respect

Familieband

Het moment van mijn geboorte staat netjes op mijn geboorteakte. Maar ik ontstond al eerder. Een week of 40 eerder, maar preciezer weet ik het niet. Op dat magische moment versmolt een deel van mijn vader zich met een deel van mijn moeder. Zoals dat al miljoenen jaren gaat.

Bij mijn geboorte veranderden twee geliefden in twee ouders. Mijn ouders gingen de opvoeding van mij en mijn zusjes aan met alle liefde die ouders voelen voor een kind. Dat weet ik zeker. Ik heb het zelf gevoeld. Ik weet nu ook dat ze zich daar onzeker in moeten hebben gevoeld, want dat heb ik zelf ook gevoeld bij mijn eigen kinderen. Eigenlijk nog steeds. Ik stel me altijd gerust met de gedachte dat de perfecte ouder niet bestaat. Ouders zijn ook maar gewoon mensen die fouten maken.

Eén van mijn eigen fouten in de manier waarop ik mijn kinderen opvoedde is dat ik ze teveel probeerde te behoeden voor fouten. Ik ben een curling parent. Dus ik kan heel moeilijk loslaten. En in alle waan van de dag en de gejaagdheid die ik daarbij voelde, had ik ook geen tijd voor potentiële fouten van de kinderen. Dus ik deed alles zoveel mogelijk zelf. Wel zo makkelijk, maar helemaal niet goed. Nu weet ik dat.

Gelukkig heb ik een hechte band met mijn kinderen. Ik heb het gevoel dat het nog hechter is geworden sinds ik ben vertrokken. Dat komt niet door mijn vertrek, maar doordat ik heb los gelaten. Ik laat ze veel vrijer dan ik voorheen deed. Ze krijgen het vóórdeel van de twijfel in plaats van het nadeel. Ik merk dat dat veel goeds doet.

De band die ik met mijn eigen ouders heb is trouwens ook aanzienlijk versterkt. Of misschien is die weer op de sterkte die het ooit had. Vooral met mijn Pa, zo noem ik hem nu, is mijn band enorm verbeterd. We hebben het verleden achter ons gelaten en willen allebei het beste maken van onze relatie. Een relatie op basis van wederzijds respect. Een relatie waarin begrip is voor elkaars fouten zonder dat het voelt als falen in de ogen van de ander.

Ik hou van mijn ouders. Een heel warm en sterk gevoel. Ze zijn er voor me. Altijd. Dat gevoel was ik een beetje kwijt, maar heb ik weer helemaal terug gevonden. Uit hun liefde ben ik ontstaan en door hun liefde ben ik groot gebracht. De kracht van de band tussen mij en mijn ouders (en mijn lieve zusjes) geeft mij zelf kracht. Kracht waaruit ik heb geput om mezelf ook weer terug te vinden.

 

 

 

Advertenties

X-Collega

Natuurlijk was de zomervakantie dit jaar al weer veel te kort. Dat is altijd zo. Ik donderde er wel hals-over-kop in, en meteen erna kon ik op vol vermogen doorgaan waar ik mee bezig was. Dat was níet altijd zo, maar schijnt vandaag de dag normaal te zijn. Misschien komt dat wel door het Nieuwe Werken. Ik werk al jaren nieuw.

X-werken heet dat bij Enexis. De X is een soort lievelingsletter van Enexis. X staat voor doorkruising, kruisverbanden en kruisbestuiving. X-werken betekent dat werk- en privé-zaken elkaar gedurende de dag doorkruisen. Je doet ze gewoon op de momenten die voor jou handig uitkomen. Door elkaar en tegelijk. De grens tussen werk en privé is daardoor vervaagd. Eigenlijk zou het X-leven moeten heten.

