letterlijk

Huisgemaakt

Op de menukaarten van restaurants lees ik het vaak. Huisgemaakte mayonaise, huisgemaakte tiramisu, huisgemaakte pasta en nog veel meer. Allemaal huisgemaakt, vaak ook op ambachtelijke wijze. Een gekke taalconstructie, dat huisgemaakt. Z’n broertje zie je ook vaak: van ’t huis. Pasta van ’t huis is nóg ambachtelijker.

Er zijn meer woorden die eindigen op gemaakt. Zoals op, mee of over. Opgemaakt: het onderwerp is hierna  of geheel verdwenen of minder lelijk. Een meemaking is een beleving. Meegemaakt betekent dus hetzelfde als beleefd. Uit meegemaaktheid schenk ik altijd eerst mijn gasten een kopje koffie in, dan pas mezelf. Overgemaakt kan van toepassing zijn op geld of huiswerk. Als je aan de ontvangende kant zit, zit je goed.

Huisgemaakt is toch een rare hoor in dat rijtje. Het wekt de suggestie dat het onderwerp er na afloop als een huis uit zou moeten zien. Het synoniem “van ’t huis” suggereert echter dat het onderwerp ooit een stukje huis was. Ik moet ineens denken aan Hans en Grietje. Heerlijke peperkoek van ’t huis. Ik zie nu ook huizen voor me die zijn gemaakt van pasta, tiramisu en mayonaise.

Het is een gekmakend woord, dat huisgemaakt. In het restaurant vraag ik de ober waarom mijn huisgemaakte bonbons – die overigens bij de huisgebrouwen koffie van huisgegroeide koffiebonen werden geserveerd – er niet eens uitzien als huisjes. Ik stuit dan altijd op onbegrip. Af en toe is een ober nog wel eens zo lollig dat ‘ie zegt dat de maker in een iglo woont.

Huisgemaakt is gewoon een draak. Huisgemaakte pasta, tiramisu, mayonaise, bonbons en Joost mag weten wat nog meer, werden gewoon in eigen keuken gemaakt. In de keuken van ’t huis dus. Huis is hier dan weer synoniem aan restaurant. Gek genoeg hoor je nooit iemand zeggen dat ze laatst in een heel goed huis hebben gegeten. Wél in een hele goeie tent. Je zou daarom eigenlijk verwachten dat er tiramisu van de tent en tentgemaakte pasta op de menukaart van een eettent staat.

Huisgemaakt is natuurlijk een vernederlandsing van home made. Het is een anglicisme die de verwachting van hoe iets smaakt moet voorprogrammeren. Het wordt gebruikt als een soort keurmerk. Huisgemaakte producten zijn automatisch verser, eerlijker en lekkerder. De ziel van de kok zit er immers in. Dat is de gewenste beleving. Maar ik zie het zo vaak op menukaarten staan dat ik er een beetje sceptisch van word. Waarom moet het er expliciet bij staan dat iets huisgemaakt is? Bij tenten met 1 of meer Michelin-sterren verwacht ik dat alles op de menukaart huisgemaakt is. Mijn wijnglas is bovendien natuurlijk huisgeblazen, het bestek huisgesmeden en de kaasplank huisgezaagd.

Dit verhaal is natuurlijk weer volledig huisgemaakt. Er zitten zelfs diverse huisgemaakte taalconstructies in. Eerlijk en vers. Heeft het gesmaakt?

 

Advertenties

Reetfilter

Vanaf nu hoor ik geen reet meer. Ik kan namelijk letterlijk geen reet meer horen. Ik wíl ook geen reet meer horen. Ik verdraag geen ene reet meer.

Daarom heb ik een reetfilter laten implanteren. Een aanrader wat mij betreft. Nu kan reet me geen reet meer schelen. Het doet me eenvoudig geen ene reet meer.

Achter mijn beide oren zit nu dus een miniscuul reetfiltertje die het lijntje tussen oor en brein aftapt. Zit er een reet op de lijn, dan wordt het getagd met “ruis” en doorgestuurd naar het brein. Dat brein vat het vervolgens op als irrelevant waardoor reet me geen reet meer doet. Retegoed toch?

.

Inside the box thinking…

Kapla is ontegenzeggenlijk het beste speelgoed dat er is. Echt. Het zijn een heleboel kleine houten plankjes die perfect recht zijn en exact dezelfde afmetingen hebben. En die simpele plankjes nodigen ongelooflijk uit tot creëren. Je kunt er behoorlijk onmogelijk uitziende bouwwerken mee bouwen die de zwaartekracht lijken tegen te spreken. Dit speelgoed nodigt je uit om outside the box te denken. Zo niet bij mijn vierjarige zoontje. Zie zijn creatie hieronder. Ik vind het heel bijzonder wat hij heeft gemaakt. Dit is outside the box denken binnenste buiten gekeerd. Dit is beyond outside the box denken. Papa is outside zichzelf van trots.
image

hoe ‘m te knijpen

“Nou, ik knijp ‘m wel hoor” is een algemeen gebezigde uitdrukking. Ik vraag me er altijd het volgende bij af: wát dan? Het is namelijk nogal onspecifiek en dat stuit me tegen de borst. Wat wordt er geknepen? 

Misschien is er een reden dat het onspecifiek is. Misschien wil ik helemaal niet weten wat er geknepen wordt. ‘m kan natuurlijk vanalles zijn. Kijk, ik snap dat er sprake is van angst. Je kunt bang zijn in allerlei gradaties: van een licht gevoel van onbehaagelijkheid tot het schijten van zeven kleuren stront in je broek (zeven ja, er bestaan waarschijnlijk niet zoveel kleuren stront).

