normen en waarden

De omgekeerde felicitatietaktiek. Briljant!

De jarige besloot dan maar zelf te bellen met me. Mijn vrouw nam eerst op en feliciteerde de jarige meteen. Ik kreeg hem even later aan de telefoon zodat ik hem ook kon feliciteren. Handig toch? Ja, want ik hoefde de jarige niet zélf te bellen. Misschien was ik het ook wel helemaal vergeten. Dat risico is er namelijk altijd. Dus het was heel slim van de jarige om dan maar zelf te bellen. Nee, niet slim, maar briljant.

De briljante jarige was er zelf ook best trots op toen ik het hem had uitgelegd. Hij zag in dat hij dan ook zelf kon kiezen wie hem feliciteerde en wie niet. Zo voorkom je dus ook dat je door iemand gefeliciteerd wordt waar je níet door gefeliciteerd wil worden. Dat betekent dus wel dat je de op je verjaardag de telefoon niet opneemt natuurlijk. Ja, want anders word je misschien toch ongewenst gefeliciteerd. Zie je wel, briljant.

Het mooiste aan deze omgekeerde felicitatietaktiek is dat de feliciterenden zelf geen verjaardagen meer hoeven te onthouden. Dat scheelt ontzettend veel gedoe en genante situaties. En zeg nou zelf, het is toch ook veel handiger dat 1 persoon onthoudt welke mensen hem/haar moeten felicitelefoneren op zijn/haar verjaardag dan dat vele mensen moeten onthouden dat ze 1 persoon niet mogen vergeten te bellen op hun verjaardag? Mensen hebben het al druk genoeg.

Kortom: de omgekeerde felicitatietaktiek is veel socialer dan de normale gang van zaken rond verjaardagen. De jarige wordt niet vergeten, want er valt niets te vergeten, en de feliciterenden hoeven zich nooit zorgen te maken over vergeten verjaardagen en alle genante ongemakkelijkheden die daarmee gepaard gaan. Win-Win. Dus hou je mobieltje aan en in je buurt op mijn verjaardag, het zou zo maar kunnen dat je de eer hebt door mij persoonlijk gebeld te worden om mij te mogen behagen met je welgemeende felicitaties.

Advertenties

Schaamteloze uitbuiting van kinderen

Reklame is een gegeven. Zonder reklame te maken van je goederen en diensten raak je je waren aan de straatstenen niet kwijt. Dat snap ik. Dat reklames in de meeste gevallen ook nog eens misleidend zijn, daar kan ik me ook nog wel overheen zetten. Natuurlijk schilderen ze hun waren zo ideaal mogelijk af. Natuurlijk verkopen ze in de reklamespotjes een hoop leugens. Natuurlijk worden de addertjes onder het gras niet luid en duidelijk vermeld. Dat weet iedereen. Ik kan daar mee leven.  

Waar ik niet mee kan leven is de uitbuiting van kinderen. Wij krijgen bijvoorbeeld herhaaldelijk reklamemateriaal en proefproducten mee van het kinderdagverblijf. Dan komt mijn zoontje mij bij het afhalen helemaal verguld een mooie placemat (van een zuivelfabrikant) laten zien die hij heeft gekregen. Thuis kan ik het niet over mijn hart verkrijgen om het ding weg te gooien, dus het ding ligt een tijdlang onze kinderen bloot te stellen aan reklame. Nog een voorbeeld is een gratis zak met ontbijtringetjes. Ik vind dit een heel zorgelijke ontwikkeling. In eerste instantie omdat de bedrijven kinderen uitbuiten om hun waren aan de man te brengen, maar in tweede instantie dat de organisaties die de kinderen juist zouden moeten beschermen hiervoor (de kinderdagverblijven waar je je kinderen aan toevertrouwt), hier ook nog aan mee werken.

