kunst

Kunst #6wmb

image

Kunst is eigenlijk geen kunst aan

Advertenties

blogs zijn egosculpturen

Misschien moet ik in de titel ook nog ergens het woordje “vaak” invoegen, maar zo zie ik blogs. Mijn eigen verwoede noten zijn duidelijk pogingen om mijzelf vorm te geven. Verwoed hak ik soms op mijn graniet los. Af en toe stuit ik ook op zachtere lagen en pak ik wat fijner gereedschap. Mijn blog spiegelt facetten van mezelf af.

Bij andere bloggers zie ik hetzelfde. Ze zijn bezig met hun eigen egosculptuur. Dat is vaak een zelfontdekking, maar ook al te vaak een zelfbevlekking. En hoe dikker dat laatste erop ligt, des te meer ik me daarover verbaas. De bloggers bij wie ik graag kom lezen zijn in mijn ogen heel authentiek. Daar hou ik blijkbaar van, van eigenheid. Oneigenlijke, gekunstelde dingen stoten me af. En het is een hele kunst om niet te kunstelen. Echte kunst is ongekunsteld. Echte kunst is eigenlijk geen kunst, als je begrijpt wat ik bedoel.

Zelf hou ik een handje vol blogs bij, en ik merk heel duidelijk dat de verhalen die me veel moeite kosten om te produceren, bijna altijd nul-komma-nul reactie of bezichtigingen krijgen. Ik ben dan gewoon te krampachtig. Dan wordt het dus veel te gekunsteld. En aan de andere kant kan ik me iedere keer weer verbazen over het aantal bezichtigingen en waarderingen bij verhaaltjes waarvan ik zelf dacht van: ach, ’t is niks, maar ik plemp het maar op m’n blog. Het stuk dat je nu probeert te verteren is er ook zo eentje. Dus ik verwacht louter lof.

Toch leuk

De kunstkenner bespreekt een soort plat, beschilderd kistje met de dame die het heeft meegebracht. Het ding zweeft nog ergens tussen kitsch en kunst. Likkebaardend luistert de dame naar de kenner. Die kenners hebben overigens verdacht vaak namen die bij hen passen. Zoals Jan Vaassen (fictief), de expert op het gebied van Chinese Vazen.

“Wat een leuk kistje”, zegt de kunstkenner tegen de dame, die hoopvol meeknikt, maar bij dat “leuk” ook een lichtelijk nerveuze grimas trekt. “Van mijn betovergrootvader’s betovergrootmoeder geweest”, zegt de dame voor de zekerheid. “Leuk”, zegt de kenner. De dame knippert bij “leuk” met haar ogen. “Echt leuk”, herhaalt de kenner. Knipper-knipper-grimas, doet de dame.

De kenner keert het kistje om, zoekend naar een indicatie van enige waarde. Dat het ding op TV wordt uitgezonden is al een indicatie van opmerkelijkheid. Aan de achterkant is niets te zien dus wordt de voorkant weer naar de camera gedraaid. “Echt een grappig object”, zegt de kenner, “want het is helemaal geen doosje”. Hij schuift het deksel open en er verschijnt een schilderijtje. “Kijk, wat leuk, het is een verstopt kunstwerkje”. Bij deze “leuk” trekt de dame een gezicht alsof ze net een hap uit een citroen nam. 

“Het is natuurlijk geen schilderij, dus zo mogen we het ook niet waarderen”, zegt de kunstkenner. De dame schudt zachtjes met haar hoofd. Haar schouders hangen naar beneden. Alle hoop is verloren. Haar voorwerp blijkt kitsch te zijn. “Maar je ziet ze zo niet vaak”, zegt de kenner. De dame veert op. Haar ogen staan plotseling heel fel. Dat waarvoor ze is gekomen gaat ze nu te horen krijgen. De eurotekentjes worden al in haar begerige ogen zichtbaar. “Ja, echt een leuk ding. Heel leuk”. Bij iedere “leuk” vertrekt weer haar hele gezicht. En dan komen de verlossende woorden: “ik schat dit lollige ding toch in op een waarde van 1500 euro”. De dame kijkt zuur, heel zuur. Het valt duidelijk tegen en ze zegt, zoals de meesten die in het TV-programma voor de camera mogen: “nou, tóch leuk”.