identiteit

Grenzen

Mijn grenzen lijden aan achterstallig onderhoud. Zwaar achterstallig. Een grens is niet een lijntje dat je eenvoudig voor jezelf trekt en daarna van de hele wereld mag verwachten dat er te allen tijde rekening mee wordt gehouden. Dat is nogal naïef. Toch is dat de manier waarop ik met mijn grenzen om ben gegaan.

Een grens is een lijn tussen mij en jou. Ik ben hier en jij staat daar, aan de andere kant van de grens. De grens bakent een stukje van jezelf af. Een gebied van eigenwaarde. Een stukje identiteit.

Je zou je van je eigen grenzen dus goed bewust moeten zijn. Ze omlijnen immers een stuk van jezelf. Iets dat je niet wilt verliezen. Je moet je grenzen dus bewaken. Soms zwaar, soms licht. Dat hangt af van de grens en dat wat erachter ligt. En het hangt van het vertrouwen dat je anderen geeft, of andersom: het gebrek aan vertrouwen in anderen.

Nu ben ik dus aan het nadenken over mijn grenzen. Waar liggen mijn grenzen precies? En hoe zou ik ze moeten bewaken? Hoe maak ik anderen duidelijk waar mijn grenzen liggen? Als ik mezelf vanuit een helikopter bekijk, zie ik een eiland in de Waddenzee dat op drift is naar het Oosten. Het wordt bovendien steeds kleiner. Mijn grenzen zijn al jaren onderhevig aan erosie.

Mentale erosie. De “elementen” hadden jarenlang vrij spel. Ik liet het zelf toe, met als gevolg een mentale watersnoodramp. Er moeten dijken en stormvloedkeringen komen. Een mentaal Deltaplan. Maar dan moet ik eerst verder uitzoeken wie ik precies ben. En wat ik wel en niet wil. Daar omheen trek ik mijn grenzen. Duidelijke, niet mis te verstane grenzen. Tot hier en niet verder.

Advertenties

Op blauwe maandagen je best doen

Als kind heb ik op een blauwe maandag ooit eens op voetbal gezeten. Maar als ik vroeger aan mijn ouders vroeg of ik op een sport mocht, dan kreeg ik altijd te horen dat we niet aan blauwe maandagen deden. Ik moest mijn best doen om het minstens een paar maanden vol te houden. Blauwe maandagen duurden daarom dus minstens twee maanden, was mijn interpretatie.

Zo heb ik een blauwe maandag gewaterpolood, gebadmintond, gejudood en dus ook gevoetbald.  Ook heb ik blauwe maandagen besteed aan postzegels verzamelen, ornithologie, schaken en gitaarles. Ik geloof dat mijn langste blauwe maandag vroeger zelfs wel een jaar geduurd heeft.  Kortom: ik deed heel erg mijn best als het ging om blauwe maandagen.

Vandaag was het blijkbaar blauwe maandag. De dag waarop je je blijkbaar depressief moet voelen omdat je nog een halve januari voor de boeg hebt. Omdat je je blijkbaar moet realiseren dat de blauwe maandag waarin je probeerde te stoppen met slechte gewoontes, niet langer duurde dan twee weken. Omdat één van die slechte gewoontes blijkbaar geld over de balk smijten was.

Niks van gemerkt, die blauwe maandag. Ik doe niet aan blauwe maandagen, zeker niet voor maar één dag. Dat heb ik van mijn ouders geleerd, en ik leer het nu ook aan mijn kinderen. Het leven zit natuurlijk vol blauwe maandagen. Het zijn periodes waarin je op ontdekking bent naar je identiteit. Het zijn periodes waarin je leert te vallen en weer op te staan. Het zijn periodes waarin je vriendschap en liefde vindt. In die periodes verleg je je grenzen en maak je je horizon breder.

Voor mij staat die blauwe maandag symbool voor proberen en leren.  Eigenlijk was ik een beetje vergeten dat je je hele leven lang aan blauwe maandagen kan doen, en dat ik die in soms eindeloos uit rek. Zo zit ik momenteel nog midden in een blauwe maandag waarin ik verwoede pogingen doe te bloggen. Die duurt intussen al een jaartje of 8. En een nog langere blauwe maandag duurt precies even lang als de leeftijd van mijn oudste kind. En onlangs ben ik begonnen aan een blauwe maandag wereld redden. Ik doe mijn best.

Natuurlijk kopiëren we elkaar

Good artists copy, great artists steal. Een quote van Steve Jobs. De man was wel zo megalomaan dat hij iedere poging om zijn ideeën te kopiëren desnoods met kernwapens bestreed. Maar Steve’s ideeën waren natuurlijk niet origineel. Iedereen kopieert. Niets is echt origineel. Originaliteit is betrekkelijk en uit zich in de draai die de “artiest” aan het gekopieerde geeft.

Zelf beschouw ik het maar als een groot compliment als iemand iets van mij kopieert. Ik beschouw mezelf niet als artiest, laat staan een goeie. Maar kopiëren doe ik natuurlijk wel. Want ik ben beïnvloed door anderen. Mijn schrijfstijl heb ik niet zelf bedacht, maar van iemand overgenomen, omdat het vertrouwd is, of omdat het bij me past. Van meerdere iemanden waarschijnlijk, die op hun beurt ook zijn beïnvloed. Als ik me er bewust van ben dat ik iemand kopieer, dan vermeld ik dat. Dat vind ik wel zo netjes.

Ik kan wel een rijtje mensen opdreunen waarvan ik me bewust ben dat ze mij beïnvloeden, omdat hun stijl mij aanstaat. Zo hou ik van Herman Finker’s taal-ongerijmdheid. Maar ook van de absurde filosofieën van Terry Pratchett. Koot en Bie hebben mij absoluut sterk beïnvloed, maar ook Annie M.G. Schmidt. Niks hoogdravends, vind ik zelf. Ik hou niet van hoogdraverij. Ik draaf graag op aards niveau. Annie kon dat als geen ander, maar ook zij kopieerde, dat kan niet anders.

Het meest kopieer ik van mensen in mijn omgeving. En dat doen we volgens mij allemaal. Bewust en vooral onbewust. Mijn familie, vrienden en collega’s beïnvloeden me. Ik neem hun maniertjes, grapjes en ideeën over, want ik vind ze leuk. Tuurlijk geef ik er ook een eigen draai aan. Anderen nemen dat dan weer van mij over. Mijn kinderen bijvoorbeeld. Dat zijn ware spiegeltjes van mezelf, met een steeds groter wordend stukje eigen identiteit. Een identiteit die is opgebouwd uit allemaal van anderen gekopieerde stukjes. Zo ontwikkelen mensen zich: door te kopiëren. Heel natuurlijk, want het is ingebouwd in onze genen. Kopiëren is menselijk.

De inspiratiebron voor deze post: TED Radio Hour – “What’s Original?”