normaal

Verbijstering

Misschien wordt er achter mijn rug over me gesproken. Met verbijstering. Doe ik zelf ook wel eens over anderen. Volgens mij is het heel normaal. Want de verbijstering moet er gewoon uit. Als ik mezelf erop betrap zeg ik er wel altijd bij dat ik het eigenlijk niet zou moeten doen. Maar ja, misschien moet die ander mij dan maar niet zo verbijsteren. Toch?

Bij acute verbijstering hoort een gezicht met grote ogen en open mond. De mond gaat soms een aantal keren open en dicht. Sprakeloosheid is je deel. Eigenlijk is het een prachtig woord, verbijstering. De ‘ver’ geeft een transformatie aan die je ondergaat. Ineens ben je bijster. Jezelf bijster. Kwijt. Alleen een mond vol tanden is nog overgebleven.

Een tijd geleden meende ik iemands verbijstering te voelen in een telefoongesprek. Degene die ik wilde spreken was er niet, maar er nam wel iemand op: “Hallo?”, klonk het ijzig. Een bekende stem die me ijzingwekkend beleefd liet weten dat degene die ik wilde spreken, niet thuis was. Ik vertaalde dat naar: “mij niet wenste te spreken”. Op zichzelf een verbijsterend pijnlijke conclusie. Kwam natuurlijk door mijn vergrootglas.

Advertenties

Uitvergroot

Tot mijn verwondering zei iemand onlangs tegen me dat ik problemen niet groter moet maken dan ze zijn. Eigenlijk dacht ik dat ik dat dus juist helemaal niet deed. Eerder het omgekeerde. Maar klaarblijkelijk schijn ik alles juist sterk uit te vergroten. Ik zou mezelf zelfs veel te zwaar straffen voor gemaakte fouten. Omdat ik ze zo groot maak.

Een jaar geleden tekende iemand anders mij als een poppetje op een white board. Erom heen werd een cirkel getrokken waaruit vervolgens rondom stukjes werden weggepoetst. Openingen in mijn omheining waardoor indringende, prikkelende woorden ongehinderd mijn ziel kunnen raken. Het probleem zat niet in de omheining, maar in de balans tussen ratio en gevoel. Aan die balans en dus ook mijn innerlijke vrede heb ik heel bewust gewerkt.

Die gebroken cirkel ging over mijn verminderde vermogen om te relativeren. Voor mijn verstand er erg in had, voelde ik me op mijn pik getrapt. Dat is gelukkig sterk verminderd. Maar ik leg mijn fouten dus nog steeds onder de loep. Fouten die ik in het verleden heb gemaakt. Fouten die eigenlijk helemaal niet zo extreem zijn. De schaamte die ik er voor voel zou niet terecht zijn. Ik zou het allemaal veel te veel uitvergroten. De persoon die me hierop wees keek me rustig aan en verzekerde me dat ik inderdaad normaal ben. Nu is het afgelopen. Ik ben uitvergroot.

Hoogbevaagd

Tegen beter weten in probeer ik mezelf regelmatig in een hokje te passen. Of misschien moet ik zeggen dat ik probeer om mezelf door een andere bril te zien. Maar mijn ogen wijken natuurlijk af van het standaard oog. Heb ik weer. Dus door iedere standaardbril waardoor ik mezelf bekijk zie ik geen scherp afgetekend plaatje. Eigenlijk is het beeld maar gedeeltelijk scherp. Door de ene bril zie ik 10% van mezelf scherp, door de andere misschien wel eens 60%. Maar voor de rest zie ik vaagheden. Schimmen, die mijn verwoed speurende blik lijken te willen ontwijken.

Misschien is dat ook logisch. De glazen van je bril worden immers speciaal voor jou geslepen. Op mijn neus zit een bril met een uniek recept. Ik heb in beide ogen een cilinder, en mijn rechteroog staat iets naar buiten. En gezien mijn leeftijd heb ik nu ook een leesgedeelte in de glazen geslepen zitten. Met een leesbrilletje van de Hema kom ik er dus niet. Zo gaat het denk ik ook met die psychologische brillen van hierboven.  Mijn psyche laat zich blijkbaar niet helemaal lezen met een standaard brilletje. Ik pas in mijn eigen, specifieke hokje. Zoals de meesten van ons eigenlijk.

