Praatjes

Vanochtend toog ik met mijn laptop onder de arm naar een zaaltje om een klein publiekje te trakteren op een praatje. Ik had een stuk of 40 slides voorbereid. Veel te veel dus, maar ik had dan ook onvoldoende tijd gehad om een kortere presentatie in elkaar te zetten.

Na de aankondiging door de gastheer, krijg ik het woord. Een mooi geschenk vind ik dat altijd, want ik krijg graag woorden. Dus ik stak lekker van wal en hoorde mezelf in de eerste minuut grappen: “okee, ik wil er graag een interactieve sessie van maken, dus ga ik eerst een half uur over mezelf praten, daarna een kwartiertje over het onderwerp van mijn praatje en dan mogen jullie vragen stellen, goed?”.

Er werd gelachen, omdat ze dachten dat ik een grapje maakte. Dat dacht ik zelf ook, maar mijn grapje bleek een nogal accurate voorspelling. Uiteindelijk lulde ik bijna het hele uur vol, en was er nog maar heel weinig tijd voor de discussie waar ik op uit dacht te zijn. Ik had dus veels te veel praatjes. Note to self: bereid de volgende keer het praatje voor alsof  ik maar de helft van de tijd heb die voor me is gereserveerd.

Komkommertijd

- Lukt het nog om het deze week voor elkaar te krijgen, Jan-Joost?

- Oei, Klaas, ik weet ‘t niet. Een week is ook maar een week. Maar ja, volgende week zit mijn agenda ook al weer heel vol. En in de week daarna ben ik 4 dagen op cursus, en dan is de maand al weer zo goed als om. Dus eigenlijk wordt het deze maand niet meer.

- Deze maand niet? O jee, maar wanneer dan wel?

- Eeeeehm, nou, in de komende maand gaan natuurlijk ook de eerste mensen al op vakantie, dus dan krijg je sowieso niet meer iedereen bij elkaar. En dat betekent dat ik dan de hele klus grotendeels alleen moet klaren, waardoor het zeker twee keer zoveel tijd gaat kosten. Komkommertijd hè, daar doe je niets aan.

- O, dus je hebt eigenlijk twee weken nodig?,

- Neeee-nee-nee-nee-nee, daar kwam jij zelf mee, met die week. Als we met het volledige projectteam hieraan zouden werken dan schat ik in dat we nog minstens 200 uur werk hebben om het af te krijgen. Dat is vijf en een halve werkweek als je uit gaat van voltijdscontracten, maar die heeft alleen Piet en die is dus al op vakantie en de rest is van het project gehaald om budgettaire redenen, dat weet jij heel goed.

- Juist, duidelijk JJ. Er zit nog 200 uur werk in, en jij bent de enige kracht waarover ik nog kan beschikken.

- Ten dele, Klaas, want ik heb ook recht op vakantie, net als iedereen.

- Juist, ten dele. Wanneer ga je zelf op vakantie?

- Over 3 week precies. Heerlijk naar Zuid-Frankrijk met de caravan.

- (Diepe zucht) Nou, dan moeten we het in hemelsnaam maar over de zomervakantie heen tillen.

- Ja, dat probeer ik je eigenlijk al de hele tijd duidelijk te maken, maar dat kwartje wou maar niet vallen. En dan moet je strak plannen want effectief wordt er eigenlijk alleen gewerkt in de maanden september t/m november, hè.

- O, laat me raden, op gang komen na de vakantie kost de rest van augustus en uitvieren tot de kerstvakantie duurt de eerste helft van december?

- Precies! Je begint het te begrijpen, Klaas jongen. En dat laatste kruipt elk jaar steeds dichter naar mid-november. Als ik jou was zou ik mijn planning nog eens goed herzien. Dit jaar lijkt het mij al niet meer haalbaar… ach, Klaas, kop op, nou moet je niet gaan huilen!

Eindsprint

Ik ren
Ik vlieg
Ik jaag
Ik schiet
Ik flits
Ik blaas
Ik storm
Ik gier
Ik stuif
Ik draai
Ik duik
Ik dender
Ik donder
Ik raas
straks gierend de vakantie in

Opwindende vrouw

‘s Ochtends als ik beneden kom zit ons vijfjarige ventje in opperste concentratie te tekenen in zo’n doe-boekje. “Zo, jij bent hard aan het werk”, zeg ik. “Ja, papa, ik maak een opwindende vrouw”, zegt hij dan heel ernstig. Ik laat van schrik bijna een boterhambordje vallen, en vraag verbaasd: “Wat zeg je nou? Een opwindende vrouw?”.

“Ja, papa, kijk maar”, zegt mijn ventje nog steeds bloedserieus. En ik kijk nu eens goed naar wat hij aan het doen is. Hij is aan het werk in een lijnpuzzelboekje dat hij van oma had gekregen. Daarin moet je de genummerde stipjes met elkaar verbinden. En omdat hij daar erg goed in is, heeft hij van oma een boekje vol met lijnpuzzeltjes gekregen die wat uitdagender zijn.

