verwondering

Gebeur ik te vergeten

Vlak voor ik in slaap val, kronkelt er vaak een gekke gedachte door mijn hoofd. In mijn geval zijn dat eigenlijk altijd taalkronkels. Daar hou ik namelijk van. Slaperig maak ik vol vertrouwen in het vermogen van mijn op dat moment ook al half slapende geheugen, een mentale notitie om de verwondering te onthouden. Zodat ik er de volgende dag iets over kan schrijven. Maar de volgende ochtend kijkt mijn geheugen me enigszins geërgerd aan. Het had alleen maar onthouden dat het iets moest onthouden. Een of andere geniale ingeving of zo. Echt handig om iets te willen onthouden vlak voor je in slaap valt. Ooit gehoord van een notitieboekje?

Maar een paar dagen later schiet mijn “geniale ingeving” mijn geheugen ineens te binnen. Net voor ik de deur uit wil gaan. “Pak een pen en een stuk papier”, commandeert mijn geheugen. Zonder daarop te wachten dicteert het mijn ingeving aan me terug. De genialiteit valt tegen, maar de verwondering was er wel weer. Hou je vast, hier komt het: Mensen kunnen niet geschieden, voltrekken of gebeuren. Wonderen voltrekken zich. Mensen niet. Iemands wil kan geschieden, maar de eigenaar van die wil dus niet. Rampen, ongelukken, en overstromingen gebeuren. En vast ook heel veel leuke dingen, maar nooit mensen.

In het Engels kunnen mensen wel gebeuren, maar alleen in combinatie met een tweede werkwoord. I happen to like this music. Vaak is het een manier om sarcasme te uiten: I happen to live in this house too. Die happenings zijn allemaal “toevallig” als we dat naar het Nederlands vertalen. Toevallig hou ik van deze muziek. Toevallig woon ik hier ook. Of ook lekker sarcastisch: Ik schijn hier blijkbaar niet te wonen. Maar goed, wij gebeuren in goed Nederlands niet. Ook niet als het om houden van muziek gaat. Ook moest ik denken aan een populair dialoogje in Amerikaanse films: Iemand ziet een enorme chaos en vraagt “What has happened here?”, met als antwoord bijvoorbeeld: “You did”. In Amerika kunnen mensen gebeuren. Prima. Maar in het Nederlands is het onzin.

Een tijdje geleden hoorde ik op de radio de nieuwslezer zeggen dat er een kettingbotsing was gebeurd. Dat voelde dan ook weer niet goed. Kettingbotsingen ontstaan of zijn, maar gebeuren niet. Hoe rampzalig kettingbotsingen ook zijn, ze geschieden niet en voltrekken zich ook niet. Dat hebben kettingbotsingen dan mooi gemeen met mensen. Toch nog iets opgehelderd. Ik gebeur daarvan te houden, van helderheid. Wat een geluk dat mijn geheugen zich de gedachtenkronkel gebeurde te herinneren die ik gebeurde te zijn vergeten.

Onderschat nooit de macht van ooit

Zeg nooit ‘nooit’, zeggen ze wel eens. Nooit is namelijk nooit zo definitief als het soms lijkt. Met ‘nooit’ zeggen moet je blijkbaar voorzichtig zijn. Laatst legde ik nog aan mijn zoon uit dat de bliksem echt nooit inslaat, en prompt sloeg hij binnen een week drie keer in de omgeving van ons dorp in. Ik bedoel dus maar. Onderschat nooit de macht van nooit.

Ooit mag je daarentegen blijkbaar te pas en te onpas gebruiken. Niemand die zegt dat je nooit ‘ooit’ mag zeggen. Mijn kinderen maken van die vrijheid dankbaar gebruik en zeggen het dan ook zo ongeveer om de 5 zinnen: Wanneer mag ik ooit nog eens weer DS-en? Hoe moet ik die knoop ooit uit mijn veters krijgen? Hoe kon ik dat nou ooit weten? Hoe kan ik nou ooit winnen als jij steeds vals speelt? Hoe lang duurt dit ooit? Wie heeft ooit gezegd dat Chili con carne gezond is? 

Ze gebruiken ‘ooit’ om een stuk verzuchting in te bouwen. Een beetje drama zodat het erger klinkt dan het is. Als je een ‘ooit’ in je vraag zet, wordt ‘ie wanhopiger. En hoe langer je de ooit uitspreekt, hoe dramatischer het wordt: wanneer mogen we ooooooit nog eens wat lekkers? Dan natuurlijk de rest van de dag nooit meer. En heel vaak voegt ‘ooit’ ook extra verbazing en verwondering toe: Jeetje, hoe dééjedat ooit!? Nah, hoe verzín je dat ooit!? 

En deze schreeuwde dochterlief vanmiddag (armpjes over elkaar, vuur schietende oogjes): “JA HÁLLO!! HOE KAN IK NOU ÓÓÓÓÓIT RUSTIG DOEN ALS JULLIE ME STEEDS BOOS MAKEN!? En bij dat ‘ÓÓÓÓÓIT’ stampte ze heel hard met haar voetje op de grond en balde ze haar kleine vuistjes naar me. En hoe moet je dan als vader op zo’n moment óóóóit je gezicht nog in de plooi houden? Dat lukt dus nooit. Mijn boosheid was terstonds vervlogen (waar was ik ook ooit boos over eigenlijk?) en ik was ontwapend. Onderschat dus ook nooit de macht van ooit.