passie

Boogspanning

Vastberaden stapte ik de speciaalzaak voor handboogsport binnen. Voor de tweede keer. Ik betrad een wereld die tot voor kort voor mij niet bestond. Een spannende, interessante wereld. Een wereld waarin woorden worden gebruikt zoals pondage en treklengte. De verkoper was nog druk bezig met de enige andere klant in de winkel, dus ik vergaapte me aan de spullen in de schappen.

De andere klant werd vakkundig en geduldig geholpen. De verkoper nam alle tijd om het ding (een duur uitziend, matzwart middenstuk van een recurve boog) dat de andere man had besteld, perfect af te stellen. De andere klant testte de boog op een kort schietbaantje in de winkel. Na enkele minutieuze verstellingen aan kleine schroefjes hier en daar aan de boog, begon het resultaat meer in de buurt te komen van de verwachtingen van de klant. Ik hoorde hoe de man een enorm bedrag armer werd en ik merkte dat de knoop ik mijn maag zich strakker aantrok.

Mijn maag zit altijd een beetje in de knoop als ik (veel) geld ga uitgeven aan iets waarover ik twijfel of het wel verstandig is. Eigenlijk wel een lekkere soort spanning. De spanning van de anticipatie. De spanning van het uitstellen van een impuls. Vandaag wist ik dat ik aan het impuls ging toegeven. Ik had nu lang genoeg geweifeld en geprakkiseerd. Just do it!

Omdat ik hier al eerder was geweest, wist ik precies wat ik wilde. “Die”, zei ik, en ik wees naar een complete recurve set die in de winkel stond uitgestald. En ook ik werd door de verkoper uiterst professioneel geholpen. Mijn boog werd met bijna liefdevolle bewegingen gemonteerd en afgesteld. Allerlei kleine piefjes en palletjes werden op en aan de boog bevestigd. Tenslotte spande de verkoper de pees op de boogbladen en vroeg me of ik toevallig al wist wat mijn treklengte was. Dat ik dat niet wist gaf niks, want dat kon hij natuurlijk wel even meten.

De verkoper verzocht me om op de schietplek te gaan staan en overhandigde mij plechtig mijn prachtige handboog. Alle toeters en bellen zaten eraan. Ik kreeg een speciale pijl waarop een centimeteraanduiding stond. Ik legde de meetpijl op de de pijloplegger en trok de pees van de boog zover naar achteren als ik kon. Na een drietal metingen kwam de verkoper uit op een treklengte van net iets onder de 32 inch (ondanks de centimeteraanduiding…). Dus mijn pijlen moesten tenminste die lengte hebben.

Vervolgens mocht ik nog eens hetzelfde doen, maar nu werd er tussen mijn hand en de pees een klein meetinstrument geplaatst. De effectieve pondage bij mijn treklengte bleek 27,8 pond. Dat is het gewicht dat wordt losgelaten op het nokje van de pijl bij het loslaten van de pees. Het pondage wordt vooral bepaald door de starheid van de booglatten, legde de verkoper uit. Hier zou ik voorlopig wel genoeg aan hebben, adviseerde de verkoper. Een zwaarder pondage is voor de beginnende schutter niet nodig. Ik vond het prima.

En toen kwam het moment dat ik mijn eerste eigen pijl mocht lossen. Ik kreeg een korte uitleg over de werking van het vizier en wat het verschil is met het schieten met een “bare bow” (dus zonder vizier). De eerste pijl belandde pardoes in de muur, maar dat gaf niks, want het vizier stond ook helemaal nog niet goed. En jawel, na de verdere fijn-afstelling van het viziertje belandden mijn pijlen al keurig op het blazoen. Weliswaar niet in de roos, maar wel redelijk bij elkaar in de buurt. Ik moest het vizier later zelf, in het veld, beter gaan afstellen.

Ruim twee en een half uur nadat ik de winkel was binnengelopen liep ik met een complete handbooguitrusting naar buiten. Zo trots als een pauw. Ik had een fonkelende, Ferrari-rode handboog gekocht. En ik was er tot in mijn tenen mee in mijn nopjes. De knoop in mijn maag had plaats gemaakt voor die prettige tinteling van kippevel die in golven over je ruggengraat gaat. Geen gevoel van spijt, maar totaal het tegenovergestelde.

20180630_170350.jpg

Gisteravond heb ik mijn trotse bezit eens even uitgebreid getest op het schietveld van de club waar ik nu al weer bijna een jaar lid van ben. Het werd ook wel eens tijd voor een eigen boog. Een van de andere schutters die al jaren lid is, stond me bij met advies over mijn houding en techniek. Maar het belangrijkste advies was dat ik moest ontspannen. Laat je boog zijn werk doen. Dus ik liet al mijn boogspanning van me afglijden en halleluja…

20180629_210536.jpg

Advertenties

Bloggers zijn orgeldraaiers

Een blogger moet je vergelijken met een orgeldraaier die zijn eigen noten componeert. Hij staat met vele andere orgeldraaiers op een druk plein of in een drukke stationshal. Hij wedijvert met de andere draaiers door brute creativiteit. Hij gaat zelfs tussen de kijkers van de andere orgeldraaiers staan en geeft pedante adviezen en complimenten of maakt gevatte grapjes over de muziek van de ander. In de hoop dat het publiek denkt: “Poeh-poeh, die is leuk, laat ik eens naar zijn stekkie gaan om te horen hoe interessant hij is”.  

Die orgeldraaiers zijn stuk voor stuk ijdele bedelaars. Ontvangen waardering worden vriendelijk beantwoord met een knipoog en een grijns. Ze bewaren alle complimenten. Ze prijken op hun hoeden. Ze tellen alle kijkers en stoppen die in hun blinkende centenbakjes, om mee te rammeleuren. Op de maat van hun verwoede noten. Hoor nou toch hoe goed ik bekeken ben! 

In werkelijkheid luisteren vooral orgeldraaiers naar orgeldraaiers. Ze delen elkaars passie. Ze begrijpen en steunen elkaar. Ze moedigen elkaar aan en dagen elkaar uit. Ze tillen je zelfs weer uit je graf als je jezelf dood waant. Ze weten allemaal dat je het voor een goedgevulde centenbak niet moet doen. Van orgeldraaien wordt je niet rijk. Maar wel vrij. Orgelnoten componeren doe je vooral voor jezelf. Omdat je jezelf erin kwijt kunt. Nee, kwijt móet.