ouderschap

Bloempotmomenten

Nu is mijn tienertje (de enige op dit moment) nog meegaand genoeg dat je hem met een tondeuse te lijf kunt gaan om zijn koppie te fatsoeneren. Ik kon het gisteren niet meer aan zien. Hij is niet behept met zijn vader’s fiere, krullende manen, dus het hing hem voor zijn ogen en over zijn oren. Hierdoor wekte hij de indruk dat hij sterk verminderd zicht en gehoor had. Maar dat kon ook wel eens van Oost-Indische natuur zijn natuurlijk.

Dus ik riep hem maar eens bij me. De tondeuse en de bloempot stonden al klaar op de keukentafel. Gedwee kwam mijn vent eraan gesloft en liet zich installeren op zijn triptrap. Keepje om. Bloempot op zijn kop en scheren maar. Ach nou ja, dat van die bloempot is natuurlijk kolder, want dat is helemaal niet nodig met de tondeuse en opzetstukje 12mm.

Als mijn ventje kon spinnen, dan had ‘ie het gedaan. Hij zat heerlijk te genieten van het gefrummel aan zijn hoofd. Heerlijk toch? Ik vond het zelf ook best lekker. De plukken haar dwarrelden om ons heen en het joch begon er steeds knapper uit te zien. Tot hij weer zo’n lekker zacht kriebelnekkie had waar ik nou niet meer af kan blijven. Vindt ‘ie heel erg hoor dat papa hem steeds over zijn stoere bolletje wil kroelen, de knuffeldoos.

Ja, die bloempotmomenten hou ik erin!

Advertenties

Het kaartenhuis

Ons kaartenhuis schudt op haar grondvesten
terwijl de koude wind erom heen giert,
trekkend aan de zwakste kaartjes.
Ze beven en steunen, klagen en kreunen.
Het kaartenhuis staat bijna op instorten.
Maar ach, als het onvermijdelijke dan gebeurt,
vegen we de kaarten allemaal bijelkaar,
wrijven ze weer warm tot ze blozen.
Dan bouwen we het kaartenhuis weer liefdevol op,
geroutineerd, kaartje voor kaartje,
zodat het de maatschappij weer even kan dragen.

Niet persoonlijk

Met gestreken smoeltjes liegen
Ze bedoelen het niet persoonlijk

Stopverf in oortjes
Ze bedoelen het niet persoonlijk

Kontjes tegen de krib gooien
Ze bedoelen het niet persoonlijk!

Stijfkoppigheid en eigen willetjes
Ze bedoelen het niet persoonlijk!!

Regeltjes met voetjes treden
Ze bedoelen het NIET persoonlijk!!

Tegen papa’s haren in strijken
Ze bedoelen het NIET PERSOONLIJK!!

Grote mondjes dwars door papa’s preekjes
ZE BEDOELEN HET NIET PERSOONLIJK!!

Mijn God, wat is opvoeden soms toch moeilijk, maar ik heb deze mantra:
ZE BEDOELEN HET NIET PERSOONLIJK!!

echt niet

Deze mantra helpt me om los te laten, ook al zo moeilijk.

Uitgerukte onschuld

Als ik de “krant” (nu.nl) lees, dan snel ik de kopjes. En dit springt er vandaag voor mij meteen uit: 

Mexicaanse vrouw rukt ogen eigen kind uit

Het staat in het lijstje van meest gelezen artikelen, dus ik ben niet de enige die dit sensationeel vindt. Ik vraag me af of het echt gebeurd is, maar alleen al het idee is verschrikkelijk. Kijk, kinderen opvoeden kan soms best lastig zijn. Kinderen hebben eigen willetjes en willen graag weten waarom ze iets moeten doen. En als ze het niet begrijpen, dan willen ze ook niet meewerken.

Mijn kinderen vragen ook bij alles: “Waarom?”. En met een “Omdat ik het zeg”, kom ik meestal niet weg hoor. Helemaal als ik er even snel iets doorheen wil drukken, worden de hakjes resoluut in het zand gestampt. En, toegegeven (wat ik op het moment dat ik mijn wil door de strotjes van mijn kindjes wil douwen nooit doe), ze hebben gewoon gelijk.

Als ik ze van te voren uitleg wat ik van plan ben en wat ik van hen verwacht, kan ik op veel meer medewerking rekenen. Helemaal als ik ook even naar hun ideeën luister en rekening hou met hun wensen. Kinderen zijn net mensen. En als het om kinderachtigheid gaat, kunnen kinderen zelfs nog wat leren van volwassen mensen. 

Ik probeer me voor te stellen hoe dat gegaan moet zijn bij die mexicaanse moeder. In het nieuwsbericht staat dat ze het kind de oogjes uitrukte toen het niet zijn oogjes wilde sluiten voor een of andere rituele ceremonie. Dat is toch te ziek om waar te zijn, en daarom zal het wel echtgebeurd zijn. Het arme kind begreep er vast helemaal niets van waarom het zijn oogjes dicht moest doen. Er gebeuren allemaal spannende en misschien wel beangstigende dingen om je heen en dan moet je je oogjes dicht houden.

