woorden

Mijn woorden

Alles wat ik hier verwoord, en ook de manier waarop, doe ik vanuit een gevoel. Ik verwoord wat ik voel bij iets dat me overkomt, raakt, verbaast of verwondert. Dat doe ik vooral voor mezelf. Ik pel mijn gevoel bij iets dan af tot op de naakte essentie. Dat probeer ik dan te vatten in passende, zuivere woorden. Precies de juiste woorden op de juiste plek. Woorden met de juiste klank, kleur, lading en vorm. En om mijn woorden tot hun recht te laten komen, moeten punten en komma’s op precies de juiste plek staan. Het steekt vreselijk nauw. Soms is het een ware lijdensweg. Het gaat me erom dat ik het allemaal in mijn woorden vat. Woorden die mijn gevoel precies goed verwoorden. Zodat ik dat gevoel kan begrijpen en accepteren. Dat is dan ook weer helder.

Advertenties

Woorden en daden

Daadkracht dat is, zeg maar, je capaciteit om daden te verrichten. Het maakt niet zoveel uit of het goede of slechte daden zijn. Hoe groter je daadkracht, des te makkelijker je overgaat tot daadverrichting. Koelbloedige moordenaars zijn dus bijvoorbeeld behoorlijk daadkrachtig. Daar worden ze vaak dik voor betaald. Net als topmanagers eigenlijk. Die worden ook geselecteerd op hun daadkracht. Een topmanager hakt los op lastige knopen en een moordenaar hakt er, zeg maar, ook op los.

Daden gaan vaak gepaard met woorden. Eerst is er dan het woord en vervolgens wordt daar een daad bij gevoegd. Zo gaat dat. De daad is de bekrachtiging van het woord. Je hebt mensen die aan 1 woord genoeg hebben om tot de bijbehorende daad over te gaan. Anderen hebben iets meer woorden nodig. Zolang ze de daad maar bij die woorden voegen vertonen ze een bepaalde mate van daadkracht. Daadkracht heb je dus in gradaties.

Mensen die zeggen dat ze iets gaan doen, maar vervolgens de daad achterwege laten, ontberen blijkbaar de moed om die daad te verrichten. Die zou je daadzwak kunnen noemen. Doe mij maar daadzwakke moordenaars. Niets mis mee. Dat zijn die spreekwoordelijke blaffende honden die heus niet bijten.

Maar er is nog een tandje erger. Je hebt ook mensen die A zeggen en dan vervolgens B doen. Die mensen verrichten een daad die niet in overeenstemming is met het woord. De verrichter van de daad is dan niet getrouw aan zijn woord. Het zijn de types waar je moeilijk vat op krijgt. Ze kronkelen en verdraaien je woorden, de valse slangen. Ik stap liever in een kennel vol blaffende honden dan in een kamer waarin zich één valse slang bevindt.

Maar wat moeten we dan met dit gezegde: geen woorden maar daden? Die moeten we maar niet al te letterlijk nemen. We grijpen naar dit gezegde als er teveel woorden zijn uitgesproken terwijl er nog niets is gedaan. Zolang dit uiteindelijk leidt tot de beoogde daad, is er niets aan de hand. Er was slechts een tijdelijke daadzwakte, maar met de juiste pep talk kregen we de mekkerende schapen allemaal over de dam.

Honden, slangen, schapen. Hebben we ze dan allemaal gehad? Nou, ik weet er nog wel eentje. Deze wezens leven volgens het motto: geen daden maar woorden. Deze wezens zijn bijzonder vaardig met woorden. Net als de slangen, maar dan zonder daadkracht. Op de momenten waarop ze hun verantwoordelijkheid moeten nemen, steken ze hun kop in het zand. In de politiek zie je ze maar al te vaak: struisvogels.

Zelf ben ik een man van woorden. Ik bouw er dammen mee.  

Het lage woord overheerst

Lage woorden hoor je nooit, want ze hoeven er niet zo nodig uit. Ja, je hoort ze wel, maar ze komen niet uit boven het geroezemoes. Lage woorden zijn fijn. Lage woorden zijn aangenaam. Koetjes en kalfjes. Ladida. Lage woorden zijn de pasteltinten van het gesprek.

Als een woord gaat knellen, dan wordt het langzaam opgestuwd door de andere woorden. Het vervelende woord wordt veel te primair. Als een soort afweerreactie verdringen de lage woorden de dwarsligger. Het valt uit de toon en wordt er gewoon uitgewerkt. Weg met die dissonant. Verbannen uit de blije, zorgeloze wereld van de prettige, lage woorden.

Steeds meer druk komt erop het hoge woord te staan. Tot het niet meer te houden is. En dan ineens is het eruit. Daar, het is gezegd. Onherroeplijk hangt het in de ruimte en kan niet meer worden ontzegd. De spreker is opgelucht. Het onaangename is gezegd, en het werd ook wel eens tijd!

Even is het helemaal stil. Het hoge woord weerklinkt een tijdje na in de ruimte. Hoe potenter het woord, deste groter de reactie uit de omgeving. Als een heet kooltje wordt het over en weer gegooid. Alleen hele hete kooltjes gloeien lang genoeg om verdeling te kunnen zaaien. Maar de meeste doven te snel. En dan gaat het hoge woord weer op in het verstommende geroezemoes van de orde van de dag, weggesust door vele lage woorden. Het lage woord zet de middentoon. Het lage woord overheerst.

Powered by ScribeFire.