En bovenaan de pagina waarop hij aan het werk is staat ‘t duidelijk te lezen. Hij heeft helemaal gelijk. Inderdaad veel uitdagender dan bijvoorbeeld een tractor of een vlinder. Natuurlijk laat ik hem lekker door puzzelen. Niks mis met opwindende vrouwen, toch? En hij weet toch niet wat het betekent.

Maar zijn grotere broer van 8 brengt daar weldra verandering in als hij erbij komt staan: “Zo, dat is knap”, zegt hij tegen zijn broertje, “weet je wel wat je aan het tekenen bent?”. Ik besluit zelf op de achtergrond te blijven om te horen waar dit heen gaat. “Ja, dat is een opwindende vrouw, dat zie je toch!”, zegt kleine vent verontwaardigd.

“Ja, maar weet je ook wat opwinden betekent?”, vraagt grote broer. “Nee, dat weet ik niet, maar ik kan het wel goed maken hè”, antwoordt kleine broer heel trots. Grote broer legt het toch maar eens haarfijn uit: “Nou, als je iets opwindt, dan gaat het vanzelf bewegen, dus dan gaat een opwindende vrouw waarschijnlijk een dansje doen of zo als je haar opwindt”. En papa laat het voorlopig maar even bij die verklaring.

Jouw post mortem play list

Het is misschien een tikje macaber, en je zou me zelfs een control freak kunnen noemen, maar ik ben soort van begonnen met het samenstellen van een lijst met muziek waar ik me zo sterk mee verbonden voel, dat ik vind dat ze op mijn eigen crematie gedraaid moeten worden. Als een echo van mijn bestaan. En ik ben nog maar net midlife. Dus ik heb nog een heel half leven voor me. In die tijd verbind ik me misschien wel aan nog meer muziek, maar dan voeg ik die gewoon toe aan mijn lijst.

Het was helemaal niet zo dat ik dacht van: goh, laat ik eens een lijstje samenstellen met muziek die ik op mijn crematie gedraaid wil hebben. Nee, het ging andersom. Steeds als ik zo’n lied hoor waar ik me tot in mijn ziel door geraakt voel denk ik: die blijft voor altijd bij me. Zo mooi vind ik het. Het is van die muziek waar ik me in herken. Alsof het bij mij hoort. Soms zit het letterlijk in de tekst, maar soms ook gewoon in de melodie. En soms ook gewoon omdat het een anker is naar prettige tijden uit mijn jeugd. Mijn lijstje begint zich gestaag te vormen. Tegen de tijd dat mijn tijd is gekomen, heb ik vast wel een top-10. En dat is ook genoeg.

Ik bewijs er mijn nabestaanden beslist een dienst mee, want ze hoeven dan niet zelf al snotterend van verdriet (de stakkers) door mijn CD-verzameling en MP3-collectie te gaan. Maar misschien is het ook wel omgekeerd. Misschien willen ze mijn muzieksmaak wel helemaal niet meer verteren na mijn dood. Nou, dan hebben ze lekker pech! Post mortem steek ik dan mijn tong nog even uit. Desnoods zet ik het in mijn testament dat het mijn wil is dat ze mijn verzoeknummers spelen (zie je wel: control freak).

Dat er nog geen online dienst is waar je (in het geniep) jouw laatste verzoeknummers, jouw post mortem play list, kunt opgeven. Het is een gat in de markt als je het mij vraagt. Dan worden tijdens mijn verassing als verrassing voor mijn lieve nabestaanden (want zij wisten het niet en hadden een heel andere lijst samengesteld) mijn zorgvuldig geselecteerde lijfliederen – nee: lijkliederen – afgespeeld.

Ik heb mijn lijst nog lang niet compleet, maar ik weet al wel welke als eerste moet:
Van Dik Hout met “Zo stil in mij”

En dan, vlak voor ik de oven in mag:
“Fearless” van Massive Attack

En tot slot, keihard de Simple Minds:
“Don’t you forget about me”

Ben jij al begonnen met je post morten play list? Wie weet duik ik wel in dat gat in de markt: http://www.mypmplaylist.com ofzo…

Tegenzitter

Schepen liggen tegen. Dat klopt ook, want schepen liggen in het water. Bezien vanuit een stuurhut, ligt een tegenliggend schip met de boeg in jouw richting. Het woord tegenligger komt uit de scheepvaart en is in onze taal blijven steken. Dat is allemaal leuk en aardig, maar het is niet logisch.

Wij noemen fietsers die in tegengestelde richting fietsen ook “tegenliggers”. Fietsen liggen niet als ze bereden worden. De fietser zelf soms wel, als het een ligfiets betreft. Daar zit dan ook de verwarring. Bij auto’s doen we precies hetzelfde. Het is een warboel.

