schapen

Algoritmen

Stukjes code die helemaal vanzelf keuzes maken voor mij. Zoals de super hete pizza die voor me wordt gebakken omdat het algoritme registreerde dat mijn blik wel 0.374 seconden op die smakelijke groene jalapeño op de foto boven de balie bleef hangen. Zoals de route van A naar B omdat ik maar zou verdwalen en bovendien niet in files wil staan, maar eigenlijk worden we met z’n allen als kuddedieren zo over de wegen geleid dat de files korter zijn en sneller oplossen. Of het nieuws dat mij zou moeten interesseren op basis van een persoonlijk profiel dat is bepaald door volautomatische verzameling van data over mijn gedragingen.

Algoritmen combineren mijn data met de data van anderen. Algoritmen delen ons op in categorieën. Digitale schaapskuddes. Algoritmen voorspellen met die data wat we nodig hebben, en matchen onze behoeften aan de ideale keuze uit het enorme aanbod. Het aanbod is zo groot dat we niet eens meer zelf kúnnen kiezen. Veel te veel gedoe. Boeken, muziek, gadgets, verzekeringen, reizen, restaurants, woonruimte, medische zorg, en ook liefde. Niets is blijkbaar taboe. Algoritmen die (tegen betaling) de beste keuzes voor een nieuwe partner voor je berekenen. Ik vind het nogal wat. Als gediplomeerd infoloog weet ik hoe je algoritmen maakt en hoe ze werken. Maar toch vind ik het nogal wat. Die beroepskeuze maakte ik destijds trouwens helemaal zelf. Nooit spijt van gehad. Straks wordt je ideale studiekeuze natuurlijk al voor je berekend door een algoritme. Dat is al geen taboe meer.

Het duurt vast ook niet lang of algoritmen weten precies wanneer je dood gaat. Sterker nog, dit weten ze beslist al, op de dag nauwkeurig, maar ze hebben zich nog niet uit de taboesfeer gewurmd. Op een dag in de nabije toekomst krijgen zij die al digitaal ten dode zijn opgeschreven schaamteloze advertenties voor praktische en passende uitvaarten die precies bij ons passen (duurzaam de pijp uit knetteren kan dan ook). Je keuze voor het verzorgingstehuis is dan natuurlijk dan ook al door een algoritme gemaakt. Het vriendelijke algoritme dat het beste met je voor heeft. In al zijn goedheid heeft het ook alvast de ideale uitvaart voor je uitgezocht. Je hoeft het allemaal alleen nog maar in je winkelwagentje te slepen.

Advertenties

Woorden en daden

Daadkracht dat is, zeg maar, je capaciteit om daden te verrichten. Het maakt niet zoveel uit of het goede of slechte daden zijn. Hoe groter je daadkracht, des te makkelijker je overgaat tot daadverrichting. Koelbloedige moordenaars zijn dus bijvoorbeeld behoorlijk daadkrachtig. Daar worden ze vaak dik voor betaald. Net als topmanagers eigenlijk. Die worden ook geselecteerd op hun daadkracht. Een topmanager hakt los op lastige knopen en een moordenaar hakt er, zeg maar, ook op los.

Daden gaan vaak gepaard met woorden. Eerst is er dan het woord en vervolgens wordt daar een daad bij gevoegd. Zo gaat dat. De daad is de bekrachtiging van het woord. Je hebt mensen die aan 1 woord genoeg hebben om tot de bijbehorende daad over te gaan. Anderen hebben iets meer woorden nodig. Zolang ze de daad maar bij die woorden voegen vertonen ze een bepaalde mate van daadkracht. Daadkracht heb je dus in gradaties.

Mensen die zeggen dat ze iets gaan doen, maar vervolgens de daad achterwege laten, ontberen blijkbaar de moed om die daad te verrichten. Die zou je daadzwak kunnen noemen. Doe mij maar daadzwakke moordenaars. Niets mis mee. Dat zijn die spreekwoordelijke blaffende honden die heus niet bijten.

Maar er is nog een tandje erger. Je hebt ook mensen die A zeggen en dan vervolgens B doen. Die mensen verrichten een daad die niet in overeenstemming is met het woord. De verrichter van de daad is dan niet getrouw aan zijn woord. Het zijn de types waar je moeilijk vat op krijgt. Ze kronkelen en verdraaien je woorden, de valse slangen. Ik stap liever in een kennel vol blaffende honden dan in een kamer waarin zich één valse slang bevindt.

Maar wat moeten we dan met dit gezegde: geen woorden maar daden? Die moeten we maar niet al te letterlijk nemen. We grijpen naar dit gezegde als er teveel woorden zijn uitgesproken terwijl er nog niets is gedaan. Zolang dit uiteindelijk leidt tot de beoogde daad, is er niets aan de hand. Er was slechts een tijdelijke daadzwakte, maar met de juiste pep talk kregen we de mekkerende schapen allemaal over de dam.

Honden, slangen, schapen. Hebben we ze dan allemaal gehad? Nou, ik weet er nog wel eentje. Deze wezens leven volgens het motto: geen daden maar woorden. Deze wezens zijn bijzonder vaardig met woorden. Net als de slangen, maar dan zonder daadkracht. Op de momenten waarop ze hun verantwoordelijkheid moeten nemen, steken ze hun kop in het zand. In de politiek zie je ze maar al te vaak: struisvogels.

Zelf ben ik een man van woorden. Ik bouw er dammen mee.