In de zomervakantie ga ik trouwens wel zoveel mogelijk “offline”. Alleen whatsapp en een beetje facebook om de beleefde belevenissen met familie, vrienden en bevriende collega’s te delen. En als je na de vakantie dan weer helemaal online gaat, word je dus meteen bedolven onder een tsunami van e-mail. Nadat ik mijn telefoon weer online had gezet stond ‘ie binnen enkele minuten bol van de ongelezen berichtjes. En het eerste berichtje dat ik las ging toevallig over een interessante vacature.

Eigenlijk was ik nog niet direct op zoek naar een andere baan. Wel vond ik het in mijn huidige baan wel steeds moeilijker worden om werk en privé in balans te houden. Maar ineens lag daar die vacature. Om een lang verhaal kort te maken: ik solliciteerde en 3 gesprekken later had ik de baan. Gedurende die periode, het duurde nog geen 3 weken, liep ik dus bij Enexis rond met een geheim. Een soort zakelijk vreemd gaan. Ik wist dat ik al bezig was met het nemen van afscheid. Tegelijkertijd moest ik nog wel even de schijn ophouden dat ik dat niet ging doen, totdat ik een aanbod had ontvangen van mijn nieuwe werkgever, en deze had aangenomen. Dat gaf me geen goed gevoel.

Het nemen van het besluit voelde als een grote opluchting. Ik belde gelijk de baas om hem op de hoogte te brengen van mijn voorgenomen “X-it” (spreek uit: exit) bij Enexis. Die baas is een bijzondere persoon. Een echte bezielende leider die voor zijn mensen staat. Ik heb een heel goede relatie met hem opgebouwd. Een relatie die is gebaseerd op wederzijds respect en vertrouwen. Het gesprekje waarin ik hem over mijn vertrek ging vertellen had ik al honderdduizend keer in mijn hoofd afgespeeld. Ik ging hem in de steek laten, en dat kun je op geen enkele manier luchtig brengen.

Al meteen na mijn begroeting – “Hee, met Mark” – hoorde ik al aan zijn ademhaling dat hij aanvoelde dat ik iets belangrijks ging zeggen. Ik begon met “Eh”, waarop minstens 3 seconden stilte volgde. En toen zei ik het maar gewoon: “Ik ga weg bij Enexis”. Aan de andere kant van de lijn bleef het even stil, maar toen kwam een begripvolle reactie. Natuurlijk was het voor hem slecht nieuws, maar hij zette het meteen om in iets positiefs. Hij zag voordelen in de nadelen, iets dat mijn baas sterk kenmerkt. Nog meer respect.

De volgende dag diende ik mijn ontslagbrief in. Vanaf dat moment resteerden mij nog een dikke 2 maanden bij Enexis. Twee maanden waarin ik nog even al mijn projecten moest afronden en mijn werk moest overdragen. Het was een soort eindsprint. En nu zijn die twee maanden ineens om. Plotseling is het einde van een tijdperk daar. Op de laatste dag van november lever ik nog mijn spullen in, en dan ben ik onvermijdelijk een X-collega.

Maar de eerste dag van december is ook de eerste werkdag bij mijn nieuwe werkgever. De baas is niet nieuw, want die heb ik maar gewoon meegenomen 😉

Otto ontmoet Knarf

“Scheer je toch weg! Schele ouwe Knarf!”, zei Otto quasikwaad tegen ongetwijfeld de lelijkste kater ter wereld. Het nogal fors uit de kluiten gewassen beest heeft een gitzwarte zwarte vacht en opzich schitterende groenblauwe ogen, maar hij loenst als een te ver doorgefokte Siamees. Bovendien mist het mormel het grootste gedeelte van zijn linker oor en heeft het een groot litteken dwars over zijn neus. Dat liep hij ooit eens op toen hij een volwassen buizerdmannetje ving. De buizerd beet zijn oor eraf en zette zijn grote klauw in Knarf’s neus. Het litteken loopt door tot de rechterkant van zijn bek, waardoor hij die niet meer helemaal kan sluiten. Hierdoor lijkt het alsof Knarf een ongure, scheve grijns op zijn bek heeft. De buizerd smaakte erg lekker, weet Knarf nog.