Dus “‘m knijpen” is dus eigenlijk in het midden laten hoe bang je precies bent. Je moet dan bijvoorbeeld als martelaar op lichaamstaal en je neus afgaan om te bepalen hoe bang de uitspreker van de uitdrukking, de gemartelde, is. Deze legt ook altijd sterk de nadruk op “knijp”. Wat de suggestie wekt dat ‘m ook anders behandeld zou kunnen worden, maar dat gezien de huidige gemoedstoestand de voorkeur wordt gegeven aan knijpen. Allemaal vaagheden waar je als martelaar niet zoveel mee kan.

Maar wacht es even, ik vat ‘m (vraag me niet wat precies, ik hou dit graag vaag): angst beïnvloedt blijkbaar de zindelijkheid. Ofwel, bij verhoogde angst vermindert het knijpvermogen van je sluit- en bilspieren. Dus als iemand zegt: “ik knijp ‘m”, geeft deze aan zich bewust te zijn van aangespannen sluit- en bilspieren ter voorkoming van het bevuilen van het ondergoed. Volkomen logisch eigenlijk. Dus martelaren doen er verstandig aan de aanspanning van sluit- en bilspieren te controleren om zich een goed beeld te vormen van de mate van angst die zij teweeg brengen. Buitengewoon praktisch toch? Zeg nou zelf…

Hoe te popelen

Popelen. Dat is een werkwoord dat, als je het heel vaak achter elkaar zegt, op je lachspieren gaat werken. Popelen doe je vanuit een soort acuut gebrek aan geduld. “Ik popel om te beginnen”, zegt iemand die niet kan wachten om te beginnen. Popelen betekent dus “niet kunnen wachten”.

Het is een gek werkwoord, want eigenlijk doe je helemaal niks als je popelt. Je bent vaak wel druk als je popelt. Heel druk met niet kunnen wachten. Van binnen gloeien en jeukende handen zijn de bijwerkingen. Gek genoeg kun je niet op commando popelen, zo van: “Hee, jij daar! Ja jij daar met je zielige kop. Ga onmiddellijk popelen! Nou? Komt er nog wat van?” Dat gaat averechts werken dus.

En als je in de gelukkige omstandigheid verkeert te popelen, dan valt het ook niet onmiddelijk op. Mensen merken het niet echt. Hebben er ook geen last van voor zover ik weet. Je hoort nooit dat mensen zich eraan ergeren als een ander popelt. “Potverdorie, wat zit jij ontzettend te popelen zeg! Schei es uit! Weet je wel hoe irritant dat is? Hè?”

Popelen doe je ook niet vrijwillig. Het overkomt je. Net als bij twijfelen, treuzelen, hopen, vallen of schrikken. Je gaat immers niet zomaar voor je lol even lekker twijfelen, treuzelen, hopen, schrikken of vallen, toch? Hoewel vallen een twijfelgeval is waarbij schrikken een handige bijwerking zou kunnen zijn, maar dat terzijde.

Popelen is in ieder geval wel altijd positief, volgens mij. Wie popelt barst van verlangen om te beginnen te doen waar je je zo op verheugt. We popelen om in een nieuwe baan te starten, we popelen om onze geliefden weer te zien, we popelen om op reis te gaan, noem het maar op.

Popelen is dus fijn. Ja, het is misschien wel iets waar je naar zou kunnen verlangen. Dus dat je als het ware popelt om weer es te popelen. En daar ligt de sleutel tot “vrij popelen”. Popelen wanneer je er zin in hebt dus. Het zal waarschijnlijk wel een beetje hol voelen dat vrije popelen, maar misschien baart oefening ook hier kunst. Nou, waar wacht je nog op? Hup, popelen geblazen!

Twijfelachtig

Schilderachtig: Als het wel een schilderij lijkt
Heuvelachtig: Als de glooiingen wel heuvels lijken
Lenteachtig: Als het wel voorjaar lijkt
Regenachtig: Als het wel lijkt te regenen
Fabelachtig: Als het onvoorstelbaar lijkt
Kernachtig: Als het wel lijkt of je duidelijk bent
Koortsachtig: Als het wel lijkt of je verhit bent 
Leugenachtig: Als de leugen wel twijfelachtig lijkt
Waarachtig: Als de waarheid wel twijfelachtig lijkt
Twijfelachtig: Als het wel lijkt of we twijfelen

van de gezifte mugjes

Onnodig verontschuldigde iemand zich laatst tegen mij voor een gemaakt grapje. Hij is namelijk nogal van de geintjes, zo schreef hij. Zelf ben ik dat ook best, dus ik nam het hem in het geheel niet kwalijk. In een buitensportzaak vroeg iemand me ooit ook eens of ik van de grammetjes was, of toch meer van ’t comfort. Van geen van beide, zei ik, want ik ben namelijk nogal van de argwaantjes. Vooral bij verkopers, want die zijn vaak nogal van de gladde praatjes. 

Nu ben ik zelf nogal van de lettertjes, dus ik heb zoiets van: goh, wat een bijzonder taalgebruik eigenlijk. Het is een soort manier om luchtigheid in hetgeen je wilt zeggen te stoppen. Je klopt je zinnetje, als het ware een beetje op, zodat het makkelijker te verteren wordt voor jezelf of voor een ander. Een vent die bijvoorbeeld zegt dat ‘ie nogal van de vrouwtjes is, is dus meer óf juist minder van dat wat ‘ie zegt, afhankelijk van wie hij wil overtuigen: de ander, of zichzelf. Ik ben zelf aardig van de gezifte mugjes, maar onopgeklopt dus gewoon een aardige mierenneuker.