Graancirkels

graancirkels

Laatst moest ik ineens aan graancirkels denken. Het kwam door iets dat iemand tegen me zei in een e-mail. Zeggen en schrijven lopen vaak een beetje door elkaar. Zijn verhaal kwam er niet letterlijk op neer, maar ik haalde eruit dat we in ons dagelijkse werk allemaal netjes in een soort vaste kringetjes moeten lopen. En toen gebeurde het dus.

Ik zag ineens voor me hoe we allemaal, iedere dag graancirkels maken. Ieder in zijn eigen werkgebied. En ik bedacht dat je de patronen van de graancirkels helemaal niet ziet als je zelf in het graanveld loopt. Alleen vanuit de hoogte zijn ze zichtbaar. Hogerop zweven onze leiders. Zij overzien hoe wij onze graancirkels maken. Dat is hun werk. Zelf lopen ze natuurlijk ook netjes in vaste kringetjes, zoals aangegeven en aangemoedigd vanuit hun leider, die nóg hoger zit.

Een leider stuurt, begeleidt, moedigt aan en jaagt aan, vanuit een bepaalde overtuiging. De graancirkels moeten natuurlijk steeds beter worden. Mooier en groter. Want onze buren kunnen het ook, of juist nog niet. En we moeten ze steeds sneller kunnen maken.

Een leider moet soms moeilijke keuzes maken. Gelukkig zijn er adviseurs die inzicht geven in de keuzemogelijkheden en de gevolgen van die keuzes. Adviseurs draaien in hun eigen vaste kringetjes, zodat ze weten welke behoeften er zijn en wat er speelt. Hoe beter hun kringen, hoe meer invloed ze hebben met hun advies. Hoe hoger de kringen zijn waarin zij verkeren, hoe meer zicht zij hebben op de graancirkels, en hoe meer invloed ze hebben op de patronen die worden gemaakt.

Het gaat natuurlijk allemaal om samenspel en harmonie in het verwezenlijken van een hogere missie. Iedereen is belangrijk, van de top tot op de bodem. De vaklieden in het veld pletten de halmen steeds weer in de gewezen richting. De leiders daarboven bewegen hun mensen steeds weer in de gewezen richting.

De hoogste baas draait zijn dagelijkse rondje langs zijn directeuren. Hij heeft belangrijke informatie. Zijn adviseurs hebben hem ingefluisterd dat er een nieuwe wet aangenomen is welke bepaalt dat 40% van alle graancirkels vierkant dienen te zijn. En de buren zijn al bij 20%….

Banaandenken

Hier moet je even heel goed banaan denken.
Hihi! Moet ik er banaan denken, zei je?
O, vind je het grappig dat ik zeg dat je ergens banaan denken moet?
Ha ha ha, nu zeg je het weer!
Wat?
Dat ik er banaan denken moet!
Juist ja! En deed je dat nou ook maar eens!
Okee, dan denk ik hier nu even heel serieus “banaan”, grinnik, grinnik.
Ach welnee, jij denkt helemaal nergens banaan!
O nee? Nou vanmiddag dacht ik anders nog duidelijk banaan hoor.
Okee, vertel dan eens waar jij banaan dacht?
In de supermarkt, bij de fruitafdeling! Eerlijk waar! Waahahahahahaaa!

Nou & En

Nou, daar zitten we dan.

Nou…

Ja nou hè?

Enneeeh… Ik bedoel….wat moet ik nou? Ik zit er anders nooit naast.

Nou, en dan zit je er naast. Nou én! Je bent toch ook maar een mens? Ja toch?

Nou eigenlijk…

En nou niet zeggen dat je er níet naast zat hè. Jij zat er finaal naast!

Nou zeg, ik dacht…

Nou, en wat dacht jij dan? Daar ben ik nu wel benieuwd naar.

Zeg, laat je me nou nog uitspreken? Nou?

