obsessie

Aandachtsobsessie

Vroeger smachtte ik naar een weekend voor mezelf. Zonder kinderen, zonder gezeur. Well, I got what I wished for. Zesentwintig weekenden per jaar. En ja, een weekend helemaal voor jezelf is erg fijn. Geen gezeur van wie dan ook aan mijn kop. Lekker doen waar ik zin in heb. Met niemand hoef ik rekening te houden. Precies wat ik wilde. En toch…

Dit weekend is zo’n weekend. Nou ja, gedeeltelijk. Vanochtend had mijn jongste zoon Aikido-training, en ik ging daar met hem naartoe. Dat doe ik met veel plezier. De trainer inspireert me telkens weer. Hij brengt de kinderen op erg grappige manier bij hoe je door aandacht sterk wordt. Aandacht. Misschien wel het belangrijkste woord dat ik ken.

Aandacht geeft op zichzelf geen kracht, maar kanaliseert vooral de kracht die je al in je hebt. Dat is de inspirerende les van de aikidomeester. Een les die ik snap. En de kracht is niet alleen fysiek, maar ook mentaal. Misschien wel vooral mentaal. Door mijn aandacht te richten op wat voor mij belangrijk is, blijf ik mentaal sterk. Ook in weekenden die helemaal van mezelf zijn. In die weekenden richt ik mijn aandacht op van alles en nog wat, om er maar voor te zorgen dat ik me niet zwak voel.

Dus ik ben geobsedeerd bezig om mijn aandacht ergens anders bij te hebben dan bij het feit dat ik me in die weekenden van mezelf verdomd alleen voel. Ik heb daarom met veel aandacht voor mezelf een stoofschotel gemaakt (met iets teveel aandacht voor de rozemarijn…). Een groot deel van mijn aandacht stak ik tegelijkertijd in het knutselen van een inklapbaar bureau. Ik ben momenteel nogal klein behuisd, dus dingen moeten ofwel stapelbaar, inschuifbaar of inklapbaar zijn. Het bureau is gelukkig nog niet af, zodat ik er zondag ook nog aandacht aan moet besteden. Na mijn vaste, zondagse rondje aandachtig door het bos rennen natuurlijk.

En zo probeer ik al die weekenden die van mijzelf zijn nogal koortsachtig te vullen met aandachtigheid. Ook dit verhaal is met veel aandacht getypt. Wat een krachtpatser moet ik intussen wel niet zijn.

Advertenties

Feestbeesten

In mijn jeugd zongen de Beasty Boys: You gotta fight, for your right, to….paaaaaaarty. Daar had ik dus helemaal niks mee. Ik ben geen feestbeest. Ik heb die obsessie voor feesten nooit begrepen. Niet dat ik in die tijd nooit naar feestjes ging hoor, daar niet van. Natuurlijk ging ik af en toe ook wel eens naar een feestje en dan ging ik ook best uit mijn dak, maar ik voelde nooit die onbedwingbare drang tot feesten. Feestjes moeten in mijn beleving juist ongedwongen zijn.

Mijn feestjes kenmerkten zich overigens ook niet door een zuip-obsessie met het doel om zo snel mogelijk dronken te worden. Ik ging naar feestjes vanwege de gezelligheid. Ik heb geen alcohol nodig om me gezellig te voelen. Natuurlijk dronk ik best een biertje of wat, maar niet omdat ik dronken móest worden.

Ook had ik nooit last van die “peer pressure” die ervoor zorgt dat jongeren gaan roken. Ik parkeer mijn auto regelmatig bij een P+R tegenover de ingang van een VO-schoolgebouw. Ik vind die zogenaamd stoere kindertjes die daar met zo’n stom peukje in hun mond staan te paffen, helemaal niet stoer. Eerder zielig.

Hopelijk zien mijn kinderen dit ook zo. Nu zijn ze nog te jong voor alcohol en sigaretten. Laatst, tijdens het eten, probeerde ik eens “op subtiele wijze” te peilen bij mijn kinderen hoe ze over roken denken. Dus ik zeg tegen mijn vrouw: “schat, wanneer zullen we onze tienertjes eens gaan leren roken? Ze zijn er al bijna groot genoeg voor”. Er klapten van schrik drie tienerkinnetjes op tafel. En mijn dochter schreeuwde diep verontwaardigd, voor mijn vrouw antwoord kon geven: “Papa, doe toch eens normaal! Ik ga toch zeker niet roken! Dat is hartstikke vies en je gaat er dood van hoor!”.

So far, so good. Hopelijk blijven ze nog lang en stellig bij die mening. Dát is namelijk wél stoer. Ik hoop ook dat mijn kinderen geen obsessieve feestbeesten worden, en niet meedoen met dat idiote comazuipen. Tot nog toe zijn de signalen gunstig. Als ze ’s ochtends een borrelglaasje op het aanrecht zien staan (en dat komt zelden voor), word ik door de kinderen bezorgd en een tikje teleurgesteld aangekeken. De tijd zal leren of ze zich ontpoppen tot feestbeesten, maar ik heb er een heel goed gevoel over.