taal

Jukken en garelen

Laatst sprak ik met iemand over een juk waaronder ik momenteel gebukt ga. Ik probeer wel fier te staan, maar het juk drukt me constant omlaag. Jukken zijn trouwens houten werktuigen die je over je schouders legt met aan weerszijden een last. Emmers met water bijvoorbeeld. En trekdieren (paarden, ezels, ossen) trekken een kar vooruit met een juk. Garelen worden voor trekdieren gebruikt voor hetzelfde doeleinde. Jukken en garelen bedwingen. Onder een juk ben je een slaaf. In het gareel ben je braaf.

Bullock_yokesDoor CgoodwinEigen werk, CC BY-SA 4.0, Link

In figuurlijke zin moet en mens zich afvragen waar zijn/haar jukken en garelen vandaan komen. Zou het misschien zo kunnen zijn dat de drijver en de slaaf één en dezelfde persoon zijn? Het geeft wel te denken.

Advertenties

Tooling

In mijn omgeving hoor ik de laatste tijd erg vaak dat er “tooling” nodig is om het werk van iemand te vereenvoudigen. Dan heb ik het over een ICT-omgeving. Daarin wordt sowieso al veel onnodig gedweept met de Engelse taal, maar dat heb ik maar lijdzaam geaccepteerd als een fact of life. Desalniettemin wekken nieuwe Engelse taalfratsen regelmatig mijn weerzin. Zo ook “tooling”. Instant jeuk.

In de ICT kenden we natuurlijk al “tools”. Ontwikkeltools,  testtools, disktools. Daar kan ik best mee leven, want toegegeven, “tool” is een stuk korter dan “gereedschap”. Hier wordt in ieder geval nog de betekenis goed gebruikt. Bij “tooling” dus niet. Dus jeuk. Als je de betekenis van “tooling” op zoekt, krijg je ruwweg de volgende twee betekenissen:

the process of providing a factory with machinery in preparation for production

any decorative work done with a tool

Ik trek daaruit de conclusie dat tooling dus eigenlijk een werkwoord is. What are you doing? Oh, I’m tooling this leather book cover.

Nu weer terug naar de Nederlandse ICT-sector. Wat ik daar zie is dat “tooling” wordt gebruikt als een soort meervoud van “tool”. Laatst hoorde ik bijvoorbeeld dat er behoefte was aan nieuwe tooling voor systeemmonitoring (de spellingcontrole vindt dat een correct Nederlands woord). En ik ving een gesprek op over de selectie van IAM-tooling.

681e4065a3cb40c036dcc7f021687ca2

In beide gevallen bleek er behoefte aan een verzameling tools, een multitool. Je zou natuurlijk ook “toolbox” of “toolkit” kunnen zeggen. Of wat dacht je van “voorziening”? Maar ja, wie ben ik? Ik zal ook wel weer aan “tooling” wennen. Af en toe een beetje krabben tegen de jeuk, maar ik overleef het wel.

De kraan is geduldig

Volgens mij zei mijn vader dat vroeger thuis altijd: “de kraan is geduldig”. Het was het standaard antwoord dat je kreeg als je zeurde om nóg een glas ranja. Als je nog meer dorst hebt, drink je maar water. Vooral dat “maar water” is natuurlijk jammer. Want ik weet namelijk dat het alles behalve “maar water” is dat uit onze kranen komt in Nederland. Sinds ik bij een drinkwaterbedrijf werk begrijp ik dit.

Die geduldige kraan waar altijd maar weer schoon en heerlijk drinkwater uit komt als we het open draaien zien we in Nederland als de normaalste zaak van de wereld. Vandaar ook die uitdrukking. Wij kennen geen echte dorst, want de kraan is inderdaad altijd geduldig. Het is bij wet geregeld dat wij schoon en veilig drinkwater uit onze kraan kunnen tappen. De geduldige kraan is een burgerrecht. De drinkwaterbedrijven hebben de plechtige taak daar voor te zorgen. Ze beschermen de natuur in de waterwingebieden en de waterbronnen die zich daar (onder) bevinden. Ze pompen water op van grote diepten en zuiveren het zorgvuldig. Wij draaien (aan de kraan) en zij leveren. Dag en nacht. Weer of geen weer.

