intuïtie

Versnapering

Onlangs diende ik bij mijn werkgever een declaratie in voor “versnaperingen”. Tot mijn eigen verbazing typte ik dit antieke woord argeloos in bij de omschrijving. Ik bedacht me glimlachend dat ik me niet kon herinneren wanneer ik dit woord het laatst uitsprak. Het komt doorgaans ook niet voor op mijn boodschappenlijstjes. Ik vraag mijn kinderen niet of ze een versnaperingetje willen. Het synoniem “lekkernij” zit overigens ook niet in mijn dagelijkse woordenselectie. Hoewel ik wel eerder zou zeggen dat ik een tafel vol lekkernijen zie dan een tafel vol versnaperingen. Maar lekkernijen voelen dan weer minder declarabel. Lekkernijen doen de wenkbrauwen van de declaratiecontroleur alleen maar rijzen. Ze roepen lastige vragen op. Ik zou de betroffen lekkernijen nader moeten specificeren. Ik had waarschijnlijk vooraf schriftelijk toestemming moeten vragen voor de betroffen lekkernijen. Versnaperingen zijn zakelijker. Voor versnaperingen zijn er ongetwijfeld duidelijke declaratiekaders bepaald. Dat voelde ik intuïtief aan. Altijd weer mooi als mijn onderbuik mijn verstand weer eens weet te verbazen. Diezelfde buik herinnert mij nu aan de versnaperingen die zich in mijn lekkernijenlade bevinden.