En de R is weer in de maand. Sinterklaas en Kerst komen eraan, dus worden kinderen een extra belangrijk doelwit voor reklamemakers. Op de radio hoorde ik een speelgoedwinkel zonder enige schaamte bij kinderen bedelen om hun SInterklaas-verlanglijstjes. En om de kinderen daarvoor te motiveren maken ze kans dat ze alles dat ze op hun lijstje zetten winnen! Het doel is me duidelijk: de speelgoedwinkel wil graag weten wat kinderen zoal leuk vinden zodat ze hun logistieke organisatie zo efficiënt mogelijk kunnen runnen. Slim bedacht. En het gaat ook werken…. tenzij heel jeugdig Nederland lijsten inlevert met tenminste 500 peperdure wensjes, liefst meer. Dit is dus mijn snode plan: ik laat een paar miljoen placemats drukken die ik via de kinderdagverblijven verspreid met de oproep om massaal belachelijk lange verlanglijsten in te leveren bij de ToysXL. Nu zoek ik nog een sponsor…

Waar genomen

Rond de zomervakantie hoor of lees je vaak dit: Jaap neemt de zaken waar tijdens Kees’ vakantie. Of: Henk neemt Piet waar tijdens zijn afwezigheid.
Dit moet je niet al te letterlijk nemen natuurlijk, als met zoveel dingen die we zeggen. Taal is daar natuurlijk helemaal niet voor bedoeld. Henk gaat Piet heus niet achterna reizen om hem een beetje gade te slaan. Evenmin gaat Jaap alleen maar kijken en luisteren naar de manier waarop Kees’ zaken gaan tijdens zijn vakantie. Er wordt ook verwacht dat Jaap ingrijpt of aan stuurt wanneer het nodig is. Alhoewel het in de praktijk toch meestal blijft bij het houden van het oog in het spreekwoordelijke zeil.

Met het werkwoord waarnemen is sowieso iets aan de hand. Bij vervoeging valt het uit elkaar als een slechte relatie. Bijvoorbeeld: Ik nam waar. Hoe zit dat überhaupt? Wat zijn de grammatikale wetten hier? Stofzuigen is ook zo’n werkwoord. Is het nou “ik heb stof gezogen” of “ik heb gestofzuigd”? Ik zeg zelf altijd expres het laatste, omdat ik een principieel mannetje ben. Nu weer terug naar dat waarnemen. In de kantoorsfeer schuilt daar een sexuele intimidatieadder onder het anti-statische tapijt. Alleen notoire sexisten of naïve taalklunzen schrijven dat zij hun collega waar hebben genomen.

ik blokkeer je doodleuk terug!

Het viel me ineens op dat ik al een tijdje geen tweet meer had gezien van een kennis van me. Het was nog vakantie, maar gezien de enorme activiteit van de persoon in kwestie ongeacht vakantietijden, vroeg ik me meteen af wat er aan de hand was.

Misschien lag het wel gewoon aan de twitter app die ik gebruik, dus ik ging maar eens ouderwets met de web browser kijken op twitter.com. Even zoeken en ik vond mijn nog immer vrolijk twitterende kennis. Niets aan de hand dus. En ik zag ook al wat er wel aan de hand was. Om één of andere reden volgde ik mijn kennisje niet meer. Een klein bugje in twitter ofzo. De techniek staat weer voor niets, zeg maar. Kwestie van gewoon even op het volgknopje drukken en mijn kennisje en ik zijn weer in touch.

Mooi niet dus. Twitter weigerde de achtervolging in te zetten. Ook na 10 keer driftig klikken. En toen viel me een niet bijzonder in ’t oog opspringend boodschapje op, dat steeds verscheen als ik op de volg-knop klikte. Die zegt normaal gesproken dat de achtervolging is ingezet, maar deze keer dus niet. Deze keer vertelde het me dat ik deze persoon niet kan volgen omdat de persoon mij heeft geblokkeerd.

Ik. Geblokkeerd. Boem. De deur in mijn gezicht. Zonder enige waarschuwing. Tegen mijn ego in gestreeld. Nou “kennis”, ik blokkeer je doodleuk terug! Pah!