Nou zeg! Wat ben jij ineens gepikeerd?

Nou? En wat dan nog?

Ach nou èn, laat maar zitten, ik bedoelde het niet zo. Zeg het nou maar dan.

O, nou mag ik ook wat van je zeggen. Nou, zal ik je es wat zeggen? Nou?….NOU?

…nou, toe dan

Toe dan?  … TOE DAN?  … En wie ben jij om te bepalen wanneer ik wat mag zeggen? Nou? En?

Nou zeg…

Visitekaartjes, zonde van de boom

De persoon die ik voor vandaag niet kende geeft me een klein plakje boom. Een boom die niet meer bestaat. Een boom die zuurstof voor ons maakte. Meer weet ik niet over die boom, maar ik weet dat het leefde. Geen idee ook wat voor boom het was. In mijn geestesoog zie ik een ranke stam met witte bast. Ik weet niet of berkenbomen geschikt zijn om visitekaartjes van te maken. Het boeit me ook niet. Misschien staat de stronk er nog wel. Misschien zit er nu een grote dikke berkenzwam welig op te tieren. Ook mooi.

Ik neem het plakje boom aan en stop het behoedzaam in een speciaal vakje in mijn tas.  De kans is groot dat het daar nooit meer uit komt. Eigenlijk zou ik ze moeten weigeren, maar mijn fatsoen weerhoudt me daarvan.

Ooit strooide ik mijn visitekaartjes ook argeloos rond op meetings (“ontmoetingen” dekt de lading vreemd genoeg niet), maar nu heb ik al lange tijd bewust geen visitekaartje meer. Bij het ontvangen van andermans kaartje zeg in nog verontschuldigend: “ik heb geen kaartje voor je, want ik volg een paperless beleid”. Dat klinkt nogal zwak vind ik zelf. Eigenlijk zou ik het aangereikte kaartje hautain moeten weigeren en verontwaardigd zeggen dat ik niet doe aan zinloze boomverkwisting, maar dat heurt natuurlijk niet zo. Jan Kuitenbrouwer schreef in het boekje “Lijfstijl” ook al eens over de etiquette rond visitekaartjes.

In mijn jongere jaren (ik ben uiteraard nog steeds jong), verzamelde ik visitekaartjes. Ik koesterde ze als trofeeën. Ze gingen in een chique maar neplederen mapje. De visitekaartjes van hotemetoten koesterde ik het meest, want met hun visitekaartje in mijn bezit mocht ik me tot hun zakelijke kringen rekenen. Maar hotemetoten strooien jaarlijks vijfduizend kaartjes in het rond. Wees dus niet al te teleurgesteld als je na het draaien (heeft iemand al een app gemaakt waarmee dat draaien weer letterlijk wordt?) van het telefoonnummer op zo’n kaartje deze reactie krijgt: “Met wie zegt u? Nee, daar gaat geen belletje bij me rinkelen behalve die van mijn telefoon. Ha, ha, ha! Nou dag heur, fijne dag nog”.

Zelf doe ik dus niet aan visitekaartjes. Ik vind dat zonde van de boom. Eigenlijk wil ik ze ook niet meer ontvangen. Je ziet gelukkig steeds vaker dat de mensen die jou graag aan hun netwerk willen toevoegen, gebruik maken van LinkedIn. Dat is al veel beter. Dat doe ik zelf ook. Na afloop (of tijdens de meeting) zoek je de persoon even op LinkedIn op en een muisklikje verder is je uitnodiging om “te linken” verstuurd.

Het mooie is dat je die LinkedIn-uitnodigingen ook schaamteloos kunt negeren. Doe ik regelmatig. Het is mijn netwerk, dus ben ik selectief. Een aangereikt visitekaartje negeren is natuurlijk not done. Het is te confronterend voor de gever. Eigenlijk zou ik voortaan de kaartjes van personen die ik ook zou negeren op LinkedIn, in een ongefrankeerde envelop naar het adres dat op het kaartje staat moeten sturen. Maar dat is weer zonde van de boom waar de envelop van is gemaakt.

