sarcasme

Hoe te bloggen (of niet)

Er is me een nieuw soort trendje opgevallen in de blog-o-sphere (kan iemand me vertellen wie dat stomme woord heeft bedacht, dan was ik hem even zijn oren): het doorhalen. Heel interessant. Het heeft zo te zien de volgende functie: iets zeggen, maar daar maar half achter staan. Je veroorlooft je daarmee dus iets te zeggen dat je niet (echt) meent of niet letterlijk zo bedoelt, dus haal je het en plein public door.

Eigenlijk geef je in het openbaar dan toe dat de doorgehaalde tekst een onbetrouwbare uiting van je is. Het huidige regeerakkoord zou dus grotendeels doorgehaald moeten zijn. Oeps! Wat zeg ik nu toch weer, gelukkig kan ik het doorstrepen! Doorstrepen is de blogger-manier voor het quasi-beschaamd je hand voor je mond houden bij een welgemeende ontdeugende uitspraak.

Dat is althans mijn analyse. Dus ik geloof dat ik het snap. Maar ik begrijp het alleen niet. Waarom zou je iets willen overbrengen waar je niet geheel achter staat? Bloggen bestaat uit schrijven en schrappen. Dat doorhalen is, als je het mij vraagt, ofwel een verkapte vorm van valse bescheidenheid ofwel een uiting van onzekerheid. Daarom is mijn bescheiden mening en advies: Doorhalen is voor sukkels, doe het niet!Doorhalen is te gék! Het voegt écht iets toe aan je blog!

Update: Naar het schijnt, leef ik onder een rots. Dat heb je ook met al die zwerfkeien hier in Drenthe. Dat doorhalen blijkt in de blog-o-sphere (ooit in de blog-oertijd door een Amerikaan bedacht) al jaren in gebruik te zijn. Ik ben een trage trendspotter, zo blijkt. Ik stel mijn mening dan een beetje bij: doorhalen is zooooo 1995!Doorhalen is heel hip! Doe het ook!

Advertenties

Echte lullen

Een jaar of tien geleden ging ik nog wel eens op pad met een “sales manager”. In mijn vader’s tijd heette dat nog gewoon vertegenwoordiger. Feitelijk leur je in zo’n functie met de producten en diensten van je werkgever. Drukke, belangrijkachtige snelle baasjes die gaan voor dikke, vette zakendeals om hun dikke lease-bakken te rechtvaardigen.

Ik ging dus wel eens met zo’n gladde babbelaar op pad, als een soort show-model. Op een morgen, terwijl we in zijn vette Mercedes onderweg waren, vroeg meneer de belangrijke sales manager me ineens of ik ook eens in een échte auto wilde rijden. Ik mompelde dat ik mijn rijbewijs niet bij me had, maar dat werd stoer weggewuifd. Ik moest en zou achter zijn dikke stuur, want dan kon hij namelijk nog even wat belangrijke telefoontjes plegen.

We stopten om van plaats te ruilen. Ik liep theatraal om zijn auto heen en telde hardop de wielen. “Verrek, je hebt gelijk, het is een échte auto”, zei ik bijdehand. Maar sales managers worden blijkbaar geselecteerd op hun gebrek aan gevoeligheid voor sarcasme. Hij maakte van zijn rechterhand een pistool en richtte het op mij, met zo’n wij-begrijpen-elkaar-knipoog en bijbehorend klakgeluidje met zijn tong.

En toen ik even later flink gas gaf op de snelweg, kwam de rest: “Jaaa, dat is wel even wat anders hè?”. Ik kreeg bijna medelijden. Blijkbaar identificeerde hij zich met zijn auto. Type “mijn auto definieert mij”. Ik ben beter omdat ik een grotere kar heb dan jij. Dat type. Op inhoud worden sales managers dus ook niet geselecteerd. Wel op schone schijn.

Het bijzondere is dat dit soort mannetjes het vaak ver lijken te schoppen met hun gladde smoelen en dito praatjes. Je hebt geen inhoud nodig om succesvol te zijn. Tenminste, als je de dikte van je auto en status als maatstaf ziet voor succes. Uiteraard hebben ze ooit hun moppie opgepikt in de discotheek met “Hai schatje, wil je eens een keer op een échte lul rijden?”.