hart

Kwelhoop

Hoop doet leven, zo luidt het gezegde. Maar ik weet dat niet meer zo zeker. Ik koester te vaak valse hoop. Hoop die me kwelt. Die hoop doet sterven. De ironie is dat mijn valse hoop begint in mijn hart. Diep in mijn hart. Wie me daar raakt maakt me óf zielsgelukkig, óf doodongelukkig. Iemand te verliezen van wie je zielsveel houdt is des te erger als je gekweld wordt door valse hoop. Die laait toch iedere keer maar weer op. Die hoop gijzelt me en verscheurt me. En ik doe het mezelf aan zolang ik je niet los laat. Dat besef is gek genoeg glashelder. Waarom kom ik niet van je los? Waarom is dat zo verschrikkelijk moeilijk? Ik zou soms willen dat ik je kon zeggen dat ik je mis, maar we kunnen elkaar al heel lang niet meer bereiken. Ik heb me voor je afgesloten omdat ik geen andere manier weet om mezelf te beschermen. In mijn hart draag ik jou mee zoals ik denk dat ik je ken. Ik geloof niet dat ik me in je vergissen kan. Het plaatje dat ik in mijn hart draag is me oneindig lief. Misschien heb ik jou wel opgesloten in mij. Misschien is jouw vrijheid wel mijn vrijheid. Verwarrende gedachten die maar rondspoken in mijn kop. Kwelgeesten.

Advertenties

Mijn glas

Ik zie een glas, en die is halfvol. Met kleine dingen, maar ik eer ze. Het is een nieuw glas. Mijn glas. Helemaal weer zelf geblazen. Het oude sneuvelde in de koude oorlog.  Er zit nog steeds een scherf in mijn hart, als herinnering. Ook mijn ziel is op diverse plaatsen doorzeefd met de scherven van het oude glas.

Dus ik heb een gescheurd hart en een ziel vol gaten. Blijkbaar kun je dat overleven. Hoewel ik daar serieus aan heb getwijfeld. Mijn hele bodem klapte onder me vandaan. Eventjes hing ik als in een cartoon in de lucht tot de zwaartekracht me resoluut de diepte in trok.

Mijn duizelingwekkende tuimeling de diepte in leek eindeloos te duren. Maar ik sloeg geen cartooneske, Mark-vormige krater bij mijn uiteindelijke landing. Het tuimelen ging namelijk geleidelijk over in dwarrelen. Als een eikenblaadje dwarrelde ik vredig naar beneden. Ik landde versuft en enigszins verbaasd op mijn beide voeten.

Daar stond ik dan. Ik keek naar mijn blote voeten en werd me ervan bewust dat ik helemaal naakt was. Kleren maken de man ook helemaal niet. Ontberingen maken de man eerder, maar ik besloot mij zelf te maken. Om te beginnen met een nieuw glas. Om al mijn hervonden geluk in te kunnen doen.