Internetmanieren

In een grijzend verleden blogde ik namens een grote multinational. Prominent prijken mijn autoritaire gedachten en meningen over trends in technologie nog steeds op de website. Ik was als het ware een soort bloggend boegbeeld. Ze lieten me in principe behoorlijk vrij in de thema’s waarover ik schreef en de manier waarop ik schreef. Ik moest mezelf kunnen zijn. Toch waren er wel regels. Schuttingtaal, sex en religieuze thema’s waren bijvoorbeeld taboe en er werd toch ook wel verwacht dat ik enigszins prikkelend schreef. Ik moest thought provoking zijn. Ook werd ik geacht altijd vriendelijk en beleefd terug te reageren. Dus ik moest én authentiek, én provocerend én een keurige gastheer zijn. 

Dat moest. Verleden tijd. All good things must come to an end, schreef ik heel luchtig op mijn allerlaatste bijdrage op de hierboven genoemde blog. Ik wilde eigenlijk hartgrondig vloeken, want ik had ontzettend last van opgekropte vloeknood. Maar dat mocht ik niet en vond ik zelf ook niet verstandig. Het plaatsen van een vals verhaal zou bovendien zielig zijn geweest. Mij kregen ze er dus niet onder. Ik bleef professioneel en goedgemanierd. Always the gentleman. Maar ik wilde huilen naar de maan, als een wolf.

Ook in mijn eigen blogs en alle andere sociale media waar ik verwoed gebruik van maak, hou ik in mijn achterhoofd dat alles wat ik schrijf onuitwisbaar op het internet staat. Alles wordt door de zoekmachines geindexeerd en met elkaar in verband gebracht. Wat je op het internet zet is er vaak heel lastig weer af te halen en kan zich tegen je keren. Je internetgedrag is onuitwisbaar en door iedereen te vinden. Ga daar maar van uit. Dat besef en goede internetmanieren moeten al op de basisschool worden onderwezen, vind ik. 

Goede manieren. Ik probeer ze op mijn kinderen over te brengen: doe een das om, kam je haren, spreek met twee woorden, stel je netjes voor en zeg U, u, u, u, u, u, u, u…. Ze zullen tegensputteren: maar papa luister nou, ik doe de dingen die ik doe….met mijn ogen dicht. Papa kan alleen maar hopen dat ze het later in zullen zien, net als hijzelf deed. Laat ik maar steeds het goede voorbeeld blijven geven dan en hopen dat mijn kinderen de wijze woorden van hun pa later zullen waarderen. Ze zullen altijd blijven rondzingen op het internet, dus ze kunnen het later zo op google opzoeken. 

 

 


Zonder eten naar bed

Op de radio hoorde ik vanochtend een spotje over kindermishandeling. Hierin hoor je twee kinderen met elkaar praten en eentje verzucht: “ik moest gisteren alweer zonder eten naar bed”. De strekking van het spotje is dat we signalen die duiden op kindermishandeling, moeten melden. Absoluut belangrijk. Wat mij betreft is dat burgerplicht nummer 1. Alleen vind ik het voorbeeldsignaal van dit spotje wel erg ongelukkig gekozen. Deze vind ik namelijk helemaal niet zo duidelijk. Dan moet je ook andere indicatoren meenemen, zoals: , hoor ik dit kind dit vaker zeggen?, is het kind erg mager?, ziet het kind er ongezond uit?

Wij gebruiken de strafmaatregel “naar bed sturen” ook wel eens voor onze kinderen. Die straf wordt typisch uitgedeeld tijdens het avondmaal. Het betroffen kindje is sowieso al moe van een lange schooldag en nogal vervelend. De oortjes zitten dan ook nog eens vol stopverf, dus de luisterfunctie is ook behoorlijk gestoord. En omdat ze familie van mij zijn, liggen ze op dat soort momenten graag zo dwars als een dwarse keutel. In zulke situaties dreigen we nog wel eens met de naar-bed-straf als regeltjes die duidelijk met hen zijn afgesproken, met stampende voetjes worden getreden. Netjes op je beurt wachten en netjes vragen vinden wij aan tafel bijvoorbeeld erg belangrijk. “Als ik iemand nog één keer ‘ik wil’ hoor gillen, kan die naar z’n bed gaan”, zegt papa of mama op gegeven moment dan. We zeggen dan duidelijk wat we zullen doen, en moeten dan ook echt doen wat we zeggen.

