hoop

Kwelhoop

Hoop doet leven, zo luidt het gezegde. Maar ik weet dat niet meer zo zeker. Ik koester te vaak valse hoop. Hoop die me kwelt. Die hoop doet sterven. De ironie is dat mijn valse hoop begint in mijn hart. Diep in mijn hart. Wie me daar raakt maakt me óf zielsgelukkig, óf doodongelukkig. Iemand te verliezen van wie je zielsveel houdt is des te erger als je gekweld wordt door valse hoop. Die laait toch iedere keer maar weer op. Die hoop gijzelt me en verscheurt me. En ik doe het mezelf aan zolang ik je niet los laat. Dat besef is gek genoeg glashelder. Waarom kom ik niet van je los? Waarom is dat zo verschrikkelijk moeilijk? Ik zou soms willen dat ik je kon zeggen dat ik je mis, maar we kunnen elkaar al heel lang niet meer bereiken. Ik heb me voor je afgesloten omdat ik geen andere manier weet om mezelf te beschermen. In mijn hart draag ik jou mee zoals ik denk dat ik je ken. Ik geloof niet dat ik me in je vergissen kan. Het plaatje dat ik in mijn hart draag is me oneindig lief. Misschien heb ik jou wel opgesloten in mij. Misschien is jouw vrijheid wel mijn vrijheid. Verwarrende gedachten die maar rondspoken in mijn kop. Kwelgeesten.

Advertenties

De weide

Tijdens een lange wandeling met een goede vriend hoorde ik mezelf zeggen dat ik nog lang niet uitgekeken ben op de weide waarin ik rond huppel, omdat ik nog lang niet aan alle bloemen had gesnuffeld. De weide stond in die zin voor het werk dat ik momenteel doe. Ik put er ontzettend veel levensplezier uit, en dat kan ik nog heel lang doen. Het is een uitgestrekte weide. Het reikt tot aan de horizon.

Ooit waren de goede vriend en ik collega’s. We konden het van meet af aan goed vinden met elkaar. We hebben hetzelfde gevoel voor humor. Zoiets schept meteen een band. Nu hebben we het type vriendschap waarin je elkaar soms jaren niet ziet, maar elkaar niet vergeet.

En omdat we elkaar niet uit het oog waren verloren, dwaalden we samen door het bos. Ons gesprek dwaalde ook alle kanten op. Het ging dan weer over toen, dan weer over nu. Toen waren we naïef en gelukkig. Nu waren we veel wijzer. Toen waren we collega’s. Nu zijn we lotgenoten.

Lotgenoten. Twee mannen met een gebroken hart. Om verschillende redenen, maar dat maakt niet uit. We zijn allebei uit een diepe put geklommen. We konden elkaar steunen. We konden ontboezemen. Het is fijn om ellende te delen met iemand voor wie dat heel erg herkenbaar en invoelbaar is.

We spraken over nieuwe inzichten in onszelf. Mijn bloemenweide die nog vol door mij onbesnuffelde bloemen staat, is zo’n inzicht. Mijn dwaalgenoot snapte precies wat ik bedoelde en zag zichzelf al vrolijk door zo’n weide huppelen. Hij zit momenteel zonder werk, maar vast niet voor lang. Hij ging mijn mooie zin onthouden, zei hij. Jij vindt weer een bloemenweide waar je vol passie doorheen kan huppelen, beloofde ik hem. Ik beloofde mijn ogen en oren voor hem open te houden.

We hadden het over geluk en liefde. Over warmte en genegenheid. Over hoe het ons daarin nu ontbrak. We waren heel open over hoe onbezonnen we in onze op de klippen gelopen liefdes waren gedoken. Misschien hadden we meer moeten scharrelen. We hadden er beter aan gedaan om eerst ook wat andere bloemen te besnuffelen. Maar we waren te onzeker. Te verlegen en te afwachtend. De bloemen werden vanaf een afstandje door ons bewonderd. Heimelijke liefdes die nooit opbloeiden.

Maar we spraken ook over hoop. Over toekomstige liefde. De weide staat vol bloemen. Kijk maar eens om je heen. Ik ga weer genegenheid en geborgenheid voelen, voorspelde hij. Hij raakte mijn gevoeligste snaar en ik werd er stil van. “Je hoeft je er alleen maar voor open te stellen”, zei hij. Eigenlijk geloof ik niet dat ik dat ooit weer kan. Bloemen zijn allemaal giftig. Dus ik laat het snuffelen en hou het voorlopig maar bij huppelen.

Saamhorig nieuwjaar!

Er ligt weer een heel nieuw jaar voor ons. Laten we er maar het beste van maken met z’n allen. Ik wens iedereen het beste jaar toe dat mogelijk is. Ik wens iedereen alle mazzel en voorspoed die maar nodig is. Ik kan zelf wel wat voorspoed gebruiken. Mijn 2017 was rampzalig, maar mijn leven heeft intussen weer een opgaande lijn, dus ik heb goeie hoop voor 2018. Ik heb kunnen leunen op familie, vrienden en collega’s. Ze hebben me opgevangen, geknuffeld en aangemoedigd. Zonder hun steun was ik er niet bovenop gekomen. Koester die belangrijke mensen in je leven, en deel je vreugde én je verdriet met ze. Gedeelde smart is immers halve smart. Het is fijn om te weten dat je niet alleen bent. Het is fijn om te weten dat er mensen om je heen zijn die om je geven. Het is gewoon fijn om te weten dat je ertoe doet en erbij hoort. Het is van grote invloed op je persoonlijke geluk. Dat is dan ook mijn wens voor iedereen: een saamhorig nieuwjaar!loesje-samen

Mits tenzij

Laatst hoorde ik iemand zeggen: “Ik geef een positief advies, tenzij aan bepaalde voorwaarden is voldaan”. Dat klopt niet. Ja, mits een positief advies nadelig is voor degene die het krijgt natuurlijk. Een “tenzij” is een lichtpuntje: U stort in die afgrond, tenzij u vleugels krijgt. Een “tenzij” is een ontsnappingsmogelijkheid. Wij houden van tenzijs, want ze zijn hoopgevend.

Het moet dus eigenlijk zijn: “Ik geef positief advies, mits…”. Dat miljoenencontract ligt binnen handbereik, nu alleen nog wat mitsen wegwerken. Wij houden van mitsen noch maren. Mitsen geven een ongemakkelijk gevoel. Een mits heeft altijd een kleine maar reële kans van falen: “De WA-verzekering is een prima verzekeringetje hoor meneer, mits er geen hagelstenen van 7 centimeter op uw dak vallen…”, zegt de autoverzekeringsverkoper geruststellend maar vervolgt dan met: “maar dat komt toch eigenlijk nooit voor…”. De verkoper merkt dat zijn klant nu twijfelt en dan komt de inkopper: “Ja, tenzij dat met die opwarming van de aarde inderdaad vaker gaat voorkomen”. Bingo, de twijfel is weggenomen en de klant gaat toch voor de WA+ met hogere premie.

Kortom: gebruik “mits” tenzij je hoop wilt geven en gebruik “tenzij” mits je twijfel wilt zaaien.

Powered by ScribeFire.