passend onderwijs

Schoolpleinmijmeringen

Mijn ouderlijk huis stond praktisch naast het schoolplein. Als de schoolbel ging, rende ik vaak de deur pas uit. Het was fijn om zo dicht bij school te wonen. En handig ook. Mijn moeder werkte niet, dus ook geen gedoe met na- en buitenschoolse opvang en zo. Ik vraag me af of dat in die tijd (1975-1982) überhaupt bestond. Misschien had je toen al wel crèches, maar daar had ik geen weet van.

Vanochtend bracht ik mijn superslimme zoontje met de auto naar school. Zijn schoolplein ligt op zo’n 25 kilometer van zijn ouderlijk huis. Niet naast de deur dus. Voor mij was dat eigenlijk altijd een belangrijk criterium, maar passend onderwijs is niet altijd helemaal passend. In het geval van mijn slimme ventje, bleek de school om de hoek dit passende onderwijs totaal niet te kunnen bieden. Hij is gewoon te bijzonder.

Op zijn huidige school heeft hij zijn draai gelukkig wel gevonden. Ik breng hem regelmatig. Bij de kiss & ride strook stromen de meeste kinderen vanzelf naar het schoolplein. De chauffeurs mogen meteen doorrijden naar hun werk. Ik doe dat niet. Dat kan nog niet. Ieder afscheid van mij (en ook zijn moeder, weet ik) is heel moeilijk voor mijn bijzondere ventje. Dat heeft allemaal te maken met de scheiding van zijn moeder en mij.

Dus ik loop altijd mee naar het schoolplein. Dan wachten we samen tot de bel gaat. Ik moet van hem wachten tot hij met zijn klasje naar binnen is gedruppeld. Als hij zijn jas en tas aan de kapstok heeft gehangen komt hij nog een allerlaatste dikke knuffel en kus halen voor ik weg mag. Soms ziet hij me dan pas weer over 3 dagen. Heel flink zegt hij dan “Tot gauw Papa”. En als ik nog even bij het raam van zijn klas heb gezwaaid, zijn we pas weer los van elkaar.

Voor mij is het ook iedere keer weer heel moeilijk, merk ik. Ik blijf vaak als enige ouder op het schoolplein achter. Voor die allerlaatste knuffel en kus. Dan sta ik diep te mijmeren over hoe eenvoudig en zorgeloos mijn eigen jeugd eigenlijk was. Ik had alleen maar last van een chronisch gebrek aan vader. Die zat vast in zichzelf. Net als ik zelf, een tijdje geleden. Die cirkel is hopelijk voorgoed doorbroken. En hopelijk ben ik zelf genoeg vader voor mijn vier schatten.

Advertenties

Was ik maar minder slim

Eigenlijk is bijna iedere mens begaafd, want het spectrum loopt van zwak (gek genoeg niet “laag”) tot hoog begaafd. De norm voor begaafdheid ligt ook netjes in het midden natuurlijk. De gemiddelde mens is normaal gesproken dus gemiddeld begaafd met een IQ van ergens rond de 100.

Als je een IQ hebt van 130 of hoger, dan val je in de categorie “hoogbegaafd”. Je bevindt je dan in een selecte groep van de bevolking. Ongeveer 2% van de bevolking heeft een IQ van 130 of meer. Een klein deel van die groep heeft een IQ van 145 of hoger. Dan ben je zeer hoog begaafd of in heel extreme gevallen exceptioneel begaafd (een IQ van 160+). Een nogal twijfelachtige eer, want als je als kind in die categorie valt, zijn er maar weinig scholen die jou passend onderwijs kunnen bieden.

Dit gebrek aan passend onderwijs ondervinden wij nu met onze zoon. De vent is nog maar net 8 jaar, en zit nu in groep zes. Qua leeftijd hoort hij thuis in groep 4, maar omdat hij nogal snel van begrip is, is hij erg snel klaar met de standaard lesstof die de basisschool waar hij nu zit hem toedient, en vliegt hij letterlijk door de groepen. Zijn honger naar nieuwe kennis en mentale uitdaging is schijnbaar onverzadigbaar. Als hij zo door gaat zit hij met 10 jaar in de brugklas. Zelf vindt hij dit heel stoer, maar het is verre van wenselijk.

