trots

Pa, je hebt het recht om te zwijgen

Als je mijn jongste zoontje vraagt wat hij worden wil als hij groot is, zegt ‘ie steevast: “Politieagent”. Daarom denk ik er sterk over om een radicale carrière move te maken om hem te helpen. Of nee, ik hou er gewoon een tweede, duistere baan op na.

Ik denk aan een topcrimineel beroep zoals een meestervervalser, of meer van deze tijd: een meestercyberdief. In het geniep plan ik geniale, digitale kraken. Als een cyberversie van Robin Hood, hack ik de bankrekeningen van ex-politici (volgens Joris Luyendijk horen Jan-Peter Balkenende, Wim Kok en Gerrit Zalm in dat rijtje thuis) die nu miljoenen verdienen als adviseur van een grote bank, en sluis ongemerkt miljoenen terug naar de maatschappij.

Maar ik laat kleine hints achter voor mijn zoon de politieagent. Hij heeft er natuurlijk eerst geen weet van dat zijn papa een boef is. Hij ontpopt zich in korte tijd tot een in de onderwereld geduchte rechercheur en komt (dankzij mijn kleine, subtiele hints) mijn meesterlijke misdaden op het spoor.

En op een dag betrapt hij me, op heterdaad, als ik een stiekeme transactie doe van een zes-cijferig bedrag van de Zwitserse bankrekening van Mark Rutte (of één van zijn opvolgers) naar de stichting KIKA. Gedwee laat ik me in de boeien slaan als hij me arresteert: “Pa, je hebt het recht om te zwijgen…”, maar mijn mond zal overstromen van complimenten en pluimen: “Goed zo vent, ik ben trots op je”.

Maar goed, wie weet wil hij later toch liever gynaecoloog worden…

Advertenties

Lief Temperamentje

Felle, blauw ogen
vol vuur en verontwaardiging
kijken vanonder de mooiste wimpers
woedend naar me op
Mijn lief temperamentje
is weer eens boos op me

Haar zachte gezichtje
staat op ontploffen
Van aangedaan onrecht
pruilt haar kleine mondje
Mijn lief temperamentje
kan me weer niet uitstaan

Ze gromt gevaarlijk
Slaat haar kleine armpjes
dreigend over elkaar
Nog even en ze spat uiteen
Mijn lief temperamentje
schopt me bij kans naar de maan

Ze perst kokende tranen
uit haar ziedende oogjes
als blikken konden doden
vertelde ik het nu niet na
Mijn lief temperamentje
komt stampend op me af

Haar fantastische ego
tegenover die van mij
Weerloos als ik ben
spreid ik vertederd mijn armen
Mijn lief temperamentje
stort zich er snikkend in

Glinsteroogjes

Vanmiddag moest ik ineens aan mijn opa denken. Hij had ze. Glinsteroogjes. Die had hij als hij de kunsten van zijn kleinkinderen zag. Hij was ons mooiste publiek en kwam naar al onze optredens. Zijn oogjes glinsterden van trots. Altijd. Het maakte niet uit hoe vals je op je blokfluit floot. Het maakte niet uit hoe slecht je binnen de lijntjes kleurde. Het maakte niet uit of je je tekst een beetje vergat. Met zijn glinsteroogjes zag hij alleen maar goeie rapportcijfers. Hij zag je kwaliteiten door alles heen stralen. Volkomen subjectief.

 

Ik herinner me dat ik ooit eens, op een een jubileumfeest van mijn opa en oma, mijn stijldanspasjes aan hem liet zien, samen met mijn nicht. We quickstepten in basispasjes 1-2-3 over de vloer. Maar mijn opa keek naar ons alsof we zweefden. Zijn oogjes stroomden over van de glinstering. Het biggelde over zijn rode wangen.

 

Vandaag langs de kant van het voetbalveld kreeg ik ze zelf ook. Glinsteroogjes. Al zaten ze achter een alle emoties verhullende polaroid. Ik voelde ze glinsteren toen mijn zoon de bal geweldig behendigd langs alle tegenstandertjes speelde en de spits een fenomenale voorzet gaf. Zijn vreugdedansje na de goal zag ik in slow motion voor me draaien. Snel wreef ik mijn wang droog.

 

Later die middag gebeurde het weer. Mijn dochter deed mee met kratstapelen. In een tuigje aan een veiligheidslijn stapelde mijn kleine heldin met een geconcentreerde blik wel 9 kratten op elkaar. Heel kalmpjes, zonder te vallen. Ze keek steeds of papa wel keek hoe goed ze was. Ik kon wel glinsteren van trots, maar ik had mijn polaroid niet op.

 

Even later kon ze de bel boven haar roodgehelmde hoofdje luiden. Ze klom zelfs helemaal bovenop het allerbovenste kratje en sprong er toen stoer van af. Zacht schommelend aan het touw zakte ze sierlijk naar de aarde, als een bloempje op wind. Toen ze van het touw was los gehaakt rende ze met dikke tranen op me af. Alle spanning vloeide er in één stortvloed uit. Ik gaf haar een dikke knuffel en zoende haar natte wangetjes. Zo kwam het dat mijn eigen wangen ook nat werden natuurlijk. Dat snap je.

Wie slim is hoeft niet sterk te zijn

Dat ‘ie slim is, dat wist ik natuurlijk al lang. Maar dat ‘ie “cool” is, dat is een nieuwe ontwikkeling. Hij en ik doen tegenwoordig elke vrijdagavond samen boodschappen. Dat is heel gezellig. En handig bovendien, want hij denkt aan dingen waar zijn vader nooit aan zou denken. Dus daarom hebben we morgen ook een bessensausje voor over de griesmeelpudding.

Bij de kassa helpt hij me om alle boodschappen op de band te leggen. Als alles erop ligt staart hij gefixeerd naar de kassa-display om te controleren wat het kassameisje langs het oogje bliept. De lettertjes en cijfertjes die op het display verschijnen worden via zijn ogen zijn wondere brein ingezogen. Daar wordt de informatie op honderden lopende banden door zijn fantastische verbeelding getransporteerd. Zijn oogjes staan op oneindig. Hij lijkt er helemaal in op te gaan. Ik weet intussen dat hem op zo’n moment niets ontgaat van wat er om hem heen gebeurt.

Als alle boodschappen zijn afgebliept, laat hij zijn hand op de lopende band van de kassa mee gaan. Totdat zijn arm maximaal is uitgetelescoopt zodat de band onder zijn hand doorglijdt. Ineens vraagt het kassameisje aan hem: “Ben jij sterk genoeg om de band te kunnen tegenhou…?”. Nog voor dat ze haar zin af heeft, houdt hij heel cool zijn vingertje voor het sensortje aan het einde van de kassaband. De band stopt meteen, en het kassameisje is totaal verbluft. “O, dat doe ik altijd zo”, zegt hij. “Hij hoeft niet sterk te zijn, want hij is heel slim”, zeg ik trots en ik aai zijn haren eens goed door de war. Ik voel mijn mondhoeken naar mijn oren trekken. Lopen er even later een licht grijzende vader met zijn slimme slungel met onuitwisbare grijnzen op hun smoelen de winkel uit.