Als ze pech hebben liggen ze dan dus zonder dat ze hun bordje leeg hebben gegeten in hun bed. Het komt gelukkig weinig voor en meestal moeten ze het alleen zonder toetje stellen. Naarmate de schoolvakanties dichterbij komen, of naarmate de aankomst van Sinterklaas dichterbij komt, worden de kinderen wel wat minder handelbaar. Dat is heel normaal en dan is vaste routine en duidelijkheid extra belangrijk. Juist dan zijn we als ouders scherper op de dingen die we met hen afspreken. Dan kan het dus wat vaker voorkomen dat we een recalcitrant kindje naar bed bonjouren.

Om even op dat radiospotje terug te komen: ik ben het helemaal eens met de essentie. Ik ben ook blij dat er zoveel aandacht wordt besteed aan kindermishandeling. Alleen het voorbeeldsignaal “alweer zonder eten naar bed” vind ik een beetje vreemd gekozen. Ik hoop dat potentiële melders hun nuchtere verstand blijven gebruiken en pas melding doen als ze zeker denken te weten dat het om structurele ontzegging van basisbehoeften gaat. Eten is zo’n basisbehoefte. En dan drijft toch ook nog de volgende verveldende vraag bij me naar boven: Is er dan ook sprake van kindermishandeling bij kinderen die obesitas hebben vanwege het voorzien in overmatig veel ongezonde voeding en het onvoldoende stimuleren van lichaamsbeweging door hun ouders? 

Apple iLantern gereed voor 11-11

De laatste keer dat ik Sint Maarten liep kan ik me nog goed herinneren. Eigenlijk was ik de maximale leeftijd (hoe hoog is die eigenlijk?) al voorbij om mee te mogen doen. Met wat vriendjes liep ik langs de huizen. Lampionnen hadden we niet. Met een felle zaklantaarn schenen wij dikke lol te trappen. Ons doel was om zoveel mogelijk snoep te scoren. Dus snel “sinmaten sinmaten de koeienhebbestaten meisjes hebbe rokjes aan dakompsimatinus aan” zingen in gorillamodus (voetbalsupporterstem), snoep graaien en doorrennen naar de volgende deur. Schandalige etterbakkies.

Voor de onbeschaamde vlegeltjes van tegenwoordig is er op 11-11-2011 een alternatief voor de zaklantaarn en je hoeft ook niet zelf te zingen: de iLantern. Het is de meest associale app in de AppStore. Ongelooflijk dat Apple deze app goedkeurde. Voor 99 cent tover je je iPhone of je iPad om in een pulserende lampion die je helemaal naar je eigen smaak kunt stylen. De iLantern komt met een ruime selectie aan Sint Maarten liedjes ingezongen door artiesten zoals ACDC, De Jeugd van Tegenwoordig en Rammstein. Zo kun je Sint Maarten lopen in jouw stijl. Echt vet.

Voor de rijkere etterbakken nog de volgende tip: tape 3 iPads (leen gewoon even de iPad van je zus en je pa) aan elkaar in een driehoekopstelling, met de achterzijden naar elkaar toe. Installeer de iLantern App op alle drie de iPads. Met de speciale synchronisatie-functie kun je de 3 iPads dezelfde Sint Maarten tune synchroon laten afspelen, en pulseren de lampionnen ook in sync met elkaar. Hoe vet is dat?

Nu moet ik als een haas die app in elkaar hacken en vet stinkend rijk worden op kosten van de schoffies van Nederland. Ja ja, jat mijn idee maar, want ik kan helemaal geen apps hacken, laat staan dat ik Rammstein, ACDC en de Jeugd van Tegenwoordig heb weten te strikken. Dit idee had ik een half jaar eerder moeten hebben.

Powered by ScribeFire.