Ik ben nog steeds op zoek naar mezelf, hoewel ik al heel veel heb gevonden en daar langzaamaan best tevreden mee kan zijn. Mensen in mijn omgeving proberen me te helpen en dat is fijn. Dan spreken ze hun vermoedens over mijn psyche naar me uit. Ze reiken me dan een bril aan. Hier, probeer deze eens. Zo kwam het dat ik mezelf probeerde te zien door een hoogbegaafdheidsbril. Er leek wel een hoop meer scherpte te komen in mijn zelfbeeld, maar een groot deel bleef toch weer hardnekkig onscherp. Die bril is het dus ook niet helemaal. Ik moet denk ik een bril hebben zoals mijn echte bril. Een bril die speciaal is geslepen voor mij. Een beetje van dit, een beetje van dat. Een combinatie van vage afwijkingen. Ik ben van alles wat, maar niet precies. Ik ben gewoon hoogbevaagd. Niks bijzonders, en tegelijk ook weer wel.

Zuivere waarheid

In de afgelopen periode heb ik geleerd dat ik een eigen waarheid heb. Een hele waarheid, helemaal van mezelf. En mijn eigen waarheid mág er ook zijn. Dat is een geruststellende gedachte. Jij hebt er ook eentje. Iedereen heeft een eigen waarheid. Jouw waarheid is grotendeels ook mijn waarheid. Maar hier en daar zien we dingen net een beetje anders. En soms lijkt het verschil onoverbrugbaar groot. Frustrerend groot. Maar ik heb ook geleerd dat het in het leven niet draait om “je gelijk”. Leven met anderen gaat niet over het opleggen van jouw waarheid. Inspireren mag natuurlijk wel. Ik raak regelmatig geïnspireerd door iemand die ik ontmoet. Dan zie ik ineens dat mijn waarheid een beetje moet worden bijgesteld.

Ik weet nu ook dat liefde nooit mag draaien om gelijk hebben. Wel om het respect voor elkaars waarheid. En om de zuiverheid van je eigen waarheid. Ben ik eerlijk naar mezelf? Kijk ik diep genoeg naar binnen om mijn echte waarheid te zien? Zie ik mezelf wel echt zoals ik ben? Dat zijn de vragen die de laatste tijd veel door mijn hoofd gaan. In de jaren heb ik heel veel laagjes om mijn pure ik heen gelegd. Ter bescherming. Ik heb me met die laagjes vereenzelvigd, en ben ermee vervlochten geraakt. Maar ook dat is normaal, weet ik nu. Probeer door al die lagen maar eens je eigen zuiverheid te zien. De twijfel slaat dan gemakkelijk toe. Misschien maak ik het wel te groot. Misschien moet ik niet kijken, maar voelen.

Over liefde gesproken: die van mij is dus totaal vast gelopen. Op wantrouwen. Ik ben er de deur om uitgezet. En nu denk ik na over de manier waarop ik het vertrouwen denk te gaan herstellen. Niet met mooie woorden in ieder geval. Ik heb al stevig gewerkt aan het herstel van het vertrouwen in mezelf. En sinds vandaag vraag ik me dus af hoe zuiver mijn waarheid is. Ik bedenk me ook dat ieders waarheid is doortrokken met onzuiverheden. Die maken ons ook tot de mensen die we zijn. Daarom vinden we de klanken van akoestische instrumenten misschien ook wel puurder dan de klanken van elektronische instrumenten. Vanwege de onzuiverheden en onvolkomenheden in de ziel van die instrumenten.

 

Lang niet gek!