Onverdraagzaamheid – les 4 : “Neem jezelf overdreven serieus”

Dit is les 3 in de serie “onverdraagzaamheid in 10 stappen“, waarin je op ridicule manier leert hoe je jezelf kunt veranderen in een intolerante hork. Wie wil dat nou niet?

De hork die jij ambieert te zijn is een hoekig en autoritair persoon. Hoekig vanwege zijn (of haar, maar dat laat ik in het midden) ruwe karakter. Autoritair vanwege zijn rotsvaste geloof in zijn superioriteit. Aan die superioriteit ontleent hij zijn status en zijn macht. Het mooie is dat je niet eens echt superieur hoeft te zijn om je autoritair te kunnen opstellen. Je hoeft alleen maar te geloven dat je boven iedereen verheven bent. Je hoeft jezelf eigenlijk alleen maar overdreven serieus te nemen, en dan volgt de onverdraagzaamheid vrijwel vanzelf.

Wat moet je doen?

Stap 1:

Begin met je lichaamshouding. De hork gaat met opgeheven kin door het leven en kijkt de medemens langs zijn neus met arrogante blik aan. Oefen dit voor de spiegel. Waarschijnlijk durf je jezelf aanvankelijk niet eens aan te kijken, maar doe dat toch. Kijk jezelf recht in de ogen en zie jouw innerlijke hork. Ook al stelt het niks voor, geloof in jouw superioriteit. Straal onwrikbare autoriteit uit. Jij bent beter dan anderen. Wee degene die durft te tornen aan jouw gelijk. Als je dit kunt zonder lachstuipen ben je al een heel eind op weg om jezelf te serieus te nemen.

Stap 2:

Waar je ook gaat: straal uit dat jij voor niemand wijkt. Oefen dit bijvoorbeeld in een drukke winkelstraat. Loop tegen de stroom in terwijl je strak voor je uit kijkt (langs de neus!). Jij bent een massief, niet te stuiten, bot projectiel. Doorklief het gepeupel. Als je dit kunt zonder botsingen, mag je jezelf hork noemen.

Stap 3:

Koop (of lease) een BWM of andere macho-wagen, bij voorkeur een zwarte. Meet jezelf vervolgens een agressief rijgedrag aan: Toeter binnen 2 seconden nadat het stoplicht op groen springt naar de slome weggebruiker voor je die nog naar het gaspedaal op zoek is. Kleef drammerig bumper als je voorligger ook maar een kilometer per uur minder dan de maximaal toegestane snelheid rijdt. Haal eventueel roekeloos in, desnoods via de vluchtstrook. Jouw opgefokte, asociale bak verheft je boven de rest van het verkeer. Ja, voel jezelf ook opgefokt, want dat past bij de hoekige hork.

Stap 4:

Nu wordt het serieus. Deze laatste stap is het puntje op de i. Begin hier niet aan zonder eerst stap 1 en 2 te doorlopen. Stap 3 mag je zien als een extra hulpmiddel.

Durf belachelijke stellingen te nemen en herhaal deze omdat je gelooft dat je anders niet meer serieus genomen mag worden. Bijvoorbeeld dat je vindt dat er minder Marokkanen in Nederland moeten zijn. Eigenlijk gaat het er vooral om dat je jezelf serieus moeten kunnen blijven nemen om je verheven te kunnen blijven voelen boven de rest van de mensen met hun zielige standpuntjes. Haal ook je neus op voor die neuzelende wetenschappers. Wetenschap is ook maar een mening, toch? En veracht bovenal de rechtsstaat, want jou krijgen ze nooit klein. Goed bezig!

