metafoor

Fietsenhok op zolder

Ooit vertelde iemand me dat het slim kan zijn om de ander het gevoel te geven dat hij/zij slimmer is dan jij. De persoon in kwestie zei dit tegen me nadat ik hem een te perfect plaatje had laten zien. Hij kon er helemaal niets op aanmerken, vond hij, en dat maakte dat hij zich slecht met “mijn” plaatje kon identificeren. Het was nu teveel een “ik geloof het wel”-plaatje voor hem. Zijn advies was daarom om de volgende keer bewust een “fietsenhok op zolder” in de plaat op te nemen. Hij wist best dat ik veel beter mooie, technische overzichten kon maken als hijzelf, maar hij wilde het gevoel hebben dat hij nog iets kon verbeteren. En dat gold niet alleen voor hem, zo zei hij, maar waarschijnlijk ook voor veel andere managers. Managers hoeven inderdaad niet gehinderd te zijn door enige kennis, dat weet iedereen. Het is dus een goed advies. Dat fietsenhok op zolder is misschien wel vergelijkbaar met het weeffoutje dat altijd in Perzische tapijten moet zitten. Perfectie is alleen weggelegd voor goden. Als nederige adviseur moet je dus af en toe braaf de toorn van de opperwezens boven je verdragen. Zij hebben gelijk, ook al ben jij slimmer.

Advertenties

Duiken in ’t diepe

Behoedzaam bestijg ik de steile, ijzeren trap. De verf op de treden bladdert af. De wind is kil en bezorgt me kippevel over mijn hele lijf. Maar mijn besluit staat vast. Resoluut klim ik verder.

Als ik boven ben kijk ik voor strak me uit en loop met kalme stappen naar voren. De duikplank kraakt en buigt een beetje mee. Ik loop helemaal tot het uiterste randje en laat mijn tenen erover heen grijpen.

Onder mij bevindt zich een zwarte, onmetelijke diepte. Het is onvermijdelijk dat ik erin duik, dus ik breng mijn armen naar voren en zak door mijn knieën. Lenig veer ik op en spring één keer omhoog en veer dan nog eens….en nog eens…en zet af.

Even zweef ik vrij als een vogel. Ik maak een prachtige curve tot ik verticaal ben. Dan strek ik me helemaal en breek loodrecht, zonder plons door het rimpelloze wateroppervlak. Ik schiet de diepte in.

Langzaam breekt het ijskoude water mijn vaart. Totdat ik tot stilstand kom. Om me heen is het gitzwart, maar ik zie nog wel mijn eigen spierwitte handen. Het voelt alsof de tijd hier stil staat, maar dat is niet waar. De tijd staat niet helemaal stil, maar is zo sterk vertraagd dat seconden wel minuten voelen.

Nee, uren. Ik raak gedesoriënteerd. Wat is boven en wat is onder? Alles lijkt zo onwerkelijk. Instinctief zoek ik naar licht. Heel ver weg ontwaar ik het en zwem er langzaam naar toe. Ik heb immers alle tijd.

Plotseling krijgt de tijd en de werkelijkheid weer vat op me. Met een ruk word ik uit mijn droomtoestand getrokken. Al mijn zintuigen gaan op scherp. Ik zie dat ik nog heel ver omhoog moet zwemmen, terwijl mijn zuurstof al bijna op is.

Met alle wilskracht die ik kan opbrengen dwing ik mezelf tot kalmte en onderdruk alle gevoel van angst, zo goed en kwaad als dat gaat. En ik ontstijg ook deze diepte. De laatste meters drijf ik als volleerd zwemmer naar boven.

Als mijn hoofd weer boven water komt haal ik diep adem en zwem naar de kant. Ik klim eruit en loop weer naar de duikplank. Hij lijkt wel hoger dan voorheen.

Metaforen

Metaforen, ik ben er dol op. Sir Terry Pratchett (moge hij in vrede rusten) schreef in het boek “Nation” dat metaforen leugens zijn om de waarheid beter te kunnen begrijpen. Metaforen zijn natuurlijk geen leugens, maar juist alom bekende en vertrouwde waarheden. De leugen van een metafoor zit ‘m vooral in de beschouwing. We beschouwen een ingewikkeld probleem eventjes als een bekend en vertrouwd probleem waar we wél raad mee weten. We liegen onszelf dan gemakshalve even voor dat de wereld niet complex is. Dat is heel menselijk.

Ik praat zelf veel in metaforen. Ik gebruik ze om iets dat ogenschijnlijk ingewikkeld is, terug te brengen tot iets dat iedereen, inclusief of misschien zelfs wel vooral ik zelf,  kan bevatten. De metaforen komen vanzelf tot me als ik er eentje nodig heb. Zo is er bijvoorbeeld de keukenverbouwing. Als ik met collega’s over een ICT-project praat, komt die metafoor vaak van pas: Als jij je keuken laat verbouwen, dan wil je toch ook dat het op tijd en binnen budget wordt opgeleverd?

Ook altijd een dankbare metafoor is de auto. Met auto’s kun je heel veel verduidelijken. Iedereen weet wat een auto is. Een auto is handig om techniek te scheiden van functie. Onder de motorkap zit bijvoorbeeld van alles dat je niet hoeft te begrijpen (techniek) om een auto te kunnen besturen (functie). Dat is erg handig als je nodeloze details uit een discussie wilt houden: De precieze werking doet er nu nog niet toe, daar kijken we wel naar als we de motorkap open doen.

Metaforen zijn altijd doodlogisch.  Bij het bouwen van een huis begin je toch ook niet met het dak? Dat snapt iedereen. Je punt wordt onmiddellijk begrepen. Bekende gezegden zijn ook vaak een uitstekende bron voor dergelijke logica: Voor we het eerste schaap erover heen lokken moeten we eerst weten of de dam stevig genoeg is.

De badkuip-metafoor is ook al zo’n mooie. Hij wordt in mijn omgeving dikwijls gebruikt. De kraan representeert een stroom van inkomend werk (issues, klachten, foutmeldingen, et cetera). Als er onvoldoende capaciteit – gerepresenteerd door emmertjes waarmee we badwater uit het bad scheppen – is om al het werk te doen, dan loopt het bad vol. Uiteindelijk dreigt er een overstroming. Een oplossing die ik dan veelal hoor is: nu eerst de kraan dicht en pas weer open als het overstromingsgevaar is geweken. Tijdelijk worden dan meer en/of grotere emmers ingezet.

En dan de zwangere-vrouwen-metafoor, ik hoor hem dikwijls: twee zwangere vrouwen kunnen toch écht niet een baby in de helft van de tijd baren. Dat is overduidelijk een valse verwachting, dat snapt iedereen. De Chinese-muur-metafoor houdt hier verband mee: Het verdubbelen van het aantal mensen dat je op een klus zet, betekent niet dat de doorlooptijd per definitie halveert. In dit geval zorgt de metafoor dan voor een waarheid die de onderliggende  valse verwachting (een leugen) bloot legt.