vrijheid

Alleen maar vrij

Verbijsterd maar wijzer
Onzeker maar hoopvol
Gebroken maar sterker
Kwetsbaar maar moedig
Verlaten maar vredig
Alleen maar vrij

Intrinsieke Motivatie

Dat ik hierover nadenk beschouw ik maar als een luxe-probleem. Eigenlijk is er helemaal geen probleem. Wat is jouw intrinsieke motivatie? In mijn omgeving hoor ik die vraag de laatste tijd regelmatig. Alsof ik eens goed bij mezelf te rade zou moeten gaan waarom ik doe wat ik doe. Als ondertoon hoor ik vooral dat ik me zou moeten afvragen of mijn motivatie niet teveel wordt bepaald door afhankelijkheid of angst.

Dat is een nogal wezenlijk vraagstuk. Wezenlijk is synoniem aan intrinsiek, dus dat komt dan handig uit. Wezenlijk, essentieel, fundamenteel. De vraag die ik mezelf dan ook maar stel is deze: Wat zijn mijn essentiële drijfveren? De vraag lijkt heel eenvoudig, maar het valt me niet mee om een soort lijstje te maken met die drijfveren waarzonder ik niet kan functioneren.

De zelfbeschikkingstheorie geeft houvast, en zegt dat ieder mens behoefte heeft aan autonomie, competentie en verbondenheid. Volgens deze theorie wordt ieder mens gedreven door de bevrediging van deze basisbehoeften. Een te grote controle van anderen over jouw gedrag frustreert deze bevrediging en maakt dat je niet optimaal functioneert.

Dat “functioneren” is natuurlijk beladen. Ik associeer het meteen met beoordeling door anderen. Ik denk aan “functioneringsgesprekken” waarin jouw gedrag wordt vergeleken met de externe verwachtingen. De mate waarin je aan die verwachtingen voldoet wordt beloond. Dit heet extrinsieke motivatie. De zelfbeschikkingstheorie doelt juist op gedrag dat voortkomt vanuit jezelf. Externe verwachtingen staan er helemaal los van. Sterker nog, jij hebt verwachtingen t.a.v. je omgeving en probeert deze zo te beïnvloeden dat jij goed tot je recht komt. Je hebt ruimte nodig om je te kunnen ontwikkelen. Iedereen heeft recht op die ruimte, en de hoeveelheid benodigde ruimte verschilt per mens.

Ruimte. Ja, ik hou absoluut van ruimte voor mezelf. En wie niet? Ruimte, bewegingsvrijheid,  autonomie. De minste beperking voelt voor mij al beklemmend. Het behoud van en het vergroten van mijn bewegingsvrijheid drijft mij voort. Bij bewegingsvrijheid hoort ook vertrouwen. Het vertrouwen van je mede-mensen in jouw vrije, eigen manier van bewegen. En het leuke is dat je dit vertrouwen schaadt als je deze mede-mensen in hun vrijheid beperkt. Dus het is eigenlijk toch best eenvoudig: intrinsieke motivatie gaat in wezen over het nemen en geven van vrijheid. 

De schaamteloze flierefluiter

O flierefluiter met je uitgetogen noten. Zo vrij als jij over de straten schalt. Rijkelijk strooi jij met puur geluk. Voor iedereen.

Ik benijd je, want ik kan wel fluiten maar niet flieren. Zo graag als ik gewoon eens met zo’n gelukzalige glimlach op mijn gezicht luid lallend door de straten zou willen durven huppelen. Maar ik ga liever gewoon dood dan van schaamte. 

Geremd ga ik door mijn leven. Banden zijn om netjes binnen te blijven. Eruit springen is doodgriezelig. Met stiekeme bewondering kijk ik, conformerend hoofdschuddend de flierefluiters na en zeg hardop: “wat een loser”, maar intussen stink ik van inwendige jaloezie. 

Bloggers zijn orgeldraaiers

Een blogger moet je vergelijken met een orgeldraaier die zijn eigen noten componeert. Hij staat met vele andere orgeldraaiers op een druk plein of in een drukke stationshal. Hij wedijvert met de andere draaiers door brute creativiteit. Hij gaat zelfs tussen de kijkers van de andere orgeldraaiers staan en geeft pedante adviezen en complimenten of maakt gevatte grapjes over de muziek van de ander. In de hoop dat het publiek denkt: “Poeh-poeh, die is leuk, laat ik eens naar zijn stekkie gaan om te horen hoe interessant hij is”.  

Die orgeldraaiers zijn stuk voor stuk ijdele bedelaars. Ontvangen waardering worden vriendelijk beantwoord met een knipoog en een grijns. Ze bewaren alle complimenten. Ze prijken op hun hoeden. Ze tellen alle kijkers en stoppen die in hun blinkende centenbakjes, om mee te rammeleuren. Op de maat van hun verwoede noten. Hoor nou toch hoe goed ik bekeken ben! 

In werkelijkheid luisteren vooral orgeldraaiers naar orgeldraaiers. Ze delen elkaars passie. Ze begrijpen en steunen elkaar. Ze moedigen elkaar aan en dagen elkaar uit. Ze tillen je zelfs weer uit je graf als je jezelf dood waant. Ze weten allemaal dat je het voor een goedgevulde centenbak niet moet doen. Van orgeldraaien wordt je niet rijk. Maar wel vrij. Orgelnoten componeren doe je vooral voor jezelf. Omdat je jezelf erin kwijt kunt. Nee, kwijt móet.