Afgelopen donderdag ging ik naar de voorstelling “Vind je het gek!” door Nynka Delcour en Rob Stoop. De voorstelling is gebaseerd op de waargebeurde levensverhalen van zes mensen met een psychische kwetsbaarheid. Het werd uitgevoerd in een buurtcentrum bij mij in de buurt. Toen ik de aankondiging in de lokale krant las, wist ik meteen dat ik daar naartoe moest. Dus ik fietste er donderdag naartoe. Een beetje verscholen keek ik naar de mensen die de zaal in liepen en vroeg me af of zij zich ook door het krantenartikel zo sterk aangesproken voelden. Ik vroeg me af wat hún verhalen waren.

In de voorstelling worden de verhalen van de zes mensen met gezonde humor en mooie, ontroerende liedjes gebracht. Het greep me ontzettend aan. Het pakte me meteen bij het begin, vervoerde me en liet me pas aan het einde weer los. Na afloop had ik enorme brok in mijn keel. Het was allemaal heel echt en heel puur. En het trof me recht in mijn hart en mijn ziel.

Ik kon me op diverse momenten ook zo sterk herkennen in de verhalen en de liedjes. Ik zag iets van mezelf  in de vrouw die door haar vader emotioneel verwaarloosd was. Ik herkende het gevoel van uitzichtloosheid en machteloosheid waarover werd gezongen in het lied “dood loopt de weg waarop ik wandel”. En het brok in mijn keel kwam vooral van het verhaal over de vrouw met de “emotionele bagage”, en hoe dat haar leven beheerst. Allemaal herkenning. Ik ben dus niet de enige met dit soort kwetsbaarheden. Het schijnt zelfs zo te zijn dat de kans dat je iemand tegen het lijf loopt die worstelt met een psychisch probleem meer dan 40% is. Psychische kwetsbaarheid is eigenlijk best normaal.

Na afloop gingen de mensen in de zaal met elkaar in gesprek over de voorstelling. Ik sprak met een aantal aardige, kwetsbare mensen die om me heen zaten. We deelden wat stukjes uit ónze verhalen met elkaar. Heftige, persoonlijke verhalen. Ik voelde me met hen verbonden. Ik sta niet alleen, en zij ook niet. We mogen er zijn, en we zijn lang niet gek! En ik merkte dat dát was wat ik hoopte te vinden bij deze voorstelling.

Als je de kans hebt zou ik beslist naar deze voorstelling gaan. Hieronder kun je de trailer bekijken.

Doe normaal man

Niet autistisch, niet hoog- of meerbegaafd, en ook niet hoogsensitief. Ik ben zowat het hele spectrum langs gegaan. Het werd een obsessie. Een kwelling. Niet normaal. Dus ik stop er maar eens mee. Het leidt ook niet echt ergens toe, ja, alleen tot het vermijden van het accepteren van wat ik wel ben: een normale man.

Dus nu zal ik me op mezelf moeten richten als een normale man. Deze ochtend heb ik het maar eens even geoefend toen ik voor de spiegel stond. Ik moest even turen voor ik de normale man zag. Of is het ook normaal dat een man zichzelf met één opgetrokken wenkbrauw aanschouwt? De man in mijn spiegel hield ook nog zijn buik in. Ook normaal?

Ook normale mannen raken snel geïrriteerd, verliezen hun geduld of kunnen zich maar op één ding tegelijk concentreren, om maar eens wat te noemen. En al die tijd zocht ik de oorzaak buiten mezelf. Al die tijd zocht ik naar een verklaring buiten mezelf. Maar die is er niet en heb ik ook niet nodig.

De man in mijn spiegel probeerde mijn blik te ontwijken, dus ik sprak hem vermanend toe: “Hee jij, kijk me aan!” De man in de spiegel keek me van onder zijn charismatische, grijze wenkbrauwen verscholen aan. En hij frummelde nerveus met zijn vingers. Maar ik had zijn aandacht, dus ik zei: “Ik ben klaar met die obsessies van je over autisme en zo. Doe normaal man!”. Het hielp ook nog.