kapper

De beledigde barbier

Omdat mijn kapsel eigenlijk al ruim over datum was, ging ik maar weer eens naar de kapper. In het dorp zitten drie kapsalons, allemaal met uitzicht op de brink. Ik vermoed zelfs lokale kartelvorming, maar ik vind het hartstikke okee. Loyaal als ik ben, ga ik altijd naar dezelfde. Daar wordt ik altijd warm onthaald, met koffie en een praatje.

Ik ben altijd een paar minuutjes te vroeg, zodat ik nog even de krant (Telegraaf, maar ach)  kan lezen bij mijn kop koffie. En zodat ik alvast even kan voor-ouwehoeren met de kapper die nog druk aan het knipperdeknipperen is met een klant. Heerlijk. Ik kom er echt graag, hoewel ik mijn bezoek altijd eindelooos uitstel. Dit kan ik doen vanwege mijn platte haarzakjes. Daardoor krullen mijn haren fanatiek terug omhoog. Dus het duurt even voor ik door krijg dat mijn pony eigenlijk al tot voorbij mijn mond kan worden getrokken. De kapper klaagt er nooit over en snoeit mijn haardos weer professioneel tot blitse properties.

En toch heb ik mijn barbier beledigd. We hadden het over blauwe randen en parkeerschijven. Die dingen moet je tegenwoordig bijna in het heule dorp gebruiken. En als je het niet doet hangt er een malse boete boven je hoofd: 85 euro. “Daar kan je een aantal keren van naar de kapper” , flapte ik er dom uit. Mijn barbier werd – achteraf terecht – kribbig en vond dat ik dan maar de komende weken iedere week moest langskomen. “eh, ja, da’s best”, zei ik zonder het te menen. Er viel een pijnlijke stilte. Alleen zijn schaar knipperdeknipperde nog. Gelukkig kwam de volgende klant toen binnen die hij van koffie moest voorzien. Daarna ouwehoerde die klant ook alvast voor en kon ik weer gezellig meehumhummen.

Nu moet ik steeds als ik in het dorp de auto in een blauwe zone parkeer aan mijn gepiekeerde kapper denken. Even overweeg ik om de schijf niet te gebruiken, zodat ik de eventuele boete (en de bon bewaar ik dan) de volgende keer als ik weer met een idioot verwilderd kapsel in zijn stoel zit kan gebruiken als excuus. Ja, zo’n krent ben ik.

Advertenties

Voor de spiegel

Samen met papa naar de kapper. Ze had zich er al de hele week op verheugd, mijn kleine kattekopje (inderdaad, zonder ‘n’). Ze is ook mijn kleine meid en mijn enige dochter. Een heerlijk pittig ding. We hebben een echte haat-liefde-relatie, zoals vaders en dochters vaker hebben. Zo klein als ze is weet ze al precies waar mijn gevoelige snaartjes zitten. Dus we zitten regelmatig, tot grote ergernis van mijn vrouw, te kibbelen.

Maar vanmiddag dus niet. Na mijn werk haalde ik haar op van de BSO om samen naar de kapper te gaan. We hadden het allebei hard nodig. Zij, een prachtige meid met blonde staartjes tot zo’n beetje haar billen. Ik, een fitte 40plusser met een verwilderde bos grijzende, donkerbruine krullen. Samen fietsten we naar de kapper. Grote zwarte herenfiets naast roze K3-fietsje. Pure liefde.

Zij mocht eerst, ik moest nog eventjes wachten. “Het mag een heel stuk korter, tot op mijn schouders”, zei mijn kleine meid dapper. En even later vielen er stukken blond haar van zeker 12 centimeter op de grond. “Allemaal dooie punten hoor”, zei de kapster geruststellend. “Ja, het is iedere ochtend weer een heel gevecht. Tot in de puntjes” , zei ik gevat. Via de spiegel keek mijn dochter me quasiboos aan en zuchtte overdreven. 

Even later mocht ik in de stoel naast haar klimmen en konden we samen roddelen. Maar zij roddelde liever met de kapster. Over haar rare vader, gewoon waar ik dus bij zat. “Mijn papa is al heel erg oud”, hoorde ik haar ineens giegelend uitkramen, “want hij heeft al grijze haren”. En toen de kapster nieuwsgierig informeerde hoe oud dan precies, wist de hele kapsalon dus dat ik maar liefst 41 jaar oud ben. Zij is dan ook nog maar 6 en dus heeft ze gelijk dat ik heel erg oud ben. Relativeren moet ze nog leren. 

Gelukkig zei mijn barbier – en zelf vader van een dochter van 9 die weer bij mijn zoon van 9 in de klas zit – dat hij wenste dat hij zo mooi grijs wordt als ik. Daarna vergeleek hij mijn grijze haar in één adem ook nog even met dat van Richard Gere en die meneer van de Nespresso-reklame. Die kapsalon heeft er dus écht wel een terugkerende klant bij. En mijn kleine poppetje stond zich tevreden te bewonderen in de spiegel en lachte haar allerliefste lach naar mij. Mijn middag kon niet meer stuk.