Dit soort dingen vragen natuurlijk heel veel voorbereiding en uitleg aan je kind vooraf. En anders kun je natuurlijk altijd nog dreigen met het uitrukken van de oogjes. Dat alleen al is een verschrikkelijk kinderachtige bedreiging. Het echt doen is way beyond kinderachtig. Dat is beestachtig. Nee, monsterachtig. Ik ga naar buiten, even mijn agressie koelen op de kliko ofzo.

Rotsvaste liefde

Het ouderlijk huis. Dat is iets dat je in je jeugd en je eerste stappen richting volwassenheid ervaart als een veilige, rustige haven waar je altijd mag aanmeren aan je eigen aanlegsteiger. Wat er ook gebeurt in je leven, de haven van je ouders is rotsvast. Er verandert nooit iets in die haven. De tijd staat er stil. Ik hecht daaraan. Het is mijn ideaal. Het is het baken waarop ik me oriënteerde in mijn zoektocht naar mezelf.

Mijn ouderlijk huis brak in tweeën toen mijn ouders gingen scheiden. Ik was al lang het huis uit, en ik kwam al lang niet meer ieder weekend de was doen. Mijn beide ouders gingen nieuwe levens aan waarin niets hetzelfde bleef. Alle vastheid waar ik zo aan hechtte was zoek. Natuurlijk steunde ik mijn ouders in hun zoektocht naar hun nieuwe geluk, maar ik was intussen wel mooi mijn aanlegsteiger kwijt. En mijn baken.

Ik had wel helemaal losgeslagen kunnen raken. Afgedreven naar ik weet niet waarheen. In zekere zin sloeg ik ook even helemaal los, maar ik vond mijn eigen koers. Ik vond ook mijn grote liefde, compleet met een intact ouderlijk huis. De aanlegsteiger van mijn lief was groot genoeg voor ons tweetjes, en bleek ook groot genoeg voor ons zesjes. Die zalige onveranderlijkheid van mijn schoonouderlijk huis. Zelfs de planten groeiden er niet. Heerlijke vanzelfsprekende vastheid. Ik hecht daar zo aan.

Mijn schoonvader had een praktijk aan huis. Ook voor de tandarts meerden we aan bij onze aanlegsteiger. Schoonpa werd Opa. Mijn kinderen zijn stapelgek op hem. Maar Opa tandarts gaat met pensioen. De tijd schrijdt onverbiddelijk voort. De praktijk werd verkocht. Ineens is hun huis mijn schoonouders veels te groot. Zonder pardon werd het te koop gezet. Hoe kunnen ze! Daar gaat mijn fijne aanlegsteiger weer. Ik was er zo aan gehecht.

Ik haat verandering. Toch ben ik over de hele wereld verhuisd en heb vele banen gehad. Ik ben nog wel steeds samen met mijn lief. Samen hebben we vier schitterende kinderen. Ik wil ze vastheid geven. Heel veel vastheid. Vastheid van ouderlijke liefde. De puurste liefde die bestaat. Ik moet al mijn ankers uitgooien. Voor goed. Zodat mijn losgeslagen schip rotsvast komt te liggen. Een diep verankerd startblok voor mijn kinderen om vandaan te sprinten. Iedere keer opnieuw. Een baken op de woelige baren van hun eigen zoektocht naar zichzelf. Toe maar. Ga maar. Ik blijf hier. Voor altijd.

Stomme-medeklinkernamen en erfelijkheid

Je zou toch maar Sjors Smit heten. Dat is toch zonde van die ‘s’. De 2e ‘s’ van Sjors dus. Die hoor je niet, want het gaat op in de ‘S’ van Smit. Waarom konden Sjors’ ouders geen handigere naam kiezen? Net als de ouders van Peter Rademakers, Ruud Dekker en Natasja Adema. Ik snap dat gewoon echt niet. Bij het vinden van namen voor mijn eigen nageslacht was dit een belangrijk dingetje voor mij. Geen voornaam die eindigt op ‘n’, hoe mooi en bijzonder de naam ook moge zijn geweest. Als compromis mocht het dan e-ven-tu-eel bij de tweede naam, maar alleen als er echt geen alternatief kon worden gevonden. Ik hield mijn poot stokstijf als het nodig was (echt).

Een voornaam met “stomme medeklinkers” leidt al tot problemen bij het aangeven van de geboorte van je kind. “Hoe zegt u meneer? Natasja Dumma?” of: “Ru, zegt u?…wat een..eh..bijzondere naam meneer Dekker”. Gelukkig zit papa dan in zo’n roze wolkje en barst hij van het geduld. Dus hij artikuleert kalm en trots de naam van zijn nieuwe spruit tegen de onzeker glimlachende ambtenaar. Aanleg voor het geven van stomme-medeklinkervoornamen is blijkbaar erfelijk, want je wilt niet weten hoeveel Hermannen Nankman er in mijn stamboom zitten.

Mijn eigen ouders braken gelukkig met die generaties durende gewoonte van het vernoemen van zonen naar opa Herman. Mijn tweede naam eindigt dan weer wel op een ‘n’. Daar hield mij ma of pa zijn of haar poot blijkbaar niet stijf genoeg. Met de gevolgen van die slappotigheid moet ik mij nu door het leven zien te worstelen. Mijn vader is gelukkig een doorzetter en gaf dát gen gelukkig wél aan mij door. Nu maar hopen dat dat gen dat ervoor zorgt dat je je zoon Herman wil noemen niet alleen maar een generatie heeft overgeslagen.