kritiek

Niet oordelen

De laatste tijd probeer ik niet meer te oordelen. Of in ieder geval minder snel. Oordelen is eigenlijk mijn eerste reflex. Ik ben wantrouwig, en voel me snel aangevallen. Dat heeft te maken met mijn gebroken cirkel. Die cirkel is de achilleshiel van mijn ziel. Daar wil ik niet geknepen worden. Vooral met emotionele boodschappen van anderen heb ik moeite. Ik kan slecht luisteren naar iemand die op verwijtende toon tegen me praat. Kritiek is moeilijk, want ik vat het snel persoonlijk op. Zelfs als het helemaal geen kritiek is, maar alleen maar zo klinkt. Ik ben erg gevoelig voor de nuancering en woordkeuze. Ik neem dingen vaak ook veel te letterlijk. Het is om gek van te worden.

Het gekke is dat ik beter met kritiek van een wild vreemde om kan gaan, dan met kritiek van iemand die ik goed ken. Maar hoe meer ik van iemand hou hoe moeilijker ik kritiek van die persoon kan verwerken. Dat klinkt tegenstrijdig, maar het is zo. Vanwege mijn gebroken cirkel komen die mensen namelijk direct bij me binnen. Ze hebben direct toegang tot mijn kwetsbare ziel, dus ik voel me daar dan ook snel op (bij mannen zit de ziel trouwens voor een groot deel in hun geslachtsdeel…) getrapt.

Hoe moet je dan wel omgaan met (vermeend) kritiek? Nou, gewoon, niet oordelen. Het werkt in ieder geval heel goed om te voorkomen dat ik dicht sla. Ik hoor of lees de dingen die een potentieel gevaar voor mijn ziel vormen wel, maar ik probeer alleen te observeren. Hee, een prikkelend woord. Hee, een prikkelende opmerking. Niet oordelen. Geen aannames doen over wat de andere persoon ermee bedoelt. Gewoon doorgaan met luisteren. Of de e-mail gewoon doorlezen, desnoods nog twee keer nalezen. Ik kies er nu voor om niet in te gaan op de prikkelende opmerkingen. Ik kan er namelijk niets mee. Waar ik wel wat mee kan, dat pak ik op en reageer ik op.

Dat klinkt allemaal eenvoudig, maar dat is het niet. De scherpe, prikkelende woorden en opmerkingen van de ander komen voort uit de gemoedstoestand van de ander. Die emoties mogen er in principe zijn en zou ik serieus moeten nemen. De ander is geïrriteerd, boos, of misschien wel gewoon ongeduldig, of is moe of voelt zich niet lekker. Misschien zou ik die gemoedstoestanden uit de context moeten kunnen afleiden, of zou ik het met mijn telepathische vermogens direct moeten aflezen uit het hoofd van de ander, maar daar ben ik niet altijd even goed in. Wat ik wél kan is ophouden met het plakken van labeltjes aan de prikkelende opmerkingen. Want als ik er een labeltje aan heb gehangen, kan ik al niet meer luisteren, want een gelabelde opmerking staat te branden in mijn hoofd, en móet ik op reageren. Dus ik moet niet denken: wat een stomme, rottige, flauwe, vreemde, kinderachtige of vinnige opmerking, maar alleen observeren en doorgaan met luisteren (of lezen). Niet oordelen maar ontvangen.

Mooie theorie Mark, maar het is wel je achilleshiel. Dat klopt. Maar het lukt me toch, en daar ben ik best trots op. Weliswaar in mijn huidige kalme gemoedstoestand, maar toch. Niet oordelen is een mantra geworden. Ik denk het heel bewust bij het lezen van mailtjes en whatsapps van bepaalde personen. Ik doe zelfs een heuse micro-meditatie (5 tellen) voor ik het mailtje open. Even een paar keer diep ademhalen en denken: niet oordelen, niet oordelen, niet oordelen. En het werkt. Nu moet ik het nog integreren in mijn manier van omgaan met mensen, zodat het automatisch gaat. Het is een kwestie van oefenen denk ik. Dus als je me wil helpen, voorzie me dan maar van je meest ongezouten kritiek, dan zal ik beloven om niet te oordelen.

Advertenties

Onverdraagzaamheid – les 3 : “Vat alles persoonlijk op”

Dit is les 3 in de serie “onverdraagzaamheid in 10 stappen“, waarin je op cynische wijze leert jezelf te transformeren tot tiran.

