mantra

Niet persoonlijk

Met gestreken smoeltjes liegen
Ze bedoelen het niet persoonlijk

Stopverf in oortjes
Ze bedoelen het niet persoonlijk

Kontjes tegen de krib gooien
Ze bedoelen het niet persoonlijk!

Stijfkoppigheid en eigen willetjes
Ze bedoelen het niet persoonlijk!!

Regeltjes met voetjes treden
Ze bedoelen het NIET persoonlijk!!

Tegen papa’s haren in strijken
Ze bedoelen het NIET PERSOONLIJK!!

Grote mondjes dwars door papa’s preekjes
ZE BEDOELEN HET NIET PERSOONLIJK!!

Mijn God, wat is opvoeden soms toch moeilijk, maar ik heb deze mantra:
ZE BEDOELEN HET NIET PERSOONLIJK!!

echt niet

Deze mantra helpt me om los te laten, ook al zo moeilijk.

Doendenken en beginzin

Eerst denken, dan doen, zei mijn vader altijd tegen me. Met pedante nadruk op eerst en dan. Het zeggen ervan was volgens mij een soort mantra geworden. Hij zei het automatisch, bij alles wat ik in zijn ogen verkeerd deed. In mijn beleving zei hij het te pas en te onpas. Meer onpas dan pas eigenlijk. Ach, misschien had hij toch gelijk en was het toch wel meer te pas. Ik denk namelijk terwijl ik doe. Dat kan prima. Je zou kunnen zeggen dat ik toch heel letterlijk eerst denk en dan doe, maar dan in hele minuscule stapjes. denk-doe-denk-doe-denk-doe-denkdenk-doedoe. Niet te veel vooruit kijken, en steeds bijsturen. 

Het doel dat ik wil bereiken heb ik altijd wel vrij helder. Maar ook met een doel dat ik nog niet helemaal scherp heb, kan ik al beginnen te doen. Ik weet immers al waar ik ongeveer wil uitkomen en zie wel hoe ik er kom. Niet teveel plannenmakerij dus. Plannen vind ik maar niks. Mijn vader hoopte dat wel in mijn hersenen te spoelen met zijn mantra, maar helaas, ik ben een doendenker. Ik doe en denk simultaan. De mantra is wel altijd blijven nagalmen in mijn hoofd. Het draait er rondjes en veroorzaakt kleine wervelstormpjes. In het geraas hoor ik enkel 2 woorden: denken-doen-denken-doen-denken-doen-denken-doen-denken. Doendenken dus.

Dit jaar op 24 april zal ik al weer 14 jaar in het zelfde huwelijksbootje varen als mijn lieve echtgenote. Al 14 jaar probeert ze me hetzelfde te leren als mijn pa: Gebruik nou eens je hoofd! Ze bedoelt hetzelfde: éérst denken, dán doen. Ze heeft natuurlijk gelijk, want dat heeft ze altijd. Het probleem is ook niet dat ik niet wíl nadenken. Mijn handen gaan meteen aan de slag bij het zien van het licht. Daarvoor hoef ik niet alles helemaal door te denken. En terwijl ik dan druk doende ben, gaat de denkmachine vast verder om beter op dat licht af te stemmen. Dit is het patroon: evenkortdenkedenkedenke-licht!-doen-denken-doen-denken-doen-denken.

Nu is er ook nog dat oude gezegde: Bezint eer ge begint. Je raadt het al, daarmee kan ik slecht uit de voeten. Ik bezin zeg maar precies genoeg (volgens mijn metingen) en ga aan de slag. Ik ben een doendenker met teveel beginzin. Het gekke is wel dat dit gedrag zich 180 graden draait als ik iets moet doen dat ik niet leuk vind. Dan kan ik alleen nog maar denken, eindeloos denken.