oba

Pauze

Het voelt allemaal nog zo onwerkelijk. Ik ben vertrokken. Nou ja, opgekrast. Hopelijk tijdelijk, maar ik hou er rekening mee dat het langer gaat duren dan me lief is voordat alles weer goed is. Misschien komt niet alles weer helemaal goed. In mijn hoofd wervelen sterke emoties. Wedijveren met elkaar. Verdriet, boosheid, maar ook vreugde. Verdriet omdat ik alles mis wat ik lief heb. Boosheid omdat ik  me verstoten voel. Omdat ik me miskend voel. Al weer. Ik ben boos op de miskenning zelf. Ik zie het als de oorzaak van mijn problemen. En ik was heel hard bezig om mijn eigen kinderen ook te miskennen. Stommeling.

De vreugde is een verrassing. Tussen het tumult van de zware emoties met daartussen periodes van gelatenheid komen ook kleine momentjes van vreugde en geluk. Lichtpuntjes. Ik had niet verwacht dat die er toch zouden zijn, en zo snel al. Sinds mijn vertrek is de band met mijn dochter enorm verbeterd. De kleine momentjes die ik nu met haar samen heb voel ik me blij en dankbaar. Ik besef me dan hoe geweldig ze is. Ik besef me dan ook hoezeer ik haar tekort heb gedaan. Mijn dochter en ik kunnen er nu heel open over praten. Ze is ineens zo groot en verstandig. Bijna geen kind meer. Ik heb ineens een diepe bewondering voor haar. Nu mijn ogen open staan zie ik het. Ik was blind. Nee, ik besteedde geen aandacht aan dingen die écht belangrijk zijn.

Eigenlijk denk ik dat de band tussen mij en mijn dochter altijd al heel hecht was. Qua karakter lijken we heel veel op elkaar. Thuis botsten we voortdurend. Ze is net zo’n gepassioneerd heethoofd als ik. Nu ik weg ben heeft iedereen veel meer ruimte om zichzelf te zijn. Met mijn enorme ego nam ik bijna alle ruimte in beslag. Met mijn dwangmatige, controlerende en te veel beschermende manier van opvoeden verstikte ik de ontwikkeling van de kinderen. Ze kregen nauwelijks ruimte om fouten te maken. En tegelijkertijd maakte ik voortdurend fouten waarvan ik niet leerde.

Nu ben ik dus weg. Ik woon tijdelijk in het vakantiehuisje van mijn schoonouders. Ik mag het 3 weekjes gebruiken, dus ik moet op zoek naar iets anders. Vanmiddag heb ik een ander vakantiehuisje bekeken. Een klein en oud huisje in zo’n park vol stacaravans. Misschien is het wel wat. De huur is veel te hoog, maar ik moet toch wat. Als ik maar niet om de zoveel weken naar iets anders op zoek moet.

Afgelopen maandag ben ik vertrokken. Zes dagen geleden. Maar nu al voelt het heel raar om door mijn “oude” buurt te rijden. Het doet pijn, want mijn oude routes waren mijn “normaal”. Alles dat normaal was doet nu pijn. Alles dat normaal was moet ik nu missen. Gelukkig was ik de helft van deze week in het buitenland voor mijn werk. Een beursbezoekje in München. Een zeer welkome afleiding. Gisteravond kwam ik, dankzij vertraging van zowel vliegtuig als trein pas na middernacht “thuis” in het kleine vakantiehuisje van mijn schoonouders. Als een dief in de nacht. Het was er steenkoud. Er wachtte niemand op me. Dan voel je het.

Maar deze ochtend ging ik met mijn dochter naar de open dag van de brandweer. Samen stegen we op in de lift van de hoogwerker. We genoten daar van het uitzicht en maakten een blije selfie die ik naar de gezins-whatsappgroep appte. Alsof er niks aan de hand is. Klopt natuurlijk niet. Je gaat niet zomaar voor de lol een tijdje uit elkaar. Je besluit niet zomaar om een tijdje apart van je gezin te gaan wonen. Ik heb problemen, en ik zie ze dan maar eens onder ogen.

Even een pauze in de relatie, zei laatst iemand tegen me. Zodat iedereen eventjes tot rust kan komen. Dat gebeurt wel vaker, zo wordt gezegd. Pauze. Ik vraag me alleen af of we de voorstelling nog wel gaan afkijken. Het plot deugt niet, de spelers komen niet tot hun recht, en de rollen moeten beter worden verdeeld. Eigenlijk moet het script de prullenbak in. Na de pauze gaan we verder zonder script. En tijdens de pauze maak ik me los van de rol van de charismatische, egocentrische slechterik. Dus geen J.R. meer. Eens kijken of ik ook een Bobby kan zijn.