En als we “tegenligger” zeggen, hebben we het toch eigenlijk over het gedrag van de bestuurder van het voertuig? Een voertuig zelf zit of ligt niet. Ja, wegligging is dan wel een belangrijke eigenschap is van een auto. Maar fietsen hebben geen wegligging. Dat is allemaal verwarrend. Ik wil zo graag duidelijkheid. Een fietser zit op het zadel van de fiets. Ook op een ligfiets is er eigenlijk ook sprake van een zithouding, ook al is het een lage. En ook automobilisten, buschauffeurs en truckchauffeurs zitten achter het stuur.

Dus ik wilde voorstellen om als tegenhanger van de maritieme tegenligger in het verkeer voortaan de term tegenzitter te bezigen. Iedereen voor?

Simon Stevin

Simon Stevin was een Vlaamse natuurkundige, wiskundige en ingenieur. Hij bedacht het decimale breukenstelsel maar ook hoe je vestingen met behulp van toegepaste wiskunde sterker kon maken (De Stercktenbouwing, 1594).

Aan deze man zou het Klokhuis nou eens een aflevering aan moeten wijden. Daar kijkt mijn hele gezin namelijk gretig naar. Dankzij TV-gemist kun je in het weekend een Klokhuismarathon houden, dus wij missen maar weinig afleveringen. Bij mijn weten is Simon Stevin (1548 – 1620) nog niet aan bod geweest.

Het zou heel goed passen in de serie over de Nederlandse geschiedenis, want hij was een belangrijke grondlegger van het wetenschappelijke en technische Nederlands. Dankzij Stevin hebben we Nederlandse woorden voor Grieks-Latijnse termen, zoals bijvoorbeeld wiskunde (mathematica), scheikunde (chemie), loodrecht (perpendiculair), middellijn (diameter), rede (ration) en het prachtige “wijsbegeerte” (filosofie).

Stevin was een taalpurist en geloofde zelfs dat Adam en Eva Nederlands moeten hebben gesproken, omdat het een oertaal is met de meeste korte woorden die makkelijk samenstellingen vormen.

In Uytspraeck vande Weerdicheyt der Duytsche Tael, een onderdeel van de Weeghconst, benadrukte hij het belang van de taal waarin wetenschap wordt beoefend. Hij beweerde namelijk dat het Nederlands met zijn eenlettergrepige woorden beter geschikt is voor kennisoverdracht”. 

(bron: wikipedia)

Zou hij talen daadwerkelijk met elkaar hebben vergeleken op aantallen korte woorden? Klinkt absurd en onlogisch, maar Stevin geloofde dit. Stevin was verder een uiterst rationeel mens. Hij geloofde dat alles een logische verklaring heeft: Wonder en is gheen wonder. Vanuit dit motto heeft hij briljante bijdragen aan de wetenschap geleverd. De leukste vind ik zijn Clootcransbewijs (uit De Beghinselen der Weeghconst), waarin hij vanuit het ongerijmde (=absurditeit) de volgende stelling bewijst: 

Twee voorwerpen op een hellend vlak houden elkaar in evenwicht als hun gewichten zich verhouden als de lengte van de vlakken.

Het bewijs gaat als volgt:

  • Stel er is een driehoek met twee niet-gelijke hellingen.
  • We hangen om deze driehoek een kralensnoer (clootcrans) met gelijke kralen op gelijke afstanden.
  • Stel dat het koord gewichtsloos is en alles wrijvingsloos kan bewegen.
  • Het aantal kralen op de linker helling is kleiner dan die op de rechter helling.
  • Als de krachten zich NIET verhouden als de lengte van de helling dan is de kralenketting niet in evenwicht.
  • Het kralensnoer zal gaan bewegen… ófwel linksom, ófwel rechtsom.
  • “De cloten sullen uyt haer selven een eeuwich roersel maken, ‘t welck valsch is”.

Stevin gaat er van uit dat iedereen inziet dat zo’n perpetuum mobile niet kán bestaan, en de enig overblijvende mogelijkheid is dus dat de stelling juist is: dat de effectieve kracht van de kralen op de hellingen zich moeten verhouden als de lengte van de (tegenoverliggende) hellingen.

(bron: wikipedia)

“De cloten sullen uyt haer selven een eeuwich roersel maken, ‘t welck valsch is”, dat is toch smullen. Simon Stevin is mijn nieuwe Held. Hij heeft heel veel betekend voor de wetenschap en onze geschiedenis. Dus, Klokhuisredactie, op naar Brugge. Zijn standbeeld in Brugge (zijn geboorteplaats) is volkomen terecht. Als ik eens in de buurt ben, zal ik een clootcransje aan zijn bronzen voeten leggen.

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 755 andere volgers