van zo’n bordje een persoon zou staan, dan zou deze dit waarschijnlijk zo zeggen. Alhoewel dit na tig collega’s waarschijnlijk wordt ingekort tot “loophek stuk, effe omlopuh”. En zou je dan geschokt reageren met: “Stuk? Defect bedoelt u! En hoezo móet ik omlopen? Als u er nou even netjes s.v.p. of a.u.b. bij zou zeggen, dán loop ik om”?

En dan “loophek”. Wie heeft dat malle woord bedacht? Met mijn geestesoog zie ik een hek met voetjes. Een hek dat kan weglopen. En een defect loophek kan dat dus even niet, of loopt mank of zo. In de Van Dale komt loophek in ieder geval niet voor. De hekwerkentoko’s verkopen het desalniettemin. Het is blijkbaar een hek, of een deel van een hek dat open en dicht kan, zodat je door dat hek heen kunt lopen. Jij loopt dus. Dat hek kan dat helemaal niet, alleen zwaaien of draaien (Van Dale erkent overigens ook geen draai- of zwaaihek).

30_loophek_1_

Eigenlijk is de lettergreep “loop” van loophek nogal betuttelend. Je mag alleen door het hek “lópen”. Hoe gaat dat loophek mij verhinderen dat ik er doorheen ren, kruip of huppel? Er staat geen bordje bij waarop zoiets staat als “Loophek, alleen doorheen lópen s.v.p.”. Staat er dan een camera op gericht misschien? En als ik morgen door dat loophek huppel, klinkt er dan ineens een strenge omroepstem die zegt: “Meneer, het is een lóóphek! Dus graag gewoon door het hek lópen!”? En kom ik na herhaling dan te boek te staan als notoire loophekmisbruiker? Het duiveltje op mijn schouder slaat zich nu al op zijn dijen.