Advertenties

Tja

Tja, dat is tussenwerpsel dat aarzeling, berusting en/of onzekerheid uitroept, volgens Van Dale. Aarzeling en onzekerheid passen dan nog goed bij elkaar, maar berusting is toch echt iets anders. Ik betrap mezelf er geregeld op dat ik ergens een tja tussen werp. En inderdaad is dat vaak uit onzekerheid of aarzeling. Door tja te zeggen, laat ik blijken dat ik even niet goed weet hoe ik moet reageren: “tja, wat moet ik daar nou op zeggen”.

Berusting is anders. Berusting is gelaten accepteren dat het niet anders is dan het is. Aan een tja van berusting gaat een diepe zucht vooraf. “Zo, zit de vakantie er weer op?”, vroeg een collega mij onlangs. Mijn tja van berusting vulde toen een heel universum.

Good to greater

Gisteren ondergingen mijn collega’s en ik een teaminterventie onder de titel “From good to greater”. Ons gedrag moest worden bijgesteld. Niet dat we verkeerd bezig waren, daar niet van. We gedragen ons al good. Maar het kan greater. En om greater te zijn, moeten we meer samenwerken en dus meer verbinden.

Daarom moesten we (als onderdeel) met ons 15-en op een vel plastic van 1 bij anderhalve meter gaan staan en ons inleven dat we op een reddingsvlot stonden, midden op een stuk zee vol hongerige haaien. Helaas was het vlot op zijn kop in het water gekomen en stonden wij dus op de onderkant van het ding. Alle spullen zoals medicijnen, water en dergelijke bevonden zich dus onder onze voeten. Aan ons de schone taak om het vlot om te keren zonder dat er iemand naar de haaien ging, en graag snel een beetje.

Daar stonden we dan ineens oncomfortabel dicht op elkaar (letterlijk een groepsknuffel) en moest er een strategie worden verzonnen om het vlot te keren zonder de haaien te voeren. Om een lang verhaal kort te maken kan ik melden dat we met z’n allen door de haaien zijn opgevreten. Positief was dat we daarvoor wel kalm bleven en snel tot een door ons allen gedragen plan kwamen en daarop acteerden. Het leiderschap werd geprezen door de cursusleiders. Dat het plan mislukte is bijzaak.

Dus als team hadden we iets dergelijks kunnen overleven als we greater waren geweest. Om greater te worden moeten we ons ook veiliger voelen om elkaar aan te spreken op dingen die beter kunnen. Dus we gingen oefenen in het geven van positieve feedback. Dat doe je bij voorkeur met een snufje zout. Ongezouten opmerkingen schrikken af en vergroten afstanden tot elkaar. Niet goed voor de verbinding dus. Ik heb nu dus altijd een zoutvaatje in mijn tas zitten.

Tot slot werd mij en mijn collega’s gevraagd om eens op te schrijven wat je aan je eigen gedrag zou willen veranderen (wat ga je anders doen, waar stop je mee) en wat jij voor je collega’s wil gaan betekenen. Een ik-plan om van good naar greater te komen.

Nu praat ik nogal veel en ben, als ik er al ben, altijd sterk aanwezig. Als ik praat luister ik niet, en als ik luister dan denk ik te hard. Dit heeft te maken met de afmetingen van mijn ego, een groot zelfvertrouwen en een te vol hoofd. Gek genoeg gaf niemand mij gisteren dat als feedback. Misschien durven ze niet, of denken ze dat ik toch niet luister. Op zichzelf vormt dat voor mij al feedback. Lijfelijk bereikbaar zijn voor mijn directe collega’s is voor mij een grote uitdaging, want zij zitten allemaal in Den Bosch en ik woon met mijn gezin in Dwingeloo. Mijn ik-plan is daarom als volgt:

Mijn Ik-plan:
Ik ga actiever luisteren. Vooraf even mediteren om het hoofd te legen.
Ik ga meer vertellen, maar minder praten.
Ik ga mijn aanwezigheid verkleinen terwijl ik mijn aanwezigheid maximaliseer (minder op de voorgrond, beter bereikbaar).
Ik ga me nog meer openstellen voor de meningen van mijn collega’s. Ze mogen zelfs het geven van feedback op een ander, oefenen bij mij.