Eerdere lessen in onverdraagzaamheid:
Les 1
Les 2
Les 3

Groote drift (in 6 woorden)

Al vergalopperende draafde hy maar door

zich vergalopperen: (spelling uit 1858) zich voorbijloopen, zich overijlen; eenen misslag begaan uit onbezonnenheid of door te groote drift
bron: http://www.encyclo.nl

Onverdraagzaamheid – les 3 : “Vat alles persoonlijk op”

Dit is les 3 in de serie “onverdraagzaamheid in 10 stappen“, waarin je op cynische wijze leert jezelf te transformeren tot tiran.

Artsen zijn vaak moeilijke patiënten. Hoe meer kennis en ervaring (grotere autoriteit), des te moeilijker. Dit komt voort uit wantrouwen door kennis. De patiënt weet het beter dan de arts. Voor psychologen geldt dat denk ik nog wel het meest. Ik kan dat niet staven, maar ik weet zeker dat de drempel voor het bezoeken van een psycholoog voor psychologen veel hoger is dan voor niet-psychologen.

Een tandarts kan natuurlijk moeilijk zelf zijn eigen wortelkanaalbehandeling uitvoeren, net zo min als dat een chirurg bij zichzelf een bypass-operatie kan doen, maar voor een psycholoog ligt dat natuurlijk anders. De valkuil van de psycholoog is dat hij denkt dat hij/zij zichzelf objectief kan analyseren. Maar niemand kan zichzelf natuurlijk 100% objectief analyseren.

Het is weer dat mooie spreekwoord van de vuurtoren die hier opgaat: onderaan de vuurtoren is het donker. En ik voeg daar nu aan toe: hoe hoger de vuurtoren (hoe meer kennis), des te sterker is dat effect. De psycholoog kán zichzelf helemaal niet beoordelen, want door de grote hoogte van zijn vuurtoren van autoriteit komt het weinig strooilicht dat hij veroorzaakt zeker weten niet bij zijn (of haar) eigen voeten.

Autoriteit creëert afstand. Autoritaire mensen staan op grote afstand van anderen (het gepeupel). En dat is natuurlijk gunstig voor mensen met een dictatoriale inslag. Je duldt sowieso natuurlijk geen tegenspraak. Het is ook onlogisch dat anderen jou tegen willen spreken, want jij hebt altijd gelijk. Jouw normen, waarden en opvattingen zijn absoluut. Andere normen, waarden en opvattingen accepteer je eenvoudig niet. Jij bent onverdraagzaam.

Maar wat doe je met de tegenspraak die je ondanks je autoritaire en afstandelijke houding toch ontvangt?  Juist: heel persoonlijk opvatten. Alles dat ook maar enigszins lijkt op tegenspraak dien je heel persoonlijk op te vatten. Het is namelijk een directe aanval op jouw onmetelijke intellect. Dit moet je dan ook meteen de kop indrukken. Smoor het in de kiem. Hou iedereen in je omgeving zo klein en onwetend mogelijk, zodat de tegenspraak vanuit die omgeving niet kan optreden.

Een verhaaltje:

Een ogenschijnlijk normaal gezin bestaande uit pa, ma, broer en zusje, woonde in een leuke buurt waar iedereen zich veilig waande. Je kon je fiets gewoon buiten laten staan en vergeten op slot te doen, en dan stond het er de volgende ochtend gewoon nog. Maar op een dag was de nieuwe (tweedehands) fiets van zusje tóch gestolen. Ze was er helemaal ondersteboven van. Maar Pa kon haar alleen maar nalatigheid verwijten in plaats van begripvol te zijn.

Grote broer stond erbij en begon te koken van binnen. Er ontkiemde zich een hete uitbarsting van woede. Pa zag het gebeuren en keek hem met harde ogen aan. Toen zei hij smalend: “En jij houdt je mond maar snotneus!”. Weg kiem, alleen de dreun van de dichtslaande deur van zijn slaapkamer getuigde nog van zijn woede.

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 39 andere volgers