onderbroekenlol

Van tilemma tot y-slip

Okee, ik heb het volgende tilemma: Kun je eigenlijk nog spreken van een T-shirt als het lange mouwen heeft? Ik bedoel, die T krijgt dan wel armen die elk even lang zijn als het lijf. Een fatsoenlijke T heeft armpjes die korter zijn dan het lijf. Toch? In het US-Engels zeggen ze trouwens ook niet “T-Shirt with long sleeves”, maar kortweg “longsleeve”. Dat hebben we dan weer niet van ze overgenomen. T-shirt wel dus. Misschien moeten wij een langmouwig T-shirt wel “langmouw” gaan noemen.

Bij broeken is het eenvoudig. Een broek met korte mouwen heet een korte broek, en een broek met lange mouwen heet een lange broek. En waarom noemen we bij kledingstukken iets een mouw als er een arm door moet en een pijp als er een been door moet? Het zijn toch feitelijk in beide gevallen buizen die je kunt opvouwen.

En dan nog iets. Hoe noem je een broek zonder pijpen? We noemen en T-shirt zonder mouwen ook wel mouwloos shirt. Knip de mouwen er ook weer niet te ver af, want dan verandert “shirt” in “hemd”. Gek genoeg mogen we langmouw-shirts met knoopjes ook “hemd” noemen, maar dat terzijde. Een broek zonder pijpen is een lastige, want je moet de pijpen er zo’n beetje tot de liezen afknippen voordat de broek pijploos is. Bij ondergoed doen we dit doorgaans. En dan heeft de resterende onderbroek zowaar een Y-vorm. En die noemen we dan een “slip”, en niet Y-broek, of – haha- ypsilonderbroek.

Hm, Ypsil. Daar kun je ook weer Y-slip van maken. Ypsil Underwear. Dat klinkt best goed. Nieuw dilemma, moet ik mijn glansrijke infologie-carrière in de wilgen hangen en in de ondergoed-business gaan? En vanwege mijn oude carrière mag in het Ypsil-productassortiment de “Y-slip, type string” uiteraard niet ontbreken. Ach, wie hou ik voor de gek. Eens een nerd, altijd een nerd.

Advertenties

Wijsheden tussen aanhalingstekens

Vorige week zat ik te eten in Der Pschorr in München. Een heel oud restaurant met die typische Beierse sfeer. Je weet wel, bediening in Lederhosen of Dirndels (afhankelijk van het geslacht) en iedereen eet Schweinehaxen met Semmelknödeln met grote glazen bier van de huisbrouwer (Hacker Pschorr). Op de tafel lag een soort krantje, en daarin kwam ik een rijtje met Beierse “wijsheden” tegen. Van die wijsheden die geen wijsheden zijn, maar met voldoende bier in de buik, wel grappig. Onderbroekenlol eigenlijk. Ik vond ze heel grappig, dus ik had blijkbaar voldoende bier in het bloed.

Nu heb ik dat krantje natuurlijk vergeten mee te nemen, maar ik weet deze nog (vrij letterlijk vertaald uit het Duits). Drink eerst even een biertje of 2, 3 voor je ze leest, dan zijn ze leuker:

Als de boer ploegt in mei, dan is april voorbij

Als het regent van voren, krijgt de stier natte horens

Kraait de haan in de mist, blijft het weer zoals het is,
maar kraait ‘ie op een hoen, heeft dat met het weer niets van doen 

Je ziet het patroon. Het moet nergens op slaan, maar wel rijmen. Dat moet ik ook kunnen:

Loopt een kip tegen het hok, dan hoor je “tok” (okee, gebaseerd op een al even flauw, bekend mopje…)

Blaft de hond bij het hek, dan komt er geluid uit zijn bek

Geloof me, met genoeg bier op, worden ook deze grappig. Maar als jij denkt dat je het beter kunt, kom dan maar op!