Vanochtend betrapte ik mezelf erop dat ik het zelf ook zei. Ik was in gesprek met de juf van mijn jongste zoon en we hadden het over het weer. Er was 30 graden voorspeld, en het was nu al om te stikken, vonden de juf en ik. “We moeten extra veel drinken”, zei de juf tegen mijn ventje. En voor ik er erg in had ontglipte mij toen: “de kraan is geduldig”. Meteen verontschuldigde ik me tegenover de juf voor de ouderwetsheid van mijn uitspraak. Ik weet ook niet waarom. Het is misschien ouderwets, maar ook een waarheid als een koe. De vanzelfsprekendheid van schoon drinkwater is iets om af en toe eens bij stil te staan. De kraan is inderdaad geduldig, is het niet fantastisch?.

Acceptatie

De taalpietlut (niet te verwarren met de kommaneuker) in mij probeert de wereld te begrijpen vanuit de letterlijke betekenis van woorden. Dat is nou eenmaal zoals mijn hoofd werkt. Dat is één van de vele normaalheden (normaal is het nieuwe bijzonder) van mezelf die ik probeer te accepteren. Maar hoe werkt dat nou eigenlijk, acceptatie? Wat betekent het überhaupt.

De Van Dale pak ik er nu maar niet bij. Deze moet ik met mijn gezonde verstand wel kunnen kraken. Accepteren is toch eigenlijk niets meer dan aanpakken wat iemand je geeft? De manier van geven laat nog wel eens te wensen over. Zoals in je schoot werpen, in je maag splitsen of voor je voeten werpen. De ander was wanhopig en moest er hoe dan ook vanaf en jij vormde op dat moment een handige ontvanger. Dat op zichzelf moet je dan ook maar gewoon accepteren.

Niet accepteren is dan zoiets als het paard terug duwen naar de gever. Je keek in de bek (ja ja, het is eigenlijk een mond) van het paard en wat je zag beviel je helemaal niet. Vlieg op met je stomme paard! Maar wat nou als het paard al heel lang onderdeel van jezelf is? Aan wie moet je dat paard überhaupt terug geven? Je hebt wel een vermoeden van de oorsprong van je paard, maar dat gaat generaties terug. Van een geërfd paard kom je dus niet af en zit er dus eigenlijk maar één ding op: acceptatie.

Bij het accepteren van jezelf zoals je bent heb je dus niet de luxe van het bestuderen van het gebit van het betroffen paard. Het is zoals het is. Dit imperfecte paard is een deel van je. In mij galoppeert en steigert een nukkige hengst die graag komma’s neukt. Niet perfect, maar ik span hem af en toe toch graag voor mijn blog-karretje. Ik heb dit paard dus geaccepteerd. Gelukkig is niemand perfect. Jij ook niet. Accepteer het maar gewoon.

Naar omstandigheden

Als iemand me nu vraagt hoe het met me gaat dan zeg ik: “naar omstandigheden goed”. Ik haal er mijn schouders maar een beetje bij op en probeer opgewekt te kijken. De vrager bedoelt het immers goed. En het gaat ook best goed met me. Omdat ik relativeer. De omstandigheden zijn inderdaad naar, maar ik maak er het beste van. Mijn glas is halfvol. Dat zeg ik de laatste tijd ook te pas en te onpas. Vooral om mezelf ervan te overtuigen, denk ik.

Omstandigheden. Een naar woord eigenlijk. En wat zijn het überhaupt voor dingen? Ze zijn in ieder geval vaag. Ja, schimmig, en staan maar een beetje om me heen. En als ik mijn blik er te lang op vestig, lossen ze op. Alsof een omstandigheid niet scherp gezien wil worden. Nogal wiedes eigenlijk, want dan is het niet langer vaag. Dus ik spied mijn omstandigheden grondig af, zodat ze in niets oplossen.