Otto de magiër is de enige mens die Knarf verdraagt. Dat is volkomen wederzijds. Otto en Knarf begrijpen elkaar op een soort onderbewuste, instinctieve manier. Hun eerste ontmoeting was in wat Otto “thuis” noemt. Knarf, dat was overduidelijk zijn naam, lag heel vanzelfsprekend in Otto’s favoriete, luie en enige stoel toen Otto ’s avonds thuis kwam. Otto begreep meteen dat hij een nieuwe stoel moest gaan zoeken. Deze stoel had Knarf zich toegeëigend. Otto had zijn schouders maar opgehaald en keek ook niet op van de enorme ravage in de keuken. Overal bloedspatten en veren. In het midden lag een half opgevreten karkas van een grote roofvogel. Een kat met gevoel voor spektakel, dacht Otto, precies het huisdier dat bij hem paste. 

Otto zette alle deuren en ramen van zijn huis open en liep weer naar de keuken. Hij ging wijdbeens staan en zorgde dat de kater hem kon zien. Hij haakte zijn vingers in elkaar en duwde zijn handen naar buiten, palmen naar voren. Zijn vingers knakten. Theatraal zwaaide hij toen zijn armen op zij, vingers gespreid. Plotseling begon het hard te waaien buiten. En omdat de ramen open stonden waaide het ook in huis. Otto liet de wind tot stormkracht toenemen. Ramen en deuren klapperden. De wind gierde door het huis. Natte bladeren waaiden naar binnen en begonnen om Otto heen te wervelen. Ook de veren werden door de steeds sneller draaiende wervelwind opgepakt. Even later was Otto helemaal verdwenen in een wilde, draaiende gierende wolk van troep. Otto maakte zich nóg kwader en ontlaadde het in de om hem heen draaiende wolk. Het effect was spektaculair. Er schoten heuse bliksemschichten uit zijn wolk en het begon naar ozon te ruiken in huis.

“Knarf!”, bulderde Otto boven het gegier uit, “sleep dat vieze, stinkende karkas naar buiten of ik rooster je levend!”. Hierop tilde Knarf zijn dikke lelijke kop op en keek Otto met een oprechte blik van respect  aan, in ieder geval met zijn rechter oog. Kennelijk was het het waaihoofd dat daar in de keuken stond te tieren, menens. Toch wilde Knarf wel eens weten hóeveel menens precies. Dus hij stond langzaam op, draaide zich om en plofte weer neer. Zijn grote lelijke kop weer tussen de poten en gewoon verder slapen. Otto werd woest en met een gigantische knal en flits zapte hij gericht naar Knarf. Deze slaakte een kreet waar een krolse puma jaloers op zou zijn geweest. Met zo’n vuile blik van totale minachting die alleen katten kunnen produceren, sjokte Knarf naar het buizerdkarkas en nam het in zijn grote bek. Nonchelant, en schijnbaar zonder moeite liep Knarf met de halve buizerd in zijn bek, tegen Otto’s razende storm in, naar buiten. 

Otto liet de woedende wervelwind nog eens goed door zijn huis razen. Het pikte al het vuil, maar ook rondslingerende sokken en een stapel oude kranten op. Otto richtte de wervelwind door de voordeur naar buiten, de nacht in en liet het los. De wind om het huis nam weer af en de vuilwolk viel uiteen. De bladeren en buizerdveren dwarrelden rustig neer. In huis was geen vuiltje meer te bekennen. Otto liet zijn grote handen met een laatste harde klap op elkaar komen, waarop alle ramen en deuren in één klap dichtsloegen. Knarf lag al weer op zijn stoel te ronken en is sindsdien bij Otto blijven wonen. In de vacht op zijn rug liep een nog nasmeulende kale zigzag-lijn waar Otto’s bliksem hem had geraakt. Wat een beest.