Op de huidige school wordt hij niet goed begeleid. Het lastige met zeer hoogbegaafde kinderen is dat alle kennis en inzicht ze letterlijk komt aanwaaien. Ze weten meestal niet goed hoe het is om ergens moeite voor te doen. Moeite om zich iets eigen te maken. Het lijkt tegenstrijdig, maar deze kinderen kunnen daardoor een angst om te falen ontwikkelen. Daardoor gaan ze echte uitdagingen uit de weg. Of ze gaan “ondercompenseren” om lekker in hun comfortzone te kunnen blijven. Zonde van al dat talent!

We zien dat de leerkracht van onze zoon onvoldoende in staat is om hem te begeleiden, ondanks, maar misschien ook wel juist dankzij haar ruime ervaring. We zien dat ze de behoefte van onze zoon onvoldoende begrijpt. Ze probeert hem in een “keurslijf” te passen waarin hij zich niet kan vinden. Hij verzet zich en raakt meer en meer gefrustreerd. Het ventje heeft echter nog wel de emotionele intelligentie van een kind van 8, en weet zich daardoor geen raad met zijn emoties. Dit uit zich dan in dwarsliggen en steeds vaker woede. Ons ventje dreigt gierend vast te lopen op deze school. De situatie is eigenlijk niet meer houdbaar.

Het verdrietige aan dit alles is dat onze kleine vent met veel te zware gedachten voor een achtjarige rond loopt. Hij vindt het heel erg dat hij steeds zo boos wordt. Het liefst zou hij “minder slim” zijn, zoals hij zelf zegt, want dan is school tenminste wel leuk. Hij voelt dus heel goed aan dat hij afwijkt, terwijl hij er gewoon bij wil horen. Er is een speciale afspraak met hem dat hij uit de klas mag gaan als hij merkt dat hij boos wordt of gefrustreerd raakt. Maar dat doet hij niet omdat dat voor hem bevestigt dat hij afwijkt. Zelf zegt hij dat zijn hoofd hem vast houdt op zijn stoel. Hij voelt zich vaak doodongelukkig en wil vaak niet eens meer naar school. Dit doet pijn, veel pijn. Het is verschrikkelijk om je kind op die leeftijd al met zijn ziel onder zijn arm te zien lopen.

Dit alles is eigenlijk niet iets dat ik de school en zijn leerkracht kwalijk kan nemen. Een basisschool krijg hooguit eens in de 10 jaar te maken met een zeer hoogbegaafde leerling. Je kunt van de doorsnee basisschool in alle redelijkheid niet verwachten dat ze daar passend onderwijs aan kunnen bieden. Gelukkig zijn er ook scholen die zich in de begeleiding van hoogbegaafde kinderen hebben gespecialiseerd. Het zal je niet verbazen dat er van dergelijke scholen niet zoveel zijn in Nederland. En die scholen die er in onze omgeving zijn, hebben een wachtlijst.

Mijn vrouw – de beste moeder die onze kinderen zich maar kunnen wensen – en ik zetten alles op alles om ervoor te zorgen dat ons ventje de begeleiding gaat krijgen die hij zo hard nodig heeft. Het staat als een paal boven water dat hij van deze school af moet. Gelukkig is het al bijna zomervakantie. We slepen ons voort op ons tandvlees. Aan de horizon gloort wel een sprankje zonlicht. Er is hoop op de vorming van een nieuwe “kwadraatgroep” op een speciale school niet al te ver uit onze buurt. Dat zou toch zo verschrikkelijk fijn zijn. De brenger van dat goede nieuws kan rekenen op een geweldige knuffel. Bij voorbaat excuses voor het nat huilen van uw schouder.