Omstandigheden hebben volgens mij altijd een beetje een ingetogen karakter. Ja, ze kunnen gunstig of zelfs ideaal zijn, maar bijvoorbeeld nooit feestelijk, gek, idioot, woest of hysterisch. Omstandigheden zijn doorgaans vrij mak, bij het laffe af eigenlijk. Hun gezamenlijke gemoedstoestand schiet nooit in het extreme. In het ergste geval zijn ze belabberd. En ze komen ook nooit alleen. Daarvoor zijn ze dus te laf. Een omstandigheid op zichzelf stelt niks voor. Pas als ze met meer zijn hebben ze impact. Daar zit dan ook hun zwakke plek. Verhulling en duisternis zijn ideale omstandigheden voor nare omstandigheden. Dus ik ga ze te lijf met een scherpe blik en een helder licht.

Hoe het nu met me gaat? Op zich goed. Ik weer me kranig tegen de nare omstandigheden, want ik zie ze voor wat ze zijn. Geloof ik.

Ontdekking

Ontdekking. Dat is dus eigenlijk letterlijk het tegenovergestelde van “dekking”. Ik denk aan schade die ineens niet meer vergoed wordt door je verzekering.  Ik denk aan het weer opruimen van borden, glazen en bestek op de tafels waar alweer niemand aan kwam zitten. Ik denk aan de abortus van een om wat voor reden dan ook ongewenst lam, veulen, kalf of kind.

En natuurlijk denk ik ook aan de blootlegging van iets dat verborgen lag. Dat kan van alles zijn. Een nieuw diersoort. Een nieuw talent. Een “nieuwe” planeet of een “nieuw” zwart gat (die zijn natuurlijk nooit nieuw). En een lijk kan ook heel goed verborgen liggen natuurlijk. Hopelijk was het geen zelfmoord, want dat is ontdekt door de overlijdensrisicoverzekering.

Autist

Ben ik een autist? Die vraag gaat de laatste tijd vaak door mijn hoofd. Persoonlijk denk ik eigenlijk niet dat ik uitgesproken autistisch ben. Misschien lichten bepaalde kenmerken uit het autismespectrum bij mij een ietsiepietsie meer op dan bij anderen.  Als ik de kenmerken van autisme bij volwassenen af ga, herken ik mezelf maar in een paar dingen:

Ja, ik heb de neiging om taal letterlijk te nemen.
Ja, ik ben vrij gevoelig voor geluid.
Ja, ik heb een slecht inlevingsvermogen.
Ja, ik hou stevig vast aan mijn eigen overtuiging.
Ja, ik hoor niet altijd alles (vooral dingen die me niet interesseren) en vergeet dingen die mijn interesse niet hebben
Ja, ik heb een sterke behoefte aan structuur en regelmaat.
Ja, ik kan vrij slecht tegen veranderingen in mijn leefomgeving.
Ja, ik breng graag tijd alleen door.

Bepaalde kenmerken heb ik juist de negatief van. Zoals de communicatie tot de essentie beperken. Ik ben juist een uitgesproken praatjesmaker. Als het gaat om taal kan ik een enorme pietlut zijn, maar over het algemeen heb ik juist heel weinig oog voor detail, eerder het tegenovergestelde. Ik ben van de grote lijnen. Liefst rechte. Je zou kunnen zeggen dat ik daar wél de essentie op zoek.

En bij een sociale vaardigheidstraining heb ik ooit eens te horen gekregen dat ik mensen zo intens aankijk dat ze er nerveus van worden. Sinds ik dat weet hou ik daar rekening mee en kijk regelmatig even weg. Daarom neem ik altijd een notitieblok mee. Dan kan ik daar af en toe even in kijken. Ik maak trouwens nauwelijks aantekeningen, want anders hoor ik nóg minder van het gesprek.

Dus, ben ik autistsch? Ik denk zelf van niet. Jazeker, ik ben rechtlijnig en absolutistisch. Ik geloof trouwens dat ik in wezen helemaal niet absolutistisch ben. Ik kwam niet absolutistisch op de wereld, maar ik ben zo verworden. Het is een laag die ik om mijn miskende zieltje heb gemetseld en nu zo aan gewend ben dat ik daar mee vergroeid ben geraakt. Ik geef het mijn psychotherapeut te doen.