Onverdraagzaamheid – les 5 : “Waan je boven de wet”

Ergens vorig jaar stelde ik me als doel een boekje te schrijven met de titel: “Onverdraagzaamheid in 10 stappen”. Ik zou namelijk wel wat verdraagzamer kunnen zijn. Wacht, dat is toch het tegenovergestelde van onverdraagzaamheid? Klopt. Maar ik geloof namelijk dat auteurs van boekjes met titels zoals “Assertief in 10 stappen” zelf helemaal niet zo assertief zijn. Onderaan de vuurtoren is het namelijk donker. En de beste stuurmannen staan aan wal. Dat idee.

Kortom: Een boek over “Verdraagzaamheid in 10 stappen” zou normaliter moeten zijn geschreven door een onverdraagzame persoon. Zou normaliter. Dat draai ik dus om, en schrijf daarom een ludiek boekje met de titel: “onverdraagzaamheid in 10 stappen”. Onderaan mijn vuurtoren en aan mijn wal wordt het daardoor hopelijk één en al verdraagzaamheid.

Er verschenen al 4 eerdere lessen (les 1, les 2, les 3, les 4), dus met deze les ben ik al halverwege. Joepie.

In les 5 leer je jezelf boven de wet te wanen. Het beoogde doel is dat jij anderen onredelijke regels oplegt, en dat je je zelf uiteraard niet aan die regels houdt. En je laat je natuurlijk door niemand regels opleggen. Kom nou! De wet is voor het gepeupel, en daar sta jij mijlen ver boven verheven. Jij máákt en handhaaft wetten.

Stap 1:

Bedenk een onredelijk regeltje. Je kunt eerst klein en veilig thuis beginnen door bijvoorbeeld te verordonneren dat eenieder slechts één boterham met hagelslag mag bij het ontbijt. Beperk ook de hoeveelheid hagelslag per boterham tot een zielig maximum met het argument: “dan mors je minder”. Geklaag over het feit dat je zelf wel meerdere boterhammen met bérgen hagelslag eet pareer je met: “maar ík mors niet, en nou stoppen met zeuren!”.

Stap 2:

Strooi zout op iedere slak. Zeik over iedere kleine overtreding van jouw onredelijke regeltjes. Vertrouw er niet op dat je regels altijd worden nageleefd. Controleer alles. Doe dat consequent.

Stap 3:

Maak je bekwaam in het ter plekke bedenken van nieuwe onredelijke regels. Zoals een plotseling verbod op in huis lopen met schoenen aan als je het geluid van het geklos op je houten vloer niet meer wenst te verdragen. Zelf hou je natuurlijk je schoenen gewoon aan.

Een groot bijkomend voordeel van een dergelijke intolerante opstelling is dat je al je energie lekker opmaakt hieraan. Jij hebt geen slaapmutsje nodig om in slaap te kunnen vallen dan, dat kan ik je verzekeren. Aan het eind van je dag ben je kapot.

Handgezaagde kam? Who cares?

handgezaagde kamOp het plankje onder de badkamerspiegel ligt zo’n chique uitziende, bruin gemêleerde kam van het merk “Zenner” die je bij elke drogist kunt kopen voor een paar euro. Er staat in gouden lettertjes op dat ‘ie handgezaagd is. En gisteravond, bij het tanden poetsen, dacht ik bij het lezen ervan ineens: “ja, en? dus?” en ook: “is het überhaupt waar?”

Even googlen levert niks op behalve een heleboel links naar producten voor kappers. Als ik op de website van Zenner kijk zie ik dat je kammen in allerlei kwaliteiten hebt, waaronder handgezaagde.

Maar zijn dat dan betere kammen dan machinaal gezaagde kammen? Ik neem maar aan van wel, omdat het zo expliciet vermeld wordt. Maar waarschijnlijk is het maar schone schijn. Hier zou de Keuringsdienst van Waarde es een aflevering aan moeten wijden. Ik zal het ze eens vragen. Of weet jij hoe het zit?

Banaandenken

Hier moet je even heel goed banaan denken.
Hihi! Moet ik er banaan denken, zei je?
O, vind je het grappig dat ik zeg dat je ergens banaan denken moet?
Ha ha ha, nu zeg je het weer!
Wat?
Dat ik er banaan denken moet!
Juist ja! En deed je dat nou ook maar eens!
Okee, dan denk ik hier nu even heel serieus “banaan”, grinnik, grinnik.
Ach welnee, jij denkt helemaal nergens banaan!
O nee? Nou vanmiddag dacht ik anders nog duidelijk banaan hoor.
Okee, vertel dan eens waar jij banaan dacht?
In de supermarkt, bij de fruitafdeling! Eerlijk waar! Waahahahahahaaa!