Artsen zijn vaak moeilijke patiënten. Hoe meer kennis en ervaring (grotere autoriteit), des te moeilijker. Dit komt voort uit wantrouwen door kennis. De patiënt weet het beter dan de arts. Voor psychologen geldt dat denk ik nog wel het meest. Ik kan dat niet staven, maar ik weet zeker dat de drempel voor het bezoeken van een psycholoog voor psychologen veel hoger is dan voor niet-psychologen.

Een tandarts kan natuurlijk moeilijk zelf zijn eigen wortelkanaalbehandeling uitvoeren, net zo min als dat een chirurg bij zichzelf een bypass-operatie kan doen, maar voor een psycholoog ligt dat natuurlijk anders. De valkuil van de psycholoog is dat hij denkt dat hij/zij zichzelf objectief kan analyseren. Maar niemand kan zichzelf natuurlijk 100% objectief analyseren.

Het is weer dat mooie spreekwoord van de vuurtoren die hier opgaat: onderaan de vuurtoren is het donker. En ik voeg daar nu aan toe: hoe hoger de vuurtoren (hoe meer kennis), des te sterker is dat effect. De psycholoog kán zichzelf helemaal niet beoordelen, want door de grote hoogte van zijn vuurtoren van autoriteit komt het weinig strooilicht dat hij veroorzaakt zeker weten niet bij zijn (of haar) eigen voeten.

Autoriteit creëert afstand. Autoritaire mensen staan op grote afstand van anderen (het gepeupel). En dat is natuurlijk gunstig voor mensen met een dictatoriale inslag. Je duldt sowieso natuurlijk geen tegenspraak. Het is ook onlogisch dat anderen jou tegen willen spreken, want jij hebt altijd gelijk. Jouw normen, waarden en opvattingen zijn absoluut. Andere normen, waarden en opvattingen accepteer je eenvoudig niet. Jij bent onverdraagzaam.

Maar wat doe je met de tegenspraak die je ondanks je autoritaire en afstandelijke houding toch ontvangt?  Juist: heel persoonlijk opvatten. Alles dat ook maar enigszins lijkt op tegenspraak dien je heel persoonlijk op te vatten. Het is namelijk een directe aanval op jouw onmetelijke intellect. Dit moet je dan ook meteen de kop indrukken. Smoor het in de kiem. Hou iedereen in je omgeving zo klein en onwetend mogelijk, zodat de tegenspraak vanuit die omgeving niet kan optreden.

Een verhaaltje:

Een ogenschijnlijk normaal gezin bestaande uit pa, ma, broer en zusje, woonde in een leuke buurt waar iedereen zich veilig waande. Je kon je fiets gewoon buiten laten staan en vergeten op slot te doen, en dan stond het er de volgende ochtend gewoon nog. Maar op een dag was de nieuwe (tweedehands) fiets van zusje tóch gestolen. Ze was er helemaal ondersteboven van. Maar Pa kon haar alleen maar nalatigheid verwijten in plaats van begripvol te zijn.

Grote broer stond erbij en begon te koken van binnen. Er ontkiemde zich een hete uitbarsting van woede. Pa zag het gebeuren en keek hem met harde ogen aan. Toen zei hij smalend: “En jij houdt je mond maar snotneus!”. Weg kiem, alleen de dreun van de dichtslaande deur van zijn slaapkamer getuigde nog van zijn woede.

3 maal zo sterk

Tijdens zo’n zogeheten self assessment training, leerde ik ooit dit over mezelf: ik moet het effect dat ik op anderen denk te hebben met drie vermenigvuldigen. Ja, lees het nog maar eens keer. Ik begreep toen ineens waarom mensen mij soms met geknepen ogen bekijken. Mijn uitstraling is namelijk drie maal zo sterk als ik zelf denk. Mijn enthousiastme is 3 keer zo aanstekelijk als ik bedoel. Ik overtuig de ander ook als ik 3 keer zo weinig moeite zou doen. Best een handige eigenschap dus. 

Maar dan de schaduwzijde. Mijn lichte ongenoegen wordt verward voor boosheid. Mijn milde kritiek laat knieën knikken. Mijn ongezouten kritiek is zielsvermorzelend. zo vermorzelde ik van de week bijna mijn lieve, oude moederziel met een iets te bot uitgesproken puntje van kritiek. Gelukkig was het door de telefoon, want anders had haar hart het begeven denk ik. Sorry Mam, ik hou hartstikke veel van je hoor. En daar kom ik weer op veilige emotie. Van liefde kun je nooit teveel ontvangen toch? Liefde maal drie is nog steeds liefde. En zij die mijn oneindige liefde genieten voelen dan precies wat ik bedoel, want 3 maal oneindig is nog steeds oneindig.