succes

Echte lullen

Een jaar of tien geleden ging ik nog wel eens op pad met een “sales manager”. In mijn vader’s tijd heette dat nog gewoon vertegenwoordiger. Feitelijk leur je in zo’n functie met de producten en diensten van je werkgever. Drukke, belangrijkachtige snelle baasjes die gaan voor dikke, vette zakendeals om hun dikke lease-bakken te rechtvaardigen.

Ik ging dus wel eens met zo’n gladde babbelaar op pad, als een soort show-model. Op een morgen, terwijl we in zijn vette Mercedes onderweg waren, vroeg meneer de belangrijke sales manager me ineens of ik ook eens in een échte auto wilde rijden. Ik mompelde dat ik mijn rijbewijs niet bij me had, maar dat werd stoer weggewuifd. Ik moest en zou achter zijn dikke stuur, want dan kon hij namelijk nog even wat belangrijke telefoontjes plegen.

We stopten om van plaats te ruilen. Ik liep theatraal om zijn auto heen en telde hardop de wielen. “Verrek, je hebt gelijk, het is een échte auto”, zei ik bijdehand. Maar sales managers worden blijkbaar geselecteerd op hun gebrek aan gevoeligheid voor sarcasme. Hij maakte van zijn rechterhand een pistool en richtte het op mij, met zo’n wij-begrijpen-elkaar-knipoog en bijbehorend klakgeluidje met zijn tong.

En toen ik even later flink gas gaf op de snelweg, kwam de rest: “Jaaa, dat is wel even wat anders hè?”. Ik kreeg bijna medelijden. Blijkbaar identificeerde hij zich met zijn auto. Type “mijn auto definieert mij”. Ik ben beter omdat ik een grotere kar heb dan jij. Dat type. Op inhoud worden sales managers dus ook niet geselecteerd. Wel op schone schijn.

Het bijzondere is dat dit soort mannetjes het vaak ver lijken te schoppen met hun gladde smoelen en dito praatjes. Je hebt geen inhoud nodig om succesvol te zijn. Tenminste, als je de dikte van je auto en status als maatstaf ziet voor succes. Uiteraard hebben ze ooit hun moppie opgepikt in de discotheek met “Hai schatje, wil je eens een keer op een échte lul rijden?”.

Advertenties

Liever oppervlakkig volmaakt dan diep tevreden

Pukkels, zwetende oksels, gelige tanden, grijze haren, rimpels, kaalheid. Zomaar een aantal heel normale dingen die ons allemaal kunnen overkomen. Het zijn dingen die we als onvolkomenheden zijn gaan zien en voelen, dingen waarvan we zijn gaan geloven dat we ze dienen te voorkomen en als dat niet lukt, maskeren. 

Voor elk van deze “onvolkomenheden” zijn legio middeltjes te koop om het te maskeren. De reklame’s op televisies laten ons schaamteloos geloven dat je een strak gezicht met stralende, witte tanden moet hebben, een weelderige, glanzende haardos op je hoofd moet hebben en heerlijk fris moet ruiken om succesvol in het leven te kunnen zijn.

Het meest tragische hieraan is nog wel dat het een self fulfilling prophecy is geworden. We zien in reklame’s dat mooie mensen succes hebben. Kale zwetende mannen bereiken niks. Pubers worden bestookt met reklame’s voor anti-acné-middeltjes omdat pukkelkoppen niet op coole feesten uitgenodigd worden. Met een hagelwit gebit mag je rekenen op de volle aandacht van andere mooie mensen. Met een dof gebit ben je niemand. Alleen met glanzend haar ben je echt vrij. Met dof haar moet je je verstoppen.

We worden dagelijks herhaaldelijk doodgegooid met perfecte mensen. Mensen die niet echt bestaan. Mensen die vooral stralen aan de oppervlakte. Gehersenspoeld door de media verspillen we geld aan middeltjes die ons helemaal niet gelukkiger of meer succesvol maken. Ik weet het, het is een supercliché, maar echte schoonheid zit van binnen. Iemand met een slecht zelfbeeld zit inderdaad ook niet lekker in zijn of haar vel. Volgens de reklame’s hoeven we onze onvolkomenheden alleen maar te maskeren en het geluk lacht ons vanzelf weer toe. Zo gemakkelijk en zo verleidelijk. We zijn liever oppervlakkig volmaakt, dan diep tevreden.