leuk

Kleurschieten

Ruim een jaar geleden sloot ik me aan bij handboogsportclub Triskelion in Meppel. Sindsdien heb ik iedere dinsdagavond mijn broodnodige portie mijtijd. Al snel werd ik heel fanatiek. Het duurde dan ook niet lang voor ik mijn eigen handboog kocht.

De dinsdag-avond is het lichtpunt van mijn week. Ik verheug me er enorm op. Het is de combinatie van het beoefenen van de sport met de klik die ik met de leden voel. Het is gewoon heel erg leuk en gezellig. De club worstelt wel een beetje met de invulling van de trainingsavond. We hebben aardig wat jeugdleden en enkele senioren (waaronder ikzelf). Die senioren doen heel erg hun best om de club te besturen en de trainingsavond te vullen en te leiden.

Gisteravond verraste ik mijn clubgenoten met een zelfbedacht spel: kleurschieten. Het is een mix van andere spellen en oefeningen. In wezen komt mijn spel erop neer dat je als schutter zelf bepaalt hoe moeilijk je het voor jezelf maakt. Op het doel hangen drie vellen gekleurd papier. Een Rood A4-vel, een blauw A5-vel en een geel A6-vel. Voor je begint roep je luid en duidelijk welke kleur je kiest. Kies je rood, dan mag je 3 pijlen schieten. Bij blauw 2 en bij geel 1. Een gele hit levert 50 punten op, een blauwe 20 en een rode 10. En ik deelde de schutters in drie teams in. Zo kan iedereen zichzelf uitdagen en de totale teamscore samen zo hoog mogelijk maken.

De opzet van het spel is dus heel eenvoudig en gericht op uitdaging én teamgeest. Omdat ik het spel leidde, heb ik zelf niet mee geschoten, maar desondanks enorm genoten van het overduidelijke plezier van de anderen. Wat mij betreft een zeer geslaagde invulling van de training. Ik ben er erg trots op. Voor herhaling vatbaar!

Advertenties

Toch leuk

De kunstkenner bespreekt een soort plat, beschilderd kistje met de dame die het heeft meegebracht. Het ding zweeft nog ergens tussen kitsch en kunst. Likkebaardend luistert de dame naar de kenner. Die kenners hebben overigens verdacht vaak namen die bij hen passen. Zoals Jan Vaassen (fictief), de expert op het gebied van Chinese Vazen.

“Wat een leuk kistje”, zegt de kunstkenner tegen de dame, die hoopvol meeknikt, maar bij dat “leuk” ook een lichtelijk nerveuze grimas trekt. “Van mijn betovergrootvader’s betovergrootmoeder geweest”, zegt de dame voor de zekerheid. “Leuk”, zegt de kenner. De dame knippert bij “leuk” met haar ogen. “Echt leuk”, herhaalt de kenner. Knipper-knipper-grimas, doet de dame.

De kenner keert het kistje om, zoekend naar een indicatie van enige waarde. Dat het ding op TV wordt uitgezonden is al een indicatie van opmerkelijkheid. Aan de achterkant is niets te zien dus wordt de voorkant weer naar de camera gedraaid. “Echt een grappig object”, zegt de kenner, “want het is helemaal geen doosje”. Hij schuift het deksel open en er verschijnt een schilderijtje. “Kijk, wat leuk, het is een verstopt kunstwerkje”. Bij deze “leuk” trekt de dame een gezicht alsof ze net een hap uit een citroen nam. 

“Het is natuurlijk geen schilderij, dus zo mogen we het ook niet waarderen”, zegt de kunstkenner. De dame schudt zachtjes met haar hoofd. Haar schouders hangen naar beneden. Alle hoop is verloren. Haar voorwerp blijkt kitsch te zijn. “Maar je ziet ze zo niet vaak”, zegt de kenner. De dame veert op. Haar ogen staan plotseling heel fel. Dat waarvoor ze is gekomen gaat ze nu te horen krijgen. De eurotekentjes worden al in haar begerige ogen zichtbaar. “Ja, echt een leuk ding. Heel leuk”. Bij iedere “leuk” vertrekt weer haar hele gezicht. En dan komen de verlossende woorden: “ik schat dit lollige ding toch in op een waarde van 1500 euro”. De dame kijkt zuur, heel zuur. Het valt duidelijk tegen en ze zegt, zoals de meesten die in het TV-programma voor de camera mogen: “nou, tóch leuk”.